Log in

'De frustratie van N-VA'

Interview met Kris Deschouwer (Politicoloog)

Kris Deschouwer maakt halfweg de legislatuur het bilan op van de regering-Michel. Hij ziet weinig Verandering en veel frustratie. Hij ziet weinig Verandering en veel frustratie. "N-VA koesterde de illusie dat het de zaken kon veranderen in de richting die zij wilde maar zo eenvoudig werkt de politiek vandaag niet meer," aldus Deschouwer. Je hangt vast aan keuzes uit het verleden, aan Europa en aan de coalitiepartners. "Bij CD&V en Open Vld bestaat de angst om al te ver in de richting van Verandering door te schieten omdat ze weten dat N-VA die zal claimen. Ook vinden ze het bestaande systeem al bij al misschien toch niet zo slecht dat het volledig op de schop moet."

Kris Deschouwer voert al meer dan 30 jaar onderzoek naar verkiezingen en stemgedrag aan de VUB. Hij is het gezicht van het PARTIREP-verkiezingsonderzoek en de PAVIA-groep. Maar we kennen hem natuurlijk het best van zijn analyses op de verkiezingsavond zelf, waar hij ons gemeente per gemeente door de eerste binnengelopen resultaten loodst.

Wanneer we hem vragen naar zijn rapport van de regering-Michel, neemt hij ons eerst mee naar het begin van de regeerperiode. "Na 25 mei 2014 was het voor CD&V geen optie om N-VA nog eens vijf jaar lang vrolijk oppositie te laten voeren tegen het systeem. Voor het eerst kwamen dus Vlaams-nationalisten als de grootste partner in een federale regering, en voor het eerst sinds 1987 zat PS niet mee aan het stuur. Een historische regering. We kunnen het niet voldoende benadrukken als we de analyse van haar parcours tot nu toe willen maken," aldus Deschouwer.

De moeilijkheden waarmee deze ‘ploeg’ vandaag kampt, zaten al van bij de start in haar constructie vervat. Pro memorie somt Deschouwer de ongeschreven regels op waarmee de regering-Michel brak. "Eerste ongeschreven regel: de regering geniet een brede steun in beide taalgroepen. De regering-Michel steunt echter op een minderheid langs één kant van de taalgrens, zoals dat - maar in veel mindere mate - ook bij de regering-Di Rupo en een aantal centrumrechtse regeringen van Martens in de jaren 1980 het geval was. Tweede ongeschreven regel: politieke families houd je samen. De socialistische familie was onder de regering-Leterme al eens gesplitst, en nu gebeurde dat met de christendemocratische familie. Een begrijpelijke keuze. cdH zou de enige brug geweest zijn tussen het centrumrechtse federale niveau en het centrumlinkse Waalse niveau. Dat wil je als partij niet doen. Je wordt dan kleingewreven tussen twee zeer verschillende loyaliteiten. Derde ongeschreven regel: de grootste partij levert de premier. Voor N-VA, een partij die het einde van het land wil, lag dat natuurlijk moeilijk. Doordat MR de enige Franstalige partij was in de regering, was de keuze voor een Franstalig gezicht als premier wel logisch. We onderschatten immers de impact van deze zogenaamde kamikazeregering op de publieke opinie in Wallonië."

Een bijzondere constructie dus. Maar toch ook gewoon een logisch antwoord op de kaarten zoals die door de kiezer waren geschud?

"Dat wel. Een centrumrechtse regering in Vlaanderen en een centrumlinkse regering in Wallonië weerspiegelt er het kiezerscorps. Maar doordat het spel van de congruentie - dezelfde coalities op de verschillende niveaus - niet is gespeeld, ontbreekt wel een aantal klassieke patronen van overleg tussen de verschillende regeringen. Vroeger had je altijd wel iemand die de brug kon spelen. Vandaag heb je met name aan Franstalige kant voor het eerst een strakke scheiding tussen het federale en regionale niveau. Dat is nooit vertoond."

Was de inhoud van het regeerakkoord ook zo bijzonder? Ziet u een duidelijke breuk met het verleden?

