Log in

'De zon of de wind kan je niet privatiseren'

Interview met Hermann Scheer (SPD-parlementslid en voorzitter Eurosolar)

Energie moet op een heel andere manier belast worden, willen we eindelijk de omslag kunnen maken naar hernieuwbare energie. De Duitse sociaaldemocraat Hermann Scheer bereidt daarom een wetsvoorstel voor dat belastingen op energie wil vervangen door belastingen op energiepollutie. Scheer is de vader van de Duitse wet op hernieuwbare energie en al jarenlang voorvechter van schone energie.

Hermann Scheer (1944) zetelt al dertig jaar voor de SDP in de Duitse Bundestag en is wellicht de bekendste Europese voorvechter van hernieuwbare energie. Hij studeerde economie, sociologie, politieke wetenschappen en publiek recht, en doctoreerde in de economische en politieke wetenschappen. Na een korte academische loopbaan werkte hij van 1972 tot 1976 als systeemanalist in het Duitse Centrum voor Nucleair Onderzoek. In 1980 werd hij voor het eerst verkozen in het parlement, waar hij zich al snel ontpopte tot de ontwapeningsspecialist van de Duitse sociaaldemocraten. Zijn belangstelling voor nucleaire energie deed hem het hele energiesysteem in vraag stellen en Dr. Scheer ontwikkelde zich langzaam tot een energierebel binnen zijn eigen partij. In 1999 ontving hij in Stockholm de Right Livelihood Award, een alternatieve Nobelprijs voor mensen die werken aan oplossingen ‘voor de meest dringende problemen waarmee de wereld vandaag kampt’. In 2002 kreeg hij van Time Magazine de Hero for the Green Century Award. Hij bleef daarna de prijzen op het gebied van hernieuwbare energie opstapelen. Hermann Scheer is nu voorzitter van Eurosolar, de Europese belangenbehartiger voor hernieuwbare energie en lag aan de basis van het vorig jaar opgerichte International Renewable Energy Agency (IRENA), een mondiaal kenniscentrum voor hernieuwbare energie.
Hoewel Scheer vandaag de sociaaldemocratische energiespecialist bij uitstek is, begon hij zijn politieke carrière als vredesactivist. “Maar de overstap van vredesactivisme en voorvechter van ontwapening was logisch,” zegt Hermann Scheer. “In het begin van de jaren 1980 merkte ik al snel dat er bij de ecologische beweging een groot vacuüm bestond in hun voorstellen. Ze spraken over de afschaffing van nucleaire energie, maar stelden geen alternatieven voor. Overschakelen op fossiele energie was geen alternatief. De eerste publicaties over fossiele energie en CO2-uitstoot werden in de vroege jaren 1980 gepubliceerd. Ik kende het probleem en wist ook dat fossiele brandstoffen gelimiteerd waren. Met energiebesparing en -efficiëntie konden we wel wat tijd kopen, maar dat zou het probleem van de consumptie van fossiele brandstoffen niet aanpakken. Ik heb dus altijd gezegd dat we een alternatief moesten hebben voor zowel nucleaire als voor fossiele brandstoffen. De enige mogelijkheid was hernieuwbare energie.”

Jouw belangstelling voor hernieuwbare energie was dus het rechtstreekse gevolg van de strijd tegen atoomwapens?

“Precies. In 1985 schreef ik The Liberation from the Bomb, een boek waarin ik voorstellen deed om te komen tot ontwapening en tot de omschakeling van de wapenindustrie naar een publieke industrie. Een belangrijk economisch kenmerk van de wapenindustrie is dat ze zich voornamelijk richt op de publieke markt, op de markt van overheden. Als ze zich zou willen omschakelen en toetreden tot de normale markt, zou ze in concurrentie treden met heel ervaren bedrijven die al veel langer werken voor een niet-militaire markt. Daarom stelde ik voor om op zoek te gaan naar technologieën die we in de toekomst nodig zouden hebben. Technologieën met een groot algemeen belang.”

De wapenindustrie moest zich dus omvormen tot een industrie voor... zonne-energie.

