Log in

'Buitenparlementair verzet om dingen in beweging te krijgen'

Interview met Thomas Decreus (politiek filosoof en activist)

"De Occupy-beweging verzet zich vooral tegen het gevoel dat partijen onderling inwisselbaar zijn geworden. In de eerste plaats wil men een alternatief. Men is niet per definitie tegen partijpolitiek," zegt politiek filosoof Thomas Decreus. "Politiek blijft ontzettend belangrijk. Als je je niet engageert in de politiek, laat je het speelveld over aan rechts. Voor mij zijn er twee sporen: een parlementaire weg die je niet kan verwaarlozen en de weg van het buitenparlementaire protest."

Thomas Decreus (1984) is het aanstormende talent onder de nieuwe generatie politieke filosofen. Hij haalde zopas zijn doctoraat, nadat hij eerder geschiedenis en filosofie studeerde aan de KUL. Decreus schreef ook Een paradijs waait uit de storm. Over markt, democratie en verzet, dat vorig jaar bij EPO verscheen. Decreus is niet het type filosoof dat zich neutraal opstelt. "Als je begint na te denken over de politiek, vertrek je altijd vanuit een bepaalde positie," zegt Decreus daarover. "Ik denk niet dat we terug moeten naar een 19de eeuws positivistische ideaal dat je buiten de politiek kunt staan en vanuit een objectieve basis die politiek kunt analyseren. Dat kan niet. Ook als burger niet. Je zit altijd in een bepaald politiek spel, in een machtsconfiguratie, en je neemt daar altijd een bepaalde positie tegenover in. Een perfecte neutraliteit bestaat niet. Een politiek filosoof is ook een politieke filosoof. De meest politieke filosofen zijn net diegenen die ontkennen dat ze ook een politieke rol spelen."

Decreus schaarde zich daarom achter de volksprotesten, de Indignado’s en de Occupy-beweging en was mede-organisator van de SHAME-betoging in Brussel in 2011. De filosoof is ook literair actief. Hij was laureaat in Babylons literaire prijs en won de publieksprijs in de internationale schrijfwedstrijd Write Now. Enkele van zijn kortverhalen werden gepubliceerd in het tijdschrift Met Andere Zinnen. Hij organiseerde ook literaire avonden in Leuven. In zijn appartement in het hartje van Antwerpen analyseert hij de verschillen en overeenkomsten tussen de beweging van het andersglobalisme van tien jaar geleden en de huidige Occupy-, Indignado- en 99 %-beweging. "Overeenkomsten zijn er wel degelijk," zegt Decreus. "In Spanje zitten daar grotendeels dezelfde mensen achter. Het andersglobalisme klaagde destijds ontwikkelingen in andere continenten aan, ontwikkelingen waarmee we vandaag ook in Europa te maken hebben. Er zijn ook verschillen. Qua actiemethodes is de Occupy-beweging vreedzamer. Occupy heeft hier ook meer weerklank dan het andersglobalisme van toen. Ik zie zo’n beweging eerder als een continuïteit. Alleen krijgen de erupties telkens een andere naam. Als die achter de rug zijn, lijkt het alsof de beweging weg is, maar er blijft altijd een kritisch reservoir bestaan. Ook hebben we overspannen verwachtingen van zo’n beweging. Het effect ervan moet je niet zoeken in concrete, politiek-economische veranderingen in het beleid. Wel in het gewijzigde symbolisch bewustzijn. Spreek vandaag een willekeurig iemand aan over de term ‘99%’, en hij legt de link met Occupy. De beweging heeft met sterke beeldtaal een nieuwe versie van de klassenstrijd op de politieke agenda geplaatst, namelijk 1% versus 99%."

Waar vroeger de beweging weggehoond werd als een initiatief van ‘langharig werkschuw tuig’, zie je nu gewone burgers die getroffen werden door de crisis meestappen in het verhaal. Is het publiek van Occupy anders?

"In de landen die door de crisis getroffen zijn, zie je een verruiming van het publiek. In Spanje, Griekenland en de Verenigde Staten sloten middenklassers er zich bij aan. In België bleef het meer de klassieke activistische scene, maar de beweging had wel een groot draagvlak. Het ontzettend open karakter is verfrissend. Of je nu links of rechts, gelovig of niet gelovig bent, iedereen is welkom om te discussiëren. Door dat inclusieve karakter van die volksvergaderingen, door de eenvoud van de boodschap, door de manier waarop pleinen bezet worden, trek je mensen aan. Van een oubollig Marxistisch discours loopt het publiek weg."

