Log in

'De tijd van de aparte nationale democratieën is voorbij'

interview met Hendrik Vos (politicoloog - UG - en Europakenner)

Het effect van de intrede van de eurosceptici in het Europees Parlement is op zich relatief onbelangrijk, vindt Europakenner Hendrik Vos. Beleid maken, zal iets voor de klassieke partijen blijven. Helaas is hun aandeel in het parlement kleiner geworden en zullen ze dus compromissen moeten maken. Nochtans staat Europa voor een kantelmoment. We evolueren naar een sterker Europa en de hamvraag luidt: Hoe ga je dat invullen? Compromissen verhinderen vaak heldere standpunten en leiden bij de burgers tot ontgoocheling. Wat in elk geval moet gebeuren, is beter communiceren over de Unie én Europa prominenter in het onderwijscurriculum onderbrengen.

Als het woord Europa valt is de vurige, helmboswuivende hoogleraar Hendrik Vos (1972) nooit ver weg. Net zo eenzaam als die ene journalist die alle Europese dossiers mag opvolgen, verduidelijkt de Europaspecialist van de Gentse universiteit de finesses van de Europese politiek. Na zijn colleges zijn de studenten doordrongen van het besef dat Europa razend interessant is. Hij weet dan ook in eenvoudige bewoordingen de meest complexe dossiers uit de doeken te doen, een verdienste waarvoor hij overigens, samen met Europa-journalist Rob Heirbaut, in 2008 de Wablief-prijs voor klare taal ontving. Dat Europese politiek geen gortdroge materie is, bewijst Hendrik Vos jaarlijks met een eindejaarsconference waarin Europa centraal staat. Zo vergeleek hij de Hoge Vertegenwoordiger voor het Europese Buitenlandbeleid Catherine Ashton ooit met het Higgs-Bossondeeltje: "Het is heel klein, wat het nut is weet niemand en je moet heel lang zoeken voor je het vindt." En als de gouverneur van de Cypriotische nationale bank Panicos heet, is voor Vos de link met de bankencrisis snel gelegd.Er mag al eens gelachen worden met de Europese politiek. Nochtans lachten heel wat Europeanen tijdens de laatste verkiezingen zuur in het stemhokje en kozen ze, zoals voorspeld in de peilingen, voor eurosceptische partijen. Maar de groep rabiate Europahaters is met 10 procent van de zetels ook weer niet zo indrukwekkend. "Het hangt af van land tot land," zegt Hendrik Vos. "In Nederland was de PVV van Geert Wilders niet echt een succes; in Frankrijk werd Front National van Marine Le Pen dan weer verrassend de grootste. Elk land heeft zijn eigen verhaal. Ook onderling zijn zowel radicaal-links als extreem-rechts versplinterd. Zo schiet de Britse UKIP van Nigel Farage, die ik ook bij radicaal-rechts plaats, niet op met het Front National van Le Pen. Het effect van de intrede van de eurosceptici in het Europees Parlement is op zich onbelangrijk. Met hun aantal zetels kunnen ze niets blokkeren. Het normale parlementaire werk doen ze sowieso niet op dezelfde manier. In de vorige legislatuur werkten ze al niet mee aan de totstandkoming van wetgeving, amendeerden ze niet, haalden ze nauwelijks rapporteurschappen binnen. Dat zal in de legislatuur 2014-2019 niet anders zijn. Al is het maar omdat er de facto een cordon sanitaire zal zijn. Zeker rond de mensen van de Hongaarse extreemrechtse partij Jobbik en de Griekse Gouden Dageraad. Beleid maken, zal iets voor de klassieke partijen blijven."

Moeten we de eurosceptische stem écht Europees interpreteren of is die eerder bedoeld voor de interne binnenlandse politiek?

"De baseline die al deze partijen bindt - van het Front National tot de UKIP - is: minder Europese bemoeienissen met de manier waarop wij ons in ons eigen land organiseren."

Nochtans toonde de leider van de Griekse radicaal-linkse Syriza, Alexis Tsipras, zich in het grote debat tussen de spitzenkandidaten niet echt anti-Europees. Zijn kritiek was vooral gericht op het soort Europa dat we de laatste jaren hebben gezien, het Europa van de besparingen.

