Log in

'Kijken door de bril die ongelijkheid ziet'

Interview met Rik Coolsaet (hoogleraar UGent)

De sociaaldemocratie is niet langer in staat een geloofwaardig antwoord te bieden op de behoeften van de mensen. Socialisten rollen ruziënd over straat en houden zich onledig met links-modieuze dossiers. Ze zijn achteloos meegestapt in het neoliberale schijnsucces van de vrije markt, en zijn nu verbaasd dat de ballon in hun gezicht is opengeklapt. Volgens politicoloog Rik Coolsaet is de tijd rijp voor bezinning en dat kan door elk politiek vraagstuk te analyseren met het meest doeltreffende wapen dat de socialistische beweging ooit heeft gehad: de bril die ongelijkheid ziet.

Samen met socioloog Mark Elchardus behoort politicoloog Rik Coolsaet (1951) wellicht tot de éminences grises die discreet de ideologische funderingen van de Vlaamse socialisten in de gaten houden. Beiden hebben geen rechtstreekse invloed in de partij, maar als zij spreken, wordt er op de Grasmarkt wel degelijk goed geluisterd. Coolsaet werkte in de jaren 1980 voor de studiedienst van de Vlaamse socialisten en deed daarna ervaring op bij verschillende socialistische kabinetten. In 1995 stapte Coolsaet over naar een succesvolle academische carrière aan de Gentse universiteit, waar hij internationale betrekkingen doceert. We zien hem tijdens de journaals opduiken als de beminnelijke en intelligente commentator die scherpe analyses weet te maken van het internationale politieke wereldnieuws. Vandaag staan de sociaaldemocratische partijen internationaal ook in het nieuws, hoewel dat heel vaak geen al te best nieuws is. In heel Europa struikel je over bijeenkomsten van socialisten en sociaaldemocraten die zich bezinnen over de griezelige electorale resultaten van de afgelopen jaren. Tot voor kort konden socialisten het niet over de lippen krijgen dat ze in het verleden fouten hebben gemaakt. Nu slaan in heel Europa sociaaldemocratische partijen en denktanks een mea culpa en zoeken ze naar een nieuwe adem voor links. “De situatie is in de verschillende landen ook dramatisch,” zegt professor Coolsaet. “Denk maar aan de SPD, die volgens de laatste peiling aan 19 procent zit. Als je weet welke rol de SPD in het verleden gespeeld heeft, zowel in Duitsland als in de internationale socialistische beweging, dan is het normaal dat je op een punt komt waarop je jezelf in vraag moet stellen. Zoals Lenin het ooit schreef: ‘Op een bepaald moment maakt een klein verschil in kwantiteit een heel groot verschil in kwaliteit’. Ik denk dat de meeste sociaaldemocratische partijen nu in die situatie terecht zijn gekomen.”

Maar ze zijn niet alleen. Gaat het niet om een algemenere crisis van de traditionele partijen? Liberale of christendemocratische partijen doen het misschien iets beter in kwantiteit, maar zeker niet in kwaliteit. Ik merk dat ze ook geen verhaal hebben.

“Is dat zo? Hebben zij geen verhaal?”

Rustige vastheid lijkt me geen sterk ideologisch concept.

“Wanneer kenden de liberale of de socialistische partij hun grote succesmomenten? Niet op het moment dat ze met een ideologisch verhaal kwamen. Ze hadden succes met een verhaal dat beantwoordde aan de behoeften van de mensen. De socialistische partij heeft nooit succes gehad omwille van het ideologische verhaal. En er is nog een cruciaal element. Als je als partij op een geloofwaardige manier inpikt op reële maatschappelijke behoeften, dan geeft de kiezer je het vertrouwen. Dat is het probleem voor de socialisten vandaag: ze zijn het vertrouwen kwijtgespeeld. De mensen moeten erop vertrouwen dat je hun lot zult verbeteren. Vandaag is dat iets anders dan in de 19de eeuw, toen lotsverbetering betekende dat je uit de bittere miserie kon ontsnappen. Vandaag betekent het: zekerheid bieden. Aan wie geven de kiezers vandaag hun vertrouwen? Aan een partij die ruzie maakt? Of het nu de SPD in Duitsland, de PS in Frankrijk of de sp.a bij ons is; mensen geven geen vertrouwen aan een partij waarvan de kopstukken vechtend over straat rollen. De CD&V, maar ook in het buitenland mensen als Merkel of (aanvankelijk) Sarkozy, bieden iets wat sociaaldemocraten vroeger boden. Namelijk het gevoel dat de mensen op hen kunnen rekenen. De socialisten maken ruzie én profileren zich op links-modieuze dossiers.”

