Log in

'De obsessie voor de materie vervangen door het Paradigma van Persephone'

Interview met Jeroen Olyslaegers (auteur en Occupy-activist)

Hij werd, flink tegen zijn zin, gebombardeerd tot de woordvoerder van de Vlaamse Occupy-beweging. Auteur Jeroen Olyslaegers is er van overtuigd dat de samenleving gevangen zit in een eng materialistisch denken. “De Occupy-beweging zet daar iets tegenover. Ze genereert volheid tegenover leegte.” Olyslaegers ruilt het klassieke politieke jargon voor de taal van de mythe en pleit voor een nieuw paradigma: het Paradigma van Persephone dat ons moet leren omgaan met de dood. “Onze voorliefde voor de materie en onze angst voor de dood leidt onvermijdelijk tot het kortetermijndenken dat ons in de huidige crisis heeft gestort. Maar we hebben het voordeel dat het reservoir van de woede schier eindeloos is geworden.”

Tot voor kort was hij voornamelijk bekend als auteur van romans zoals Navel (1994), Open gelijk een mond (1999), Wij (2009) en verhalenbundels als Il faut manger (1996). Komende nazomer ligt zijn nieuwe roman Winst in de boekhandel. Daarnaast verscheen zijn proza in diverse literaire tijdschriften en heeft hij verschillende theaterproducties op zijn naam staan, onder andere voor KVS en NTGent. Het enfant terrible van de Vlaamse letteren, zoals hij wel eens wordt genoemd, studeerde Germaanse filologie en werkte nadien als wetenschappelijk medewerker bij het documentatiecentrum Louis Paul Boon, die hij een beetje als zijn geestelijke vader bestempelt.
Op Facebook strijdt hij tegen de banken, de agrochemische industrie en een in slaap gedommelde politieke klasse. Hij gelooft eerder in de kracht van de Occupy-beweging en de Europese indignado’s dan in de slagkracht van de vertegenwoordigingsdemocratie. Jeroen Olyslaegers is een van die jongere Vlaamse schrijvers - naast Dimitri Verhulst en David Van Reybrouck - die zich steeds prominenter maatschappelijk engageren. Waar Van Reybrouck het pragmatisme beoefent door de vertegenwoordigingsdemocratie aan te vullen met nieuwe vormen van directe democratie en Verhulst stelling inneemt door de linkervleugel van het partijpolitieke landschap te steunen, plaatst Olyslaegers zich doelbewust buiten het systeem. The system sucks, is zijn stelling en daarom riep hij in de aanloop naar de laatste federale verkiezingen op om niet te gaan stemmen.
Vorig jaar ging de productie Prometheus - Landschap II van Jan Fabre in première, op de tekst I am the Allgiver van Olyslaegers. Die tekst, gebaseerd op Aeschylos’ mythe van Prometheus, vraagt zich af wat de mens gedaan heeft met de magische kracht van het vuur. Olyslaegers laat de tragische Griekse held schreeuwen: “This is a scream right from the gut; I resist.”
Dat verzet duikt steeds vaker op in de teksten van Olyslaegers, zowel in zijn columns als in zijn literaire oeuvre. Nochtans liet hij twee jaar geleden duidelijk verstaan de politiek spuugzat te zijn. “Toen ik een paar jaar geleden naar de planeet en de mensheid keek, verloor ik alle hoop. Na de zoveelste mislukte klimaattop stelde ik vast dat wij, als soort, falen op het moment dat het echt belangrijk is om collectieve beslissingen te nemen. We zijn niet beter dan de kakkerlak. Ik heb nooit veel sympathie gehad voor partijpolitiek. Er zijn helaas weinig alternatieven die werken. Wat me hoop heeft gegeven, zijn initiatieven als stRaten-generaal en Ademloos in Antwerpen. Dat zijn grassroots-initiatieven die op een gefundeerde manier aan politiek doen en aantonen dat je zonder partijpolitiek engagement ook maatschappelijk creatief kunt zijn en alternatieven kunt aanreiken. Wat ik vooral mis in het politieke discours is de langetermijnvisie.”