"Daar ben ik sceptisch, zelfs cynisch over. Maar dat heeft niet zozeer met deze regering te maken, eerder met de structuur van ons land. In een coalitieregering is het, per definitie, moeilijk volledig van koers te veranderen. Behalve in de jaren 1950, kenden we nooit een complete alternatie aan de macht zoals je dat bij de Britten, de Amerikanen of de Scandinaviërs wel hebt. De nieuwe regering neemt altijd een stuk van de oude regering mee. Dat remt fundamentele veranderingen af."

Vindt u dat een pluspunt van ons systeem? Of is een tweeblokkensysteem gezonder?

"Het eindresultaat van beide systemen is hetzelfde: het beleid eindigt ergens in het midden. Coalitieregeringen kunnen slechts een beetje van koers veranderen. In een tweeblokkensysteem is de verandering een stuk duidelijker, maar omdat het blok dat aan de macht de gunst van een zo groot mogelijk aantal kiezers beoogt, neigt ook dat systeem eerder naar het centrum. De manier om er te komen is anders, maar het resultaat is hetzelfde."
"Het was dus onrealistisch om te verwachten dat we met de centrumrechtse regering-Michel, als opvolger van de centrumlinkse regering-Di Rupo, plots in een ander land zouden wakker worden. Ook al omdat de beleidsruimte op het niveau van de natiestaat almaar kleiner geworden is."

Hoe komt dat?

"Voor een stuk hang je vast aan keuzes uit het verleden. In de jaren 1950, 1960 konden we nog fundamentele beslissingen nemen over onze economische structuur, sociale zekerheid of justitieel systeem. Dat kan nu niet meer. Als bestuurder ben je de beheerder van de keuzes uit het verleden. Verandering gaat derhalve zeer traag. In ons pensioenstelsel kan je wel een aantal andere accenten leggen, maar van de ene dag overstappen van een kapitalisatiesysteem naar een retributiesysteem is bijvoorbeeld niet mogelijk."
"De beleidsruimte wordt verder ook beperkt door de manier waarop de wereld vandaag in mekaar zit. De fundamentele keuzes worden niet meer op het Belgisch niveau gemaakt. Dat gebeurt hoger. Het was hallucinant om te zien dat de State of the Union van Charles Michel vorig jaar op een zondag plaatsvond omdat op maandag de begroting binnen moest bij de toezichthoudende overheden in Europa. Het toont waar de beleidslijnen worden getrokken. De macht ligt niet langer in de 16. Een nationale regering zoals de regering-Michel is misschien wel nog in office, maar niet meer in power."

N-VA maakt deels een andere analyse: ze spreekt over de Belgische tanker die maar niet gekeerd geraakt en zich verweert als een duivel in een wijwatervat.

"N-VA schiet op een aantal heilige huisjes, zoals het informeel regelen van zaken onder werkgevers en -nemers, bestuurscomités, sociale zekerheid, mutualiteit, enzovoort. Ondanks hun verschillen kennen deze beleidsgemeenschappen elkaar erg goed. Ze weten hoever ze met elkaar kunnen gaan, wanneer het theater voor de bühne moet worden opgevoerd en wanneer het nadien tijd is om akkoorden te sluiten. Omdat die beleidsnetwerken erg in de Belgische tradities zijn ingebed, gaat N-VA sterk tegen die cultuur in. Ze ijvert voor een bestuursmodel waarbij enkel de regering en het parlement beslissen. Andere instanties worden wel geraadpleegd, maar binnen het raamwerk van het primaat van de verkozen instellingen."

Bij de start van deze regering was de toon dat vijf jaar, en indien nodig tien jaar, volstonden om schoon schip te maken zonder PS. Heeft N-VA die structuren onderschat?

