Log in

'De socialistische winkel is gesloten'

Interview met Martin Schulz (PES-fractieleider)

Het Europese socialisme kampt met een diepgeworteld gebrek aan geloofwaardigheid, omdat het de vrije markt z’n gang heeft laten gaan. Bovendien hebben alle sociaaldemocratische partijen zich teruggeplooid op een protectionistisch socialisme dat louter de nationale staat naar voor schuift als het raamwerk voor sociale bescherming. Socialistische kiezers en mandatarissen bieden geen vooruitzicht meer op een betere toekomst, maar verdedigen hardnekkig wat verworven is. Socialisten voelen niet langer de plicht om hun klasse te openen voor wie zich lager op de ladder bevindt. Europees links accepteert bovendien dat het sociale systeem geen Europese dimensie krijgt. De Europese fractieleider van de PES, Martin Schulz, is bikkelhard voor de Europese sociaaldemocratische partijen. Hij verwijt hen een gebrek aan moed.

De uitslag van de Europese verkiezingen van juni 2009 deed nergens vermoeden dat het kapitalisme zich in crisis bevond. Integendeel. De Europeanen kozen massaal voor de centrumrechtse partijen die de afgelopen jaren hadden gekozen voor méér vrije marktwerking en méér deregulering. Christendemocraten, conservatieven en liberalen kregen in juni 2009 van de kiezer een vrijbrief om hun beleid verder te zetten. Of toch niet? Opvallend was dat centrumrechtse leiders in héél Europa een kritisch, quasi-links jargon hanteerden als het over de markt ging en met de vuist op tafel bezwoeren dat ze het ongebreidelde casino-kapitalisme van de banken onder handen zouden nemen. De Europese socialisten van de PES stonden erbij en keken er naar. PES-voorzitter Poul Nyrup Rasmussen had nochtans een stevig doortimmerd Europees Manifesto klaargestoomd, maar dat had de harten van de kiezer geenszins kunnen beroeren. Martin Schulz, de Duitse fractieleider van de Europese socialisten, zag zijn SPD de slechtste verkiezingsscore sinds de Tweede Wereldoorlog neerzetten. De Europese sociaaldemocraten tuimelden van 217 naar 162 zetels in het parlement. En hun oproep om niet opnieuw in zee te gaan met de slaafse volgeling van de nationale regeringsleiders, de Portugees José Manuel Barroso als Commissievoorzitter, viel overal in dovemansoren. PES-fractieleider Martin Schulz (1955) kijkt vandaag genadeloos in de eigen boezem. Want het loopt flink mis met centrumlinks in Europa. “Gedurende de jaren 1990 aanvaarde de Europese sociaaldemocratie, onder de leiding van Tony Blair, min of meer de regels van de gedereguleerde markt,” zegt Schulz. “We dachten dat we de vrije markt niet konden veranderen; dat ze het onvermijdelijke gevolg was van de globalisering. Als we maar genoeg winst konden maken, kon de staat ook de voordelen van de vrije, gedereguleerde markt herverdelen, dachten we. Zo zouden we voldoende sociale dekking kunnen organiseren voor wie dat nodig had. Maar dé belangrijke vraag, namelijk of het systeem nu goed of slecht was, werd niet gesteld. De sociaaldemocratie ontwikkelde zich in een bepaalde richting, niet door het kapitalisme in twijfel te trekken, maar door ermee mee te spelen. Nu het kapitalisme gefaald heeft, is het uitermate lastig voor linkse partijen om geloofwaardig te beweren dat ze er altijd tegen zijn geweest. De mensen zeggen immers: ‘jullie hebben het die hele tijd mee ondersteund’. We kampen daarom vandaag met een gebrek aan geloofwaardigheid. Een tweede fenomeen is dat de centrumrechtse partijen, in het bijzonder de christendemocratie, opschuiven naar links. Hun taalgebruik is compatibel met het jargon van links. Dat betekent dat de sociaaldemocratie zich gewrongen ziet tussen een linkser wordend centrum en een waanzinnig, radicaal uiterst links. Extreemlinks is altijd radicaler dan wij en beantwoordt daarom beter aan de verzuchtingen van onze kiezers. De meer centrum gerichte kiezers vinden dat de huidige rechtse regeringen niet eens zo slecht zijn. Volgens mij zijn dat de belangrijkste oorzaken van ons falen.”

