Log in

'Wat bezielt de leiders van de Derde Weg?'

interview met René Cuperus (Nederlands ideoloog en columnist)

In maart kreeg de Nederlandse PvdA een oplawaai van jewelste bij de lokale verkiezingen. René Cuperus, linkse denker van de Wiardi Beckman Stichting, kan de beslissing van Diederik Samsom om in 2012 in een kabinet met Mark Rutte te stappen, nog altijd niet begrijpen. "De afgelopen 15 jaar likten we de wonden van de Derde Weg. We zijn lang bezig geweest met dat afkickproces. Net als de herbronning min of meer op poten staat, stapt Samsom zomaar in neo-Paars. Zonder merkbare tegenstand. Zonder mitsen, maren en morren. Weer terug bij af. Alle denkwerk mocht direct in de vuilbak." Maar ook Schröder, Blair en Kok blijven met hun post-politieke carrières de sociaaldemocratische vernieuwing in diskrediet brengen. "Zij zijn in persoon het symbool geworden van de triomf van de marktsamenleving."

In zijn recent verschenen boek Het humeur van Nederland bundelt Nederlands politiek ideoloog René Cuperus (1960) de columns die hij de afgelopen twee jaar schreef voor de Volkskrant. Met zijn nieuwe boek analyseert hij op een uiterst fijnzinnige manier de onderliggende spanningen en onzekerheden in Nederland en Europa. ‘Nederland heeft last van een kwaadsappig humeur’, zo luidt zijn allereerste zin. We lezen over een samenleving waar de media ons zelfbeeld en humeur bepalen, waar politici zelf het spoor zijn kwijtgeraakt in een wereld in flux en daarom krampachtig vasthouden aan Brusselse en Haagse regels, en waar hoog- en laagopgeleiden steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Cuperus, die zijn boek aan Tony Judt opdroeg, verstopt rake waarnemingen in bijzinnen.
René Cuperus heeft niet alleen een scherpe pen, hij is ook een aimabele eurokritische denker met het hart op de juiste plaats. Hij spreekt gepassioneerd over de EU, zij het als de technocratische verkrachting van een prachtidee. In 2009 ging hij dan maar zelf op de PvdA-lijst staan met als voornemen elke maand een steen uit Straatsburg mee te nemen om dat Parlement van het maandelijkse verhuiscircus eigenhandig af te breken. Hij geraakte op de normaal gesproken verkiesbare plek vijf op de lijst niet verkozen. De PvdA behaalde een dramatisch lage uitslag. Vandaag is Cuperus Directeur Internationale Relaties bij de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau voor de Nederlandse sociaaldemocratie. Hij is er speciaal belast met de internationale contacten met centrum-linkse denktanks in Europa en daarbuiten. Hij is perfect geplaatst om het moeilijke water waarin sociaaldemocraten zich overal bevinden, te duiden. Ook in eigen land verloor ‘zijn’ partij op 19 maart zwaar de lokale verkiezingen. De PvdA kan niet langer een hegemoniale stadspartij genoemd worden. Decennialang waren Rotterdam en Amsterdam de vanzelfsprekende Rode Bastions van de PvdA. Die tijd is voorbij. De PvdA verloor vrijwel alle grote steden, op Eindhoven na. "Met de gemeenteraadsverkiezingen zijn we een soort sp.a geworden, een middelgrote partij in een Vlaams-achtig partijenlandschap met allemaal even kleine partijen." Gevraagd naar de redenen voor het verlies houdt Cuperus zich eerst op de vlakte, maar de spraakgrage Nederlander kan zich uiteindelijk toch niet inhouden: "In Nederland ben ik gestopt met het duiden van de nederlaag. De PvdA heeft bijna een hilarische reputatie opgebouwd van zelfkastijding en politieke flagellatie, maar ikzelf doe daar zo weinig mogelijk nog aan mee. Wat helpen al die evaluaties, die studies? Er zit veel politiek talent in sociaaldemocratische partijen. Eens we regeren, lijken we dat kwijt."

Pas als er zwaar verloren wordt, komt alle politiek vernuft er weer uit?