Zoals? Bedoel je ecologische dossiers?

“Bijvoorbeeld. Alles wat te maken heeft met de opwarming van de aarde vind ik ontzettend belangrijk. Maar als je dat verhaal vertelt in termen van ecologie, zoals de groenen het doen, is dat geen socialistisch verhaal. Socialisten moeten in die opwarmingsproblematiek het maatschappelijke verhaal brengen. Alles wat te maken heeft met - de onvermijdelijke - energietransitie zal gepaard gaan met veel problemen. De kansarmen en de zwaksten in onze samenleving zullen daar het ergst door getroffen worden. Socialisten moeten het probleem bekijken door de bril die hen altijd al heeft gepast, dat is de bril die ongelijkheid ziet.”

Socialisten hebben mensen uit de ellende de middenklasse binnen geloodst. Daarmee is de aandacht van de sociaaldemocratie ook naar de middenklasse verschoven…

“Dat is wat anders. In de 19de eeuw hebben de socialisten grote groepen mensen, die uitgesloten werden en dat ook zo aanvoelden, een eigenwaarde en perspectief gegeven. Een heel belangrijk luik daarvan was inderdaad het verbeteren van de materiële omstandigheden. Dat daaruit een brede middenklasse is ontstaan, is het resultaat. Maar emancipatie en gelijkberechtiging waren de eisen, niet het biefstuksocialisme als dusdanig.”

Raak je daar niet de kern van het probleem? Tien procent van de mensen is steenrijk, 20 procent is arm, maar 70 procent heeft het behoorlijk goed. Socialisten moeten nu opkomen voor de 20 procent mensen die het moeilijk heeft. Bij die groep zitten héél veel allochtonen. En de middenklasse is niet bereid die groep te helpen.

“Daar ben ik niet van overtuigd. Ik constateer, op basis van opiniepeilingen in Vlaanderen, dat de bereidheid tot solidariteit veel groter is dan men denkt. Er hoeft dus geen tegenstelling te zijn tussen het indekken van mensen uit de brede middenklasse tegen risico’s die zij als individu niet alleen kunnen dragen, en het bieden van perspectief aan de 20 procent uitgestotenen aan de onderkant van de samenleving. Bovendien, als de sociaaldemocratie zich niet houdt aan haar uitgangspunten, namelijk gelijkberechtiging en emancipatie, dan verloochent ze zichzelf én schakelt ze zichzelf uit als politieke formatie.”

Natuurlijk zeggen de meeste mensen in enquêtes dat ze solidair willen zijn. Het is maar de vraag of ze daar in realiteit ook de consequenties van willen nemen. Heel wat mensen uit de middenklasse percipiëren de 20 procent uitgestotenen als ‘profiteurs’...

“Juist, maar hoe kan het ook anders? Als onze politieke leiders zich niet meer realiseren hoe de wereld van zwarte sneeuw er uit ziet, hoe wil je dan dat die brede middenklasse enig begrip opbrengt voor de 20 procent uitgestotenen. Wie van de verantwoordelijken van sp.a komt nog in die wijken? Wie leeft er - op enkele uitzonderingen na - in die wijken?
Het kan ook anders. Kijk naar Obama. Hij is een briljant politicus die de middle class angst of de zogenaamde work place angst van de Amerikaanse middenklasse begrepen en daarop ingespeeld heeft. Tezelfdertijd sprak hij gedurende de hele verkiezingscampagne op een ontzettend menselijke manier over de migranten. Wie doet dat bij ons? Kan er bij ons een Obama ontstaan? Men bedoelt dan meestal of het mogelijk is dat er iemand vanuit een etnische minderheid kan doorstoten tot dat niveau. Maar dat is net niet de essentie van Obama. De vraag luidt of er iemand in staat is te begrijpen wat er leeft bij de mensen én tegelijk een perspectief kan bieden aan wie uit de boot valt. Dat is de revolutie van Obama: zekerheid bieden én solidair zijn. Dat klinkt zelfs heel 19de eeuws. Waarom zouden wij dat niet kunnen?”