De breedte van de beweging verhindert echter ook dat ze een ideologisch karakter krijgt.

"De grootste sterkte van Occupy is ook haar grootste zwakte. De kritiek op de beweging is gekend: ze is te inclusief, te vaag, ze weet haar opponenten niet meer te identificeren. Ik ben het daar niet mee eens. In het manifest stonden de eisen duidelijk te lezen: een meer solidaire, gelijke samenleving, met meer democratie. Eisen die traditioneel thuishoren in de ruim gedefinieerde linkerzijde van het politieke spectrum. Zo inclusief mogelijk zijn, is voor een deel een niet-bewuste strategie. Een politieke partij zal ook altijd zoveel mogelijk mensen proberen aan te trekken door op twee sporen te spreken: openheid en geslotenheid. In het geval van Occupy was die opening misschien net iets te groot en de bepaling waarover het ging net iets te klein. Het is een moeilijk evenwicht."

Het discours is, naast dat het gericht is tegen bedrijven als Monsanto, ook uiterst kritisch voor de partijpolitiek. De oproep die je er vaak hoort om niet te gaan stemmen, is een duidelijk anti-politieke houding die rechtse politiek in de kaart speelt. Indignado’s lijken bozer op linkse politici dan op rechtse.

"Men verzet zich vooral tegen het gevoel dat partijen onderling inwisselbaar zijn geworden. In de eerste plaats wil men een alternatief. Men is niet per definitie tegen partijpolitiek. Er leeft een wijdverbreid het gevoel dat het geen verschil maakt op wie men stemt. Dat die Indignado’s niets meer met de partijpolitiek te maken willen hebben, sluit aan bij een bepaalde stroming binnen links. Ze dwepen met filosofen genre Tony Negri en Michael Hardt die de idee propageren om geen aansluiting te zoeken bij partijen. Ze willen een soort exodus uit het bestaande systeem organiseren om van daaruit de nieuwe maatschappij op te bouwen. Dat soort ideeën was sterk verweven in die beweging. Ikzelf ga daar niet mee akkoord. Politiek blijft ontzettend belangrijk. Als je je niet engageert in de politiek, laat je het speelveld over aan rechts. Voor mij zijn er twee sporen: een parlementaire weg die je niet kan verwaarlozen en de weg van het buitenparlementaire protest."

Door de technieken die gebruikt worden om de problemen aan te kaarten - de geefkasten, soep maken op geefpleinen - neemt men voor een stuk de rol van de georganiseerde solidariteit over. Ondersteun je daarmee niet het verhaal van de Homansen, dat je een minimale overheidssolidariteit nodig hebt en dat daarnaast de burger zijn hart moet tonen en zijn oude sokken aan de mensen moet geven? Dit soort initiatieven komt sympathiek over, maar voed je daarmee niet het idee van minder georganiseerde solidariteit?

"Die geefpleinen willen burgers samenbrengen om zo een gemeenschap te vormen. Het is geen concurrentie voor de bestaande, georganiseerde solidariteit. Integendeel. Het kan er een versterking van inhouden. De sociale zekerheid werkt maar als er een gevoel van solidariteit tussen burgers bestaat. Zo’n initiatieven kunnen mensen bewust maken van armoedeproblematiek, hen doen inzien dat het nog niet zo gek is dat we sociale zekerheid hebben. Maar, sociale zekerheid op zich mag niet gebaseerd zijn op een gevoel van empathie of 'gemeenschap'. Ze moet er zijn voor iedereen, ongeacht of je de persoon die geholpen moet worden sympathiek vindt. Als je alles baseert op mededogen of gemeenschap, ondergraaf je de universaliteit achter het principe. Daarnaast is er een tendens bij meer neoliberaal geïnspireerde politici, onder andere in Nederland, om in te zetten op de participatiemaatschappij. Ze nemen het discours over van burgers die meer zelf willen doen, om zich dan als overheid te kunnen terugtrekken. We moeten daar bijzonder kritisch tegenover staan. De staat is nog altijd de instelling die het best het algemeen belang representeert."

Nochtans is het anti-overheidsdiscours, ook binnen de Occupy-beweging, groot. Dat sluit aan bij het Amerikaanse anti-overheidsdiscours dat daar door Republikeinen wordt gevoed. The state is the enemy.