"Maar waarom niet terwijl je regeert? Waar was al het politiek vernuft om ons te alarmeren voor de dramatische gevolgen van het opnieuw zo laconiek in zee gaan met Paars, nota bene in het midden van de eurocrisis? Hoe denk je glansrijk verkiezingen te winnen als je over night met jouw rechtse campagne-vijand in een kabinet stapt? Hoe denk je glansrijk verkiezingen te winnen, als je net 15 jaar wonden likken van Paars erop hebt zitten - culminerend in het ‘postliberale’ Van Waarde herbronningsproject van de Wiardi Beckman Stichting - en je eindigt dat proces door doodleuk een neo-Paars kabinet in elkaar te timmeren? Hoe denk je glansrijk verkiezingen te winnen met een ongekend ingrijpend crisis-bezuinigingspakket, waarbij het perverse beeld blijft staan dat de politiek banken gered heeft op kosten van de meest afhankelijken van de verzorgingsstaat? Wellicht is de stap naar de VVD een flagrante fout geweest."

Diederik Samsom sloot in 2012 snel een akkoord met Mark Rutte, na een zeer gepolariseerde campagne tussen twee vijanden.

"De PvdA hing die campagne voor het eerst opnieuw wat meer naar links, mede in reactie op een erg populaire SP. De VVD hing juist erg naar rechts om de PVV in te dammen. Beide partijen opereerden als politieke antagonisten. Een horse race tussen twee paarden forceren, werkt goed in de campagnedynamiek. Je zuigt er de andere partijen mee leeg, en je creëert een links en een rechts alternatief. Veel vrienden van mij van SP of GroenLinks stemden strategisch op Samsom, contre coeur. Maar toch. Het leek de laatste kans van links Nederland om de wissels een andere kant op te zetten na het klimaat van Wilders en Rutte I. De overwinning van de PvdA, het knappe campagneresultaat van Diederik Samsom, was dus evenzeer een overwinning van progressief Nederland als geheel. Maar dat hadden Diederik Samsom en Wouter Bos, die de onderhandelingen met Rutte voerden, helemaal niet in hun hoofd. Men had een unieke kans de traditionele partijkanalen open te breken en mensen als Femke Halsema van GroenLinks en Jan Marijnissen van de SP in het kabinet te krijgen."

In een Groot Gebaar met personen, niet partijen, een progressief kabinet maken?

"Precies. Zo’n mooie geste zou recht doen aan wat de kiezers wilden. Maar dat is niet gebeurd. Met de SP werd niet gesproken; ondanks een deal vooraf om dat toch te doen. Samsom had geen zin in kunstjes en tijdrekken. Een coalitie met de campagnevijand was mathematisch de enige optie volgens hem; het enige dat in het algemeen landsbelang zou zijn. In de euforie van de alsnog gewonnen campagnestrijd werd over night een kabinet geformeerd. Jullie houden het wereldrecord regeringsformatie; wij het wereldrecord snel formeren. Dat verliep via een kwartetspel, een methode die Wouter Bos uit de managementadvieswereld had opgeduikeld. Als je twee tegenstanders met totaal verschillende wensen hebt, kun je ofwel slappe compromissen maken, ofwel een kwartetspel op tafel leggen: jullie de ontwikkelingshulp-kaart, wij de bezuinigen op de zorg-kaart, ... die compromisloos worden uitgevoerd. Zo krijg je soms heel rechts en soms heel links beleid. Daardoor geraken beide achterbannen natuurlijk voortdurend in opstand."

De PvdA-achterban was toch al wat VVD-PvdA-D66-coalities gewoon onder oud-premier Wim Kok?

"De Paarse Derde Weg-jaren waren - tot aan de opmars van Pim Fortuyn - electoraal succesvol, maar het was ook de periode waar de sociaaldemocratie te ver doorschoot in liberalisering, individualisering en deregulering. De afgelopen 15 jaar likken we de wonden van die Derde Weg. We zijn lang bezig geweest met dat afkickproces van Paars."
"De leiders van toen maken het ons, ook vandaag nog, niet gemakkelijk. Zo is Wim Kok sinds enige tijd adviserend bestuurder bij de China Construction Bank. Wat bezielt iemand om op 75-jarige leeftijd opnieuw zo’n reputatieschade-risico te nemen? Niet alleen voor zichzelf, maar vooral ook voor de beweging waarvan hij zo lang het succesvol boegbeeld is geweest, de sociaaldemocratie, respectievelijk de werknemersbeweging FNV en de partij PvdA. Hoe kan de oud-vakbondsman die ooit sprak over ’exhibitionistische zelfverrijking’ zich zo onverstoorbaar voegen in de wereldtop van de financiële sector? En dan nog in de haute finance van staatskapitalistisch-communistisch China. In deze tijden van ontspoord financieel kapitalisme, heb je als sociaaldemocraat niets bij banken te zoeken, laat staan bij Chinese banken. Je kunt het ‘afschudden van ideologische veren’ ook met een factor 1000 overdrijven."