Vijftien jaar geleden was het Tom Lanoye die zich als auteur politiek engageerde. Nu horen we de nieuwe generatie met mensen als Dimitri Verhulst, die het voorwoord schreef voor het boek van Peter Mertens, Joost Vandecasteele, Marc Reugebrink en anderen. Hebben jullie het daar wel eens met mekaar over?

“Er zijn discussies ontstaan nadat ik in een column in De Morgen had opgeroepen om niet te gaan stemmen en in plaats daarvan een narrenstoet te organiseren. Stijn Meuris had iets gelijkaardigs gezegd en daarom werd dat ook meteen als een oproep geïnterpreteerd. Behoorlijk wat schrijvers begonnen met mij te discussiëren. Het werd soms bitsig. Mij werd verweten dat ik met mijn oproep ‘democratisch rechts’ alle vrijheid gaf. Het was toen moeilijk om op basis van een satirisch stuk genuanceerd met andere schrijfbroeders te discussiëren. Ik voelde ook een grote angst. Alsof ik een taboe had doorbroken en de solidariteit van progressief Vlaanderen in vraag stelde. De laatste keer dat we daar over discussieerden, was op de Boekenbeurs. Het ging toen over de G1000 van David Van Reybrouck. Ik kreeg het verwijt dat de G1000 voor mij niet revolutionair genoeg zou zijn. Ach, als dergelijke vormen van burgerparticipatie op regelmatige basis terugkeren en de G1000 niet zomaar een eenmalig ritueel is, vind ik dat wel degelijk zinvol.”

Van Reybrouck waarschuwt voor een revolutionair jargon, zoals dat vaak voorkomt in de Occupy-beweging. Hij wijst er op dat de meeste revoluties eindigen in geweld.

“Er moet eerst - het liefst tamelijk snel - een ander denken worden ontwikkeld. Mensen zijn in een doorgedreven materialistisch paradigma verzeild geraakt. Als je dat paradigma in vraag stelt, krijg je - ook van andere kunstenaars - reactie. Don’t rock the boat. Kom niet aan dat paradigma, laat ons houden wat we nog hebben. Onlangs gaf ik, samen met Jeroen Van Laer en Dirk Barrez, een lezing in de Beurschouwburg. De toehoorders waren vooral vijftigers en zestigers, overwegend de linkervleugel uit de jaren 1970. De Occupy-slogan ‘We are the 99 procent’ impliceert dat je het onderscheid tussen links en rechts moet opgeven. Blijven hameren op dat onderscheid omschreef ik als een wat charmante nostalgie naar de 20ste eeuw. Op die - ietwat goedkope - provocatie kwam onmiddellijk reactie vanuit de zaal. We mogen WOII en de verschrikkingen van het fascisme toch niet vergeten? Natuurlijk niet. Maar we mogen ons tevens toelaten om niet langer de traumapatiënten van de 20ste eeuw zijn.”

Ik heb altijd sterk de indruk dat wie beweert dat links en rechts niet meer bestaat, vooral rechts is.

“Dat was zeker zo in de jaren 1990, toen er vanuit de neoliberale hoek getracht werd om dat gedachtegoed te verkopen als iets neutraals. Vandaag hebben we het over iets anders. De ecologische crisis en de bankencrisis treffen iedereen, zowel de xenofobe, extreemrechtse mens als diegene die meent dat leven met angst geen zin heeft en andere waarden koestert. Geen rijkdom zal jou en je kinderen behoeden voor een ecologische apocalyps, hoe zeer je verdringingsmechanismen op basis van schier eindeloos krediet ook blijven werken. Zelfs ongebreidelde en onbeteugelde hebzucht komt onvermijdelijk tot stilstand. De ramp van Fukushima trof elke Japanner diep, ongeacht zijn of haar afkomst. Dat zijn we nu met ons allen aan het leren: we zijn allemaal anders, maar we zijn allemaal (zelfs noodgedwongen) één ten opzichte van de planeet. Loont het dan niet de moeite om minstens de hand uit te steken naar iedereen, ook naar de mensen waar je het op andere punten grondig mee oneens bent? Niet om een of ander politiek spel te spelen, maar wel om een langetermijnvisie en eenheid te introduceren. Voor mij is dat zelfs het sluitstuk, de laatste emancipatie, van de Verlichting. We beschouwen ons als geëmancipeerd, ruimdenkend en vooral als vrij, maar ergens onderweg zijn we die vrijheid steeds enger gaan definiëren. Vandaag lijken we pas vrij als we het materieel goed hebben. We hebben ons niet kunnen emanciperen tegenover het materiële. Dan loont het de moeite om opnieuw te denken over wat vrijheid betekent.”