"De beweging stelt vooral dat de staat opnieuw het algemeen belang moet representeren. Dat is geen gegeven feit. Het gaat niet over tegen de staat te zijn, maar over het vormgeven van de staat via bepaalde politieke krachten. Het is eerder een reclaiming of the state. Het echte anti-staatdiscours vind je bij harde libertair neoliberalen of in protorevolutionaire situaties. Beide analyses gelden op dit moment niet voor West-Europa."

Hoe schat je dat pre-revolutionaire klimaat dan in? We vernemen steeds meer berichten over toegenomen kansen op onlusten en pre-revolutionaire sentimenten.

"Mensen gaan nogal onzorgvuldig om met het woord revolutie. Een revolutie is zoiets als de Franse Revolutie, de Parijse commune van 1871, de Russische Revolutie van 1917... waarbij je de maatschappij op een nieuwe wijze gaat funderen. De laatste echte revolutie in die zin was de Iraanse Revolutie, waar je een nieuwe symbolische ordening kreeg. Dat zie ik in Europa nog niet onmiddellijk gebeuren. Maar revoltes zijn wel mogelijk. Omdat je meer sociale ongelijkheid hebt, omdat de politiek er niet in slaagt bepaalde maatschappelijke ideeën politiek te vertalen, neemt de kans op revoltes, waarbij de bevolking een parlement bestormt, wel toe. Kijk naar Oekraïne. We gaan in Europa een periode van sociale onrust tegemoet. De naoorlogse periode was relatief stabiel omdat je een goed systeem had waarbij verschillende klassen vertegenwoordigd waren en er een grote vorm van herverdeling door de welvaartsstaat bestond. Die systemen worden vandaag door allerlei krachten onderuit gehaald. We gaan naar een klimaat dat lijkt op dat van voor WO II: meer onrust, meer extreme politieke standpunten, meer revoltes."

Enig idee waarom er zo weinig aandacht is van de georganiseerde politiek voor een vrij groot fenomeen zoals de Indignados en Occupy?

"Macht volgt de weg van de minste weerstand. Zolang de politiek door de samenleving niet gedwongen wordt om zich met bepaalde zaken bezig te houden, zal ze dat nooit doen. Buitenparlementair verzet is ontzettend belangrijk om dingen in beweging te krijgen. De politiek heeft zelden de neiging om vanuit zichzelf te veranderen. Nog altijd hebben politici de luxe om zich daar niet te veel mee te moeten bezighouden."

Zitten politici te veel in hun eigen logica gevangen?

"Dat geldt niet enkel voor politici. Veel mensen beseffen niet in wat voor bubbel ze leven. Ook mensen in jongerenbewegingen van politieke partijen komen vaak uit dezelfde sociale klasse, en weten niet goed wat zich buiten hun referentiekaders afspeelt. Al snel denk je: dit is Vlaanderen. Loop door Borgerhout en je ziet wel wat andere dingen. Armoede of uitbuiting op de werkvloer bestaan nog wel degelijk. Maar je zit met mensen in leidinggevende functies die daar geen flauw benul van hebben. Er is een bewustzijnsprobleem."

Voor David Van Reybrouck is de manier waarop we aan politiek doen een middel om een aristocratische elite de leiding te laten nemen. Het verhaal dat er iets mis is met de democratie, en dat die bezorgdheid om het democratisch deficit zo breed gedragen wordt, lijkt me nieuw.

"Onze huidige democratie botst op een aantal zaken. Door de introductie van sociale media en communicatietechnologieën kan een global civil society sneller op dingen ageren dan de politiek. Op het representatief democratisch stelsel zit een vertraging. Mensen zijn hoger opgeleid dan ooit, hebben meer toegang tot informatie. Er bestaat een soort ongeduldigheid om mee te beslissen. Je ziet dat op allerlei vlakken. Traditionele rolpatronen sterven af. De idee van de journalist of de expert die met autoriteit spreekt, is met sociale media en alternatieve mediaplatforms onderuit gehaald. We gaan hoe dan ook naar een meer participatieve democratie. Er komt een belangrijke paradigmashift. De politiek is nog altijd te verticaal georganiseerd. Mensen pikken dat niet meer."
"Binnen de parlementaire democratie zal je meer participatieve momenten moeten inlassen. Zeker op stedelijk niveau zijn er mogelijkheden. Vormen van online-democratie moeten worden meegenomen in de besluitvorming. Het is ontzettend complex, want in de praktijk ontstaan hybride mengvormen die langzaam geïnstitutionaliseerd geraken. Anderzijds, en dat mag in de pleidooien voor een meer participatieve democratie niet vergeten worden, rust een liberale democratie ook op het feit dat je je niet al te veel moet aantrekken van de politiek. Je kunt moeilijk verwachten dat burgers constant geëngageerd zijn."
"Tegelijk is globalisering een van de grootste hindernissen om de democratie opnieuw uit te vinden. Mensen weten maar al te goed dat de wereldeconomie globaal gestructureerd is en dat de politiek nog altijd nationaal opereert. Lokaal beperkte politieke kaders vormen een gigantische probleem voor de democratie. We voelen dat die nationale politiek volstrekt machteloos is."