"Dat klopt. Aan de rechterkant horen we vooral een anti-Europees verhaal dat meer soevereiniteit wil teruggeven aan de lidstaten. Aan de linkerkant is het diverser. Daar wil men een radicaal ander Europa, weg van de EU van de banken en het groot kapitaal. Links is per definitie altijd wat internationaler georiënteerd geweest. Rechts is traditioneel meer lokaal-nationalistisch gericht."

De Eurosceptische partijen kunnen maar gewicht hebben als ze zich groeperen in fracties. Maar is dat wel mogelijk met die grote onderlinge tegenstellingen?

"Als het gebeurt, zal het om een verstandshuwelijk gaan. Vandaag (28 mei, red) werken Vlaams Belang-voorzitter Gerolf Annemans, Marine Le Pen van het Front National, de Nederlander Geert Wilders (PVV), Harald Vilimsky van de Oostenrijkse FPÖ en Matteo Salvini van de Italiaanse Lega Nord aan een gemeenschappelijke parlementsfractie. Maar deze vijf eurokritische partijen moeten hun alliantie nog met partijen uit minstens twee andere landen aanvullen om aan alle voorwaarden te voldoen. Ze hebben alleszins geluk dat het Vlaams Belang nog een verkozene heeft. De vorige legislatuur probeerden ze het ook al met de fractie ‘Identiteit, Traditie en Soevereiniteit’. Maar dat was snel afgelopen. Italianen en Roemenen gingen letterlijk met elkaar op de vuist nadat Italiaans extreemrechts alle Roemenen ‘dieven’ noemde. De verleiding om een fractie te vormen, is alleszins groot. Het heeft een aantal organisatorische en administratieve voordelen. Dat er dan intern meningsverschillen zijn, is misschien minder belangrijk. Zolang je er pragmatisch mee kan omgaan. De Europese Volkspartij, de sociaaldemocraten of de liberalen zijn ook niet op alle punten homogeen."

Na de forse zege van het extreemrechtse Front National bij de Europese verkiezingen pleitte François Hollande voor een Europese Unie die zich terugtrekt uit de domeinen waar ze overbodig is. Een scharniermoment?

"Het is nog wat pril om dat te zeggen. Twintig jaar geleden was de impact van Europa nog beperkt. Pas de eerste helft van de jaren 1990 kwam dit project, met het interne marktprogramma van toenmalig Commissievoorzitter Jacques Delors, echt op kruissnelheid. De sneeuwbal ging aan het rollen. Op relatief korte termijn is op veel domeinen de impact groot geworden. Alleen werd het hoe en het waarom ervan nooit uitgelegd. De verhalen over Europa zijn altijd fragmentarisch. Mensen vinden dat per definitie saai; ze weten niet wat er aan vooraf is gegaan of waar het naartoe gaat. De Zwitserse filosoof Alain de Botton schreef in zijn boek The News, a User’s Manual over onze nieuwsverslaafde maatschappij. Dat kan je goed toepassen op de Europese Unie. Steek af en toe een paragraaf van een dikke roman als Anna Karenina van Leo Tolstoj in het nieuws en de mensen snappen er ook de betekenis niet van. Als je enkel stukken van het verhaal te horen krijgt, zal het hele verhaal nooit interessant worden. Maar als je de plot begint te ontdekken, wordt het meeslepend. Dat geldt ook voor Europa. De gemiddelde Europeaan krijgt fragmenten op zich afgevuurd. Over het totaalplaatje, hoe het werkt en waar het naartoe zou kunnen gaan, wordt weinig gecommuniceerd. De grondstroom in de Unie gaat onvermijdelijk in de richting van een sterker Europa. Het is een achterhoedegevecht om de mondiale uitdagingen op nationaal niveau te regelen. Er komt hoe dan ook een sterker Europa. De vraag die zich nu stelt, is een relatief nieuwe vraag: hoe ga je dat invullen? Als je van een kantelmoment wil spreken, zit het eerder daar."