Ik hoor politici zeggen dat je met langetermijndenken geen verkiezingen wint. Kiezers stemmen voor kortetermijnoplossingen. En die staan meestal haaks op een langetermijnvisie.

“We hebben ons laten herleiden tot consumenten. We consumeren politiek en politici, maar geen ideeën. Door dit doorgedreven marktdenken kijken burgers enkel of het hen persoonlijk goed uitkomt of niet. Dat is geen denken. Dat is van dag tot dag overleven en de ogen gesloten houden voor alle gevolgen waar jij persoonlijk niet moet voor betalen of voor ter verantwoording kunt worden geroepen. In dit mentale kader blijven kortetermijndenken en eigenbelang verder woekeren. Het Belgische democratische systeem is eigenlijk nog veel erger. Door die stortvloed aan verkiezingen is een politicus zich voortdurend aan het voorbereiden op het volgende stemmoment. Als schrijver kan ik me veroorloven om abstracter of op langere termijn te denken en voor een ander paradigma te pleiten. We moeten af van het de facto veilig stellen van ieders hyperindividuele belangen. Maar dan komen we op het terrein waar we in de 20ste eeuw zo een trauma hebben opgelopen, namelijk het collectieve denken. Dat heeft ons verschrikkelijk veel pijn gedaan. Dat collectieve denken heeft ons het fascisme en het communisme opgeleverd. De massa - naar het boek van Duitstalige schrijver Elias Canetti Massa en macht (1961) - heeft zich laten rollen. Goelags en concentratiekampen hebben ons dat opgeleverd, de meest gruwelijke moordmechanismen op basis van een wij-denken die de mens ooit gekend heeft. Probleem is dat we moeten terugkeren naar juist die crime scene en opnieuw op dat domein van het collectieve moeten leren denken.”

De instellingen die het vandaag voor het zeggen hebben, wisselen schaamteloos kortetermijnoplossingen af met langetermijnvisies die elkaar helaas tegenspreken. Zowel het IMF als de ratingagentschappen zeggen dat de Europese landen dringend en rabiaat moeten saneren, maar vertellen daar meteen bij dat dat op de langere termijn Europa en de rest van de wereld in een recessie zal duwen.