Ook Tony Blair en Gerhard Schröder, collega-regeringsleiders uit de jaren 1990, kiezen vandaag schaamteloos voor het grote geld.

"Wat bezielt de leiders van de Derde Weg toch?Schröder, Blair en Kok werden destijds beschimpt als Genossen der Bosse, Kameraden van het Grootkapitaal, neoliberale verraders van de linkse zaak. Zij bestreden terecht de jaren 1970-linkse afkeer van bedrijfsleven en markteconomie, maar zijn daar zo in doorgeschoten dat ze na hun politieke carrière zijn samengesmolten met het internationale bedrijfsleven. Schröder, Blair en Kok hebben met hun post-politieke carrières de sociaaldemocratische vernieuwing van de Derde Weg in diskrediet gebracht. Zij zijn in persoon het symbool geworden van de triomf van de marktsamenleving. Het internationale (financiële) bedrijfsleven is ‘the master’; de politiek ’the servant’. Dat is dodelijk voor de geloofwaardigheid van de sociaaldemocratie."
"Dit alles maakte de herbronning niet eenvoudiger. Net nu die min of meer op poten stond en het grote Van Waarde-onderzoek van de Wiardi Beckman Stichting was afgerond, stapte Samsom zomaar in neo-Paars. Zonder merkbare tegenstand. Zonder mitsen, maren en morren. Weer terug bij af. Alle denkwerk mocht direct in de vuilbak. Plots gingen we opnieuw door met verzorgingsstaathervormingen, besparingsmaatregelen, enzovoort.’’

In het recente boek ‘De vechtpartij. De PvdA van Kok tot Samsom’ van NRC-journalist Thijs Niemandsverdriet lezen we over een partijtop die erg onthecht is van de basis. Voelde Samsom onvoldoende aan dat de achterban meer tijd nodig had om te wennen aan dit kabinet?

"Ja, ik verwijt mijn partijtop erg deze keuze, maar tegelijk tonen de weeffouten van het kabinet aan hoe geestelijk dood de PvdA als club van checks and balances lijkt. Waar was de opstand binnen de partij tegen neo-Paars? Waar waren de bezwaren tegen het bezuinigingsbeleid? Waarom hebben onze lokale bestuurders massaal de kant van de onbezonnen decentralisaties gekozen, en hun burgers daarvan niet beter afgeschermd? Waarom geen opstand van de lokale bestuurders tegen deze schijn-decentralisatie? Het lijkt wel alsof de PvdA alle politiek verleerd is, en louter geobsedeerd wordt door besturen tegen elke prijs. Het argument ‘het is beter met ons erbij’ is echt zo’n ‘burgemeester in oorlogstijd’-redenering: ik blijf op mijn post zitten, om erger te voorkomen. Er zijn ideologisch grenzen aan. Je ontmant elkaar programmatisch. Als je met jouw rechtse tegenstander zo gemakkelijk in één kabinet gaat zitten, waar zitten dan de verschillen tussen links en rechts?"

Dat is de analyse van wijlen PvdA-ideoloog en Paars-criticus Bart Tromp: als de links-rechts tegenstelling verdwijnt, maak je de weg vrij voor onbehagen en gelatenheid. Mensen stemmen populistisch of helemaal niet meer.

"De lokale verkiezingen kenden een hele lage opkomst. Vooral bij migranten. Dat is vooral voor de PvdA een probleem, want in grote steden Rotterdam en Amsterdam zijn we echte migrantenpartijen. Daarnaast zie je er voor het eerst ook een ander fenomeen opduiken: hoogopgeleide migranten stemmen niet meer op de partij van hun ouders, maar bijvoorbeeld op D66."

