Log in

'Vrouwen zijn altijd de sigaar'

Interview met Marleen Temmerman (Wereldgezondheidsorganisatie - WGO)

Op 21 juni zal Marleen Temmerman de 13de Prijs Vrijzinnig Humanisme ontvangen ‘omwille van haar jarenlange en wereldwijde inzet voor de rechten, gezondheid en emancipatie van vrouwen’. Ook in haar nieuwe functie bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) vecht ze tegen de invloed van krachten die de rechten van vrouwen niet prioritair vinden zoals bijvoorbeeld de Heilige Stoel. “Moest het Vaticaan de strijd tegen armoede even sterk aanpakken als haar strijd tegen de andere dan de Vaticaanse seksuele normen, dan zouden we een heel andere wereld hebben.” Vooral inzake familieplanning liggen de zaken gevoelig. Voor Sampol maakt de gynaecologe een balans op van haar eerste zes maanden in Genève. De Belgische politiek volgt ze van op afstand. Wel bejubelt ze de terugkeer naar een linksere politiek van de sp.a en de bocht van de partij inzake de hoofddoek. “Een zoveelste oorlog over symbolen die wordt uitgevochten op het hoofd van de vrouw.”

Marleen Temmerman (1953, Lokeren) hoeft nauwelijks nog te worden voorgesteld: in 2009 erkend door de Internationale Federatie van Gynaecologen als een van de meest verdienstelijke gynaecologen ter wereld, hoogleraar, oprichtster van het International Center For Reproductive Health (ICRH) aan de Universiteit Gent, met wereldwijde werking en zusterorganisaties in Kenia en Mozambique, voormalig senator voor de sp.a en sinds oktober 2012 Directeur van het Departement voor Reproductieve Gezondheid en Onderzoek bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). We ontmoeten haar eind april. Ze is net een aantal dagen in het land en we krijgen een uurtje van haar tijd. De agenda zit immers goed vol, want thuiskomen betekent ook de gelegenheid om vrienden en familie te zien. In haar nieuwe functie reist ze de hele wereld rond, met Genève als nieuwe standplaats. Een stad, de grootte van Gent, waar het in de expat gemeenschap aangenaam wonen is. Het nieuwe leven bevalt haar. Nochtans was ze vorig jaar niet op zoek naar een andere uitdaging. “Iemand maakte me attent op de vacature bij de WGO. Ik stuurde mijn cv, hoorde maandenlang niets, tot ik plots het bericht kreeg bij de laatste vijf kandidaten te zitten.” De rest is geschiedenis.

De Wereldgezondheidsorganisatie, de leidende en coördinerende autoriteit voor volksgezondheid binnen het VN-systeem, werkt met een zestal thematische clusters. Marleen Temmerman leidt er binnen de cluster ‘families, women and children’ de grootste van de vier departementen: dat voor Reproductieve Gezondheid en Onderzoek. “Mijn departement doet onderzoek naar reproductieve en seksuele gezondheid en rechten. Dat is een mond vol, maar het is alles wat te maken heeft met vrouwengezondheid en vrouwenrecht. We richten ons niet alleen op midden en laag inkomenslanden maar ook op de kwetsbare en alsmaar groeiende populaties van migranten, mensen op de vlucht en in vluchtelingenkampen, mensen op zoek naar een menswaardig bestaan. De reproductieve en seksuele rechten van die vrouwen en kinderen worden enorm geschonden. We beseffen dat hier niet. Hier in het Westen hebben we eind vorige eeuw een aantal feministische golven gekend die de status van de vrouw verbeterden en meer gelijke rechten brachten, ook op reproductief en seksueel vlak, maar in het grootste gedeelte van de wereld bestaat sexual power niet. Pas in 1994, met de International Conference for Population and Development (ICPD) in Cairo, werd voor de eerste keer een verklaring over seksuele en reproductieve rechten door vrijwel alle landen van de wereld ondertekend. Dat was echt een mijlpaal. Vrouwen mochten o.a. zelf bepalen wanneer en met wie ze een relatie zouden hebben, hoeveel kinderen ze wilden, etc.”