“Je kent de Griekse mythe van Ouranos en Gaia, de hemel en de aarde? Ouranos bezwangert Gaia voortdurend met allerhande wezens, gedachten en concepten. Ouranos wil echter niet dat die kinderen het daglicht zien omdat hij weet dat hij door een van hen zal worden vermoord. Maar een van hun zonen, Kronos, slaagt er toch in zijn vader te ontmannen en de tirannie van de verborgenheid te beëindigen. Helaas herhaalt Kronos wat zijn vader deed. Alleen is zijn paranoia nog groter omdat hij beseft dat hij zijn vader heeft vermoord en dus hetzelfde mag verwachten van een van zijn zonen. Van zodra zijn vrouw een kind baart, eet hij het op.”
“Waarom vertel ik deze mythe? Om de paranoia van het IMF en die ratingbureaus te kunnen duiden. Het kapitalisme ontmant zichzelf symbolisch door te besparen, meent zichzelf hierdoor opnieuw vruchtbaar te maken, maar weet geen uitweg voor haar eigen paranoia. Hoe kan het ook onder deze beurstirannie waarbij letterlijk elke seconde winst of verlies oplevert? Mochten er echt nieuwe ideeën in deze context ontstaan, zouden ze meteen worden opgevreten uit angst dat het tot iets zou uitgroeien. Maar ooit zal een dergelijk idee kunnen ontsnappen, een mythologische godenzoon die zijn vaders ballen afsnijdt. Griekenland moet van de Trojka besparen, besparen, besparen, maar tegelijkertijd ontstaan er in Athene nieuwe ideeën, voorbij de angst. Mensen beginnen van ruilhandel te leven, oudere Grieken keren terug naar hun geboortestreek en gaan hun eigen groenten kweken. Ze stappen uit het systeem. Als de besparingen in Griekenland radicaal worden doorgevoerd, stort dat land compleet in elkaar. Neelie Kroes masseert nu al de gedachte dat we Griekenland probleemloos uit de eurozone kunnen halen. Dat zijn allemaal leerling-tovenaars. Kortetermijndenken in full effect. Elke seconde wordt opgedeeld in winst of verlies. Wij moeten nu allemaal besparen en geven een half pond vlees aan dit monster, de banksector, in de hoop dat dit Beest - dat zich al jaren als een op hebzucht en cocaïne doorgeslagen Scarface gedraagt - plots een brave huisvader wordt.”

Wat borrelt er aan alternatieven naar boven? We zien ruilhandel terug opduiken, nieuwe vormen van coöporatieve systemen ontstaan, sharing, bedrijven die aan social enterpreneurship doen. Is dat gemorrel in de marge of zie je daar iets groeien?

“De externe omstandigheden zullen zo heftig worden dat we in ieder geval anders gaan denken en handelen. Wat nu in de marge gebeurt, zal steeds centraler komen te staan. Maar er komt niet een of andere grote utopie. Onlangs las ik in De Groene Amsterdammer over de ideeën van de Franse filosoof René Girard. Daaruit begreep ik dat zulke vormen van utopie - mensen die voor elkaar zorgen - ook betekenen dat je van een heleboel angsten moet verlost geraken. Het gevoel beschermd te zijn door een systeem zullen we moeten laten varen. Dat heeft verregaande implicaties. Als een systeem crasht, kan dat zelfs betekenen dat je levensverwachting wordt ingekort. Dat zal trouwens niet lang meer duren. Ik zal als roker waarschijnlijk ook niet meer worden terugbetaald voor een dure kankerbehandeling. Onlangs liet een hartspecialist in de krant een eerste ballonnetje op.”

De Grieken zeggen dat ze de overheid niet meer nodig hebben. Dat hoor je ook in kringen van Occupy’ers, Indignados. Ze zeggen daarmee net hetzelfde als de Tea Party in de VS en komen zo dicht bij de neoliberale utopie van Ayn Rand. Is het niet zinvoller de overheid niet tot vijand te bombarderen, maar er actiever in te participeren?

“Vorige maand startte ik een actie tegen de bijenmoord. Zoals je weet sterven massaal veel bijen aan het zogenaamde Colony Collapse Disorder, een fenomeen waarvan men lange tijd niet wist wat de precieze oorzaak was. Het lijkt er nu steeds meer op dat het gebruik van pesticiden een belangrijke rol speelt en dat de firma Bayer met haar producten schuldig is aan ecocide. Ik word niet alleen ongelooflijk kwaad van die bijenmoord, maar zie er ook de implicaties van in. De bij is een mythisch, sacraal dier. Apollo kreeg zijn profetische gave van drie bijen. De bijenkorf is altijd een belangrijke politieke metafoor geweest. Bernard Mandeville schreef in de 18de eeuw satirische stukken over de bijenkorf zoals The Grumbling Hive, or Knaves Turn’d Honest en The Fable of the Bees. Ook Shakespeare, Steiner en Homeros schreven er over. Bijen inspireren ons cultureel en politiek. Stilletjes hoopte ik dat er met deze actie andere zaken zouden loskomen bij mensen. Dat boeit me enorm: hoe activeer je mensen die je zelf niet kent rond een thema dat potentieel hun idee van politieke actie transformeert? Ongeveer tegelijkertijd stelde Kathleen Van Brempt (sp.a) daarover een gerichte vraag in het Europees Parlement. Ik voelde bij iedereen die met die actie bezig was, dat ze daar goed op reageerden. Ze voelden zich gesteund - als het ware gevoed met honing - door een politicus.”