"Dat denk ik wel. Bij N-VA zie je veel frustratie dat de zaken onvoldoende bewegen. Het verwijderen van PS, een partij met een groot gewicht, was een eerste stap. Maar dat leidde tot de vreemde vaststelling dat men steeds minder aan PS kan verwijten dat de dingen zijn zoals ze zijn. N-VA koesterde de illusie dat het de zaken kon veranderen in de richting die zij wilde maar zo eenvoudig werkt de Belgische politiek niet, en zoals gezegd ook geen enkele andere nationale politiek in een Europese lidstaat."

Op welke bevoegdheden is de regering-Michel er wel in geslaagd om Verandering te bewerkstelligen?

"Eerlijk gezegd zie ik op federaal niveau nergens grote breuken met het verleden. Enkel inzake Cultuur op het Vlaamse niveau misschien. Minister Gatz maakt er, door de beperkte budgettaire enveloppe, andere keuzes dan in het verleden. Maar cultuur is dan ook typisch één van die domeinen waar er iets meer beleidsvrijheid is. Alle andere domeinen geraken moeilijker in beweging."

De pensioenhervorming van Daniel Bacquelaine is toch niet min?

"Ook hier gaat het om kleine bijsturingen aan het systeem. Een aantal privileges die nog moeilijk aan de samenleving te verkopen vallen, worden afgebouwd. De verhoging van de pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar lijkt spectaculair - iedereen is opgegroeid met de idee dat je op je 65ste op pensioen gaat - maar vergeet niet dat weinig mensen daadwerkelijk tot hun 65ste werken. Ook dat is voor mij dus geen fundamentele koerswijziging."

De keuze voor een grootschalige lineaire lastenverlaging om zuurstof te geven aan het bedrijfsleven is toch een echte liberale maatregel?

"Het verlagen van de werkgeversbijdragen van 32% naar 25% is misschien de meest opvallende maatregel van de regering-Michel. Maar ook daar zijn de resultaten niet spectaculair. Idem voor fiscaliteit; de koterijen worden er niet aangepakt. Ik dacht dat de regering-Michel, die zich op de kaart zette als ‘we zijn anders’, veel fundamenteler zou hervormen. De verkiezingsloze periode van vijf jaar is een gemiste kans geweest. Vooral in het begin van de legislatuur, wanneer je het nog kan permitteren wat aan populariteit te verliezen, had ik verwacht dat er een elan zou ontstaan om radicale beslissingen te nemen."

Waarom is dat elan er nooit gekomen?

"Vanwege ingebakken wantrouwen tussen de partners. In een tweeblokkensysteem zou deze regering bij de volgende stembusgang als geheel naar de kiezer trekken. Nu strijden de drie Vlaamse partijen om dezelfde kiezers. Bij CD&V en Open Vld bestaat de angst om al te ver in de richting van Verandering door te schieten omdat ze weten dat N-VA die zal claimen. Ook vinden ze het bestaande systeem al bij al misschien toch niet zo slecht dat het volledig op de schop moet."

Strategie is in politiek vaak even belangrijk als inhoud. Dat was bij de formatie van de regering-Michel niet anders?

"Als je een coalitie vormt, maak je altijd de afweging tussen office en votes: hoeveel beleid kan je er in steken als je in office ben en welke prijs betaal je in termen van votes? CD&V haalt vandaag als kleine regeringspartij relatief weinig binnen inzake beleid, maar het was voor haar geen optie om N-VA nog eens vijf jaar lang van de zijlijn kritiek te laten spuien op het systeem. Dikke vrienden zijn het, gezien hun verleden, nooit geweest. Ook al was het plan van de regering-Michel om de dingen ‘anders te doen’, de coalitie is vooral begonnen met ‘naar elkaar te kijken’. Dat dit een kibbelkabinet zou worden, stond dan ook in de sterren geschreven."

Wordt er vandaag meer gekibbeld dan bijvoorbeeld bij de opendebatcultuur onder Verhofstadt?