Tegen zo’n soort van etnische ontzuiling kunnen we toch niet zijn?

"Neen, integendeel. We betalen - ironisch genoeg - een grote prijs voor het zijn van de emancipatiemotor voor de migranten. Het electoraat geraakt er nog meer door gefragmenteerd. PvdA is sinds de jaren 1970 vooral een partij voor zowel academic professionals als migranten. Maar een stad als Amsterdam is gesegregeerd geworden: hoogopgeleiden wonen in het centrum; de migranten in de buitenwijken, en de lagere middenklasse verhuist naar de zogenaamde Vinex-wijken, of grotere gemeenten als Lelystad of Almere waar de PVV van Geert Wilders sterk staat. Ook opvallend: onze grote steden zijn CDA-loos. Steden zijn dus én totaal ongelovig én er is geen middenklasse. Je krijgt een rare mix van migranten, consultants en managers."

De Nederlandse gemeentepolitiek is een stuk anders dan in België. Jullie kiezen geen burgemeester. Is dat een reden voor de lage opkomst?

"Bij ons zijn lokale verkiezingen echte second order verkiezingen. Qua machtsvraag staat er niets op het spel. Lokale politiek zou het dichtst bij de burger moeten staan, maar bij ons is dat niet zo. We kennen onze wethouders nauwelijks. Er zijn bijna geen lokale media meer. We hebben steden zonder kranten. De vervlochtenheid tussen het nationale en lokale niveau, zoals in België, kennen we ook niet. Dubbelfuncties zijn verboden. Dat heeft een voordeel. Er bestaat geen cultuur van dienstbetoon; daar zijn we als Calvinisten gevoelig voor. Anderzijds krijg je een wat meer steriele democratie. Onze raadsleden zijn anonieme technocraten zonder veel macht."

In ‘Het humeur van Nederland’ lezen we dat we in een geschiedenisloze tijd leven. Wat bedoelt u daar mee?

"Vooral de jonge generatie leeft in een snelle tijd, zonder enig historisch besef of continuïteit. Alsof alles wat modern is per definitie een hogere waarde heeft dan wat reeds gebeurd is. We beleven een Stunde Null van een nieuwe wereld. Internet is heel maatgevend voor de hiërarchie van wat er toe doet. Als je niet op het internet te vinden bent, besta je eigenlijk niet. Ik maak me zorgen over de bijna Amerikaanse consumentencultuur die erg gedreven is door de actualiteit. Onze snel accelererende samenleving produceert veel slachtoffers en afvallers. De Britse socioloog Anthony Giddens spreekt over een ‘high opportunity, high risk society’. Hoe geef je baan aan de ene groep en blijf je tegelijk bescherming bieden aan de andere, dat wordt steeds meer de vraag voor sociaaldemocraten."

U spreekt in uw boek over een Symbolische Samenleving: de geïndividualiseerde maatschappij is een mythe; want we worden allen bestookt door dezelfde mainstream media.

"Klopt. Maar het is de manier waarop iemand dramatische gebeurtenissen in de media beschouwt die bepaalt of iemand als vrolijke optimist of als somberman door het leven gaat: als losstaand incident dan wel als een illustratie van iets veelomvattenders. Bij velen bestaat alleszins een basisgevoel van machteloosheid tegenover een op hol geslagen samenleving. Ik erger me enorm aan het ‘cultureel racisme’ van hoogopgeleiden tegenover laagopgeleiden. ‘Wij’, de hoogopgeleide kiezers, zijn rationeel, maar ‘zij’, de eigen volk eerst-kiezers, zijn primitieve beesten die vanuit hun onderbuik kiezen. Als sociaaldemocraat doe ik niet mee aan dat soort meritocratische neerbuigendheid. Er zit ook veel onderbuik bij hoogopgeleiden. De standensamenleving die we nu helaas aan het maken zijn, bestaat erg uit groepsconformisme. Waarom gelooft een hoogopgeleide wel dat er een klimaatcrisis is en een laagopgeleide niet? Heeft die thuis betere documenten liggen? Neen, het heeft te maken met gesprekken die je voert, modegevoeligheid, politieke correctheid. Het is puur groepsdruk. Ik vind hoogopgeleiden totaal onkritisch over hun eigen groepsdynamiek. Voor mij is Europa een goed voorbeeld van dit klassenvraagstuk. Als hoogopgeleide ben je automatisch voor Europa, ook al weet je niets van de Europese instellingen af."

