Log in

Internet en sociale media: speelveld van democratie?

EMILE ZOLA PRIJS 2018 – 2e LAUREAAT

Zijn het internet en sociale media de democratische fora van deze tijd waar iedere burger, ongeacht klasse, afkomst of geloof, een gelijke stem heeft en vrij kan deelnemen aan het publieke debat? En kunnen ze, zo dus, onze democratie redden?

EMILE ZOLA PRIJS 2018

De Wandelaars van Calais
Gena Kagermanov
Internet en sociale media: speelveld van democratie?
Pieter Velghe
Allez allez changez!
Diego Latruwe

De democratie bevindt zich op een kantelpunt: in tijden van historisch lage opkomst voor verkiezingeni en een schrikwekkende daling in het vertrouwen in de democratische instellingenii, is populisme tegelijkertijd alomtegenwoordig en kunnen mensen meer dan ooit hun standpunt of mening uiten via sociale media of bij één van de zovele nieuwe burgerbewegingen. De woede en onvrede tegenover het huidige status quo wordt veelal opgevangen door rechtse tot extreemrechtse partijen, maar ook vanaf links waait er een nieuwe wind die onder het vaandel van verandering vele successen boekt in Europa en daarbuiten. De toenemende polarisatie houdt het democratisch overleg in een wurggreep en heeft als gevolg dat het steeds moeilijker wordt om regeringen te vormen. Tegelijkertijd ontketenen populisten een mogelijks fatale paradox aangezien hun mandaat is gebaseerd op het kunnen komaf maken met de rechtsstaat en de democratische principes (die hen eerst aan de macht geholpen hebben), als het hen even niet uitkomt.

De hamvraag is of het groeiend aantal proteststemmen gekanaliseerd kan worden bij regeringsdeelname van populisten, zonder dat daarbij de rechtsstaat of de democratie geschaad wordt. Dat dit zeker niet vanzelfsprekend is, demonstreren op dit moment Polen, Hongarije, Turkije en ook het huidige Amerikaanse politieke experiment. De onvrede over de huidige gang van zaken zit diep bij vele burgers, en velen lijken bij elke stembusgang hun vertrouwen in 'het systeem' nog verder te verliezen. Politici van tegenwoordig weten daarom wel beter dan niet te luisteren naar hun basis, en zo het electoraal uitkomt, hun koers daarop af te stemmen.

Gelukkig is het als politicus in de 21e eeuw makkelijker dan ooit om te weten wat er speelt bij de burger. In plaats van ouderwets deur-tot-deur te gaan, kan je via de vele nieuwe kanalen op internet en sociale media zo oppikken wat er écht leeft bij de burger. Platformen zoals Facebook en Twitter lijken haast organisch uitgegroeid tot een welkome aanvulling van het publieke debat, de media in het algemeen, en dus onze democratie. Ze laten toe dat meer mensen op meer manieren kunnen deelnemen aan een niet onbelangrijk deel van het democratisch proces; namelijk door (fysiek of digitaal) samen te komen, te discussiëren, en te pleiten voor een bepaald beleid. Dit allemaal zonder dat gevestigde spelers in de weg staan.

Aldus luidt de stelling. Maar klopt dit ook wel?

HOKJESDENKEN EN ECHOKAMERS

Ondanks de onvrede tegenover het politieke systeem, haken mensen toch niet af van politiek op zich. Integendeel, politiek lijkt meer dan ooit aanwezig: door een enorm aanbod aan media, traditioneel of nieuw, worden we dagelijks overspoeld met nieuws, informatie en opinies. Zelf hebben we ook overal een mening over, van vegetarisme tot de islam of het migratiebeleid en de zwartheid van Zwarte Piet. Net als sommige mensen die bij de dokter gaan om hun eigen, via het internet uitgezochte diagnose voor te leggen, lijken veel mensen ook mondiger en zelfverzekerder over hun eigen diagnose over wat er allemaal mis is met de politiek en de samenleving van vandaag. Sociale media, en (in mindere mate) internetfora en blogs, zijn daarvoor de plaats bij uitstek om deze diagnoses te kunnen delen met een grote groep 'volgers', die je kan vergaren ongeacht of je de autoriteit van een gerespecteerde academicus of publiek figuur hebt of niet.

Door hun grote aantal gebruikers en veelzijdigheid, zijn sociale media uitgegroeid tot een verzamelplaats voor het produceren, delen en consumeren van alle soorten nieuws en informatie. Het is daarom geen wonder dat rond de 67% procent van de volwassen Amerikanen gedeeltelijk afhankelijk is van sociale media voor het nieuws.iii Een trend die nog stijgt, ook hier. Dit geeft niet enkel platformen zoals Twitter en Facebook veel macht, maar maakt het ook mogelijk voor onafhankelijke media en nieuwswebsites om voorbij de gevestigde media te gaan en zo potentieel een aanzienlijk publiek te bereiken. De decentralisatie en enorme schaalbaarheid van het internet en sociale media maken het krachtige middelen die een enorm democratisch potentieel bezitten. Keerzijde van de medaille is dat het ook toelaat voor actoren met minder goede bedoelingen om veel schade te berokkenen. Het internet en sociale media zijn dus ook plekken van haatverspreiding, spionage, cybercriminaliteit, terroristenronseling en informatieoorlogvoering, om maar enkele zaken te noemen. Zo zijn zelfs de recente etnische zuiveringen tegen de Rohingya in Myanmar het gevolg van desinformatiecampagnes op sociale media. Het internet is daarom niet erg verschillend van de media die het voorgingen, want waren radio en televisie ook in de eerste plaats geen middelen voor het bevorderen van oorlog en propaganda? We denken enkel aan het gemak dat bepaalde technologieën ons brengen en verplaatsen telkens meer van ons leven en interacties naar het digitale domein, zonder af te vragen wat er achter de hippe façade schuilt.

