Log in

'De boerka is een verschrikkelijk ding'

Interview met Lilianne Ploumen (PvdA-voorzitter)

'Waarom behoren waarden tot een terrein waar alleen conservatief rechts zich mee bezig houdt?’ PvdA-voorzitter Lilianne Ploumen positioneert zich in het Nederlandse normen- en waardendebat: we moeten het hebben over de overseksualisering van de samenleving, over kinderen en het gezin, over levensbeschouwing en de boerka. Die laatste hoort niet thuis op school of achter een loket.

Wie het in Vlaanderen over de Nederlandse Partij van de Arbeid heeft, denkt meteen aan partijleider en minister van financiën Wouter Bos. Dat de partij ook een voorzitter heeft, in de persoon van de sympathieke Lilianne Ploumen (1962) is minder bekend. Ploumen versloeg Jan Pronk in 2007 in de race naar het voorzitterschap van de partij. De Limburgse legde eerder een parcours af in de sociale beweging, onder meer voor Foster Parents Plan, Mama Cash en Cordaid. Vandaag werkt ze aan de uitbouw van een sociaaldemocratische partij waarin zowel jongeren als militanten van het eerste uur zich thuis kunnen voelen. “Ik ben de personificatie van de tegenmacht binnen de partij,” zegt ze bij de koffie in het Amsterdamse hoofdkwartier van de PvdA aan de statige Herengracht. “Bij jullie verenigt Caroline Gennez de functies van Wouter Bos én van Lilianne Ploumen. Wat zij in haar eentje doet, hebben wij verdeeld. Dat heeft niet zozeer te maken met de hoeveelheid werk maar met de principiële keuze om de partij als organisatie een tegenmacht te laten zijn voor de politieke macht van de partij. Het is mijn rol om de middellange termijnkoers van de partij te bewaken, de vereniging te organiseren en er zorg voor te dragen dat ons verkiezingsprogramma maximaal wordt uitgevoerd. Met het eerste en het derde punt kom je soms als vanzelf in een andere positie terecht dan onze partijleider Wouter Bos of onze fractievoorzitter Mariette Hamer.”

U kan dus kritisch staan ten opzichte van de PvdA-leden binnen het kabinet? Dat ligt voor de sp.a-voorzitter wat moeilijker.

“Kijk, we spelen natuurlijk geen wedstrijd over wie het belangrijkste is. Er is een scheiding van machten, zeg maar, meer dan bij jullie in Vlaanderen. De PvdA vindt dat haar leden een eigenstandige positie moeten hebben, een eigen machtsbasis in de figuur van een voorzitter. Wij erkennen dat de politieke leiding in de actualiteit van de debatten soms keuzes maakt die niet helemaal conform het verkiezingsprogramma zijn. Dat kan. Het is de rol van de voorzitter om hen daar op z’n minst op te wijzen. Maar er zijn ook voorzitters die publiek afstand nemen van de politieke leiding.”

Overal in Europa zien we dat mensen die zich vroeger herkenden in de sociaaldemocratie daar nu wat afstand van genomen hebben. Ze kunnen zich niet terugvinden in compromissen en hebben de indruk dat ze hun wrevel daarover binnen de partij niet kwijt kunnen.

“Ik heb campagne gevoerd onder de slogan: Minder toespraken, meer inspraak. Als het belangrijk is om een ledenpartij te zijn, moet je die leden ook iets te bieden hebben. Mensen worden geen lid van een politieke partij voor de gezelligheid. Kan ook; maar het is vooral omdat ze invloed willen. Je moet dus de partij zo organiseren dat de leden zelf een tegenmacht kunnen vormen. We hebben het er nu eindelijk door gekregen dat individuele leden op het congres en de politieke ledenraad stemrecht hebben. De politieke ledenraad is een orgaan waar de fractie verantwoording moet afleggen over het beleid. Dat moeten geen brave bijeenkomsten worden. Fractieleden moeten er met een beetje pijn in de buik heen gaan. Leden moeten er goed voorbereid en georganiseerd hun zegje kunnen doen. Ons ledenbestand loopt ietsje terug, maar blijft over het algemeen vrij stabiel rond de 60.000. Dat is wat minder dan in Vlaanderen, waar de sp.a beter georganiseerd is. Wat mij meer zorgen baart, is hoe je leden die actief willen zijn een platform kunt bieden. Dan zie je dat mensen die al 50 jaar lid zijn van de partij dat op een andere manier willen dan mensen die pas 25 jaar zijn. Dat is een zoektocht voor alle politieke partijen.”