“Inderdaad. Tot een industrie van hernieuwbare energie. Ik ging er van uit dat alle hernieuwbare energie eigenlijk zonne-energie is. Water wordt gecondenseerd door de zon; wolken zorgen voor regen; wind ontstaat door thermische spanningen en zelfs het fotosynthetische proces heeft zonne-energie nodig. Alle hernieuwbare energieën zijn afkomstig van de zon.
Het was de tijd van het zogenaamde Star Wars programma van Reagan, het Strategic Defense Initiative (SDI). In mijn boek schreef ik een apart hoofdstuk, Towards a Global Ecological SDI Programma, The Solar Development Initiative. Ik kreeg lovende kritieken voor mijn boek, maar de meeste mensen dachten dat mijn milieuhoofdstuk niet erg realistisch was. Dat provoceerde me. De milieuexperts zeiden allemaal dat het een illusie was; dat zonne-energie onvoldoende potentie had en dat het bovendien te veel zou kosten. Dat was mijn eerste ervaring met de experts. Ze gaven me de raad verder te doen met mijn strijd voor nucleaire ontwapening en mijn tijd niet te verkwisten met discussies rond hernieuwbare energie. Ik heb toen voor het eerst beseft dat experts vaak de oorzaak van het probleem zijn.”

Dat is een kritiek die beleidsvoerders wel vaker geven. Hoe komt het dat experts zo vaak de bal misslaan?

“Het heeft te maken met een mentale barrière. Als iemand een gespecialiseerde manier van denken hanteert, heeft hij de neiging om argumenten te negeren die buiten dit denksysteem staan. Daar bestaan veel voorbeelden van. IBM dacht in het begin van de jaren 1980 nog dat niemand een home computer in huis zou willen halen. Ondanks het feit dat ze het leidinggevende IT-bedrijf waren, zagen ze de opportuniteiten niet. Op het einde van de jaren 1970 geloofde de Amerikaanse telecomgigant AT&T dat er tegen het jaar 2000 zo’n 900.000 gsm’s in de Verenigde Staten zouden zijn. In werkelijkheid waren het er 110 miljoen.”

De experts kunnen dan wel een remmende factor zijn, ook politici zijn niet geneigd om drastische maatregelen te nemen ten voordele van hernieuwbare energie. Jij hebt gezegd: het is geen zaak van technologie maar van politiek_

“Het is een zaak van politiek, maar toch ook van wetenschap. Ik citeer Nobelprijswinnaar Max Planck uit het boek The Structure of Scientific Revolutions van de filosoof Thomas Khun: ‘In regel triomfeert een nieuw wetenschappelijk bewijs niet door tegenstanders te overtuigen en hen het licht te doen zien, maar eerder omdat de tegenstanders uitsterven en een nieuwe generatie opstaat’.”

Planck zegt eigenlijk dat je maar moet afwachten, dat de maakbare maatschappij niet bestaat.

“Je moet de maatschappij wel willen veranderen. Maar je werkt inderdaad binnen het bestaande paradigma dat nauwelijks verandert. Thomas Khun zegt daarover: ‘Het fundamentele herdenken van een bestaand paradigma gebeurt over het algemeen enkel als duidelijk wordt dat een probleem niet meer kan worden opgelost met een traditionele wetenschappelijke methode, en wanneer het besef van die onmogelijkheid een nieuw paradigma en alternatief creëert. De nieuwe theorie betekent het veranderen van de regels die tot dan de wetenschappelijke praktijk controleerden’. Wat in de wetenschap gebeurt, gebeurt ook in de economie en de politiek. Daarom is het zo moeilijk de problemen van vandaag op de juiste manier op te lossen. Albert Einstein zei: ‘De methoden die problemen veroorzaakt hebben, zijn ongeschikt om ze op te lossen’.”

Waar ligt de voornaamste verantwoordelijkheid voor het feit dat we blijven wachten?

“Het probleem ligt bij het tunnelzicht van de experts, de schrik - inclusief de intellectuele angst - van vele mensen om buiten de lijnen te denken. En er is een gebrek aan moed. Ik heb de laatste 25 jaar zo’n vijfduizend voordrachten gegeven over de nood om van het oude naar een nieuw energiesysteem om te schakelen. Mijn ervaring is dat gewone mensen - burgers, architecten, handarbeiders… - het altijd beter begrijpen dan de experts. Overal is de boodschap makkelijker te verkondigen dan bij de betrokken experts.”

Geraakt u na al die jaren strijden dan nooit gefrustreerd?