Is het dat wat veel mensen missen: politici die echt naar hen luisteren?

“Het is niet enkel dat. We leven in een slachtoffercultuur. Mensen beschouwen zich in eerste instantie als slachtoffers: van de overheid, de politiek, de bedrijven, het eigen werk... Ik ben eigenlijk een mislukte Nietzscheaan, een die Nietzsche ongetwijfeld maar voor een fractie begrepen heeft en zich vooral laaft aan het grote Romantische verzet dat volgens mij in zijn gedachten schuilt. Ik geloof dat er in ieder van ons een held zit, struggling to get out. Nu zien we niets anders dan slachtoffers. Het is gênant dat sommige mensen van politici antwoorden verwachten, terwijl je pas recht van spreken hebt als je jezelf engageert. Je moet zelf een ‘wij’ creëren en dan kan je die vragen stellen aan de politiek. Bijvoorbeeld rond een thema dat iedereen intuïtief begrijpt, zoals de bijenmoord. Het is gemakkelijker om mensen te verzamelen rond een dergelijke actie dan rond de hervorming van een fiscaal systeem. Met dit soort acties probeer ik mensen samen met mij te activeren. Als de politiek zulk engagement kan voeden, staan we al een stuk verder. Maar je moet ze als mens kunnen aanspreken, als vader of moeder, als zoon of dochter. Wie zich als politicus blijft verschuilen achter instanties om haar of zijn eigen machteloosheid te verklaren, speelt hoog spel. Het geduld daarvoor is op. We wachten op dit moment op een antwoord van het Europees Parlement over de rol van Bayer bij de bijenmoord. Ik hoop dat er een krachtig signaal komt.”

We are the 99% luidt nu de slogan, maar helaas stemt die 99 procent niet hetzelfde en roept ze zelfs op om niet te stemmen. Als mensen zoals jij tijdens de komende gemeenteraadsverkiezingen niet stemmen, wordt Bart Dewever jouw burgemeester.

“Dat is zeker waar. ’s Zondag ga ik, bij wijze van therapie, regelmatig fietsen in de villawijken rond Antwerpen. Als ik de garages met de twee auto’s zie en kijk hoe mensen hun rustdag doorbrengen, kom ik altijd met mijn voeten op de grond terecht. Ik besef goed dat ik tot een kleine minderheid behoor. Daar tegenover staat dat ik voor de volle honderd procent geloof in de kracht van ideeën. Alle grote verwezenlijkingen zijn begonnen met de introductie van één idee. Zo vermoed ik dat de Franse Revolutie is begonnen met iemand die helemaal alleen op zijn kamertje op het idee kwam van algemene broederlijkheid, vrijheid en gelijkheid.”

Als ik nu stout ben, beweer ik dat de Franse Revolutie een gevolg is van een economische strijd waarbij de macht verschoven is van de landadel naar de burgerij.

