Log in

'De sociaaldemocratie moet het contact met de samenleving herstellen'

Interview met Monika Sie Dhian Ho (Directeur Wiardi Beckman Stichting)

De Europese sociaaldemocratie heeft een zelfkritische renaissance nodig. Haar politieke leiders van vandaag hebben onvoldoende voeling meer met hun achterban. Ze zijn in het beste geval verworden tot goedmenende beheerders van de verzorgingsstaat; in het slechtste geval tot technocraten. Monika Sie Dhian Ho is niet mals voor de politieke leiders van de Europese sociaaldemocratie. Maar ze wil ook dat socialisten ophouden met ongepaste zelfkastijding: we mogen trots zijn op wat we bereikt hebben. Alleen is het nu tijd voor een herbronning. Academici in heel Europa hebben daarin een rol te spelen.

In het najaar van 2009 organiseerde ze de eerste bijeenkomst van een denktank die zich de komende jaren zal buigen over de toekomst van de sociaaldemocratie in Europa. Monika Sie Dhian Ho (1967) bundelde daartoe de krachten van ‘haar’ Wiardi Beckman Stichting - het wetenschappelijk bureau van de Nederlandse PvdA - met die van Policy Network, een internationale denktank, destijds opgericht als intellectuele vlaggenschip van de nieuwe sociaaldemocratie door Tony Blair en zijn toenmalige ambtgenoot Gerhard Schröder. Vijfendertig denkers uit heel Europa - waaronder ‘onze’ Mark Elchardus en voormalig sp.a-minister Frank Vandenbroucke - verzamelden in het hartje van de Amsterdamse Walletjes om de patiënt - de noodlijdende Europese sociaaldemocratie - te onderzoeken. “In één van de oudste kloosters van Amsterdam, het Bethaniënklooster, midden in het red light district. ‘Een geschikte plaats voor boetedoening’, grapte Policy Network voorzitter Roger Liddle,” zegt Monika Sie, die politicologie en internationale betrekkingen doceerde aan de universiteiten van Rotterdam en Leiden, en staflid was bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, alvorens in 2008 de leiding te nemen van het wetenschappelijke bureau van de PvdA. “We vinden dat de renaissance van de sociaaldemocratie een zelfkritische renaissance moet zijn, vandaar dat klooster als symbolisch begin.” Die eerste bijeenkomst resulteerde in een Intentieverklaring onder de naam The Amsterdam Process, die twee kritische uitgangspunten naar voor schuift: links heeft haar ogen gesloten voor de oorzaken van het verlies aan vertrouwen en slagkracht én heeft zich teruggetrokken op een eilandje, te zeer afgesneden van nieuwe ideeën en van de bekommernissen van haar achterban. Kortom, de sociaaldemocratie loopt al een tijdje met oogkleppen rond. “Afgelopen december waren we met een WBS- en Policy Network-delegatie op het PES-congres in Praag. Daar werd een analyse gegeven van de Europese verkiezingen van juni 2009, waarin de oorzaken van de historische nederlaag bij iedereen werden gezocht - bij de kiezers, bij de conservatieven - behalve bij onszelf. Herbronning gaat gewoon niet lukken in die politieke context. Het moet dus met een soort avant-garde gaan werken; met eigenwijze mensen, met wetenschappers, politici en maatschappelijke bewegingen die in de haarvaten van de samenleving zitten. Politieke academici en academische politici moeten het samen doen. Met weer een boekje van de Wiardi Beckman Stichting gaan we de oorlog niet winnen.”

Zegt u toch ook dat politici niet meer in staat zijn in eigen boezem te kijken?

“De sociaaldemocratie verandert voortdurend. Eerst was het een volkspartij die op kwam voor de emancipatie van de arbeiders. In Nederland is het op het einde van de jaren 1960, begin jaren 1970 een activistenpartij geworden, met veel doctorandi aan boord. Toen de verzorgingsstaat op het einde van de jaren 1970
in crisis kwam, zijn het steeds meer de managers van de verzorgingsstaat geworden. Ze probeerden met de allerbeste bedoelingen die verzorgingsstaat overeind te houden. Dat trekt een bepaald soort politici aan, politici die zich willen specialiseren in de hypercomplexe bureaucratie van de verzorgingsstaat. Daarop word je afgerekend in Den Haag. De sociaaldemocratische identiteit van een hervormingsgezinde beweging, die altijd een nauwe life line had met haar kiezers, is verwaterd. Hetzelfde geldt voor de life line naar de wetenschap. Ook van de wereld van de ideeën zijn de technocraten van de verzorgingsstaat te zeer afgesloten geraakt. Om de enorme focus op de macht te rechtvaardigen - zelfs al valt er nauwelijks te regeren met een bepaalde coalitiepartner - hoorde je het argument dat het ‘met ons in de controlekamer beter is dan zonder ons’. Vandaag gaat het om technocratie, in plaats van over politieke visie, met een focus op regelgeving in plaats van op een narratief. Terwijl inmiddels een war on narratives is uitgebroken. Wij proberen op een rationele manier, met behulp van statistieken, te concurreren met tegenstrevers die de mensen wel aanspreken met een politieke visie en een politiek verhaal.”