"Ik heb de neiging dat nogal te relativeren. De opendebatcultuur van Guy Verhofstadt werd positief geframed, omdat men die zelf zo op de kaart zette, maar ten gronde was dat hetzelfde. Ik heb niet de indruk dat het nu erger is dan toen. De regering-Verhofstadt poogde eveneens te breken met het verleden - voor het eerst sinds lang geen christendemocraten aan de macht - maar ook daar verdween het elan snel."
"Wel zijn de media anders dan toen. Er is meer korte communicatie. Sociale media zorgen ervoor dat er veel debatjes worden gevoerd die na een dag weer weg zijn. Vandaag komt elk klein incidentje naar buiten. Het deed Jean-Luc Dehaene verzuchten dat zijn loodgietersmethode vandaag niet meer zou werken. Je kan de deur niet meer sluiten tot je met een akkoord buitenkomt. De smartphones dansen op de onderhandelingstafel."

Er is veel kritiek op de onderhandelingsmethode van premier Charles Michel. Hij zou het spel van de besluitvorming onvoldoende beheersen en te licht wegen. Is dat ook uw analyse?

"Ja. Hoewel Charles Michel minister was in regeringen van Guy Verhofstadt, Yves Leterme en Herman Van Rompuy, miste hij ervaring in het hart van de besluitvorming. Als persoon heeft hij ook niet de envergure die een Elio Di Rupo, met zijn aparte stijl, toch wel had. De spoeling bij MR is in het algemeen dun. Van hun ministers, zoals François Bellot, Marie Christine Marghem of Willy Borsus, hoor je nauwelijks wat. Er is enkel Didier Reynders."

Zou premier Didier Reynders een steviger greep hebben gehad op dit kibbelkabinet?

"Hij zou alleszins een meer aanwezige premier geweest zijn dan Charles Michel. Hij heeft ook een andere persoonlijkheid. De interne spanningen binnen MR hebben er echter voor gezorgd dat hij op Buitenlandse Zaken zit, een post waar hij zich rustig kan amuseren."

Is deze generatie politici zwakker dan die voor hen? Of is het flauw om te verwijzen naar de zwaargewichten van vroeger?

"Vind ik wel. We onthouden een aantal grote koppen uit het verleden - Martens, Dehaene, Verhofstadt - maar vroeger bestonden regeringen ook uit een hele reeks ministers die niemand zich nu nog herinnert. Elke generatie functioneert in de context waarin ze kan functioneren. Er zitten geen politieke zwaargewichten in deze regering; wel erbuiten. Binnen 20 jaar zal Bart De Wever te boek staan als groot politicus van zijn tijd. Het maakt niet uit of hij erin slaagt België grondig te veranderen. Zijn passage in deze twee decennia heeft ons land gemarkeerd. Zonder enige twijfel."

Voor velen trekt Bart De Wever vanuit het schoonverdiep aan de touwtjes van de regering-Michel. Is hij voor u ook de schaduwpremier?

"Ik zie hem eerder als schaduwoppositieleider. Bart De Wever is af en toe scherp, af en toe zalvend voor ‘zijn’ regering, maar hij blijft een buitenstaander. Zijn keuze om niet in de regering te stappen, biedt hem de mogelijkheid om het partijstandpunt uit te dragen. Als de regering-Michel niet slaagt, is er daardoor voor N-VA steeds een terugvalpositie."

Ook CD&V probeert om, naast het regeringsbeleid, haar partijstandpunten kenbaar te maken maar slaagt daar minder goed in.

"De stijl en traditie van CD&V is fundamenteel anders. Tegelijk besturen en met straffe uitspraken vanop de zijlijn scoren, zit niet in het DNA van de partij. Ook niet in dat van Wouter Beke. Hij groeit geweldig in zijn rol, maar zijn stijl blijft bedachtzaam, heel christendemocratisch, heel enerzijds, anderzijds. Bart De Wever daarentegen is gemaakt om oppositie te voeren. Hij is welbespraakt en voelt perfect aan waar de koevoet tussen de deur moet."
"We mogen nooit vergeten dat N-VA groot is geworden op de kap van haar regeringspartners. Vaak verwijst men naar N-VA als het product van het in elkaar stuiken van Vlaams Belang. Fout. Dat is maar een klein stukje van het verhaal. N-VA heeft het politieke centrum leeggezogen. Stemgedrag is erg complex. Het kiezerscorps van een partij kan je niet vereenzelvigen met haar programma. De kiezers van N-VA zijn niet noodzakelijk gebrand op een grote staatshervorming of op het einde van België. N-VA is erin geslaagd kiezers binnen te halen die vonden dat het, om velerlei redenen, ‘anders moest’. Die slogan kan N-VA alvast geen tweede keer meer gebruiken."