Jonge mensen willen over het algemeen geen lid meer worden van partijen. Ze willen hun engagement gerichter en thematischer inzetten.

“Dat is een pertinente vaststelling. De afdelingen vormen de ruggengraat van de partij. Ze zijn geworteld in de lokale samenleving, hebben contacten met allerlei groeperingen. Dat moet je niet kwijt willen. Maar - ik zeg het eerlijk - jonge mensen vinden de sfeer in die afdelingen niet altijd even prettig. Als nieuwkomer heb je soms de indruk dat je niet welkom bent, dat de onderwerpen niet zo bijster interessant zijn... Jonge mensen willen bijvoorbeeld praten over onderwerpen als ontwikkelingssamenwerking, over een betere organisatie van zorg, enzovoort. Daarom hebben we naast die afdelingen ook thematische werkgroepen opgericht. Die bestonden al wel, maar we hebben ze veel meer invloed gegeven. Ze hebben nu het recht om te spreken en moties in te dienen op het congres. We willen het beste van twee werelden verenigen. Daarnaast willen we ook fora creëren waar beide groepen zich thuis voelen. Ik geef een voorbeeld. Het vorige congres stond in het teken van arbeid en sociale zekerheid. We hebben jonge wetenschappers gevraagd om in drie scenario’s uit te tekenen hoe arbeid en sociale zekerheid er zou kunnen uitzien in 2020. Van die scenario’s hebben we filmpjes en een debating format gemaakt waarmee we de hort op zijn getrokken. We hebben er ook een aantal landelijke bijeenkomsten over belegd. Daar zag je dat het publiek plots heel gemengd was. Je kreeg er de mening van verschillende generaties te horen. De afdelingen lieten ons weten dat ze daar heel blij mee waren omdat ze ook graag over bredere thema’s willen praten, maar vaak niet weten hoe ze dat moeten aanpakken. De partij kan niet blijven zoals ze nu is. Als je jongere mensen duurzaam aan je wil verbinden, moet je er voor zorgen dat de partij ook een plek is waar zij zich thuis voelen. Dat gaat niet vanzelf.”

Sociaaldemocratische partijen blijven het ook lastig vinden om progressieve, geëngageerde buitenstaanders bij hun werking te betrekken.

“Wij hebben daar wat minder last van dan jullie in Vlaanderen omdat we van oudsher een partij zijn waarin heel verschillende mensen zich thuis voelen. We waren de partij waar de arbeiders en de intellectuelen elkaar vonden. We zijn het dus gewend om vleugels te hebben, verscheidene groepen. Dat kan ook, als je mensen de ruimte geeft om afstand te nemen van een standpunt dat niet het hunne is. Op onze website zal je vaak boodschappen vinden van mensen die zich in een bepaald standpunt niet kunnen terugvinden en daarover een debat willen aangaan. Prima. Graag zelfs.”

Als er dan toch zo’n groot intern pluralisme bestaat binnen de PvdA, hoe komt het dan dat nogal wat progressieven overgestapt zijn naar GroenLinks of de SP? In Vlaanderen heeft sp.a weliswaar ook last van kiezers die overstappen, maar dat doen ze meestal naar rechtse, populistische partijen. Jullie hebben linkse concurrenten.