Jullie zijn het enige VN-agentschap dat werkt op abortus, met name op de preventie van onveilige abortus.

"Klopt. Voor alle duidelijk, wij promoten abortus niet; niemand kan voor abortus zijn want het is altijd een moeilijke beslissing maar dikwijls de enige optie voor een meisje of een vrouw die ongepland zwanger wordt en de zwangerschap niet kan houden. Wij strijden in de eerste plaats voor preventie, namelijk het voorkomen van ongewenste zwangerschappen, maar als het moet gebeuren dan willen we dat er mogelijkheden zijn voor veilige abortus in medische omstandigheden, voor beslissingsrecht van de vrouw. Het probleem van tienerzwangerschappen op Afrikaanse scholen is enorm. Het aantal jonge meisjes dat jaarlijks sterft door een onveilige abortus ligt rond de 80.000, maar er zijn natuurlijk veel meer onveilige abortussen. Dat is hallucinant. Wist je dat zwangerschap wereldwijd doodsoorzaak nummer één is bij meisjes tussen 15 en 19 jaar, een leeftijdsgroep die normaal gezien niet vlug sterft. Een aantal jaren geleden stierven jaarlijks 550.000 vrouwen tijdens de bevalling of zwangerschap. Dat zijn twee Boeings per dag die naar beneden storten. Door de inspanningen van de landen zelf, de internationale gemeenschap, de WGO, is dat verminderd. Nu is het nog één goedgevulde Boeing die crasht, wel nog steeds dagelijks 800 vrouwen die sterven aan leven geven.”

Het is een stille tragedie_

“In België lopen slechts 5 per 100.000 bevallingen dodelijk af. In Afghanistan en Congo zijn dat er 2000 per 100.000. De meeste van die sterftes zijn te voorkomen met weinig middelen. Het is niet de medische technologie maar de politieke wil die ontbreekt. Vrouwenlevens worden niet belangrijk genoeg geacht. Er is nog veel werk. Ik ben er al heel mijn leven mee bezig, maar nu vanuit de WGO op grotere schaal.”

Jullie departement werkt ook rond genitale verminking. Komt dat eigenlijk nog voor in België?

“Zeer zeker. Door de globalisering zien we ook hier vrouwen die genitaal verminkt zijn. Het is één van de dingen waar ik vanuit de politiek sterk aan getrokken heb: we hebben de wetgeving veranderd zodat genitale verminking niet meer onder slagen en verwondingen valt, maar zodat iedereen die betrokken is bij vrouwenverminking, ook de familie die hen meeneemt naar het buitenland om het daar te laten doen, strafbaar is. Volgens schattingen zouden er in België een paar duizend meisjes leven die besneden zijn. Er zouden zelfs een paar honderd meisjes hier besneden worden. Maar hoe en waar dat gebeurt is niet duidelijk. Ik kan me niet voorstellen dat één ziekenhuis of dokter daaraan zou meewerken. Mocht het thuis, in de duik, gebeuren zou je vroeg of laat complicaties verwachten. Maar we hebben nog nooit een opname gehad van een meisje dat bloedend werd binnengebracht.”

Bij uw aanstellen bij de WGO zei u dat familieplanning, een op het eerste zicht minder spectaculair onderwerp,_ één van de prioriteiten zou worden. Waarom? _