Omdat er in de VS nog wel wat te veranderen valt. Daar heb je geen ziekteverzekering voor iedereen. Obama kan dus doen wat de sociaaldemocratie in Europa al lang geleden gedaan heeft. De vraag is: waar kunnen sociaaldemocraten nog het grote verschil maken?

“Ik zie je redenering. Ik denk dat er in Europa wel degelijk ‘een groot thema’ bestaat, namelijk ongelijkheid. Dat is precies het thema van de sociaaldemocratie. Vertaal alle maatschappelijke discussies in termen van ongelijkheid. Het kan toch niet dat een aantal bankiers opnieuw in de richting gaat die ons in de problemen heeft gebracht. Geloof me, het casino-kapitalisme is terug. Dankzij het geld dat wij hen hebben gegeven. Onze regeringen hebben hen gered. Dan is er toch wel een goede aanleiding om kwaad te worden over ongelijkheid. In die zin had Stevaert gelijk. Je moet niet met een loodzwaar ideologisch verhaal komen. Je moet de problemen waarmee mensen geconfronteerd worden, vertalen in termen van ongelijkheid. En je moet de mensen opnieuw voor een keuze plaatsen. Zijn wij Vlamingen echt racistisch? Zijn wij voorstander van een ongelijke samenleving? Ik denk het niet. Links heeft het grote stemmenaantal van het Vlaams Belang te lang vertaald in: ‘Eigenlijk ligt het wat in de aard van de Vlamingen’. Welnu, ik geloof dat helemaal niet. Vertaal het eens zo: ‘Er is een groot probleem in de arme wijken met veel mensen van vreemde afkomst.’ Erken dat en besef dat autochtonen - een verschrikkelijk woord - daar schrik van hebben. Dat is toch een menselijke reactie die niets met racisme te maken heeft?”

Socialisten zeggen al sinds de jaren 1980 dat de zogenaamde samenlevingsproblemen eigenlijk sociaaleconomische problemen zijn. De armoedestatistieken bevestigen dat. Maar de kiezer gelooft het niet. Erger, de militanten van de sp.a geloven het vaak ook niet.

“Neen, maar misschien wonen zij ook niet meer in de volkswijken. Ons politiek personeel behoort tot de middenklasse. Het is niet evident om bij het laagste gedeelte van uw middenklasse geloofwaardig te zijn, laat staan bij de 20 procent uitgestotenen.”

Houdt u nu een pleidooi om weer meer arbeiders in het parlement te krijgen?

“Neen. Lenin zei dat weliswaar, maar hij was zelf ook geen arbeider. Hij wilde de emancipatie van de schoonmaakster, maar hij wilde toch niet dat ze de communistische partij zou gaan leiden. In het parlement moeten mensen zitten die daartoe bekwaam zijn. Het is geen mechanische vertaling van de samenstelling van je bevolking. Ik denk dat socialisten er niet in slagen de vinger aan de pols te houden, te voelen waar de behoeften precies liggen.”

We hebben het nu over voeling krijgen met de problemen van mensen in volkswijken. Wordt het socialisme ook niet geconfronteerd met een schrijnende machteloosheid op internationaal vlak? Van De Internationale is al lang geen sprake meer; in Europa zijn er nog amper regeringen die geleid worden door socialisten; in het Europees parlement heeft de PES klappen gekregen, socialistische partijen plooien zich terug op protectionistische beleidskeuzen. Ze zijn soms zelfs anti-Europees. Terwijl de grote problemen vandaag een Europese en internationale aanpak vereisen.