“Dat is ook waar. Maar onderschat de rol niet van ideeën zoals vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. Je kunt zelfs stellen dat dit idee uiteindelijk heeft geleid tot miljoenen doden in de Goelag. Ideeën zijn wel degelijk gevaarlijk. We onderschatten altijd hun kracht, omdat we geleerd hebben dat ons denken superieur is. Onlangs vertelde een studente me: ‘Plato is ongelooflijk! Wat hij schrijft gaat echt over mij. En het is zo helder geformuleerd. Waarom hadden we daarna nog nood aan mensen als Descartes of Kant? Alles was toch al gezegd?’ We worden voortdurend geconfronteerd met een devaluatie van ideeën, omdat we neerkijken op de geschiedenis. Op het gebied van denken achten we ons als de hipste vogels uit de Westerse Beschaving. Niemand maakt ons nog iets wijs. Onze wetenschap is zogezegd superieur en ons cynisme is zo ontwikkeld en alomtegenwoordig dat het de efficiëntie heeft van een gesloten, psychotisch systeem waarbij elk alternatief bij voorbaat als belachelijk wordt afgedaan. Een vriend van mij volgt elke klimaattop waar hij workshops ‘ethiek’ geeft. Hij zegt dat mensen daar wel degelijk bezig zijn met langetermijndenken, maar dat steeds betrekken op hun eigen leven. Als je een langetermijnenken wilt ontwikkelen dat eeuwen meegaat, kom je volgens hem steeds op een spirituele dimensie uit. Dat is vandaag voor veel mensen een taboe. Daarom geloof ik dat deze crisis ook een geglobaliseerde crisis van het denken is.”

Volgens filosoof Hans Achterhuis, auteur van De utopie van de vrije markt, is elke utopie gevaarlijk. Dat gevoel bekruipt me ook bij sommige groene duurzaamheidsdenkers die een schuld-en-boete-denken introduceren.

“Ik besef dat de morele implicaties van sommige dingen die ik publiek lanceer een schuld-en-boete-economie op gang kunnen brengen. Ik zie daar als romanschrijver de tragikomische kant van in, maar ik blijf erbij dat het in essentie gaat over de noodzaak om anders te gaan denken. Psychoanalyticus Paul Verhaeghe schreef onlangs een fantastisch stuk over het neoliberalisme. We zitten niet meer met de homo economicus, maar met een schim die alles heeft weggevreten. We zijn onze eigen parasiet geworden. Veel zaken, zoals religie of vrijheidsdenken, zijn weggevallen. Enkel de economie van het consumeren is overgebleven. De monocultuur die we de landbouw in de 19de eeuw hebben opgedrongen, is een metafoor voor ons denken geworden. In de velden van ons denken groeit niet zo heel veel meer. Het zijn allemaal dezelfde gewassen. De meesten mensen denken vandaag op een gelijkaardige manier.”

Dat zie je ook in de media. Kranten schrijven allemaal hetzelfde.

“Precies. Er was weinig onderscheid tussen De Morgen en De Standaard in de berichtgeving over de staking. Ik kan dat alleen duiden met een ouderwets woord, een soort raison d’état. Alles is bedreigd. Laat ons dus maar vasthouden aan het denken en de kleine vrijheden die we hebben, ook al weten we dat ze uiteindelijk onze horizon vernauwen. Plots is daar iemand zoals Paul Verhaeghe die als een bliksemschicht een andere manier van denken introduceert. Ik merk dat mensen dat waarderen. Een kleine minderheid geraakt langzamerhand overtuigd dat het anders moet. We moeten af van dat schuldgevoel, van de schaamte dat we inderdaad ecologische massamoordenaars zijn. Dat zorgt er immers voor dat het denken wordt lamgelegd en dat je weer met de schuldvraag bezig bent in plaats van met de oplossing.”

Deel jij in het euroscepticisme dat vandaag leeft? Het idee dat we de Unie maar moeten opgeven…

“Laten we de Unie in godsnaam niet opgeven. Laten we ze hervormen en er nu eindelijk eens voor zorgen dat ze democratisch wordt. In dit land hebben we zelfs geen referendum gekregen over de Europese Grondwet. Dat werd ons door de strot geramd. De bevolking van sommige landen stemden tegen, maar dan werd er maar weer een constructie gebouwd dat ze uiteindelijk toch mee deden. Kijk naar Ierland of Denemarken. Je kunt altijd zeggen dat de tegenstemmen eigenlijk interne binnenlandse kwesties waren, maar als democraat zou je er rekening mee moeten houden.”

Je verwees eerder al naar het materialistische paradigma dat vandaag overheerst en dat deels een erfenis is van de Verlichting. Wat moet dan het nieuwe paradigma worden?