“Familieplanning is voor ons misschien normaal, maar wereldwijd een prioriteit om vele redenen. Vrouwen sterven bij de bevalling vaak omdat ze te veel zwangerschappen te kort na elkaar hebben. Ze krijgen twaalf kinderen waar ze er maar drie willen. Het gaat om vrouwengezondheid, maar ook om vrouwenrechten. Het betekent toegang tot familieplanningvoorzieningen. In Afghanistan hebben vrouwen geen toegang tot gezondheidszorg. In China mogen alleen getrouwde vrouwen voorbehoedsmiddelen nemen, met miljoenen abortussen per jaar als gevolg. Voorbehoedsmiddelen zijn, net als abortus, een ongelooflijk gevoelig onderwerp. Binnen onze dienst is er het HRP Special Programma of Research, Development and Research Training in Human Reproduction. Dat programma werd veertig jaar geleden opgericht om te kunnen werken rond voorbehoedsmiddelen. Het is niet alleen afhankelijk van de WGO, maar ook van de Wereldbank, Unicef en een aantal VN-agentschappen. Dat is nodig want wij werken op een aantal zeer gevoelige onderwerpen die niet door alle landen prioritair geacht worden. Zeker als het globale politieke klimaat meer conservatief en restrictief wordt ten opzichte van vrouwen en vrouwenrechten. Twee voorbeelden: tegen de ’thirteen life-saving commodities’, een VN-lijst om te voorkomen dat moeders en kinderen sterven bij zwangerschap en geboorte, met o.a. ook familieplanning en de morning after pil, tekenden eerder dit jaar een aantal landen - onder druk van het Vaticaan - verzet aan; in de Verenigde Staten wordt, zodra een Republikeinse president verkozen geraakt, onmiddellijk de Global Gag Rule ingesteld, die stelt dat het Amerikaans ontwikkelingsgeld niets te maken mag hebben met abortus en soms bij uitbreiding met familieplanning, met alle gevolgen van dien voor de armste landen.”
“Het derde belangrijke winpunt van familieplanning - naast vrouwengezondheid en vrouwenrechten - is dat vrouwen met kleinere gezinnen gemakkelijker kunnen participeren aan de arbeidsmarkt. In veel landen kan de helft van de volwassen bevolking niet meewerken. Het vierde grote voordeel van familieplanning is ecologisch van aard. We doen inspanningen om de rijkdommen van de aarde niet te verkwisten, maar tegelijk is de bevolking hard aan het stijgen. De VN voorspellen voor 2050 een bevolking van 9,1 miljard, met vooral groei in de derde wereld. Al die mensen zullen energie en middelen verbruiken. Het ligt ethisch moeilijk, want wie zijn wij om hen dat te ontzeggen, maar het is iets dat moet worden meegenomen in het hele debat rond familieplanning.”

Familieplanning is een essentieel element in de strategie van de WGO, maar toch hoorden we er de voorbije jaren nauwelijks over?

“Het werd de laatste dertig jaar wereldwijd genegeerd. Er is enorm veel geld gegaan naar algemene gezondheidszorg, naar aids, enzovoort, maar niet naar familieplanning, net omwille van al die gevoeligheden. Er moet veel meer aandacht aan worden besteed. 11 juli 2012 was niet alleen de Vlaamse feestdag, maar ook de dag van de grote Family Planning Top, georganiseerd door de Britse regering en de Bill and Melinda Gates Foundation. De Millenniumdoelstelling waar het minst vooruitgang wordt geboekt, is de moedersterfte (MDG 5). Omwille van de redenen die ik zopas heb opgesomd. Maar ook omdat men binnen die MDG 5 pas in 2008 een vijf bis heeft gemaakt, namelijk toegang tot familieplanning. Met het Family Planning 2020 Programme hebben een aantal rijke landen, de Verenigde Naties, maar ook ontwikkelingslanden en de privésector voor de eerste keer de handen in elkaar geslagen. Er zijn naar schatting 220 miljoen vrouwen die momenteel geen toegang hebben tot voorbehoedsmiddelen; de doelstelling is om dat aantal in zeven jaar tijd minstens te halveren. Daarvoor is naar schatting 4,4 miljard dollar nodig. Een kleine helft daarvan is door Bill en Melinda Gates gegeven. Eindelijk zegt de internationale gemeenschap er iets aan te willen doen. Dat geeft energie.”

Familieplanning ligt gevoelig. Wat is de invloed van de Heilige Stoel op een organisatie als de Verenigde Naties?