“De sociaaldemocraten hebben hun kansen verkeken toen ze tien jaar geleden in een meerderheid van de lidstaten de premier leverden. Toen hadden ze in de Europese Unie zaken kunnen verdiepen en institutionaliseren. Ze hebben dat niet gedaan omdat ze niet geloofden in hun eigen verhaal. Omdat sociaaldemocraten geloofden in de vrijheid van de markt en niet in het verhaal dat je de markten moet reguleren. Ze hebben zichzelf verloochend en daardoor de kans verkeken om van Europa een hefboom in de wereld te maken. Dat heeft gevolgen. Waarom zouden de mensen vandaag op de socialisten stemmen? Ze zeggen wel mooie dingen, maar toen ze de kans hadden om die er door te drukken, hebben ze het niet gedaan.”

De redenering luidde toen: als de markt goed draait, komen er via de belastingen ook meer middelen vrij die we kunnen herverdelen. Zo creëren we een actieve welvaartsstaat en dat is misschien niet eens zo slecht.

“Je weet toch dat dat ongeveer de stelling van Reagan was? Laat de markten zo vrij mogelijk functioneren en de welvaart druppelt wel naar beneden. Socialisten zijn gewoon het basisgegeven van de economie uit het oog verloren: een vrije markt is altijd inherent instabiel. The sky is the limit is een fata morgana. En als je crasht, zijn de kansarmen en de onderste laag van de middenklasse het eerste slachtoffer. Laten we eerlijk zijn: als je dat ziet, waarom zou je dan nog op de socialisten stemmen? Waarom zou je dan niet stemmen op een Sarkozy die tijdens een verkiezingscampagne zegt: ‘Il ne faut pas subir la mondalisation sauvage.’ Zo’n man toont zich daadkrachtig en gaf de indruk dat hij er iets aan ging doen. Ondertussen geloofden de socialisten niet in hun eigen ideologische verhaal. En de mensen die eigenlijk door de sociaaldemocratie beschermd moesten worden, hebben er de prijs voor betaald.
Maar inderdaad, de sociaaldemocratie wordt geconfronteerd met schijnbaar tegengestelde bewegingen: ze moet meer aandacht hebben voor het lokale niveau, én ze moet de uitdagingen op het Europese niveau aangaan. Vroeger slaagden socialisten er in om het lokale én het nationale niveau te combineren, wat aanvankelijk helemaal niet evident was. Oorspronkelijk werkte het socialisme op het lokale niveau, met de coöperatieven en associaties. Tot men besefte dat je de macht van de staat nodig had als hefboom om die lokale situaties met elkaar te verbinden en de geboekte resultaten te verankeren. Vanaf toen gingen de socialisten streven naar het veroveren van de staatsmacht. Vandaag moet de sociaaldemocratie opnieuw een soortgelijke sprong maken, een sprong tussen lokale inbedding en de echte hefboom van vandaag, namelijk Europa. Daar slagen ze nog niet in. Het is ook ingewikkelder geworden: én het lokale én het nationale én het Europese. De sociaaldemocratie moet nochtans de succesformule herontdekken die de sprong naar een hoger niveau mogelijk maakte in het begin van de twintigste eeuw.”

Het verschil is dat er toen een echte staat was, terwijl Europa nog steeds een onduidelijk project is, waarvan we niet weten welke richting het uitgaat. In die zin is de aanstelling van Herman Van Rompuy ...

“... symptomatisch voor Europa. Je hebt gelijk.”

De socialisten hebben hard gewerkt om de post van de Hoge Vertegenwoordiger te hebben. Ze zijn met posten bezig geweest, niet met de ontwikkeling van een visie op Europa. Labour heeft niet eens campagne gevoerd voor de Europese verkiezingen, maar wenste wel dat Blair president werd._ Faut le faire_.