Toch horen we steeds vaker dat we de Europese Unie moeten afbouwen en moeten terugplooien op het eigen nationale niveau.

"Je kan dat, bijna psychoanalytisch, vergelijken met een kuisneurose. Als je jouw leven niet op orde krijgt, ga je proberen om iedere vierkante centimeter van jouw woonkamer op orde te krijgen. Het verklaart de tendens naar regionalisme. Mensen voelen dat ze geen vat meer hebben op de dingen en willen verkleinen. Op ons niveau, met ons volk en onze taal, hebben we tenminste nog die controle, denkt men dan. Het is een irrationele reflex. In tijden van globalisering regionaliseren, is een fantasie."

Het blok eurosceptici in het Europees Parlement zal na 25 mei waarschijnlijk een stuk groter worden. Waar heeft dat mee te maken? Met de onbereikbaarheid van dat hogere politieke niveau?

"Europa is complex om meerdere redenen. Het grote probleem is dat alle discussies over ‘voor of tegen Europa’ gaan. Maar zelfs de eurosceptici zouden Europa nooit afschaffen. Er is te weinig debat over welk Europa we willen. We moeten mensen warm maken voor dat Europese project door er een politiek conflict rond te organiseren. Nu gebeurt dat niet. Voor een deel door de structuur van Europa zelf. De Raad en de Commissie zijn niet-ideologisch gestructureerd. Europa verschuilt zich achter een muur van technocratische beslissingen. Dat heeft een bevreemdend effect op mensen. Mensen zijn niet geneigd dit debat aan te gaan. We hebben nochtans geen andere keuze dan voor meer Europa te gaan."

Harvard-politicoloog Roberto Mangabeira Unger zegt dat links er niet in slaagt een eigen verhaal te vertellen. Het lijkt alsof ze enkel het onvermijdbare proberen te humaniseren, schrijft hij. Links geeft enkel nog een humaniserende discount op de voorstellen van rechts.

"Links moet op twee vlakken terug naar haar essentie. Een. Na de Franse Revolutie werd op beperkte schaal een liberaal-democratisch systeem geïntroduceerd. Enkel de burgerij kon stemmen. Links ontstond doordat een deel van de bevolking niet accepteerde dat slechts een beperkte groep stemrecht had. Iedereen moest kunnen participeren aan die politieke democratie. Doorheen de linkse beweging werd dat uitgebreid op zoveel mogelijk domeinen: het seksuele, het culturele, het economische. Twee. Links moet meer teruggaan naar het economische, meer inzetten op gelijkheid. De laatste twee decennia werd te vaak vertrokken vanuit de idee dat we het allemaal goed menen. Neen, er zijn wel degelijk krachten die er belang bij hebben dat de verzorgingsstaat wordt afgebouwd. Daar mag men harder tegen in gaan. Links moet dus twee keer opnieuw zijn corebusiness opeisen: meer democratie en meer sociaaleconomische rechtvaardigheid. Het betekent dat je je harder moet opstellen, een compromisloos en duidelijk verhaal moet vertellen. Politiek wordt vaak vergeleken met marketing, maar heeft eigenlijk meer gemeen met kunst, met literatuur. Je moet een verhaal vertellen dat goed samenhangt, dat je in één of twee zinnen kan samenvatten. Links heeft te weinig oog voor dat soort technieken en vereisten."

Drew Westen maakt in ‘The Political Mind’ dezelfde analyse: rechts is al sinds de jaren 1960 bezig met verhalen te vertellen. Links vertelt geen verhalen, maar maakt analyses. Analyses triggeren de bevolking niet.

"Rechts is inderdaad beter in het vertellen van verhaaltjes. Maar soms wordt zelfs hun frame niet door links op de korrel genomen. Neem nu die mythe van ondernemers als job creators. Eigenlijk wil een ondernemer zo weinig mogelijk mensen tewerkstellen; werknemers zijn immers een kost. Je kan daar perfect een links verhaal tegenover stellen. Maar dat gebeurt niet. Men is te weinig op de hoogte van de eigen tradities. Caroline Gennez zei een paar jaar geleden dat het conflict tussen arbeider en kapitaal niet meer bestaat. Fout. Het is misschien een oubollige manier om sociale spanningen op die manier te duiden, maar binnen een kapitalistisch systeem bestaat er wel degelijk nog een spanning tussen diegene die werkt en diegene die daar een bepaalde winst uit trekt."