“Met alle respect, maar de SP is niet per definitie een progressieve partij. GroenLinks en D66 zijn dat wel. De SP waardeert verandering veel minder. Wij zoeken naar een evenwicht tussen houvast en vooruitgang. De SP neigt eerder naar houvast. Maar je kan de dingen niet zomaar bij het oude laten. Dat lukt gewoon niet meer. Het gaat vaak over genuanceerde verschillen. We moeten vooral niet doen alsof zij de partij zijn die we willen bevechten. Maar kijk nu eens naar de manier waarop we met het publieke belang omgaan. Volgens de SP is het publieke belang enkel gediend als het in overheidshanden is. Voor ons is het uitgangspunt dat je het publieke belang waarborgt, dat je zorgt dat de voorzieningen toegankelijk, betaalbaar, kwalitatief hoogwaardig blijven... Je moet er zorgvuldig mee omspringen, maar het is best mogelijk dat private partijen daar een hele goede rol in kunnen spelen. En waarom mensen naar GroenLinks gaan...”

Dat moet u toch heel goed weten, want u hebt de omgekeerde weg afgelegd. Van GroenLinks naar PvdA. Wat sprak u destijds zo aan bij GroenLinks?

“Ze hadden in die tijd een redelijk radicale visie op de samenleving. Bijvoorbeeld als het gaat om het afwegen van de belangen tussen economie en milieu of over mondiale rechtvaardigheid. Hoe zorg je er voor dat verworvenheden, zoals bijvoorbeeld de emancipatie van vrouwen, hoog op de agenda blijven... Door dat soort houding voelde ik me aangetrokken tot GroenLinks. Bovendien heb ik een achtergrond in activistische bewegingen zoals de sociale- en de derdewereldbeweging. Ik dacht dat GroenLinks veel activisten zou herbergen en dat de sfeer in die partij ook zo zou zijn. Waarom ik dan toch ben overgestapt, heeft minder te maken met persoonlijke veranderingen dan wel met de manier waarop GroenLinks haar standpunten uitdraagt. Ik vind dat ze libertair zijn geworden op een manier die neigt naar elitarisme. Een voorbeeld. Er leven in Nederland grote zorgen over de overseksualisering van de samenleving. Ik kom uit de vrouwenbeweging en daarom zal ik de eerste zijn die pal achter de seksuele vrijheid van vrouwen gaat staan. Maar de zorgen gaan niet over het ter discussie stellen van die seksuele vrijheid. Het gaat er over dat kinderen van 9 en 10 op het internet al toegang hebben tot beelden die je je kinderen nou niet echt wilt meegeven. Ik weet niet of in Vlaanderen dezelfde taal wordt gebruikt, maar hier noemen jonge meisjes zich op Hyves1 sletje en hoertje... Ik geloof niet dat dat zo onschuldig is. Ze hebben dat soort woorden gehoord in clips waar seks met macht in verband wordt gebracht en waar vrouwen onderdanig zijn en mannen niet. Dat mag allemaal, maar het betekent wel dat je daar als samenleving iets tegenover moet zetten. Ouders moeten dat in eerste instantie doen. Als ouders dat niet willen, kunnen of durven doen, moet je alert blijven. Want vooral kwetsbare jongens en meisjes groeien op met beelden die... tja, die je ze niet gunt. Zo simpel is het toch. En dan zegt Femke Halsema van GroenLinks: ‘Joh, dat is betutteling en preuts geëmmer. Hou je toch niet bezig met dat christelijke normen-en-waardengedoe. Het gaat niet om preutsheid, maar om bescherming. En om wat je kinderen in een samenleving wil meegeven.”

In Vlaanderen speelt dat debat helemaal niet. Althans niet politiek, niet aan de rechter- en niet aan de linkerzijde. Misschien is links beschroomd om die discussie aan te gaan, omdat je dan meteen in dat glibberige normen-en-waardendiscours terecht komt. Jullie hebben die stap naar het normen-en-waardendebat wel gezet.