“Als de socialisten het Europese verhaal niet gaan koppelen aan het lokaal verhaal, gaan ze nooit meer aan de bak komen. Ik herhaal mijn refrein: wat je vroeger met de staatsmacht kon doen, heb je nu op Europees niveau nodig. De sp.a heeft op Europees niveau zelfs goede mensen zitten: Kathleen Van Brempt, Saïd El Khadraoui, destijds Anne Van Lancker… Chapeau voor alles wat zij doen en deden. Maar het Europese project is geen zaak voor individuele parlementsleden. Het is een verhaal dat gedragen moet worden door de partij. Socialisten zijn pas machtig geworden toen ze in staat waren de instrumenten van de staatsmacht te veroveren. Als ze die niet hebben, schrompelen ze verder in elkaar. Het ACV, met Luc Cortebeeck, zet ontzettend zwaar in op de internationale samenwerking. Hij beseft dat je die link nodig hebt als vakbeweging. Ook het ABVV zet in op het Europese niveau. Bovendien is de kloof tussen ACV en ABVV overbrugd. Het zijn natuurlijke bondgenoten geworden, die het belang van de grotere internationale organen inzien. Versta me niet verkeerd. Ik beweer niet dat het simpel is. As je bedenkt dat de socialistische beweging bij ons pakweg in 1875 ontstaan is en pas in 1918 in de staatsmacht terecht is gekomen, dan weet je dat het een hele tijd kan duren. Het gaat minstens zo lang duren vooraleer je met Europa een instrument hebt dat vergelijkbaar is met de nationale staat in 1918. Waar socialisten zich in de periode tussen 1875 en 1918 wel tegen afgezet hebben, was het nationalisme en het gebruik dat de elites van het nationalisme maakten om hun persoonlijke belangen te behartigen. Socialisten en communisten zagen het internationalisme als een antwoord op het reactionaire appelleren aan het natiegevoel. Ik bepleit vandaag een nieuw sociaal contract voor de sociaaldemocratie. Ik denk dat je met dit land in staat bent een model te bieden dat uniek is in Europa; een model waarin je verschillende gemeenschappen laat samenwerken. Een model waarin je je opnieuw afzet tegen het nationalisme van een N-VA, een nationalisme dat een bepaald belang dient.”

Een afgunstnationalisme dat de ander, met name de Waal, alle schuld geeft van de problemen?

“Het is veel erger. Het is de arrogantie van le nouveau riche. Wat groepen zoals N-VA door die hele staatshervorming nastreven, is niet de Vlaamse natie onafhankelijk maken omwille van de Vlaamse natie. Nee ze doen het omwille van de beter bedeelden, omwille van het egoïsme van de Vlaamse nouveau riches, omwille van het afschermen van solidariteitsmechanismen. Ik ben het helemaal eens met Luc Cortebeeck die in zijn erg mooie boek De solidaire samenleving beschrijft hoe sommigen de staatshervorming en het appelleren aan het Vlaams nationaliteitsgevoel gebruiken als een hefboom om tot een minder solidair Vlaanderen te komen. Dat is onze vijand. Dat is de tegenstander van de linkerzijde, van de sociaaldemocratie.”

Heeft de crisis van de sociaaldemocratie ook te maken met politiek personeel? Er wordt wel eens gezegd dat de overgang tussen politieke generaties er voor zorgt dat een duidelijk leiderschap ontbreekt.

“Ik geloof niet dat dat het probleem is. Het zijn altijd omstandigheden die mensen groot maken. Het heeft eerder te maken met een gebrek aan geloof in eigen kunnen, een gebrek aan weten waarvoor je gaat. Waren de politieke leiders van de socialisten in de 19de eeuw zoveel beter dan die van vandaag? Ze voelden in de beweging wel beter aan welke behoeften er leefden, en ze durfden meer uitkomen voor wat ze dachten dat noodzakelijk was. Eigenlijk ‘zag’ men toen klaarder. Dat heeft niets te maken met politiek personeel, maar alles met een beweging. Mag ik hier eens een positief verhaal vertellen?”

Absoluut...