Wat mankeert er dan om burgers mee te krijgen in dat verhaal van een sterker Europa?

"Communicatie is belangrijk. In linkse kringen horen we dat het probleem van de Europese Unie dieper ligt dan dat. Dat klopt. Maar er hangt toch veel van af. Als je de baseline aanvaardt dat er in de wereld van morgen meer gezamenlijk moet gebeuren, en je dat Europees verband dus nodig hebt, dan is de logische consequentie dat je het samen moet doen met de Britten die conservatief stemmen, de Duitsers die op Angela Merkel stemmen, met de Italianen waarvan velen op Berlusconi stemden, met Fransen, Grieken, Denen… Een beleid met de meest uiteenlopende strekkingen zal onvermijdelijk een compromis zijn. Mensen hebben de neiging om compromissen als een ontgoocheling te ervaren. Maar je kan er wel over communiceren. Je moet uitleggen dat Di Rupo wellicht ook ontgoocheld is als hij in de Raad onderhandeld en verloren heeft."

Blijft communicatie beperkt tot het beter uitleggen van de beleidsbeslissingen of gaat het verder_

"Wat mij betreft is onderwijs essentieel, al vanaf het basisonderwijs. Nu staat Europa nauwelijks in de eindtermen. Het probleem is dat onze leerkrachten zijn opgeleid in een periode dat Europa nog niet het belang had van vandaag, toen het Europees Parlement nog een praatbarak was die enkel adviezen kon geven. Uit gemakzucht of angst om fouten te maken, wordt Europa onder de mat geveegd. Eenzelfde fenomeen zie je bij journalisten. Ze hebben niet echt grip op die Europese Unie en laten het over aan die éne Europa-journalist op de redactie die dan alles mag coveren."
"Anderzijds - en dat maakt mijn oordeel milder - is het nog allemaal pril. Je kan niet verwachten van een project dat nog maar net uit de startblokken is geschoten, en nu pas op volle toeren draait, dat iedereen mee is. De manier waarop nationale democratieën vorm hebben gekregen, heeft ook zijn tijd gekost. Tegen dat iedereen mocht stemmen, waren we al vele decennia verder."

We hebben voor het eerst pan-Europese debatten gehad met de spitzenkandidaten van de grote Europese partijen, in een poging de Europese verkiezingen te democratiseren. Heeft dat effect gehad?

"Nauwelijks. Maar het is wel een goed begin. Iedereen roept al jaren dat we de Europese verkiezingen Europeser moeten maken. Dit was de eerste keer dat daartoe een poging werd ondernomen. Ik ben zeker geen Juncker-liefhebber - hij is het prototype van de wat stoffige bureaucraat - maar als hij Commissievoorzitter wordt, zal het wel een statement zijn. Het gaat om het principe dat Europese verkiezingen ook over dat soort functies gaan. Dat inzicht moet groeien. Als de uiteindelijke keuze voor de nieuwe Commissievoorzitter valt op één van die spitzenkandidaten, zullen we zien dat de partijen de volgende keer uitpakken met kandidaten die meer aanspreken."

We evolueren nu in de richting van een Grand Coalition in het Europees Parlement, een rooms-rode meerderheid, waarin bizar genoeg de twee grote richtingen zitten waarin Europa kan evolueren: S&D wil weg van het harde besparingsbeleid, de EVP vindt de besparingslogica dan weer terecht.

"Daarmee komen we terug bij het begin van het gesprek: de intrede van de eurosceptici in het Europees Parlement. Het directe effect daarvan is klein, maar indirect zijn er op twee fronten effecten. Het eerste is daarnet al aangeraakt: leiders als François Hollande en David Cameron zullen zich laten opjagen door het feit dat een belangrijk deel van hun kiespubliek eurosceptisch stemt. Dat zal doorwerken in hun Europastandpunten. Twee. Het aandeel van de klassieke partijen in het huidige Parlement is kleiner geworden. Nog meer dan al het geval was, zullen ze compromissen moeten maken. Daardoor wordt het steeds moeilijker om zich als sociaaldemocraat, christendemocraat, liberaal of groen te profileren. Er is die impliciete druk om als pro-Europeanen onderling overeen te komen. Zo krijgen mensen de indruk dat die Europese stroom maar één richting uit gaat. Als je er van wil afwijken, kom je bijna automatisch terecht bij de sceptici die de EU in achteruit willen zetten. Het komt te weinig naar buiten dat die stroom ook naar links of rechts kan, of wat groener of blauwer kan worden ingevuld."