Is hoogopgeleid versus laagopgeleid de nieuwe scheidslijn in onze ontzuilde samenleving?

"Mijn goede makker Mark Elchardus spreekt over een nieuwe standensamenleving met segregatie naar onderwijsniveau, maar ook naar wonen, hobby’s. De twee groepen komen niet meer samen. De verzuilde instellingen waar je elkaar vroeger tegen kwam, zijn weg. Dat overbruggende in de samenleving is verdwenen. Daar lijden de sociaaldemocratische en christendemocratische partijen erg onder; precies die big tent organisaties die binnen één zuil die verschillende groepen wilden binden."

Is het grote probleem van de sociaaldemocratie ook niet dat de afglijdende middenklasse minder openstaat voor de grote verbindingsopdracht die links altijd heeft gehad?

"De squeezed middle class is een erg Angelsaksisch begrip. In België en Nederland is het nog te vroeg om daarover te spreken. Voor onze landen houdt het meer een waarschuwing in. Technopessimisten stellen dat robots hun jobs zullen overnemen, dat alleen de low service jobs aan de onderkant en hoge, symbolische banen aan de bovenkant overblijven. Mocht dat zo zijn, hebben we wel een probleem natuurlijk."

De voorbije decennia zagen we dat de sociaaldemocratie enkel succesvol was als het kon voortbouwen op een maatschappelijke onderstroom. Hangt er vandaag met het groeiende protest tegen ongelijkheid niet iets in de lucht?

"Het geeft reden tot hoop. De macht van banken en bedrijven is te ver doorgeschoten. Op alle niveaus is een duidelijke mis match tussen de politieke invloed en de marktmacht. De stardom van Thomas Piketty, popidool van de nieuwe ongelijkheid, kan de sociaaldemocratie nieuw leven in blazen. Toch moeten we ons niet blindstaten op het 1%-discours. De geleefde ongelijkheid zit op het middenniveau. Is die middenklasse aan het verarmen? Ontstaat er een nieuwe professionele klasse die met geld via onroerend goed ook mee het onderwijssysteem voor zijn eigen kinderen regelt? Gaan we naar een standensamenleving die haaks staat op onze egalitaire verzorgingsstaat? Dat zijn de echte ongelijkheidsvraagstukken waar mensen gevoelig voor zijn."
"Ik zie kansen voor een progressieve beweging. Maar tegelijk aarzel ik. Er loopt namelijk een vervelend probleem doorheen: migratie en internationale ongelijkheid. Rechtsconservatieven vallen ons aan door te spreken van een zelfgeproduceerde, geïmporteerde nieuwe onderklasse waar we honderd jaar voor nodig hebben om die te brengen tot het niveau van de burgerlijke middenklasse. Als we nu niet duidelijk zijn, kunnen we dat momentum dus zo weer verliezen. Sociaaldemocraten zijn, per definitie, voor een sociaal Europa. De gemiddelde burger denkt dan: dat gaat over een opheveling van Bulgaren en Roemenen, niet die van ons hier. De sociaaldemocratie heeft sterk de neiging steeds weg te springen van de eigen kiezers en solidariteit steeds op andere plekken te situeren."

Steeds meer moeten we een antwoord vinden op de vraag hoe we dat Europese idee van vrijheid van verkeer verzoenen met de nationale solidariteit?