Met welk project trekt N-VA volgens u naar de kiezer in 2019?

"Als ik de tussentijdse campagnes bekijk, lijkt het de bedoeling om aan te tonen dat de Verandering werkt, dat de bocht is ingezet, maar dat het werk nog niet af is. Het doet me denken aan François Mitterand. Die werd de eerste keer verkozen onder ‘le changement’ en de tweede keer onder ‘la force tranquille’."

Kan deze regering in de laatste rechte lijn alsnog vallen?

"Neen. De rit niet uitrijden is voor iedereen een sprong in het duister. Mocht één van de partijen zeker weten dat ze bij een nieuwe regeringsvorming in een betere situatie zal zitten, zou de verleiding groot zijn. Maar dat is niet het geval. Deze ploeg is tot elkaar veroordeeld. Het momentum om het verschil te maken ligt achter ons. Naarmate het einde nadert, zullen de spanningen toenemen. In Vlaanderen gaan de drie Vlaamse partijen in gespreide slagorde naar de kiezer. CD&V en Open Vld zullen een slag om de arm houden, want het is afwachten wat de uitslag in Wallonië wordt. Als in 2019 op federaal niveau PS toch nodig blijkt, moeten CD&V en Open Vld rekening houden dat sp.a er de volgende keer ook weer bij moet."

Hoe realistisch is het scenario dat de groei van PTB PS in de armen van MR duwt?

"Dat is een mogelijkheid, maar dat weet je pas de verkiezingsavond zelf. In Vlaanderen is de situatie nog onvoorspelbaarder. Het kiezerskorps is er, veel meer dan in Wallonië, op wandel. In 2014 was de totale volatiliteit 40%. Dat betekent dat tussen 2010 en 2014 vier op de tien kiezers voor een andere partij hebben gekozen. Politicologen maken een verschil tussen in between bloc volatility en within bloc volitality. Het eerste, kiezers die van links naar rechts gaan, gebeurt niet zo veel. Het tweede, kiezers die wisselen tussen partijen die in elkaars buurt liggen, des te meer. Partijtrouw brokkelt af. De band tussen kiezers en partijen is veel voorwaardelijker geworden. De kiezer voelt zich niet schuldig voor een andere partij te stemmen. Die moet dus elke keer opnieuw haar stem verdienen. De strubbelingen in de regering-Michel zullen daarom nog toenemen."

Veel zal afhangen wat de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 opleveren.


"Ik vind het hallucinant hoeveel inspanningen er gestoken worden in dat allerkleinste bestuursniveau. De verhuisbewegingen, het positioneren van kopstukken, ... dat is nu al volop aan de gang. Partijen zouden zich beter met het land of met Europa bezighouden in plaats van, met alle respect, Mechelen of Leuven. Daar worden de uitdagingen die op ons afkomen niet uitgevochten."

Wat is uw oordeel over het weerwerk van de linkse oppositie tot nu toe?

"(wikt zijn woorden) Daar ben ik niet zeer positief over. De oppositie laat zich leiden door de regering. Ze reageert sterk op prikjes, op gebeurtenissen. Bij sp.a noch Groen zie ik een coherent verhaal dat gebruikt kan worden als interpretatiekader. Ze zijn tegen de kleine veranderingen van de regering, maar wat is het alternatief? Ik zie het niet."
"Voor sp.a is dat natuurlijk extra moeilijk. Die partij heeft zo lang bestuurd. Het is niet eenvoudig een alternatief aan te bieden als het beleid van de regering-Michel slechts in details verschilt van dat van de regering-Di Rupo. Kan sp.a op een geloofwaardige manier kritiek hebben op de regering omdat haar begroting niet in orde is? Bovendien is sp.a een echte bestuurderspartij. Au fond is ze bereid om de volgende keer mee te besturen en de moeilijke compromissen te sluiten. Dan is het moeilijk om een echt alternatief uit te dragen."