“Het Vaticaan is sterk aanwezig op grote VN-vergaderingen. Ze nemen er het woord. Ze zijn goed georganiseerd, hebben een sterk netwerk, houden voorcongressen met jongeren, leiden op. In onze World Health Assembly hebben ze geen stemrecht, maar als observator wel spreekrecht. Ze werken via landen om hun boodschap te brengen. Die boodschap is altijd weer dezelfde. Ze verzetten zich bijvoorbeeld tegen de morning after pil, omdat het een abortivum zou zijn wat eigenlijk zelfs niet het geval is. Het blijft me verbazen, verwonderen, verontwaardigen hoe die oude mannen in het Vaticaan zich blijven bezig houden met seksualiteit en reproductie. Een onderwerp waar ze per definitie niets van af kennen. Moest het Vaticaan de strijd tegen armoede even sterk aanpakken als de strijd tegen de andere dan de Vaticaanse seksuele normen, dan zouden we een heel andere wereld hebben.”
“Wij, daarentegen, zijn na de Verlichting, na ’68, na onze feministische golven, wat in slaap gevallen. Bij ons is seksueel recht een dagelijkse realiteit. We hebben te weinig oog voor dat sluipend vergif. De situatie van vrouwen is er, behalve aan deze kant van de wereld, niet op vooruit gegaan. Dat is voornamelijk door de invloed van dominante groepen zoals het Vaticaan en de Islam. Niet de christelijke of islamitische leer op zich, maar wel wat de instituten er van maken. Hoe strenger de religie, hoe groter haar impact op het persoonlijk leven van de mensen, hoe meer godsdienstoorlogen, hoe meer onderdrukking van de vrouwen. Vrouwen zijn altijd de sigaar.”
“Toen de paus een paar jaar geleden zei dat condooms niet beschermen tegen hiv, dienden we vanuit de sp.a-fractie in de Senaat daartegen een resolutie in, die het niet gehaald heeft. We kunnen daar onze schouders over ophalen, maar wereldwijd heeft een boodschap van een religieuze autoriteit wel degelijk impact. Door de invloed van de Kerk wordt in een aantal Afrikaanse landen op middelbare scholen het uurtje family life education afgeschaft, worden condooms verbrand, etc. Ik vind dat moorddadig. Zeker als je weet dat door het ontzeggen van condooms en voorbehoedsmiddelen zoveel mensen worden besmet, zoveel meisjes ongewenst zwanger geraken. Dat het Vaticaan zo volhardt in de boosheid maakt me verschrikkelijk boos. Ze begaat dagelijks geen kleine maar in mijn ogen grote hoofdzonden.”

Het enerveert u duidelijk. Kan u die boosheid voldoende ventileren binnen uw mandaat? Als politica had u de volledige vrijheid van het woord. __

“Ik moet binnen de WGO natuurlijk opletten met de manier waarop ik dingen zeg. Het is meer op eieren lopen. In de politiek moet dat soms ook, maar het geeft niet als je er een paar kapot stampt. Dat is soms zelfs sympathiek. Binnen de WGO heb ik het statuut van diplomaat. Ik spreek als vertegenwoordiger van een wereldorganisatie, niet van een Vlaamse politieke partij, en moet opletten met uitspraken over bepaalde VN-programma’s omdat landen negatief zouden kunnen reageren. De vraag is: wil ik mijn gedacht kunnen zeggen of wil ik gelijk krijgen? In het Westen hebben we te vaak het eigen grote gelijk in petto. Maar door het imponeren van jouw waarden haal je jouw slag niet altijd thuis. Ik spreek dus zeker niet tegen mijn principes maar wel met meer voorzichtigheid. Trouwens, moest ik het gevoel hebben binnen de WGO niets te kunnen doen, zou ik er snel weer weg zijn.”

Maar de eerste balans na zes maanden is positief? U kan binnen de logge structuur die de WGO is voldoende gedaan krijgen?

“Ik kan veel doen, maar het effect ervan wil ik nog zien. We kunnen wel aanklagen dat er bijvoorbeeld wereldwijd één miljoen vrouwen syfilis hebben, maar het moet meer zijn dan het verzamelen van cijfers en schrijven van rapporten. Als er niets gebeurt, is dat voor mij niet concreet genoeg. We zullen zien over een jaartje.”