“Ik houd erg van de Britse schrijver Patrick Harpur. In zijn boeken probeert hij op een mythologische manier naar de hedendaagse samenleving te kijken. Volgens hem leven we in de tijd van Apollo, een en al rationaliteit en wetenschappelijkheid, gecombineerd met een Hera-factor, een hang naar materie, een veel te knellende moederbinding. Rationaliteit, materialiteit en het koesteren van de eigen haard, het eigen huis, daar draait het bij ons om. Hoe logisch en consequent dit allemaal ook wordt voorgesteld, ik acht het eerder als neurotisch want het kan maar bestaan door een verregaande verdringing. Een van de cruciale problemen van de westerse samenleving is dat we niet kunnen omgaan met de dood. Après nous le déluge heeft daar zeker mee te maken. We took death out of the equation. Ons onvermogen om een langetermijndenken in daden om te zetten heeft daar ook mee te maken. We hebben de dood omgeven met taboes en we hebben daarbij ons kortetermijndenken de allure gegeven van een onsterfelijkheid, waarin we nota bene zelf niet geloven. Dat is de grote tragikomedie. Als we voor de materie kiezen, moeten we leven met het besef dat er daarna niets meer is. Dan wordt alles erg beperkt in de tijd, ook je denken. Het nieuwe paradigma moet dus noodgedwongen spiritueel zijn. In plaats van wat Patrick Harpur als ‘het paradigma van Apollo’ acht, ben ik ervan overtuigd dat we Persephone, als godin van de dood en de Onderwereld, terug moeten herwaarderen. Indien we de dood opnieuw een respectvolle plaats geven in deze samenleving, zal ook het denken transformeren.”

Je bent verstandig genoeg om te weten dat het Persephone-paradigma - hoe uitdagend het ook klinkt - als paradigma van de toekomst in politieke middens ogenblikkelijk zal worden weggelachen.

“Ik zal dat op die manier nooit verkopen aan iemand die materialistisch denkt. Dat heeft compleet geen zin. Niettemin eigen ik mij de wat potsierlijke ijdelheid toe dat het uiten van mijn persoonlijke waanzin soms ook zin heeft, al was het maar om duidelijk te maken aan alle andere waanzinnigen dat ze niet alleen zijn.”

Maar in een politiek-maatschappelijk tijdschrift als Samenleving en politiek moet dit kunnen…

“Het is een druppel olie in een andere vloeistof. Ik weet dat dit soort denken off the map is. Maar het politieke denken barst ook van de mythes. Alleen worden ze gerationaliseerd. Het begrip ‘dominotheorie’ - om het over het communisme te hebben - is ook zo’n mythe, maar heeft in de wereldpolitiek heel wat schade en tienduizenden doden veroorzaakt. De speechschrijver van Roosevelt haalde het idee bij zijn zoontje die met domino’s aan het spelen was. Onderschat de wervende kracht niet van een goed beeld en een sterke mythe. Mythologie activeert de verbeelding. Schrijver en mytholoog Michael Meade stelde in een speech, getiteld Occupy your soul, dat de wereld waarin we nu leven een mars van het nihilisme is die letterlijk naar het absolute niets leidt. Volgens hem zet de Occupy-beweging daar iets tegenover. Ze bezet iets, ze genereert volheid tegenover leegte. Daar kunnen de mensen zich ook iets bij voorstellen. Soms moet je met onderwerpen komen die wat provocerend zijn en in de taboesfeer liggen om de verbeelding van mensen te activeren. Misschien loont het toch de moeite om dat soort denken ook in de politiek te introduceren. Het is niet dat de geijkte paden van het politieke denken de laatste tijd zo veel vruchten hebben afgeworpen.”

Je wil absoluut niet de woordvoerder zijn van de Vlaamse Occupy-beweging, net zoals je twee jaar geleden zei dat je niet met politiek wilde bezig zijn. De dingen overkomen je blijkbaar. Is dit een engagement dat je als schrijver verder wilt zetten?