Moet ze dan misschien meer op stijl dan op inhoud inzetten om te scoren?

"Dat is vandaag belangrijker dan ooit. Maar ik zie weinig figuren die dat scherp kunnen. Veel tussenkomsten in het parlement zijn solide, je voelt dat daar een studiedienst achter zit, maar het vermogen om de gevoelige snaar te raken, om het juiste dossier op het juiste moment te lanceren, is er te weinig."
"Ik ben geen mediaspecialist. Ik begrijp ook niet waarom het ene moment een grijze, genuanceerde politicus, zoals Herman Van Rompuy, de hemel in wordt geprezen en het andere moment een charismatische politicus die inspeelt op het buikgevoel, zoals Steve Stevaert. Wel stel ik vast dat geen van de twee vormen van populariteit een lang leven beschoren is. Nu lijkt het de beurt aan Maggie De Block; haar populariteitspiek is definitief voorbij."

De regering-Michel wil sociaaleconomische verandering bewerkstelligen, de core business van links.

"Fiscaliteit, sociale zekerheid, pensioenen, werkgelegenheid,... het zijn fundamentele zaken waarop links zou kunnen zeggen dat het anders kan. Maar voor de oppositie geldt hetzelfde als voor de meerderheid: door het Europees keurslijf zijn er niet zoveel mogelijkheden om het echt anders te doen. Links mag dan nog van oordeel zijn dat een investeringsbeleid in moeilijke tijden nodig is, van Europa moet het begrotingstekort onder de 3%. Ook voor de oppositie is de beleidsruimte in woorden groot, maar in feiten beperkt."
"Bijkomend probleem voor deze oppositie is dat de keuzes die Europa de voorbije decennia heeft gemaakt geen linkse keuzes zijn. Een sterke, regulerende Europese staat zou een oplossing kunnen zijn voor heel wat problemen, maar deze Unie de-reguleert. Ze neemt belemmeringen weg die handel bemoeilijken, maar een Europese sociale zekerheid, arbeidsregeling of fiscaliteit zitten niet in het systeem ingebouwd. Europa heeft de basisinstrumenten van links, namelijk de staat, weggenomen, naar het Europese niveau gepooled, maar ze daar ook onbereikbaar gemaakt."

En dus stemmen burgers met de voeten, zoals met de Brexit het geval was?

"Ik begrijp die frustratie zeer goed. Op nationaal niveau spelen we het ritueel van de verkiezingen en benoemen we de mensen om het schip te besturen, maar de roerganger zit ergens anders. Dat maakt zowel besturen als oppositie voeren erg moeilijk."

Uw analyse over het parcours van de regering-Michel en de oppositie, en zelfs de staat van de politiek in het algemeen, lijkt niet echt optimistisch.

"Ik ben inderdaad pessimistisch. De politiek gaat door een moeilijk moment. Toch ben ik het niet eens met David Van Reybrouck dat we verkiezingen maar moeten afschaffen. Alle andere spontane en bottom-up vormen van participatie mobiliseren in de praktijk vooral de intellectuele middenklasse. Verkiezingen zijn de enige manier om iedereen te horen. Maar dan moeten verkiezingen wel ergens over gaan. Dat is steeds minder het geval. Griekenland was het meest extreme voorbeeld. Daar kon de kiezer kiezen tussen een links of rechts bestuur, maar werd het beleid nadien gevoerd door de Commissie, de ECB en het IMF. In een klein land als België speelt eenzelfde mechanisme. De macht zit niet meer in de 16. En waar de macht wel zit, is er geen controle door de burgers. Dat we een Europese Unie hebben gemaakt die niet overtuigend kan claimen democratisch te zijn, is de historische vergissing van deze generatie politici."

foto's: Theo Beck

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 68 tot 77