“Ja en terecht. Waarom behoren waarden tot een terrein waar alleen conservatief rechts zich mee bezig houdt? Dat zou betekenen dat wij waarden- en normenloos door het leven gaan. Het tegendeel is waar. Onze waarden van solidariteit en emancipatie zijn even verdiept als de waarden waarmee conservatief rechts uitpakt. Ik merk ook wel een zekere gêne bij ons, omdat we die vrijheid zo zwaar hebben bevochten. Alles wat die vrijheid potentieel bedreigt, daar willen we ons niet mee inlaten. Maar precies omdat we ons het normen- en waardendebat niet toe-eigenen wordt de vrijheid bedreigd. Als ik geen betutteling wil, zal ik als partij duidelijk moeten maken wat ik onder bescherming versta en hoe ik dat vorm wil geven.”

Loop je niet het gevaar om elk debat te verliezen omdat sociaaldemocraten genuanceerd omspringen met normen en waarden, terwijl populistisch rechts de harten van de mensen wint door slogans te schreeuwen?

“Ik kan aan mijn kinderen zeggen dat ik niet wil dat ze bepaalde dingen op het internet zien. Ik kan de computer ook gewoon uitschakelen. Maar dat zou niet stroken met het normen- en waardenbegrip van sociaaldemocraten. Ik kan ook met mijn kinderen praten over wat er allemaal op het internet te vinden is. Je kan die houding aannemen op school, op voetbalclubs... Wat betekent het om elkaar aardig te vinden, hoe ga je met elkaar om, hoe leer je ‘nee’ zeggen, hoe probeer je de ander te begrijpen...”

Als liberaal zeg ik daar dan op: zie je wel, dat is de privésfeer. Met een goed gesprek met je dochter lukt dat ook wel. De overheid heeft zich daar niet mee te bemoeien.

“Dan neem ik je mee naar Rotterdam Zuid, naar Feyenoord... Daar wonen ook moeders en dochters, maar met een heel ander leven dan ik. Ze hebben drie baantjes om het hoofd boven water te houden en zijn in mekaar getrimd door hun vriendje. De dochters redden het amper op school, spreken nauwelijks Nederlands. Die moeders zien hun dochters een weg opgaan waarvan ze niet weten hoe ze dat moeten tegenhouden. En dat moeten we dan zo maar laten gebeuren? Nee, we moeten bij hen aanbellen, vragen om binnen te komen....”

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het hele debat over die overseksualisering een antwoord is op de toenemende, religieus geïnspireerde preutsheid bij migrantenjongeren.

“Voor mij in elk geval niet. Ik zie wel de parallel die je trekt, maar ik denk dat die discussie er ook was gekomen zonder de migrantengemeenschap. Het is geen geïsoleerd fenomeen. Onlangs bleek uit onderzoek dat jonge twintigers, vrouwen op de universiteit, ook een problematische verhouding met seks hebben. Daarom moeten we er over praten.”

Zegt u ook dat socialisten zich, naast de hardere thema’s als economie, vaker moeten bezig houden met wat we dan zachte thema’s noemen? Ik denk aan kinderen, het gezin...

“Ja natuurlijk. Al was het maar omdat we het recht willen verdedigen dat een gezin iets anders kan zijn dan een man en een vrouw met kinderen. In Nederland kunnen dat ook twee mannen of twee vrouwen zijn, of één man met kinderen....”

Die aandacht voor het gezin is nieuw, maar je ziet ze ook opduiken bij andere sociaaldemocratische partijen. New Labour heeft van gezinsbeleid een speerpunt gemaakt en in Vlaanderen is sp.a er ook mee bezig.

“Dat komt omdat we in de samenleving krachten zien die tegen die vrijheden aandrukken.”

In Nederland de ChristenUnie om ze niet bij naam te noemen.