Ze bedoelde wellicht dat een groot deel van het kapitaal niet meer door arbeid wordt gegenereerd, maar virtueel is. En dat is vrij nieuw.

"Dat is waar. Maar ook binnen dat post-Fordistisch kapitalisme zijn er nog altijd vormen van uitbuiting. Het huidige proletariaat wordt gevormd door iedereen die in loonarbeid zit. Het zijn de mensen met een kantoorjob die, als ze thuiskomen, nog tot 12 uur ’s nachts hun mails moeten beantwoorden. Ook dat zijn vormen van uitbuiting. Binnen het economisch systeem blijft die inherente spanning aanwezig. Als je die minimaliseert, snij je in de corebusiness van waar je als socialist voor staat. Het is alsof Bart De Wever zou zeggen dat het communautaire conflict passé is. Als je je corebusiness gaat ontkennen, wordt het moeilijk om een bestaansreden voor jouw partij te zoeken. Links moet dat oorspronkelijk conflict, dat er nog wel degelijk is, hertalen naar een hedendaagse context."

Waar zie je dan opportuniteiten die sociaaldemocraten gemist hebben?

"In de manier waarop Europa is vormgegeven. Dat men niet meer gehamerd heeft op de noodzaak van een meer politiek en sociaal Europa, is een grote fout geweest."

Ondertussen deelt iedereen die analyse binnen de sociaaldemocratie.

"Daar ben ik blij om. Maar het is natuurlijk wel gebeurd. Het model van Europese eenmaking dat F.A. Hayek voor ogen had, komt dicht bij het model dat we vandaag zien: zo weinig mogelijke politieke en sociale unie, maar wel een unie met een eengemaakte markt waarin staten met elkaar in concurrentie treden. Ik heb desalniettemin hoop: net doordat Europa onderlinge concurrentie creëert, net doordat het een harde besparingspolitiek oplegt, zal het op een paradoxale manier zorgen voor een eenheid onder Europeanen. Bij die Indignado-betoging in Brussel op 15 oktober 2011 kwamen Madrilenen te voet naar Brussel. Onderweg trokken ze allerlei actievoerders mee. Het was een Europese betoging. Een politiek conflict kan voor een Europese eenheidsvorming zorgen op het niveau van de civil society, voor een gevoel de we een gemeenschappelijk belang delen. Europa zal nooit een volk of een staat worden, altijd een federatie blijven, maar je zal wel sterkere vormen van solidariteit krijgen. Het besef groeit dat een Roemeen en een Nederlander hetzelfde belang delen. Dat men met minimumlonen de concurrentie eruit kan halen. Dat het uitkleden van de staat, zoals in Griekenland is gebeurd, ook ons kan overkomen en het dus niet onzinnig is zich solidair op te stellen."

Is een probleem voor Europa ook niet dat je er nauwelijks over wordt geïnformeerd door de media? En als ze erover berichten, zoals in de recente Terzake-aflevering over het lage vertrouwen in de Europese Unie, dan neigt het naar desinformatie?

"Ook in de zogenaamde kwaliteitsmedia wordt te weinig aandacht besteed aan Europa. Als burger moet je zelf actief op zoek gaan naar informatie. Dat is een groot probleem. Die bewuste Terzake-uitzending was tenenkrullend. Het heeft te maken met de commercialisering van de media. Je moet verhalen brengen die kijkers lokken. Dat zijn niet automatisch de beste of de meest informatieve verhalen. Ook zijn er gewoon minder middelen om daar mee bezig te zijn. We worden slecht geïnformeerd over Europa en dat heeft politieke consequenties. Het geeft wind in de zeilen van populisten."
"Je hebt weinig echt kritische politieke journalistiek in Vlaanderen. Er zijn geen individuele schuldigen, want het is moeilijk om je daar binnen die structuur tegen te verzetten. Vandaar dat ik mijn geloof stel in meer alternatieve nieuwsplatforms. De Correspondent in Nederland is een mooi voorbeeld van gedegen journalistiek die succesvol is. Bij ons hebben we Apache en DeWereldMorgen. De traagheid van de geprinte media steekt af tegen de snelheid van de online media. Over de Arabische Lente haalde ik meer informatie van sociale media, van blogs, dan van geschreven media of televisie. Ook de klassieke media heeft zo’n traagheid ten aanzien van evoluties binnen de civil society."