Is dat een fenomeen dat kenmerkend is voor Europa, of boet links overal in?

“Ik ben er van overtuigd dat het een Europees fenomeen is. In andere delen van de wereld gaan de mensen in dezelfde omstandigheden - ik denk aan Latijns-Amerika, aan de Verenigde Staten, ja zelfs aan Japan - naar links. Daar is links veel minder in diskrediet gebracht dan in Europa. De Europese crisis van de sociaaldemocratische partijen is géén wereldwijde crisis van de sociaaldemocratie.”

Zie je in Europa verschillen tussen de lidstaten, of is de crisis algemeen?

“Ik vrees dat ze in Europa algemeen is. Omdat we dezelfde evolutie kennen, zelfs in omstandigheden die verschillen in de afzonderlijke lidstaten. In Duitsland, waar de sociaaldemocraten sinds 1998 aan de macht waren, is de evolutie dezelfde dan in Frankrijk, waar de socialisten in de oppositie zaten. In Frankrijk zit de socialistische partij geblokkeerd tussen Sarkozy, die steeds meer naar links ging, en Besancenaux; zeg maar de Trotskisten en andersglobalisten. Die zijn altijd interessanter voor een bepaald soort traditionele, socialistische kiezers omdat ze radicaler zijn en consequenter in hun benadering van het kapitalisme dan de socialisten. In Frankrijk hebben we tijdens de regering van Jospin dezelfde evoluties gezien als tijdens de Schöder-regering in Duitsland, de Prodi-regering in Italië of de Blair-regering in het Verenigd Koninkrijk.”

Heeft het enkel te maken met een gebrek aan een heldere ideologische lijn, of spelen sociologische evoluties mee? De sociaaldemocratische kiezer is een ander soort kiezer geworden.

“De sociaaldemocratie is gedurende 140 jaar de droom geweest om vooruit te gaan in de samenleving, om hogerop te klimmen. De sociaaldemocratie beloofde kansen te geven om je leven en dat van je kinderen te verbeteren, door een betere opleiding, door gelijke behandeling, door de scheiding tussen de sociale klassen te overbruggen. In alle lidstaten was de boodschap van het socialisme een coherente boodschap. We keken naar boven. Dat zie je nu ook in de Verenigde Staten gebeuren. De mensen zien toekomstmogelijkheden. Japan is ook zo’n interessant voorbeeld. Dat is een sterk gesegregeerd klassensysteem, waar nu voor het eerst de democratische partij aan de macht komt en mensen zicht geeft op beterschap. In Europa kijken onze eigen kiezers en zelfs de socialistische mandatarissen naar beneden. Iedereen verdedigt zijn eigen tuin, zijn eigen verworvenheden. Er leeft een algemene schrik dat we naar beneden zullen afglijden. En dat resulteert in een strijd tegen diegenen die lager staan dan wij. We vechten niet meer om er samen op vooruit te gaan. In de Europese sociaaldemocratie leeft het gevoel dat we moeten verdedigen wat we bereikt hebben. We zijn niet bezig datgene te bereiken wat we in de toekomst te verdedigen hebben.”

De vraag luidt dus waar de sociaaldemocratie zich positioneert. Staan we nog aan de kant van de sociaal zwakkeren, of bevinden we ons pal in een angstige middenklasse?