“Nou, we zitten met hen in het kabinet en tot vandaag hebben we alle afspraken met hen overeind kunnen houden. Ik zou het breder willen trekken. Alle religies - of het nu over het katholicisme of de islam gaat - hebben een aan invloed winnende conservatieve stroming. Ik denk dat we ons meer bewust zijn geworden dat we op wacht moeten staan om de verworvenheden van het verleden te beschermen.”

U bent erg duidelijk over het publieke debat rond levensbeschouwing, wat ook vrij nieuw is voor de sociaaldemocratie.

“Wij hebben in Nederland afstand genomen van de verzuiling en van de enorme impact van de religie op het privéleven. Dat is een goede zaak geweest. Ik zou niet meer kunnen leven met de invloed van religie zoals die bij mijn vader en moeder nog bestond. Daarmee hebben wij vervolgens het debat over religie buiten het publieke domein geplaatst. Met de komst van migranten én hun godsdiensten naar Nederland worden we daarin uitgedaagd. Hup, daar komt een nieuwe groep mensen die weer - net zoals vroeger - religie in het publieke domein beleeft. Daar schrikken we van, want we denken dat die religie het publieke domein wil overnemen. Daar zijn we natuurlijk geen voorstander van. Maar ik wil wel, zoals de debatten tussen de katholieke Acht-mei-beweging2 en de conservatieve bisschoppen zich afspeelden op de radio en in de kranten, dat de debatten tussen de conservatieve en de meer progressieve stromingen in de islam zichtbaar worden. Ik wil dat zien. Ik wil dat mensen die zich religieus geïnspireerd weten telkens door de samenleving en de politiek uitgedaagd worden om hun opvattingen te verduidelijken. We moeten afscheid nemen van het onbehagen. Laat die debatten maar komen. Ik wil niet dat ze verborgen blijven achter de deuren van kerken en moskeeën.”

Ook linkse partijen hebben het knap lastig met diversiteit, als je kijkt ook naar het ontslag van Ella Vogelaar. Links schippert de hele tijd tussen een flinks beleid à la Wouter Bos en een tolerant beleid à la Ella Vogelaar.

“In het rapport Vreeman, dat was opgesteld naar aanleiding van onze verkiezingsnederlaag, werd gezegd dat een aantal thema’s die dicht bij het hart van de sociaaldemocratie liggen, onvoldoende uitgediscussieerd zijn of om nieuwe antwoorden vragen. Integratie was er één van. We bereiden voor ons congres van maart een resolutie voor die verduidelijkt hoe de PvdA aankijkt tegen integratie. Ik neem daar vast een voorschotje op. Het moet duidelijk zijn dat elke inwoner van Nederland de rechtsstaat respecteert. Klaar. Wetten en regels gaan we handhaven. Verworvenheden die we bevochten hebben op orthodoxe christenen en op rechts-conservatieven geven we ook nooit meer prijs. Dat gaat over de vrouwenemancipatie, het homohuwelijk, de scheiding van kerk en staat, het recht om alles te zeggen wat je wil, ook al is dat beledigend of kwetsend... Daar moet iedereen in deze samenleving maar tegen kunnen. Ik ben nog niemand tegen gekomen in de PvdA die het daar niet mee eens is. Vervolgens vertaalt zich dat in de werkelijkheid van alle dag.”

Precies, want dan moet je bijvoorbeeld iemand als Theo van Gogh verdedigen, die weliswaar zijn recht op vrije meningsuiting opeiste, maar qua fatsoen wel eens over de schreef wilde gaan.

“Tja, we hebben allemaal het recht om te zeggen wat we willen. Iedereen heeft het recht om z’n religie te beleven, maar ook in alle vrijheid het recht om daar afstand van te nemen. Als je aan mij vraagt wat ik van de boerka vind, zeg ik onomwonden: Het is een verschrikkelijk ding. Ik haat het. Kijk wat het doet met vrouwen in Afghanistan. Maar we verdedigen wel het recht van vrouwen om in vrijheid die keuze te maken. We zeggen er ook bij: niet met een boerka achter het loket van het gemeentehuis. Publieke ambtsdragers representeren de overheid. De overheid stelt iedereen in staat zijn religie te belijden, maar is zelf neutraal. Ze horen ook niet thuis op het schoolplein, ook niet voor moeders.”