Waar zouden volgens jou de verkiezingen van 25 mei over moeten gaan?

"Over Europa. Heel die heisa rond N-VA, dat heen en weer gevuur, is show. Een scene. Achter het decor gebeuren de echte dingen, en die gebeuren in Europa. Uiteraard zijn nationale verkiezingen belangrijk, niet in het minst omdat het repercussies heeft op Europa, maar als je het rationeel bekijkt zou de inzet van de komende verkiezingen Europa moeten zijn. Maar het is ook niet zo eenvoudig. Je hebt geen Europese media, geen Europese politici. Vandaar dat ik voorstander ben, zowel op Belgisch als Europees niveau, van een federale kieskring. Je krijgt een andere dynamiek. Beeld u in dat Commissie-voorzitter Barosso zich zou moeten verantwoorden in de studie van Terzake. Dan zouden mensen wel geïnteresseerd geraken in Europa."

Ligt de sleutel voor een betere kennis van de Europese politiek niet bij de nationale politici? Het zou al belangrijk zijn dat je je eigen ministers, met hun diplomaten of de ambtenaren die de deals regelen, op regelmatige tijdstippen in een Commissie Europese Zaken om uitleg kan vragen en dat een parlement daarover kan stemmen.

"Ja, want nu kan de bal voortdurend worden doorgeschoven naar Europa, waardoor je met een schimmenspel zit. Politici hebben er electoraal belang bij om te zeggen dat het een beslissing van Europa is, en dat ze tegen Europa zijn. De N-VA speelt hetzelfde spel op Belgisch niveau. Alles wat slecht gaat, is de fout van de PS of van de federale staat. Zolang je geen kieskring hebt die België verenigt, heb je er alle belang bij om gemeenschappen of regio’s tegen elkaar op te zetten."

Zal het ons land veranderen in geval van een grote verkiezingsoverwinning van de N-VA op 25 mei?

"Ik denk het wel. Want wat zal er dan gebeuren met de rol die vakbonden spelen op momenten van sociale conflicten, met het sociaal overleg? Mijn grootste angst is dat de N-VA de potentie heeft om delen van het Belgische sociale model te ondermijnen. Mij maakt het niet uit of ons land nu Vlaanderen of België heet, federaal of confederaal is. Wel of we ons sociaal model kunnen blijven handhaven. N-VA wil dat sociaal model via een staatshervorming verdelen tussen Vlaanderen en Wallonië. Het gevaar bestaat dat men een nieuw sociaal model zal institutionaliseren en dat we daar een verlies zullen hebben ten aanzien van wat nu federaal georganiseerd is."

De laatste jaren lijkt bij de N-VA een ontpoppingsproces bezig van een Vlaams-nationale naar een neoliberale, zelfs antisocialistische partij. Is de N-VA nu een Vlaams-nationalistische of een rechts-conservatieve partij?

"Ik geloof niet dat Voka de baas is van de N-VA. De lijnen van de partij worden nog altijd uitgezet door Vlaams-nationalisten. En die willen een onafhankelijk Vlaanderen. De manier waarop men dat verkrijgt, is ondergeschikt. In hun strategie kiezen ze nu voor de neoliberale route. De partij is effectief verbreed. Mijn hypothese is dat men bewust die richting is ingeslagen omdat een van de laatste hinderpalen naar een Vlaamse onafhankelijkheid net ons sociaal stelsel is. De vakbeweging, de sociale zekerheid worden nog altijd federaal georganiseerd. Je hebt de neoliberale krachten in onze samenleving nodig die zich tegen dat stelsel verzetten. Ook vanuit een puur separatistische agenda heb je er alle belang bij om een aanval in te zetten op ons sociaal systeem. Mocht de N-VA via de linker weg het nationalisme kunnen bewerkstelligen, zou het een linkse partij zijn."

Mocht er geen PS zijn aan de andere kant van de taalgrens, dan vormden de Walen geen probleem.

"Stel dat er een harde, neoliberale partij aan de macht was in Wallonië, dan zou de N-VA het hebben over het sociale Vlaanderen tegenover het asociale Wallonië. Maar nu hebben de neoliberale en Vlaams-nationalistische beweging elkaar gevonden."

foto's: Theo Beck

Samenleving en politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 2 (februari), pagina 54 tot 63