Begint bij de rechtervleugel, die zich tot nu toe vooral focuste op economische consolidatie, ook niet langzaam het besef te rijpen dat Europa niet enkel uit bedrijven bestaat, maar dat er ook Europese burgers zijn?

"Misschien wel, maar het blijft een kwestie van prioriteiten. Het Europa 2020-plan, door centrumrechts geformuleerd, zit mooi in mekaar. Alleen is de uitvoering ervan geen prioriteit. De vijf kerndoelstellingen - over werkgelegenheid, onderzoek en ontwikkeling, klimaatverandering en energie, onderwijs, armoede en sociale uitsluiting - zijn niet afdwingbaar. Rechts maakte een prachtig plan waar Links alleen maar voor kan juichen, maar zet het vervolgens te laag in de prioriteitsvolgorde. Daar had het wel wat linkser gekund, bijvoorbeeld door die EU 2020-doelstellingen méér en de begrotingsdiscipline minder afdwingbaar te maken. Dat is een ideologische keuze. De voorbije jaren zijn de keuzes stelselmatig in de richting van centrumrechts gemaakt."

Waar draaiden voor u deze Europese verkiezingen eigenlijk om?

"Het is moeilijk om één element uit de campagne te pikken omdat Europa betrekkelijk weinig aan bod is gekomen. De Vlaamse kiesstrijd werd gefileerd: je had aparte debatten over huisvesting, onderwijs en andere thema’s, die door de specialisten van de partijen werden uitgespit. In een Europa-debat komt alles samen in één debat. Dan wordt het warrig. Uiteindelijk draaide het om een algemeen gevoel over de Unie dat zich nestelde op deze breuklijn: is Europa iets voor de bedrijven of voor de mensen? Kiezen we voor besparen, de economie overeind houden en gezonde financiën of zetten we in op het bestrijden van de werkloosheid en de armoede?"

Uit de laatste Eurobarometer blijkt dat de sfeer in België tegenover Europa redelijk positief blijft.

"Bij politici blijft dat zo. Ook de N-VA heeft het deze Europese verkiezingscampagne correct gespeeld. Ze heeft het fatsoen gehad om niet te gaan surfen op anti-Europese sentimenten die delen van de publieke opinie had kunnen aanspreken. Bij de mensen zelf voel ik dat het aan het veranderen is. Tijdens de lezingen die ik geef, voel je dat mensen sceptischer geworden zijn. Dat merk je aan het soort vragen die je krijgt: over fraude, exuberante verloningen, de bureaucratie, Europa als treitermachine. De sfeer is toch anders dan vijf jaar geleden."

Je zou ook kunnen zeggen dat dit aantoont dat mensen begaan zijn met Europa; daar waar het hen vijf jaar geleden geen moer kon schelen.

"Misschien is het een fase waar je doorheen moet. Vandaag kom je nog steeds met de grootste onnozelheden over de EU weg, precies omdat er zo weinig correcte basisinformatie beschikbaar is. Je kan makkelijk ontkrachten dat Europa een grote geldverslindende machine is, maar mensen geloven dat gewoonweg niet. Als ik op een lezing zeg dat de Europese begroting kleiner is dan de Belgische, zijn er altijd aanwezigen die ervan overtuigd zijn dat ik lieg. Er is geen algemeen aanvaarde basis over een aantal feiten."

Ook over het democratisch deficit wordt steeds vaker gesproken, hoewel ik de indruk heb dat dat gebeurt zonder dat men precies weet hoe de Unie werkt.