“Het antwoord is eenvoudig. Zowel wijzelf als onze kiezers behoren tot de middenklasse. De fout die we hebben gemaakt, is dat we ons niet langer verplicht voelen om onze klasse te openen voor wie zich lager op de ladder bevindt. Onze winkel is dicht. Als vandaag blijkt dat vooral migranten behoren tot die zogenaamde lagere klassen, dan is het onze verdomde plicht om hen op te nemen. De kostprijs moet worden betaald door diegenen die het kunnen betalen, de superrijken. Er is genoeg geld, maar dat geld is niet langer beschikbaar in het raamwerk van de nationale staat. We moeten dus de consequenties dragen. In een periode waarin de grote bedrijven hun voordelen halen in Europa of de wereld, zijn we niet meer in staat om via nationale belastingsystemen de beschikbare middelen te vinden. Door geen Europees sociaal model te creëren, accepteren we dat het geld om een eerlijke samenleving te creëren, die open staat voor wie erop vooruit wil gaan, niet beschikbaar is. Europees links accepteert dat het sociale systeem geen Europese dimensie krijgt. Wat mij het meest verontrust, is dat Europees rechts geleerd heeft zich efficiënter te coördineren dan wij. Op de Europese toppen zijn alle regeringsleiders aanwezig omdat ze verdraaid goed weten dat Europa en de globalisering in ons voordeel speelt. En de reactie van links bestaat erin zich terug te plooien op nationale sociale bescherming. Ze begrijpen niet dat het antwoord een Europees antwoord moet zijn en geen nationaal antwoord.”

Zijn er dan twee soorten sociaaldemocraten, een klein groepje Europees gezinde en een grote groep nationaal georiënteerde sociaaldemocraten?

“Er is op het nationale niveau een protectionistische sociaaldemocratie…”

...die zich machteloos voelt om hun sociaal model er op Europees niveau door te drukken.

“We staan niet zo heel ver van onze voorgangers. Op het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw moesten de sociaaldemocratie en de vakbeweging de overgang van een agrarische naar een industriële samenleving managen. We werden geconfronteerd met een ontwortelde samenleving die van het platteland naar de steden verhuisde, zonder rechten, zonder opleiding, zonder participatie, zonder democratie, noch op het niveau van de staat, noch op het niveau van de bedrijven. Het was een uitgebuite samenleving. De sociaaldemocratische beweging heeft die mensen rechten gegeven; participatie in een nationaal raamwerk, maar met internationale samenwerking. Het lied dat we zongen heette De Internationale. Daarenboven leefde het besef dat het kapitalisme tot oorlog zou leiden. Onze voorouders wisten dat het beste middel tegen de oorlog internationale solidariteit is, algemene stakingen… Nu, tijdens het begin van de eenentwintigste eeuw, leven we opnieuw in een overgangsperiode, van een industriële samenleving binnen het raamwerk van de nationale staat, naar een op kennis gebaseerde geglobaliseerde samenleving. Het antwoord van de socialisten is vandaag niet De Internationale. We moeten de vraag durven stellen waarom dat zo is?”

U hebt allicht een idee.

“Omdat we niet moedig genoeg zijn. Door de integratie binnen de Europese Unie hebben wij de garantie gecreëerd dat oorlog tussen de lidstaten onmogelijk is geworden. Als we weten dat economische, sociale en culturele integratie oorlog onmogelijk maakt, waarom breiden we die ervaring dan niet uit door er voor te zorgen dat een échte Europese democratie uitmondt in een Europese staat, met een Europese regering en een Europees parlement dat ook een raamwerk creëert voor een sociaal Europa. We weten uit ervaring dat de voorwaarden voor meer sociale rechtvaardigheid gevormd worden door parlementarisme, directe parlementaire invloed van linkse partijen en wetgevend werk voor de hele Unie. De Europese grondwet werd bedacht in een periode waarin 12 of 15 lidstaten bestuurd werden door sociaaldemocratische regeringen. Dat was een indrukwekkende ambitie en een stap in de goede richting. Het faalde door de schuld van radicale linkse partijen en mensen…”

Zoals de SP in Nederland…

“Onder meer. Maar ook door uiterst links in Frankrijk. Volgens mij was dat een historische vergissing van Europees links.”

Pleit u voor een nieuwe Internationale? En heeft de Duitse SPD daar oren naar?