"Als je vrij verkeer van personen toelaat in één gebied met zulke inkomensverschillen, lijkt het me een mission impossible. Dan krijg je een concurrentie van allen tegen allen. Het huidige Europa-project gaat ten koste van de onderkant van de samenleving. Dat is geen onderbuik, dat is een feit. Er zit veel meer concurrentie aan de onderkant van de samenleving dan aan de bovenkant. Een Poolse dokter mag geen dokter worden in Vlaanderen; hij moet eerst opnieuw naar de universiteit. De hoge beroepen hebben zich afgeschermd van dat soort concurrentie. De lagere beroepen niet. Een Poolse loodgieter kan hier morgen wel beginnen als loodgieter. Ook truck chauffeurs krijgen te maken met de perverse effecten in dat vrije verkeer. De sociaaldemocratie heeft te weinig oog voor de verliezers van de Europeanisering. Dat ondermijnt de solidariteitsvoorwaarden voor onze systemen. Zelfs Scandinavische linkse denkers maken zich zorgen over de aantasting van hun zorg. Noorwegen wordt overspoeld door Polen. Ze nemen kleine baantjes en krijgen op grond daarvan toegang tot de genereuze kinderbijslag die ze mogen exporteren naar Polen. Voor het Europees Hof bleek dat geen probleem. In Noorwegen zelf, met zijn gas en olie zowat het rijkste land ter wereld, zorgde het voor een groot gevoel van unfairness. Het tast, vooral voor de niet-elites, de kern van de sociale zorgstaat aan."

Is de paradox niet dat je de sociale verschillen in eigen land moet aanpakken om te kunnen spreken van een ‘sociaal Europa’?

"Bij deze inkomensverschillen is een ‘sociaal Europa’ een illusie, retoriek. Het kost ons decennia vooraleer de welvaartsverschillen tussen Bulgarije en Vlaanderen enigszins evenwichtig zijn."

Is een Europees minimuminkomen, dat 60% van het mediaaninkomen bedraagt, dan geen oplossing?

"Ook dan ligt het minimuminkomen hier hoger dan het minimuminkomen daar. Retorisch klinkt de slogan ‘sociaal Europa’ dus wel mooi, maar het helpt niets om de migratiedruk te stillen."

Wat zou dan wel het project van sociaaldemocraten moeten zijn voor deze verkiezingen?

"‘Voorzichtig Europa’. De Grote Sprong voorwaarts naar een Verenigde Staten van Europa is een minderheidsproject van een elite. Het lijkt vooruitgang, het lijkt historische dynamiek, maar voor mij betekent het het opgeven van de verzorgingsstaat en het opgeven van de democratie."

Maakt het recente boek ‘De democratie voorbij’ van socioloog Luc Huyse niet net duidelijk dat het democratisch deficit op alle niveaus zit? Ook op nationaal vlak hebben politici steeds minder macht.

"Als dat waar is - en ik denk dat het waar is - dat onze hele democratie op losse schroeven staat, dan is dit het slechtst denkbare moment om sprongsgewijs bevoegdheden over te dragen naar het Europese niveau. Mensen voelen zich nog het meest democraat in eigen land. Ik noem het politieke secularisatie: met het geloof in god verdampt het geloof in de politiek op dezelfde manier. De grote vragen zijn: kan er geloof zijn in het Christendom zonder de instituties ervan; kan er democratie zijn als we het geloof in partijen zijn kwijtgeraakt? Ik zie niet zozeer de crisis van de democratie, maar eerder een implosie ervan. Het verdampend geloof dat de democratie het verschil maakt."

Dat is het timingsprobleem waarover u schrijft: nu de democratie zelfs op nationaal niveau betwist wordt, moet je eerst daar het vertrouwen hervinden en niet Europees verdiepen.

"Natuurlijk. Het Europees vertrouwen is nog nooit zo laag geweest. En dat is heus niet alleen door de eurocrisis. De Nederlandse en Franse referenda tegen de Grondwet van 2005 dateerden van voor de eurocrisis. Ze duidden op een Europa sclerose, op een opstand van de bevolking die nog volop de big bang van 2004 aan het verwerken was. Even rustig aan dus met die voortdenderende trein van Europa. Je kan geen democratische loyaliteit vragen voor een moving target."

Desondanks geven cijfers van de Eurobarometer aan dat het vertrouwen in het Europees Parlement weliswaar laag ligt, maar wel hoger dan voor een hele reeks nationale parlementen.

"De Eurobarometer is de meest gemanipuleerde steekproef van Europa; die wordt door de Europese Commissie in elkaar gestoken en bewerkt. Maar het is waar: hoe corrupter jouw eigen politieke elite is, hoe meer je in Europa gelooft. Kijk naar de Balkan-landen. Maar landen met een rijke democratische traditie - Zweden, Nederland, Denemarken - die democratisch redelijk in hun vel zitten, vinden Europa geen democratische vooruitgang, maar regressie. Dat verklaart bijna de helft van die Eurobarometer."