“Die vraag is me veel gesteld. Ik antwoord altijd men een vraag: Hoe kan je aanvaarden dat je de problemen ziet, maar dat er niets beweegt en dat de bevoegdheden in handen zijn van mensen met de verkeerde strategieën? Ik voel me helemaal niet zo slecht in mijn vel. Ik zou me slechter voelen, mocht ik niets ondernemen. Ach, je kan zeggen dat er meer had moeten gebeuren. Maar als ik de situatie van de jaren 1980 vergelijk met die van vandaag, is er wel degelijk een lange weg afgelegd. Het is toch allemaal wel succesvol geweest. Als ik denk aan de wetgeving op hernieuwbare energie in Duitsland; dat zou in de jaren 1980 helemaal onrealistisch geweest zijn.”

Die wet gaf uw land een gigantische voorsprong inzake de productie van zonne-energie. Kan u ze even toelichten?

“De idee achter deze wet is dat conventionele energiebedrijven uit zichzelf nooit activiteiten zullen opstarten rond hernieuwbare energie. Ik heb die problematiek uitvoerig belicht in drie boeken, A Solar Manifesto (1993), A Solar Economy (1999) en Energy Autonomy (2005). Nu ben ik bezig aan mijn volgende boek over het hedendaagse energiedebat. In mijn boeken ben ik er van uitgegaan dat geen enkel energiesysteem neutraal kan zijn tegenover de energiebronnen. Dat is onmogelijk. Het is de energiebron die bepaalt wat je moet doen om die energie beschikbaar te maken. Doorheen het hele proces, vanaf het moment dat energie ‘geoogst’ wordt tot aan de consumptie ervan, vereist elke energiebron andere technologieën, andere manieren om ze te bekomen, een andere infrastructuur.”

Kiezen voor hernieuwbare energie betekent dat je het hele systeem moet veranderen.

“Inderdaad. Het is onmogelijk om het bestaande systeem voor fossiele en nucleaire energie te houden en enkel de energiebron te veranderen. Zo is het ook onmogelijk om het systeem van de conventionele energie te kopiëren voor het systeem van de hernieuwbare energie.”

Ligt daar het kalf niet gebonden? Critici van hernieuwbare energie zeggen dat het onbetaalbaar is om het hele systeem te veranderen.

“Dat is de grote vergissing. Niets is duurder dan het systeem niet te veranderen. Niets.”

Dit moet u even uitleggen.

“Dat is niet zo moeilijk als je naar de keten van het energiesysteem kijkt. Overal waar mensen wonen en werken, wordt er energie verbruikt. Het verbruik is altijd gedecentraliseerd. Maar conventionele energiesystemen zijn van bij het prille begin gecentraliseerd. Je vindt de bronnen immers maar op enkele plekken in de wereld. Hoe meer van die bronnen uitgeput geraken, hoe minder van dergelijke plekken er overblijven. Kijk naar de olie. Vandaag komt 60 procent van de wereldolieproductie van 40 gigantische olievelden in minder dan 15 landen. De VS waren olieonafhankelijk tot in de jaren 1950. Toen moesten ze zich op de wereldmarkt begeven omdat er concurrentie kwam van andere bronnen. En nu hebben ze een energieafhankelijkheid van bijna 70 procent.”

We staan er onvoldoende bij stil dat een eeuw geleden bijna alle Amerikanen die op de prairies leefden over windmolens beschikten.

“Precies. In de jaren 1930 waren er meer dan 6 miljoen windmolens. Energieproductie was er gedecentraliseerd. Vervolgens werden alle technologieën die energie gebruiken ontwikkeld op fossiele en nucleaire basis. De energiebron is het doorslaggevende element in de ontwikkeling van de technologie. Met hernieuwbare energie heb je een volledig andere bron met een lagere energiedensiteit. Dat was het argument voor de fysici om te beweren dat hernieuwbare energie niet geschikt is voor energieconsumptie. Dat argument was toen al fout. Je kan natuurlijk met dat soort energiebron geen hypergecentraliseerde centrales maken. Je hebt een andere infrastructuur en productiestructuur nodig.”

Is het ook een kwestie van ideologie; gecentraliseerde productie tegenover gedecentraliseerde productie?