“Absoluut. De SPD is de enige partij in Europa die de consequenties trekt uit deze sociaaleconomische crisis. Wij zijn van plan onze statuten te wijzigen. Wij hebben nu een voorzitter, drie vice-voorzitters en een secretaris-generaal. We zullen een partijsecretaris verkiezen die uitsluitend verantwoordelijk is voor de Europese Unie en op hetzelfde niveau staat als de vice-voorzitters en de secretaris-generaal. De SPD wil meer Europese integratie, meer Europese controle over de markt. Daarom zullen we de rol van Europese politici versterken.”

Bent u van plan de andere Europese sociaaldemocratische partijen op te roepen hetzelfde te doen?

“Eerst moeten we dit gestemd krijgen op ons congres, maar daarna zeker. Ik ben de leider van de Europese socialisten in het Europees parlement. Ik ben ook kandidaat voor die functie binnen de SPD en ik zal proberen de andere partijen te overtuigen.”

Ik had de indruk dat tijdens de laatste campagne de impact van de PES gegroeid was. Nochtans is het geen Europese partij waar je als burger, als militant deel van kunt uitmaken. Moet je niet evolueren naar een grote Europese sociaaldemocratische partij?

“Dat lijkt me het logische gevolg van wat ik daarnet vertelde. Maar het zal moeilijk zijn.”

Hoewel de PES erg actief is geweest tijdens de Europese campagne lijkt de boodschap de achterban niet echt te hebben bereikt.

“De Europese Socialistische Partij had een boodschap, maar het belang ervan is altijd ondergeschikt aan de boodschappen van de nationale partijen. De kiezers richten zich steeds naar het nationale niveau. Het besef dat er een Europees parlement moet worden verkozen om een Europese regering te kunnen vormen, is niet aanwezig. Er is immers nog geen Europese regering. Ik geloof echt dat we als Europese socialisten de juiste voorstellen hebben gedaan aan de Europese kiezers. Maar wat de nationale partijen daarvan hebben doorgegeven aan hun achterban is een andere zaak. In Griekenland hebben we de Europese verkiezingen gewonnen, niet omwille van het PES-Manifesto, maar omwille van de zwakte van de regering Karamanlis; in Duitsland verloren we de verkiezing als gevolg van de Grote Coalitie en de kracht van Merkel… De Europese verkiezingen waren helaas nationale verkiezingen. Zolang ik als burger met mijn stem geen directe invloed kan uitoefenen op een executieve op het Europees niveau, zullen we geen kiezers warm maken voor het Europese project. We kunnen dan als Europese socialisten schrijven en zeggen wat we willen, het zal geen effect hebben.”

In België kreeg Europa nochtans aandacht als gevolg van het boek De weg uit de crisis van Verhofstadt, een boekje dat overigens niet uitblonk door originaliteit en waarvan de voorstellen helemaal niet gesteund werden door zijn Europese liberale fractie.

“De aandacht voor zijn boek heeft met zijn persoon te maken en minder met de inhoud. Tijdens de laatste Europese verkiezingen hebben we gezien dat de boodschappen die wat gewicht in de schaal legden erg individueel waren. Di Pietro in Italië, José Bové in Frankrijk… mensen die een zekere aantrekkingskracht uitoefenen op de media omdat ze op een of andere manier bekend zijn. Maar in Duitsland bijvoorbeeld waren de Europese verkiezingen een soort voorverkiezing voor de Duitse Bundestag. De reden waarom Verhofstadts boek aandacht kreeg, was omdat hij premier is geweest en omdat hij een potentiële tegenkandidaat voor Barroso was. Meer zou ik daar niet achter zoeken.”

Wat worden de aandachtspunten van de PES gedurende de volgende vijf jaar?