Er heerst een groot wantrouwen tussen de Noord- en Zuid-Europese landen. Je kan de vertrouwensband binnen de Europese constructie toch enkel herstellen door een echt investeringsbeleid, in ruil voor begrotingsdiscipline?

"Dat is de uitruil. Maar het beeld is genuanceerder dan een rijk noorden en een arm zuiden. Ook in Duitsland is de afgelopen decennia een ongelijkheid gegroeid waar we ons terecht zorgen over maken. Kan je de Hartz IV-ontvangers, de Duitsers met een mini-job, laten bijdragen voor de rijken in Zuid-Europa met een dubieuze belastingmoraal? In termen van fairness klopt dit verhaal ook niet helemaal."

In een poging om dat democratisch deficit aan te pakken, kiezen we nu in principe rechtstreeks voor de voorzitter van de Europese Commissie. Ziet u een verschil tussen Juncker, Schulz of Verhofstadt

"Neen. De echte vraag voor Europa is: hoe serieus neem je het populisme? Want er is opstand. Le Pen, Wilders, Farage, De Wever. Vinden we dat gevaarlijk? Of zeggen we fuck it, we doen gewoon verder met Europa? Ik neem die populistische waarschuwing serieus. Elke sociaaldemocraat die zich niet druk maakt over het populisme, is voor mij geen sociaaldemocraat meer en heeft de bevolking überhaupt al verlaten. Als je populisme alleen ziet als vijand en niet als een te begrijpen fenomeen, ben je een sociaalliberaal, geen sociaaldemocraat."
"Voor het eerst krijgen we een democratisering van de verkiezingen. Alleen had ik tegen dat populistische gevaar frisse vernieuwers met een hervormingsagenda voor Europa uitgezocht. Renzi-achtige types die, tussen het ancien régime van Europa en het populistische anti-Europa, de derde weg van de vernieuwing helpen vormgeven. Maar wat doen de gevestigde partijen? Ze schuiven drie dinosauriërs naar voor, die al honderd jaar in Brussel meedraaien en samengeklonterd zijn met het foute Europa. Op zichzelf hadden deze democratische verkiezingen een nieuwe impuls kunnen zijn. Maar niet met deze federalistische bejaarden. Het is een grote gemiste kans voor Europa."

Is het voor de Nederlandse PvdA bang uitkijken naar de Europese verkiezingen van 22 mei?

"Ik vrees voor een bloedbad voor de gevestigde partijen en voor een lage opkomst. De tragiek is dat Europa heel belangrijk is geworden, maar dat het debat slechts enkele maanden voor de verkiezingen plaatsvindt aan de hand van de zwakste schakel van alle instellingen, het Europees Parlement. Nationale partijkopstukken hebben heel het jaar door een belangrijke rol te spelen in dat Europaverhaal, maar nemen die rol niet op. Ik verwijt onze ministers dat ze niet komen uitleggen wat ze in die Raden in Brussel doen. Het zijn onze Europese pionnen. De Tweede Kamer is nu iets wakkerder geworden, mede door een referendumclub waar ik aan meewerkte. Er is een Commissie Europese Zaken in ons parlement, waar parlementsleden de eigen ministers hinderlijk kunnen volgen in hun Europese schemerzone, maar de Tweede Kamer moet nog meer een gezond verstand-filter zijn voor alle Europese regelgeving."

Wordt de PVV van Wilders de grootste partij bij de Europese verkiezingen?

"Ik denk eerder D66 van Pechtold. We krijgen sowieso een valse framing: of D66 of PVV, of 100% voor of 100% tegen Europa. Het zijn stupide posities. Maar de media houden erg van zo’n gepolariseerde horse race. Alle nuances verdwijnen in campagnes en dat is slecht voor een beleidspartij als de PvdA. De sociaaldemocratie kan nooit 100% voor Europa zijn. Omdat hun achterban dat niet is. Die is bang van Europa, of van dat vrij verkeer van personen. Onze beweging - en zo komen we opnieuw bij het begin van het gesprek - zit op die breuklijn tussen hoog en laag, tussen mensen die zich heel onzeker en heel prettig voelen bij die globalisering."

Foto's: Theo Beck

Samenleving en politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 5 (mei), pagina 38 tot 48