Welk profiel moet de sociaaldemocratische politicus van de toekomst hebben?

“Ze moeten een betere verbinding kunnen maken tussen onze kernwaarden en dagdagelijkse politieke standpunten. Ik heb in 2005 in de beginselprogramma-commissie gezeten met Wouter Bos en Ruud Koole. Bos wilde dat per se beperkt houden tot waarden. Hij wilde dat niet verbinden met een maatschappijanalyse, of wilde die waarden niet uitwerken in een politieke visie. Dan riskeer je dat enkel abstracte kernwaarden overblijven. Vrijheid, gelijkheid, solidariteit. Daar zijn de liberalen ook voor. Het gaat om sociaaldemocratische invulling van deze idealen, tegen de achtergrond van een eigen maatschappijanalyse. Aan de andere kant heb je hyperconcrete verkiezingsprogramma’s; paginalange opsommingen van punten die geen onderlinge samenhang lijken te hebben. Het lijken wel wenslijsten van ngo’s die toevallig langskwamen of van wethouders die programma’s geschreven hebben. Wat onze kernwaarden verbindt met het verkiezingsprogramma, is een coherente maatschappijanalyse van de grote problemen van vandaag. Je moet kunnen zeggen: ‘Als dit onze waarden zijn, dan vinden we deze trends problematisch, en dan willen we daar op deze manier iets aan doen’. Dat ontbreekt. Doordat die politieke visie is verwaarloosd, weten de mensen niet of de sociaaldemocraten nu voor of tegen de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd zijn. Want hoe kun je dat uit abstracte kernwaarden zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit afleiden? En de verkiezingsprogramma’s zijn vaak ook niets waard in dit opzicht, want daarin waren alle coalitiepartijen in Nederland tegen de verhoging van de pensioenleeftijd of werd er niet over gesproken. Daarom moet de prioriteit in de ideologische herbronning nu echt liggen op de politieke visie, die beginselen verbindt met politieke standpunten. Ik zou willen dat we weer een ethisch geladen, waardengedreven, politieke visie ontwikkelen die heel kenmerkend sociaaldemocratisch is; die mensen onmiddellijk herkennen als: ‘natuurlijk sp.a’, ‘natuurlijk PvdA’.”

Heb je de indruk dat de generatie die nu bestuurt niet in staat is frisse initiatieven te nemen om problemen op te lossen? Toen in Nederland het plan voor een Noordzeering van windmolens wer

gelanceerd door Rem Koolhaas, reageerde de PvdA amper of niet._

“Ons narratief was heel eenduidig: ‘Emancipatie van arbeiders en bestaanszekerheid voor iedereen’. We hebben verwaarloosd een narratief te ontwikkelen ten aanzien van nieuwe problemen, waaronder problemen van milieu, van migratie en integratie. Brede welvaartsbegrippen, om bij jouw groene voorstellen te komen, zijn eigenlijk al zo’n 20 tot 25 jaar aan het ontwikkelen in de samenleving. Sociaaldemocraten kunnen daar een narratief rond ontwikkelen: ‘Wij willen niet louter economisch groeien; wij willen ook een bestaanskwaliteit.’ Als je het concept van een kwaliteitsvol bestaan incorporeert, kan je zulk een verhaal heel dicht bij de mensen brengen.
Het is nu wel lastiger natuurlijk omdat er vandaag problemen bestaan die de bevolking cultureel veel meer verdelen. Daar gaan we nog onwennig mee om. Een ideologische vernieuwing zal pas succesvol zijn als ze er in slaagt een narratief te ontwikkelen dat heel verschillende kiesgroepen aanspreekt én toch sociaaldemocratisch blijft. Het gaat er om dat je, wat Mark Elchardus het narrative of decline noemt, kent, begrijpt en vervolgens op een authentiek sociaaldemocratische manier politiseert. Men politiseert het nu wel, maar veel te populistisch naar mijn gevoel.”