Dan sturen de ouders hun dochter toch gezellig naar de moslimschool.

“Er is vrijheid van onderwijs, overigens zwaar bevochten door de katholieken. Maar de overheid staat garant voor de kwaliteit van het onderwijs in al die scholen. Dat zullen we in al die scholen proberen te handhaven.”

Met dezelfde regels?

“Natuurlijk. Wij hopen dat moslimouders zich thuis voelen op openbare scholen en zich niet organiseren in islamitische scholen. Waarom zou je in godsnaam willen dat je kind opgroeit tussen andere kinderen die enkel een islamitische achtergrond hebben?”

Die regels gelden vandaag in Nederland nog niet?

“Nee, maar dat is de denkrichting. Het verbod op het dragen van boerka’s op scholen is daar een onderdeel van. We hebben hier discussies gehad over straatcoaches - mannen - die in dienst van de gemeente werken en vrouwen geen hand willen geven. Ze zijn aangenomen door het lokale bestuur om achter de voordeur te komen bij mensen die voor jou de deur niet zouden opendoen. Dan moet er een afweging gemaakt worden. Wij willen dat iedereen elkaar een hand geeft, want dat is de norm in dit land. Tegelijkertijd zien we dat die jongens iets waardevols doen.
Dat betekent dat je als lokaal bestuurder een dure plicht hebt. Mocht je toch afwijken van de norm, dan wil ik heel precies weten op grond waarvan dat gebeurt. Wij schieten nogal eens tekort in het precies beargumenteren van wat we willen.”

Maken we het niet nodeloos ingewikkeld. We zeggen: de norm is dat je elkaar de hand schudt, maar als er voordelen uit te halen zijn die sociaal te rechtvaardigen zijn, dan mag je een hand weigeren.

“Je moet geloofwaardig zijn op de lijn. Dan heb je de gelegenheid om uit te leggen waarom je in bepaalde gevallen van die lijn wil afwijken. Als je niet scherp bent op de lijn wordt het wel heel lastig om de nuances te duiden als je er van afwijkt.”

Laten we het eens hebben over etnische registratie. Ella Vogelaar was daar tegen. Onze eigenste criminologe Marion van San is daar een heftig voorstander van. Als je mensen registreert naar hun etnische afkomst, kan je ook specifieke cultuurgebonden problemen opmerken, zegt ze.

“Je kunt problemen enkel oplossen als je ze precies benoemt. Antilliaanse jongeren - niet allemaal natuurlijk - vormen een probleemgroep. Dat is al een aantal generaties zo. Om die problemen op te lossen, moet je een specifiek beleid hebben voor die groep. Dan moet je wel weten over wie het gaat en moet je dus etnisch registreren. Het gaat er niet zozeer om alle Nederlanders etnisch te registreren. Maar als je merkt dat er problemen ontstaan bij een groep, dan moet die groep wel herkenbaar worden. Onder die condities moet etnische registratie kunnen.”

De combinatie arbeid en gezin wordt ook een van jullie speerpunten. Nogal wat vrouwen verkiezen deeltijds te werken of zelfs thuis te blijven als er kinderen komen, omdat een gezin zo moeilijk combineerbaar is met voltijdse arbeid. Ondertussen verliezen we veel talent op de werkvloer, vooral nu duidelijk is dat vrouwen hoger opgeleid zijn dan mannen.