“Neen, het is geen ideologische kwestie. Het is een technologische kwestie. Je kan enkel je energiesysteem ontwikkelen uitgaande van de energiebron. Omdat we nu met fossiele brandstoffen werken, hebben we het energiesysteem zoals we dat vandaag kennen, namelijk met een hypergecentraliseerde productie en een totaal gedecentraliseerde consumptie. De transportcapaciteiten werden steeds groter en meer afgestemd op groeiende hoeveelheden. In China is 40 procent van het treinnetwerk voorbehouden aan kolentransport. Van de mijnen gaat het up stream naar grote centrales en van daaruit weer down stream naar de individuele consument. Dat vergt een complex systeem; een ketting met verschillende elementen die met elkaar verbonden worden. Als er één element faalt, klapt het hele systeem in elkaar.
Met hernieuwbare energie daarentegen heb je overal een natuurlijke voorraad. Er zijn geen brandstofkosten - met uitzondering van de biomassa’s - want brandstof wordt voorzien door de natuur, door de zon. Omdat energie overal door de natuur wordt voorzien, kunnen we de energieproductie en de energieconsumptie weer direct aan elkaar koppelen. Omdat de energiedensiteit van hernieuwbare energie lager is, heb je veel productieplaatsen nodig, wijdverspreid over het hele land. De grote energievelden van vandaag zullen dus vervangen moeten worden door heel veel productieplaatsen van hernieuwbare energie. Het gaat dus om een totaal andere infrastructuur.”

Daarom kant u zich ook zo tegen die grote velden met zonnepanelen in de woestijn.

“Inderdaad. Als je dat doet, kopieer je het oude energiesysteem. Iedereen die het oude systeem wil kopiëren, vergist zich.”

En wat met de windmolenparken in de Noordzee?

“Daarvoor geldt net hetzelfde. Het argument is dat het goedkoper is, maar dat is fout. De economische logica van hernieuwbare energie is net dat ze de mogelijkheid heeft om lastige kosten te vermijden die je in conventionele energiesysteem wel moet maken, zoals transport. Het basisprincipe is dat je van geïmporteerde energie kunt omschakelen naar ‘inheemse’ energie.

Geeft het de cliënten ook niet meer economische macht? Zij worden medeproducenten…

“Voor lokale productie kan dat inderdaad in coöperatieve vorm. Het is een evolutie van commerciële naar niet-commerciële energie. Een zaak is zeker: de primaire brandstoftechnologie zal verdwijnen. Het is voor een olie-, gas-, uranium- of kolenbedrijf onmogelijk om de omslag te maken naar zonne- of windenergie. De zon of de wind kan je niet privatiseren; je kan er geen aandeelhouder van worden. Daarom is er ook zoveel weerstand bij de conventionele energiebedrijven. Zij weten dat hun dagen geteld zijn. Dat betekent ook dat er een wijziging komt in het eigenaarschap. We evolueren van een geconcentreerde accumulatie van kapitaal naar meer gespreide kapitaalinvesteringen.”

Terug naar die Duitse wet op hernieuwbare energie...

“Juist. De grote energieproducenten van vandaag beweren dat we moeten wachten met de omslag, of dat we hen de omslag moeten laten maken. Dat zal dus niet lukken. We kunnen deze zaak niet overlaten aan de ‘verliezers van het energiesysteem’. We moeten plaats maken voor nieuwe energieproducenten. Dat is de achtergrond van de wet op de hernieuwbare energie. Concreet omvat de wet drie elementen. Elke kilowatt die geproduceerd wordt via hernieuwbare energie krijgt in Duitsland prioritair toegang tot de markt. Als er concurrentie is met bestaande, conventionele energiecapaciteiten, dan moeten die verminderd worden. Een tweede element is de wettelijk garandeerde prijs voor alle hernieuwbare energie die in dit systeem geproduceerd wordt. Als we de prijsbepaling overlaten aan de huidige energiebedrijven, zouden ze te weinig betalen. Het moet een prijs zijn die de investeringen op termijn terugbetaalt. Alleen met deze twee elementen kunnen we zorgen voor nieuwe investeringen door nieuwe, onafhankelijke energiespelers. En de prijs is ook afhankelijk van het soort hernieuwbare energie, zodat we alle vormen van hernieuwbare energie kunnen promoten. We hebben in de toekomst immers een mix van hernieuwbare energieën nodig. Het derde element houdt in dat we geen ‘plafond’ instellen voor hernieuwbare energie. Het is de filosofie van de wet dat we het aanbod hernieuwbare energie steeds vergroten en dat van conventionele energie steeds verder afbouwen, zodat we na 30 tot 40 jaar komen tot een systeem dat voor 100 procent hernieuwbaar is.”