Verwijst u dan ook naar het ‘flinkse’ jargon?

“Er zit een sociaaldemocratische kern in zowel de zorgen die de populisten politiseren als in flinks: zorgen over de teloorgang van de verzorgingsstaat, van zeggenschap, en van waarden en normen. Maar je hoeft daar de nationalistische, patriottische retoriek van de populisten niet voor over te nemen.”

Dat heeft de PvdA toch wel gedaan?

“Ik heb geprobeerd om daar met onze integratieresolutie tegen in te gaan. Ik vond het nodig dat er meer duidelijkheid zou komen over de politieke visie van de PvdA op migratiegebied. Wat mij betreft zou dat een visie in drieën zijn: assimilatie van iedereen aan de rechtsstaat; participatie in democratie, samenleving en economie; en ruimte voor pluriformiteit op cultureel terrein, waarbij de PvdA gezien haar emancipatoire traditie binnen die pluriformiteit wel een vrijzinnige richting vertegenwoordigt. Die visie zou ook die narratives of decline serieus nemen. Zij zeggen: ‘De normen van de rechtsstaat worden hier niet eens meer gehandhaafd.’ Dat moet je ernstig nemen. Migranten hebben een disproportioneel hoog aantal criminelen; er wordt misbruik gemaakt van de welvaarts- en verzorgingsstaat. Dan hebben we het toch over de normen van de rechtsstaat? Welnu, luidop zeggen dat je die normen ferm zult handhaven, is een belangrijk statement. Het neemt de sociaaldemocratische kern van de zorgen in die narratieven serieus. Daarnaast was het een resolutie die heel ferm inzette op participatie in de samenleving: je niet neerleggen bij hoge werkloosheidsaantallen van migranten, je niet neerleggen bij vrouwen die thuis worden gehouden, hen betrekken bij het opvoeden van hun kinderen op scholen, enzovoort. Als laatste voorzagen we ook in een soort moreel kompas om met culturele conflicten om te gaan. Daar is het naar mijn smaak wat mis gelopen. Ik vond het voorstel van de politieke top onnodig patriottisch, zoekend naar een sociale cohesie, vluchtend in een vaak kunstmatige identiteit...”

Zoals de uitbouw van een Nederlandse canon....

“Als sommige mensen daarin houvast vinden, moeten ze dat vooral ook doen. Maar de meeste mensen vinden het belangrijker dat je weer in een volkswijk kan leven waarin je niet bang hoeft te zijn voor criminelen, waar je niet over de vuilnis struikelt, waar mensen niet worden voorgetrokken boven anderen, waar er geen mensen rondhangen waarvan je denkt ‘die kunnen prima werken’. Dat heeft allemaal te maken met normhandhaving, met grenzen stellen. Dat soort problemen ondergraven de sociale cohesie meer dan het besef dat we niet allemaal dezelfde Nederlandse canon van buiten kennen.”

Dat discours kennen we in Vlaanderen ook. Maar als je dan ‘correcter’, strenger gaat handhaven, wil iedereen dat vooral ‘de ander’ strenger wordt aangepakt. Witte mensen willen graag dat migranten strenger worden aangepakt, toch?

“Integratie is - zoals Paul Scheffer het zo mooi verwoordt - een proces van wederzijdse kritiek en zelfkritiek. Anders wordt het echt helemaal niks. Dus als mijn witte buurman weer eens de hele boel ophoudt omdat hij midden op de weg ruzie staat te maken met een andere automobilist, dan hoort men hem aan te spreken, net zo goed als elke andere persoon. Met mensen zoals Job Cohen zie je weer een soort van wethouderssocialisme opkomen in Nederland. Ferm op normenhandhaving en duidelijke grenzen stellen. Maar tegelijkertijd een inspanning doen op het culturele vlak om te verbinden. Cohen neemt het voortouw in een veelkleurige beweging van vrijzinnige vaandeldragers. Ik vind dat mensen recht hebben op godsdienstvrijheid, maar ik beklaag het dat vrouwen in boerka’s moeten lopen. Ik beklaag het dat zij hun huizen niet uit kunnen. Ik vind dat mensen de vrijheid hebben om in laatste instantie hun autonomie over te dragen aan hun man, maar ik zal als vrijgevochten vrouw er politiek gezien alles aan doen om een bepaald ideaal uit te dragen. Maar je moet niet de indruk wekken dat elke moslim per definitie deloyaal is aan de Nederlandse samenleving of achterlijk is. Je moet er op letten niet nodeloos vervreemdend te zijn in je politiek.”