“Ik heb het gevoel dat de spraakmakende elite in ons land ontzettend ver verwijderd staat van wat mensen denken. Ik denk bijvoorbeeld dat er vandaag een minder meedogenloos politiek klimaat groeit inzake diversiteit dan wat je leest in de opiniepagina’s van de kranten en hoort in de politieke debatten; en dat de samenleving dus eigenlijk volwassener reageert dan de politieke klasse. Ik beweer dus dat de samenleving veel positiever evolueert in dat dossier van diversiteit dan we vermoeden. Ik denk ook dat de mensen het veel meer zouden appreciëren als we het aspect van ongelijkheid in al zijn facetten opnieuw naar voren zouden brengen. Gaat het de sociaaldemocratie in de volgende verkiezingen helpen? Waarschijnlijk niet, want het moet ook geloofwaardig zijn. En daar zijn we nog niet aan toe omdat we nog niet in het reine zijn met de gevolgen van de staatshervorming. De socialisten sluiten zich op in een verhaal dat het hunne niet is. De natuurlijke vijand van de sociaaldemocraat is toch niet de Waal? Versta me niet verkeerd, in Franstalig België is de PS in hetzelfde bedje ziek. Het is ergerlijk te horen hoe sommige mensen van de PS over de Vlamingen spreken. Het sociaaldemocratische verhaal is er een van de strijd tegen ongelijkheid. Als men bij sp.a al eens zou beginnen met elk probleem door die bril te bekijken: het hoofddoekendebat, de Vlaams-Waalse tegenstelling, de niet-organisatie van Europa, de financiële crisis, de klimaatcrisis… Als je doorheen de bril van de ongelijkheid kijkt, trek je andere conclusies. Die intellectuele oefening is iets voor de studiedienst van de socialistische partij. Evalueer de dossiers niet enkel op hun technische aspecten, maar ook doorheen de bril die ongelijkheid ziet. Zo ga je geleidelijk aan een body bouwen, aan een geheel van stellingen en analyses die beantwoorden aan jouw profiel. Je zal er misschien niet meteen de top van de middenklasse mee veroveren (dat hoeft ook niet), maar je zal tenminste opnieuw maatschappelijke keuzes kunnen aanbieden. Het wordt, om het in het Frans te zeggen, une lutte de longue durée, mais pas la lutte finale.”

Het zijn boeiende tijden, maar nogal wat partijmedewerkers en militanten vinden het niet makkelijk om aan de kant van de verliezers te zitten.

“Ze zitten niet aan de kant van de verliezers, maar aan de kant van de zelfverklaarde verliezers. Ik ben op de toenmalige studiedienst SEVI terechtgekomen in 1983, in volle oppositie. In 1981 waren de socialisten uit de regering gewipt. Niemand wist in 1983 dat we vijf jaar later opnieuw in de regering zouden zitten. Maar toen zat er schwung in de partij, met Van Miert, Tobback, Willockx, Van den Bossche... Ook al zat je in de oppositie, je had het gevoel van: ‘We gaan het maken.’ Vandaag kan je de vraag stellen of de sp.a een partij is die de toekomst aan het voorbereiden is? Ik vrees van niet. Ik heb altijd de historische reflex om na te gaan waarom het in het verleden wel gelukt is en vandaag niet. Welnu, omdat sp.a de toekomst niet voorbereidt. Vroeger boden we perspectieven…”

...op een modernistische toekomst, met ruime luchtige appartementen in plaats van benepen krotten, op nieuwe technologieën, die positief werden voorgesteld…

“Precies. En daarmee gaf je eigenwaarde aan de mensen. En je bood hen de geborgenheid van een beweging die gelooft in een zonnige toekomst. Vandaag is de politiek de gevangene van de waan van de dag, mede door het feit dat communicatiespecialisten al te dikwijls de dienst uitmaken. Elke verkiezing moet er iets nieuws verzonnen worden. Maar de core business blijft het bestrijden van ongelijkheid. Dat is misschien niets nieuws, maar wel noodzakelijk om de uitdagingen aan te pakken.”

foto's: Theo Beck

Samenleving en politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 10 (december), pagina 24 tot 32