“Sociale rechtvaardigheid. De mensen moeten voelen dat wij streven naar een rechtvaardige samenleving. Er is vandaag te veel onrechtvaardigheid. Wij moeten tonen dat we bereid zijn het dagelijkse leven van gewone mensen te verbeteren. Een van onze grootste problemen is dat wij - ik spreek over mezelf, mijn collega’s en de top van onze sociaaldemocratische partijen - het leven van onze kiezers niet leiden. Ik geef altijd het voorbeeld van mijn buurman, die postbode is. Hij verdient het minimumsalaris in Duitsland: 1.480 euro per maand. Hij is getrouwd, heeft twee kinderen en woont in een appartement van 60 vierkante meter, waarvoor hij 580 euro huur betaalt. Hij moet dus rondkomen met zo’n 900 euro per maand. Met twee schoolgaande kinderen. Dat is onmogelijk. En ik krijg 7.500 euro per maand als Duits lid van het Europese parlement, plus alle extra’s die daar bij komen. Als je mijn leven vergelijkt met dat van mijn buurman… dan ben ik in zijn ogen superrijk. Hij is lid van mijn partij, hij is een militant en hij supportert voor mij. Maar tussen zijn leven en dat van mezelf en mijn collega’s gaapt een diepe kloof. Deze mensen verwachten niet dat we van hen miljonairs zullen maken of dat wij plots slecht betaalde politici zouden worden. Ze willen gewoon meer sociale rechtvaardigheid, meer kansen voor hun kinderen. Ze willen dat hun kinderen goed onderwijs krijgen. Mijn buurman kan gewoon niet alle schoolboeken voor zijn kinderen zelf kopen. Deze mensen zeggen dat ze hun kinderen niet naar het gymnasium of het lyceum kunnen sturen omdat ze het niet kunnen betalen. Gratis onderwijs is heel belangrijk, net zoals gratis kinderopvang, toegang tot het internet, participatie in de kennismaatschappij…”

Het is niet omdat je het onderwijs gratis maakt dat de mensen op je partij stemmen.

“Omdat we het nog niet gedaan hebben.”

Maar wij hebben het wél gedaan.

“Tja, maar je kan België bezwaarlijk als een voorbeeld nemen… Wat sociale rechtvaardigheid betreft, is België overigens ruimhartiger dan heel wat andere Europese landen. De socialisten zitten in België nu 21 jaar in de regering. De enige partij die zo lang regeert in heel Europa zijn de Waalse socialisten. Dat geeft resultaten natuurlijk. De sp.a daarentegen moet niet als voorbeeld worden genomen voor de rest van Europa.”

Dat vraagt om verduidelijking.

“De alliantie met de regionalisten was een vergissing.”

De strategie bestond er net in om progressieven samen te brengen, ook progressieven uit de regionalistische partijen.

“Ja, maar de achterliggende idee is bij hen niet het socialisme of sociale rechtvaardigheid, maar het streven naar meer regionale autonomie. Vaak gaat het om het beschermen van de eigen achtertuin tegen anderen. Socialisten hebben altijd een inclusieve aanpak. Regionalisten hebben een exclusieve aanpak; ze sluiten buiten wat niet tot het regionale belang behoort. De Vlaamse socialistische partij heeft een traditie. Ze is gegroeid in de industriële kernen. Het Vlaamse autonomisme is ontstaan in de rurale gedeelten van de samenleving. Die twee zijn erg moeilijk met elkaar te verzoenen. De partij in het Limburgse is ontstaan uit de kolenindustrie. Dat was het traditionele, vakbondsgebonden socialisme. Hoe kan je dat nu combineren met regionalisme? Daarom geloof ik dat sp.a niet erg representatief is in Europa. Zelfs de Catalaanse socialisten, die een lichtjes vergelijkbare aanpak hadden, zijn nooit samengegaan met een autonomistische beweging. Het enige wat ze gedaan hebben, is hun naam veranderen om duidelijk te maken dat ze weliswaar socialisten waren, maar Catalaanse socialisten. De sp.a heeft een andere keuze gemaakt, een unieke keuze in Europa. Ze heeft de deuren van de partij geopend voor een soort Vlaamse cultuur die de vorige honderd jaar vreemd was geweest aan het socialisme. Ik denk dat dat een vergissing is geweest.”

foto's: Wim Vermeersch

Samenleving en politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 9 (november), pagina 16 tot 23