Wat waren de resultaten van deze wetgeving?

“De introductie van deze wetgeving verliep niet zonder problemen. Er was wel wat werk nodig om de opinie binnen mijn partij, de SPD, te wijzigen. Hetzelfde geldt voor de vakbonden. Alle Duitse vakbonden staan nu achter deze wet, behalve de mijnvakbond. Maar dat is begrijpelijk. Het resultaat is dat we, sinds de invoering van deze wet in 2000, zo’n 35.000 megawatt aan hernieuwbare energieproductiecapaciteiten installeerden. We zitten volop in de omslag op het vlak van zonne-energie. De helft van alle zonnepanelen ter wereld zijn nu geïnstalleerd in Duitsland. Hoewel Duitsland qua oppervlakte niet heel groot is, staan we wereldwijd op de tweede plaats qua productie van windenergie. We creëerden een volledig nieuwe industrie en ongeveer 300.000 nieuwe industriële jobs. Deze wetgeving werd bovendien het model voor vele andere landen.”

U was ook de drijvende kracht achter IRENA, het onafhankelijk agentschap voor hernieuwbare energie in Abu Dhabi, dat werd opgericht in 2009. Waarom is dit agentschap zo belangrijk?

“Wereldwijd bestaan er internationale instellingen, zoals het International Atomic Energy Agency (IAEA), de Euratom in Europa, het International Energy Agency (IEA), die allemaal werken volgens het paradigma van de conventionele energievoorziening. Ze hebben hernieuwbare energie altijd afgezworen, houden mentale barrières tegen hernieuwbare energie in stand en cultiveren die zelfs. Ze functioneren eigenlijk als een machtige lobby voor de fossiele en nucleaire energiesector. Om op het vlak van internationale instellingen het evenwicht wat te herstellen, was een onafhankelijk agentschap voor hernieuwbare energie absoluut noodzakelijk.”

Het is waarschijnlijk nog te vroeg om IRENA te beoordelen, maar wat zouden de effecten op lange termijn kunnen zijn?

“Het moet het referentieagentschap worden voor regeringen die zich willen informeren over hernieuwbare energieprogramma’s.”

Welke stappen moeten er nu worden gezet om de definitieve omslag te maken naar hernieuwbare energie?

“De belangrijkste stap, die ik in mijn volgende boek uit de doeken wil doen, is nog nergens gezet. Het zijn er eigenlijk drie. De eerste stap is om op álle energiemarkten prioriteit te geven aan hernieuwbare energie. De tweede stap is om in het landschap voorrang te geven aan de productie van hernieuwbare energiebronnen. Als we de omslag maken naar gedecentraliseerde faciliteiten moet je onvermijdelijk naar het platteland. En daar zijn er veel barrières. Er bestaat nog steeds weerstand tegen windmolens bij sommige lokale besturen die weigeren vergunningen te geven. Maar de derde stap is voor mij de belangrijkste. Ik heb daartoe een wetsvoorstel geschreven waarvoor ik nu campagne voer. We moeten komen tot een nieuwe belasting op energie, waarbij de klassieke energiebelastingen allemaal vervangen worden door emissiebelastingen. Dan bedoel ik niet enkel de letterlijke uitstoot, maar het hele pakket aan vervuiling, zodat ook nucleaire energie in het vizier komt. Als je alle energiebelastingen vervangt door een pollutiebelasting dan bevorder je natuurlijk de productie van hernieuwbare energie.”

Wanneer wordt het wetsvoorstel in het parlement neergelegd?

“Ik werk eraan. Er is nog één grote moeilijkheid. Hoe ontwikkel je rationele criteria om die verschillende vormen van vervuiling te meten? Dat is nog een ingewikkelde wetenschappelijke oefening.”

foto's: eigen foto's Hermann Scheer

Samenleving en politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 4 (april), pagina 20 tot 28