Aan de Vlaamse trendwatcher Herman Konings, werd onlangs gevraagd of de jeugd conservatiever wordt. Hij zei: we hebben dat lang gedacht, maar dat klopt niet helemaal. Zij zijn de generatie die hun ouders uit elkaar hebben zien gaan, zij hebben hard werkende ouders gezien, die ‘s avonds laat thuis kwamen. Dat willen ze zelf niet meer. De zorg voor het kerngezin en de aandacht voor hun kinderen is voor hen belangrijker. Dat lijkt erg conservatief, maar het gaat in werkelijkheid om kwaliteit....

“Juist. Voor een deel is het zelfs een correctie op onze eigen koers van de hyperactiverende verzorgingsstaat, van een hyperidealistisch idee van de kennissamenleving die haast een ideologie is geworden. Maar twintig procent van de kinderen kan gewoon niet leren! Hoeveel kennis je daar ook in wil pompen, hoe hard je ook je best doet, ze kunnen niet leren. Misschien willen niet alle vrouwen en mannen honderd procent participeren, maar willen ze een 30-urige werkweek om hun kinderen behoorlijk op te voeden en hun zieke ouders te verzorgen. Ik zeg dat als een vrouw die zelf dubbel zo lang werkt, maar dat wil niet zeggen dat ik niet ook met die deels strijdige wensen worstel. Hoe organiseren we dat, zonder moraliserend te zijn? In elk geval investeren in goede kinderopvang en in hoog opgeleide leidsters, of opvang bij mensen thuis.”

In dat soort discussies denken sociaaldemocraten al gauw dat zorg en gezinsbeleid iets is voor christendemocraten.

“De relatie tussen arbeid en zorg en de relatie tussen arbeidstijd en vrije tijd is altijd een agendapunt geweest. Het past helemaal in onze traditie. Wat zij Marx ook al weer? Dat je naast het werk ook moest kunnen jagen en lezen en zo. Ach, we mogen al eens kritisch zijn op onszelf, maar tegelijkertijd moeten we ophouden te doen alsof wij de schuld van alles zijn. We moeten ook trots zijn op de verzorgingsstaat en de bestaanszekerheid die we bereikt hebben. Voor grote groepen was dat zonder de sociaaldemocratie nooit bevochten. Die verzorgingsstaat is een fantastische verworvenheid, dus daar moeten we trots op zijn.”

Laten we het nog eens hebben over dat patriottisme waar u over sprak. Nogal wat sociaaldemocratische partijen reageren vandaag protectionistisch door zich terug te plooien op de nationale staat. Waar de socialistische partijen nationalistisch en zelfs anti-Europees worden, worden hun denktanks steeds Europeser en internationalistischer.

“Ik zie diezelfde bewegingen. Daarover kan je hetzelfde zeggen als over migratie en integratie. Verhalen die al heel lang leven in de samenleving zijn genegeerd en niet beantwoord op een authentieke sociaaldemocratische manier. Een analyse van de Universiteit van Twente over het Nederlandse ‘neen’ tegen het Grondwettelijk Verdrag in 2005 toont drie redenen waarom mensen tegen hebben gestemd. Eén: sociaaleconomische zorgen over de gevolgen van Europese integratie voor de verzorgingsstaat - volstrekt sociaaldemocratisch te politiseren. Twee: zorgen over het democratisch gehalte van Europa, ook iets dat wij horen op te pakken. En drie: grote zorgen over het teloorgaan van onze identiteit. Daar is voor de sociaaldemocratie misschien wat lastiger mee om te gaan, maar de eerste twee zijn kernkwesties voor de PvdA. Wat is er gedaan? Er werd een brede maatschappelijke discussie beloofd. Die is er niet gekomen omdat de middenpartijen vreesden dat zo’n discussie koren op de molen zou zijn voor populisten als Jan Marijnissen en Geert Wilders. Ze hadden ook de noodzaak kunnen voelen om die terechte zorgen over Europa authentiek sociaaldemocratisch te kwalificeren. Door jarenlang te zwijgen, geef je populisten precies de kans om net die dingen eruit te pikken die goed bij hen passen; zoals de angst voor vreemdelingen en de angst voor de islam. Zij politiseren Europa langs de culturele dimensie, een dimensie die hen goed ligt. Ondertussen hebben wij de hele democratische en sociaaleconomische dimensie aan de kant laten liggen. Het ergste wat we nu kunnen doen, is de populisten na-apen op het politiseren van culturele zorgen. Tien jaar comfortabel achterover leunen, te zeer tot het establishment behoren om die zorgen überhaupt nog te herkennen - want regeren was belangrijker - en nu het electoraal interessant wordt, het kunstje afkijken van de populisten! Kom nou.”