“Belgische vrouwen zijn het meer gewend om buitenshuis te werken dan Nederlandse vrouwen. We zijn dus met een inhaalslag bezig. Wij hebben daarom gewerkt aan het betaalbaarder maken van kinderopvang en er is net in het kabinet een voorstel gelanceerd om het kraamverlof voor mannen uit te breiden. Maar wij halen jullie tien dagen vaderschapsverlof nog niet. Het gaat natuurlijk niet enkel om die maatregelen maar ook over welke normen en waarden je aan je kinderen meegeeft. Zolang je bij meisjes het zorgende blijft belonen en bij jongens fronsend kijkt als het over zorg gaat, moet je niet vreemd opkijken als je vaders niet aan de zorg krijgt. Als mijn man de kinderen van school ging afhalen, vond iedereen dat geweldig; als ik het deed, was het normaal. Ook daar mag je als sociaaldemocratie een mening over hebben. De Commissie Bakker heeft onlangs gekeken hoe de arbeidsmarkt de komende jaren zal evolueren. Als gevolg van de vergrijzing lopen we aan tegen een tekort aan arbeidskrachten in de sectoren die ons nauw aan het hart liggen: zorg en onderwijs. Ik vind het spijtig dat vrouwen hun talenten zo weinig benutten. In Nederland loopt een op de vier huwelijken fout af. Dat is al erg genoeg; erger is het dat je je als vrouw in die jaren niet professioneel hebt kunnen ontwikkelen, zodat je dan financieel en economisch niet zelfstandig bent. Vrouwen zeggen natuurlijk ook: We hebben eindelijk de vrijheid om te kiezen, die vrijheid mag je me niet afnemen. Juist, maar ik ben wel gewonnen voor een wat meer aanmoedigend beleid om vrouwen met kinderen te laten werken.”

Conservatieven in Vlaanderen, onder meer het Vlaams Belang, pleiten voor een loon voor thuiswerkende moeders.

“O ja, is dat zo? Dat is interessant. Want dat is een oud thema van links in Nederland. Wij hebben een soort aanrechtsubsidie, namelijk dat het fiscaal gunstig is om een anderhalf kostwinnersmodel te hebben. Ik vind dat je vrouwen en mannen de gelegenheid moet bieden om zowel in het privédomein als in het publieke domein een plek in te nemen. Als je kwalitatief onderwijs hebt, moet dat lukken. Wij werken nu aan de brede school. In Nederland is de school om drie uur afgelopen en er is bijvoorbeeld geen warm eten op school. Dat maakt het voor werkende ouders heel lastig. Wij willen de schooltijd verlengen tot een uur of vijf, waarbij dan ook sport en muziekles wordt aangeboden. Sinds augustus zijn basisscholen ook verplicht om voorschoolse en naschoolse opvang te hebben.”

Sommige mandatarissen bij sp.a willen kinderopvang gratis maken. Leeft dat bij jullie ook?

“Dat stond zelfs in ons verkiezingsprogramma. We hebben nu 750 miljoen euro vrijgemaakt voor kinderopvang. Als je een minimuminkomen hebt, betaal je nu 35 eurocent per uur. Kinderopvang is inkomensafhankelijk geworden. Als je vier keer het modale inkomen verdient, mag je gerust meer dan 35 cent betalen voor die kinderopvang. Ik vind het vandaag belangrijker om te investeren in de beschikbaarheid van kinderopvang en in de kwaliteit. Je moet ook investeren in mensen die kinderen opvangen, zowel in hun salaris als in extra opleiding. Als de beschikbaarheid en de kwaliteit goed zijn, kan ik leven met een inkomensafhankelijke regeling. Opvang mag geen belemmerende factor zijn om aan het werk te gaan.”

foto's: Theo Beck

Noten
1. Hyves is een sociaal netwerk op het internet, vergelijkbaar met het bij ons populairdere Facebook.
2. De Acht-Mei-beweging was een platform van organisaties van Nederlandse katholieken dat in 1985 werd opgericht uit onvrede met de volgens hen regerende orthodoxe stroming in de Nederlandse Katholieke Kerk. In 2003 werd ze opgeheven.

Samenleving en politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 1 (januari), pagina 20 tot 28