"In vergelijking met de manier waarop de parlementaire democratie in ons land werkt, vind ik Europa minstens even democratisch in elkaar zitten. Een aantal checks and balances ligt wat anders. Maar er is niet minder controle, toezicht of evenwicht. De manier waarop wij ons bestuur organiseren, is altijd in evolutie. We gaan naar iets nieuws. Uiteraard zijn er uitdagingen op het vlak van de democratie. Angela Merkel heeft veel te zeggen in Europa en we hebben op geen enkele manier impact op wie de volgende Duitse kanselier wordt. We moeten dus werken aan een aantal mismatchen. Maar niet door in de achteruitkijkspiegel te kijken hoe het vroeger was georganiseerd. De tijd van de aparte nationale democratieën is voorbij. We zullen creatief moeten zijn in onze zoektocht naar andere bestuursvormen die geschikt zijn om een transnationale gemeenschap te organiseren."

Na deze Europese verkiezingen spreken sommigen over een links Zuid-Europa en een rechts Noord-Europa. Ziet u ook die twee verschillen?

"Er zijn veel meer verschillen! Ook cultureel kan je het Europa met 28 landen niet meer vatten in één omschrijving. Er is een enorme diversiteit, van in het noorden van Finland tot in het zuiden van Cyprus. Het is te simpel om dat te reduceren tot één grote breuklijn tussen noord en zuid. Een paar jaar geleden liep de grote breuklijn tussen oost en west. Alles werd geframed in de tegenstelling tussen het oude versus het nieuwe Europa. Het nieuwe Europa deed mee met de Amerikanen; het oude ging niet mee vechten in Irak. Vandaag spreekt men door de eurocrisis over een andere breuklijn. Het is een versimpeling van een complexere realiteit. Ik stap nooit mee in de verhalen die ons willen laten geloven dat het zuiden links en het noorden rechts is."

Hoe beoordeelt u het werk van de Vlaamse europarlementsleden de afgelopen legislatuur?

"Het werk van onze europarlementsleden, op een paar uitzonderingen na, wordt zeer gewaardeerd. In hun dossiers hebben ze een reputatie opgebouwd. Ze halen rapporteurschappen binnen, gemiddeld meer dan een doorsnee parlementslid. Weinig landen kunnen tippen aan de kwaliteit van onze europarlementsleden. Uit een Nederlands onderzoek, dat het politieke gewicht van de kandidaten kwantificeert, blijkt dat het soort politici dat wij op de lijsten zetten, mensen zijn met gewicht. Dat rendeert in Europa."

Er zitten nu vier N-VA’ers in het Europees Parlement. Hoe ziet u hen zich Europees profileren? Dat kan immers een voorspiegeling zijn van de dieper liggende ideologie van de partij, als die haar eerste doelstelling - België splitsen - gerealiseerd heeft.

"Ik denk dat niemand dat op dit moment weet. Toen de campagne op gang kwam, dacht ik een tijd lang dat ze voluit de eurosceptische kaart gingen trekken, maar dat schipperde. Je merkte het ook in een aantal N-VA-standpunten. De ene week was de partij tegen een heronderhandeling van de Schengen-regels, even later was ze met even veel overtuiging voor. Dat is typisch voor een partij die het eigenlijk zelf ook niet weet. Dat is niet onlogisch. N-VA is nog een jonge partij. Ze is de erfgenaam van de Volksunie die heel pro-Europees was, maar zit nu opgezadeld met een deel van het Vlaams Belang-kiespubliek, dat eerder anti-Europees is. De mandatarissen denken genuanceerd over Europa. Maar voor hen was Europa nooit een prioriteit. Tot voor twee jaar was dat de speeltuin van Frieda Brepoels; het Europaprogramma van de N-VA werd volledig door haar geschreven. Nu de partij een stuk groter is, gaat ze pas echt beginnen nadenken over welke Unie ze wil. Als de N-VA zou aansluiten bij de liberale ALDE-fractie van Guy Verhofstadt zou dat in zekere zin wel bemoedigend zijn. En die kans bestaat: voor de N-VA is het een eervolle fractie en Verhofstadt wil zijn fractie graag nog met wat extra zetels oppompen."

Foto's: Theo Beck

Samenleving en politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 6 (juni), pagina 56 tot 63