Ik zie vooral weinig gebeuren bij de Europese sociaaldemocraten.

“Ik pleit voor een heel constructief, Europees verhaal waarin je laat zien dat sociaaldemocraten niet anders kunnen dan links én groen én Europees zijn. En dat we een Europees alternatief voor het snoeiharde Amerikaanse en Aziatische model ontwikkelen, geïnspireerd door de verzorgingsstaattradities in Europese landen. Een Europees model dat concurrerend is op de kwaliteit van het bestaan, op een breder welvaartsbegrip dan alleen maar economische groei. Zolang het Europees Parlement zo weinig legitimiteit heeft, is het belangrijk dat je er de nationale parlementen bij betrekt. Accepteer dat je niet enkel een supranationale Europese Unie hebt, maar ook een heel levendige transnationale Europese gemeenschap. Bijvoorbeeld van denktanks die elkaar opzoeken in avant-gardes. Dat is prachtig. In plaats van alles in een supranationale denktank te stoppen, zoals de Foundation for European Progressive Studies (FEPS) in Brussel, een intensieve samenwerking tussen FEPS en de nationale denktanks, én de laatste onderling. Probeer niet alles in dat straight jacket van die helemaal nog niet zo legitieme Europese Unie te persen.”

Hoe verklaar jij nu dat die denktanks nu plots initiatieven nemen?

“De Wiardi Beckman Stichting heeft een lange traditie van transnationale samenwerking met het Rennerinstituut in Oostenrijk, met de FES in Duitsland, met Policy Network in Groot-Brittannië. Die transnationale netwerken die aan het ontstaan waren, zijn de laatste twee jaar eigenlijk cadeau gegeven aan de FEPS. Die supranationale denktank in Brussel moet zich vooral met EU-aangelegenheden bezig houden. Maar de uitwisseling van nationale ervaringen, zoals wij die nu bijvoorbeeld uitwisselen tussen de Vlamingen en de Nederlanders, moet blijven doorgaan. Het is zo moeilijk om met 27 een herbronningproces aan te vatten. Dat zag je tijdens de afgelopen PES-dagen in Praag ook. Europa is ook begonnen in kleine groepjes. Het is een open proces.”

Jullie kunnen nu met zijn allen discussiëren en elkaar gelijk geven, maar hoe ga je dat tot de actieve politiek laten doorsijpelen? Denktanks worden daar vaak als lastposten gezien.

“Door vanaf het begin politici die hervorminggezind zijn en een open oor hebben voor deze aspiraties, erbij te betrekken. Wouter Bos is vanaf het begin betrokken geweest bij de lancering van het Amsterdam-programma van de Wiardi Beckman Stichting en Policy Network. Tegelijkertijd willen we een nieuwe generatie van politici aanboren. Omdat ik er ook van overtuigd ben dat er een vertrouwensprobleem is met een groot deel van de huidige politici. Alleen maar met ideologische herbronningsprogramma’s gaan we het niet redden. Je zult dat vertrouwensprobleem voor een deel moeten aanpakken met een nieuwe generatie.”

Zie je ze in Nederland die nieuwe generatie?

“Ze zitten - voor zover ik ze zie - in de gemeenten, in de lokale politiek. Daar is het onderhouden van de life line met je kiespubliek een kwestie van overleven. Dag in dag uit heb je je met je kiezers te verhouden. Dat genereert een ander soort politici die inspiratie en nieuwe zuurstof geven aan de sociaaldemocratie. Het zal een combinatie moeten zijn van politieke programma’s, een bepaald type van politici en een bepaalde manier van politiek bedrijven die niet zo op de macht is georiënteerd.”

Ik hoor u bijvoorbeeld niet zeggen dat de sociaaldemocratie politici nodig heeft uit de doelgroepen waar ze nu zwak staat…

“De samenstelling van de Kamer is inderdaad te eenzijdig. Velen hebben een academische en/of ambtelijke achtergrond.”

…de arbeider moet terug in het parlement?