“Het kan nog alle kanten uit. Voor hetzelfde geld begint de Henri David Thoreau in mij door te wegen en trek ik mij terug. Denkend aan mijn zoon en mijn potentiële kleinkinderen probeer ik, met alle mentale kracht die ik heb, nu iets te doen, namelijk door het spuien van ideeën. Ik heb als schrijver enigszins toegang tot de media. Dat maakt mij niet bijzonder en het maakt me zeker geen leider. Het zou fantastisch zijn als de Occupy-beweging groter wordt in dit land. Allicht zijn het slechts een paar honderd mensen die zich in dit land elke week weer engageren.”

Helaas vaak de usual suspects.

“Dat is niet zo erg. Het is belangrijk dat ze hardnekkig zijn. Ik had even schrik dat het slachtofferdenken ook daar zijn intrede zou doen - in Antwerpen heeft de politie hen al immers serieus gepest en de stad zelf probeert hen met boetes te intimideren - maar ze blijven hun aanwezigheid opeisen in de stad. Het is een kern van verzet, van mensen die anders denken. Dat geeft mij hoop. Er worden zaadjes gezaaid. Hoe kleinschalig ook, het zorgt bij bepaalde mensen blijkbaar voor emanciperende gedachten. Dat denken is in de res publica de hele tijd gedomineerd door een partijpolitiek denken. Het middenveld is helemaal geneutraliseerd, maar dat opent eigenlijk alleen maar perspectieven. Mensen gaan meer en meer hun eigen vorm uitvinden. Misschien is Occupy een goede bedding die het stromen van een ander gedachtegoed vergemakkelijkt. Een klein beekje dat aan het stromen is, naast de zee van neoliberaal denken die oeverloos is en nergens naar toe gaat. We hebben het voordeel dat het reservoir van de woede schier eindeloos is geworden. Het wordt niet beter, maar slechter. Het Beest is los. We zien het dagelijks en er vallen slachtoffers. Dat gaan steeds meer mensen uit onze kennissenkring zijn. De toestand wordt explosief.”

In landen als Griekenland verdwijnt de middenklasse langzaam.

“Ja, en dat zit er hier ook aan te komen. Nu behoren wij nog tot de middenklasse, maar niet lang meer. De angst zorgt er ook voor dat de middenklasse al die verzekeringen betaalt. Ze kopen hun angst letterlijk af. Er komt een moment dat mensen beseffen dat ze niet echt beschermd worden en dat ze met hun verzekeringsbijdragen gewoon de banken aan het steunen zijn. Wat gaat er dan gebeuren? Schopenhauer: berusten? Of Nietzsche: begeren? Ik denk dat het begeren zal worden. Niet omdat iedereen zo graag begeert, maar omdat er geen andere optie meer zal zijn. We beleven de Apocalyps, dus: de openbaring. Er wordt ons geopenbaard dat we onze sociale zekerheid hebben laten kapen. Mensen gaan op pensioen en merken dat 35 jaar werken geen zekerheid heeft opgeleverd. Door mijn manier van leven, had ik mij al twintig jaar geleden verzoend met de gedachte dat ik minder aan mijn zoon zou kunnen geven dan mijn ouders aan mij. Ik had er ook vrede mee dat ik als schrijver waarschijnlijk moet doorwerken tot ik er bij neerval. Nu wordt dat besef mainstream. Het denken over kinderen, arbeid en pensioen begint te bewegen. Mensen stellen zich vragen bij elke levensfase. Omdat het Beest aan onze deur staat. Anders denken is dus van essentieel belang. De partij die dat weet te vatten, die dat potentieel terug weet op te bouwen, die vertrekt vanuit een ‘wij’, en het hyperindividueel belang, het cynisme en al de fucking ironie van de afgelopen decennia opzij schuift, zal scoren. Voor de partij die haar partijprogramma door het Occupy-denken laat bevruchten en positief denken uitstraalt, is the sky the limit. Het veld ligt helemaal open.”

foto's: Theo Beck

Samenleving en politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 3 (maart), pagina 40 tot 50