U brengt nu de grootste deel van uw tijd in Genève door. Tot vorig jaar was u hier met heel wat dingen tegelijk bezig. Mist u die kruisbestuiving niet?

“Het les geven, het onderzoek leiden, het reizen, het in Afrika en andere landen betrokken zijn en de politiek: dat heb je in Genève van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Wat ik mis is de patiëntenzorg. Ik heb dertig jaar als gynaecoloog gewerkt. Mijn handen jeuken als ik over één van mijn patiënten hoor. Maar goed, kiezen is altijd een beetje verliezen.”

Geldt dat ook voor uw afscheid van de politiek?

“Voor een stukje wel. Ik zat graag in de Senaat. Van opleiding en passie ben ik arts, maar als je dingen wil realiseren, heb je die brug naar de politiek nodig. Ik was een termijn voorzitter van de Commissie Buitenlandse Zaken. We werkten aan het verbeteren van de wet op ontwikkelingssamenwerking, konden een aantal internationale dingen binnen de Internationale Parlementaire Unie (IPU) realiseren. Als het over internationale kwesties ging, kwamen de politieke fracties goed overeen. Zodra het over de eigen gemeente of ethische dossiers ging, was dat anders. Dat voelde ik sterk in de Commissie Sociale Zaken en Volksgezondheid. Verschillende van mijn wetsvoorstellen heb ik er door gekregen, maar een voorstel dat het niet haalde was het uitbreiden van de wet op de derde betaler. Ik had echt gehoopt dat er door te krijgen, want het huidige systeem is te gek voor woorden. Jammer.”

U vindt het ook jammer dat de Senaat in haar huidige vorm wordt afgeschaft.__

“Ik betreur de uitkleding van de Senaat. Qua besparing van personeel en ruimte, qua efficiëntie kan er veel verbeteren in het Parlement. Soms is het echt Absurdistan. Maar er moet ruimte blijven voor reflectie. Als men in de Kamer in de waan van de dag er van alles moet doorjagen, is het niet slecht dat men nog een mogelijkheid heeft tot evocatie en reflectie. Het klopt dat er veel dubbel werk wordt gedaan, maar het ethische debat bijvoorbeeld werd voornamelijk gevoerd in de Senaat. Het is jammer dat het nu door een commissie van alleen deskundigen moet. Die hoorzittingen in de Senaat namen tijd in beslag, maar het was wel een filter om een democratisch draagvlak te creëren.”

Is een terugkeer naar onze nationale politiek uitgesloten?__

“Dat is een afgesloten hoofdstuk. Als ik ooit nog iets politiek doe, zou het eerder internationaal zijn, binnen de VN of binnen Europa. (richt zich naar de bandrecorder en lacht) Dit is geen sollicitatie voor de Europese verkiezingen van 2014. Ik heb een mandaat van twee jaar bij de WGO.”

U begon uw politieke carrière op lokaal vlak, als gemeenteraadslid voor Agalev in Lokeren, om na een aantal jaar de overstap te maken naar de sp.a.__

“Ik ben altijd een rode geweest met groene bolletjes. Toen ik terugkwam uit Kenia in 1993 vroeg Agalev of ik met hen wou meewerken. Er was net een café kort en klein geslagen door een paar Marokkanen en de Lokerse politie ging naar New York om er te leren van de zero tolerance. Louis Tobback steunde dat. Ik vond dat flinkse beleid zo onsocialistisch dat het me naar Agalev duwde, ook omdat het destijds in Lokeren een actieve groep was. Ik geraakte onmiddellijk verkozen in de gemeenteraad, voelde me thuis in de Lokerse groene fractie, maar vond de partij toch zo betuttelend. Altijd dat vingertje, de sneren naar het rode paterke (Steve Stevaert, red.). Ik kwam net uit een internationaal milieu. Vlaanderen is maar een zakdoek groot. En toch altijd maar vliegen van elkaar afpakken, de verschillen benadrukken terwijl rood en groen zo dicht bij mekaar liggen. Toen de WGO me vroeg als consulente en ik twee dagen per week naar Genève moest, stapte ik volledig uit de politiek. Tot 2007, toen ik op vraag van Steve Stevaert op de sp.a-lijst ging staan en rechtstreeks verkozen werd in de Senaat.”