“We moeten aan de andere kant ook ophouden met die zelfkastijding. Alsof mensen met een opleiding de sociaaldemocratie niet kunnen vertegenwoordigen. Iemand als Pim Fortuyn, die miljoenen mensen in Nederland het gevoel gaf dat ze vertegenwoordigd waren, was een professor. Den Uyl was een geleerd man. Het ligt dus echt niet aan je opleidingsniveau.Hadden we dat soort leiders als Den Uyl nog maar! Maar hij kon heel verschillende mensen aanspreken.”

Hoe zie je daarin de verhouding met de vakbeweging? De laatste 10 jaar is dat een moeilijke verhouding.

“Ik koester de relatie met de vakbeweging zeer. Met de Wiardi Beckman Stichting hebben we de werkgroep Arbeid heropgericht, waarin naast wetenschappers en politici ook mensen uit de vakbeweging zitten. Zij zien waar nieuwe pockets van kwetsbaarheid aan het ontstaan zijn. De problematiek van de massale outsourcing bijvoorbeeld. Je kunt je mond vol hebben over de kennissamenleving, maar tegelijkertijd is er een taylorisering van laaggeschoolde diensten aan de gang; echt vreselijke praktijken in het uitzendwerk. De vakbeweging zit daar dag in dag uit in. De sociaaldemocratie hoort een beweging te zijn die daar de schijnwerpers op richt. Dat moet samen mét de vakbeweging gebeuren. Politieke partijen hebben helemaal niet meer het vermogen om allerlei maatschappijanalyses te maken. Dus je hebt de vakbeweging nodig in een coalitie voor de kwaliteit van het bestaan.”

Nogal wat sociaaldemocratische partijen in Europa zien of zagen de vakbeweging als een eerder conservatieve instelling die verworvenheden tracht te beschermen. In jouw verhaal zijn ook de partijen conservatief geworden, omdat ze gewoon doorgaan met het beheer van de welvaartsstaat en geen nieuwe visie ontwikkelen op nieuwe uitdagingen.

“Om eerst maar even bij het woordje ‘conservatief’ te beginnen. Voor het herbronningsproces en het ontwikkelen van nieuwe narratieven moeten we beginnen bij het vooruitgangsbegrip. Ons vooruitgangsbegrip is gekaapt door de neoliberalen. En dat hebben we zomaar laten gebeuren; we zijn ze gaan napraten. Dus vooruitgang is geworden ‘economische groei’; vooruitgang is geworden ‘iedereen doctorandus’. Maar wat is vooruitgang eigenlijk? Vooruitgang heeft te maken met de kwaliteit van het bestaan. Vooruitgang is de kwaliteit van de arbeid; goed werk waar je trots op kan zijn, of dat nu laag- of hooggeschoold is. Kwaliteit van het bestaan is geluk. Dus bruto nationaal geluk in plaats van bruto nationaal product. Dat vooruitgangsbegrip moet worden teruggekaapt. Als je vooruitgang zo definieert, zijn de dingen waarvoor wij strijden, en die nu conservatief of behoudzuchtig worden genoemd, juist progressief. Wij willen een stap vooruit maken in termen van kwaliteit van de arbeid. Dan trek je samen met de vakbeweging op om te vechten voor de rechten van je schoonmakers. Tegelijkertijd vind ik dat je de vakbeweging moet aanspreken op het najagen van kwaliteit voor iedereen, en niet alleen voor insiders. Dus je moet met de vakbeweging nadenken over hoe je kwaliteit van de arbeid kan garanderen voor al die mensen die buiten de CAO’s vallen. Maar samen mét hen, in plaats van in oppositie tegen hen.”

Jullie zijn in Amsterdam een proces gestart dat nog twee jaar verder moet gaan. Wat mogen we verwachten_

“Het is de bedoeling om dit soort conferenties van academische politici en politieke academici te hebben in een aantal Europese steden. We gaan interessante denkers en doeners opzoeken om die ideologische herbronning een stap verder te brengen. We proberen in die seminars twee denkers centraal te stellen waarvan we grote verwachtingen hebben. Jullie Mark Elchardus en onze Kees Schuit zouden bijvoorbeeld twee sociologen kunnen zijn voor een Vlaams-Nederlandse sessie. Al die bijeenkomsten worden uitgeschreven en die tussenproducten worden gebundeld in een manifest dat het schild van ideeën moet vormen dat een nieuwe generatie politici omhoog kan tillen.”

foto's: Theo Beck

Samenleving en politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 1 (januari), pagina 14 tot 23