U zegt dat de verschillen tussen rood en groen miniem zijn. Andere spreken van fundamentele verschillen.

“Er zijn verschillen maar niet fundamenteel. Laat ons samen één front vormen dat een duidelijk links front is. Ik heb de sp.a beginselverklaring niet in detail bekeken, maar naar wat ik lees in de pers ben ik blij dat de sp.a toch weer een duidelijk linkser beleid gaat voeren. Altijd maar in het midden van dat bed, dat irriteerde me in het recente verleden. Dan ben je voor niemand aantrekkelijk. We zijn te slap geweest in de hele bankencrisis. Ik ben geen econoom, maar een simpele burger met een beetje spaargeld. Ik weet niets van beleggen maar wil dat mijn geld veilig op een bank staat. Zoals de burger bedrogen is door de banken, daar hadden we als socialisten feller op moeten springen. We hebben te veel geprobeerd niemand pijn te doen. Ik ben blij dat John Crombez dat dossier nu in handen heeft.”

Ook rond diversiteit probeerde sp.a lange tijd vooral geen stemmen te verliezen. Nu kiest ze resoluut voor het actief pluralisme. Tevreden met de bocht inzake de hoofddoek?__

“Absoluut. De ‘Boom’ in met dat verbod. Voor moslima’s moet dat vreselijk zijn: aan de ene kant moét je de hoofddoek opzetten van een aantal mensen in uw omgeving, aan de andere kant mág je uw hoofddoek niet opzetten. Weer zijn de allochtone vrouwen het slachtoffer. Weer zijn het voornamelijk mannen die hun lot gaan bepalen. Het is de zoveelste oorlog over symbolen die wordt uitgevochten op het hoofd van de vrouw. Waarom is iedereen zo bezig met die hoofddoek? Als mannen hun baard laten staan horen we niemand.”

Op de Turnhoutsebaan in Borgerhout wordt sinds kort wel uitgekeken naar mannen met lange baarden…


“Ja, en toen we geen regering konden vormen in 2011 werden mannen opgeroepen hun baard te laten staan (lacht). Uiteraard moeten symbolen die in strijd zijn met de rechten van de mens worden verboden. Maar laat andere symbolen toch gewoon zo. Iedere generatie heeft zijn symbolen. Het is een strijd die je nooit kan winnen. We willen toch geen symbolenpolitie die kijkt of iemand een kruisbeeldje draagt? (neemt haar halskettinkje in de hand) Dit is een Afrikaans vruchtbaarheidssymbool. Mensen denken vaak dat het een kruisje is. Na een televisiedebat kwam de woordvoerder van Léonard me zeggen dat hij aangenaam verrast was dat ik toch een kruisje droeg. (lacht)”

De hoofddoek is, ook binnen de sp.a, niet evident. Je zit met al die vrijzinnigen …

“… die gevochten hebben tegen de kruisbeelden. Maar er is een verschil tussen wat er in de openbare ruimte hangt en hoe mensen zich kleden.”

Mensen zijn geen gebouwen.

“Inderdaad. In een gebouw in de openbare sector moet dat kruisbeeld weg. Maar hoe mensen zich kleden, is een andere zaak. Iedere organisatie heeft het recht daarin te kiezen. In het UZ mag het personeel geen lange mouwen maar wel een hoofddoek dragen. Het hindert de medische dienstverlening niet. Belangrijker is dat alle personeel onze waarden onderschrijven, dat vrouwen een man een hand willen geven, dat ze binnen onze vrouwenkliniek ook alleenstaande vrouwen willen helpen zwanger worden, en vrouwen met ongewenste zwangerschap willen helpen, met of zonder hoofddoek. Leren omgaan met diversiteit is belangrijk, en daar horen ook symbolen bij.”

Foto’s: Theo Beck

Samenleving en politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 6 (juni), pagina 24 tot 32