Als gebruiker van sociale media struinen we onbevangen door onze Facebook wall of Twitter feed, ons onbewust van waarom we bepaalde berichten te zien krijgen en andere niet, of van waarom precies deze berichten trending of viral zijn. Het algoritme dat alle informatie ordent en filtert, zal voor gebruikers altijd een zwarte doos blijven. Maar de mechanismes van de aantallen likes, comments en shares, zijn ons wel bekend: het zijn vooral de berichten die het meest schokkend of sensationeel zijn die ons doen klikken en die zo terechtkomen in een zelfversterkende spiraal. Daar komt bij dat sociale media gepersonaliseerd worden naar de gebruikers vriendengroep, interesses en overtuiging, en dat hierdoor de befaamde echokamer of filterbubbel ontstaat die ervoor zorgt dat het merendeel van het materiaal dat wij te zien krijgen ons denken bevestigd. Sociale media zijn dus een paradijs voor onze hardnekkigevoorkeur voor bevestiging, en ze hebben een sterke incentive om ons zo lang mogelijk te doen scrollen. Want hoe meer tijd we er spenderen, hoe meer geld voor Facebook en co.

Gevolg daarvan is dat het debat enkel meer polariseert. Commentaren bij nieuwsberichten op sociale media zijn daar een pijnlijke illustratie van. Tot compromissen komt het zelden. Om het eigen Groot Gelijk te bewijzen, wordt de andere graag door het slijk gehaald. De traditionele media spelen hierop ook in door schreeuwerige of provocerende titels boven hun artikels te plaatsen die mensen moeten doen klikken, wat nog meer leidt tot moddergevechten in de commentaren. Geen wonder dat zelfverklaarde nieuwssites dagelijks vele miljoenen lezers lokken door lucratieve clickbait te produceren, ongeacht of het 'nieuws' gaat over pure fabricaties, verdraaiingen van de werkelijkheid of complottheorieën. En tegen de tijd dat duidelijk wordt dat het gaat om 'fake news', is het vaak al tienduizenden keren gedeeld en zijn alweer veel valse vooroordelen bevestigd en is veel schade berokkend.

Heeft het platform daar een verantwoordelijkheid? Absoluut. Maar zolang het bedrijfsmodel van Facebook, Twitter, YouTube, … erom draait om de aandacht (en dus de tijd) van de gebruikers zo lang mogelijk aan zich te binden, zullen er altijd wel manieren zijn om een nieuwe en betere digitale illusie van de bodemloze kom soep te creëren. De snelheid en manier waarop informatie circuleert op sociale media en het internet, en de manier waarop er wordt geïnterageerd met andere meningen, overtuigingen of culturen, zorgt er vaker dan niet voor dat informatie of contacten op de oppervlakte blijven en dat bestaande denkbeelden worden bevestigd en niet uitgedaagd. Ontsnappen uit die bubbel is moeilijk, precies omdat het een bewuste strategie is van sommige actoren om deze te versterken. En daarmee spelen ze slim in op het verdienmodel van de nieuwe media.

SPIN, SPAM & MONEY

Toen het Peterburgse bedrijf Internet Research Agency de opdracht kreeg om verdeeldheid te zaaien tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, wist die goed wat te doen. Voor de mooie som van 100.000 dollar werden ongeveer 3.000 advertenties voor twee jaar lang getoond op Facebook. Ook YouTube, Twitter en Instagram werden gebruikt om misinformatie te verspreiden zodat de campagne in totaal zo'n 126 miljoen Amerikanen zou hebben bereikt.iv Het doel van de campagne was duidelijk: de Amerikaanse samenleving zo verdelen totdat het land ten onder zou gaan aan intern conflict, of toch alleszins de zo geprezen Amerikaanse democratie een serieuze slag zou krijgen omdat de politieke kampen te verdeeld zouden zijn om het land nog te besturen. Ook komen er nu dingen aan het licht over mogelijke Russische inmenging bij het Brexit-referendum.v Dat twee van de belangrijkste politieke gebeurtenissen van deze tijd door een buitenlandse mogendheid beïnvloed zouden zijn, is extreem zorgwekkend en belooft nog een lange staart te krijgen voor Zuckerberg en co, die pas na lang aandringen openheid toonden over deze operaties.

Dit toont hoe kwetsbaar een democratie is die blind vertrouwt op ontransparante en makkelijk manipuleerbare media. Ook al zeggen de groten van het sociale Web simpelweg dat ze beter hun best zullen doen en beter zullen controleren wie de advertenties plaatst en wat voor advertenties dat zijn, lijkt het onwaarschijnlijk dat deze zaken helemaal voorkomen kunnen worden. Zeker niet als de sociale mediabedrijven enkel gecontroleerd worden door henzelf. Zij zullen er namelijk alles aan doen om in de eerste plaats te voorkomen dat dit soort nieuws opnieuw naar buiten zou lekken, aangezien dit niet bepaald goed is voor hun imago en dus hun groeimarge. Facebook, Twitter en Google beloven nu transparantie over de advertenties zodat iedereen alle advertenties die door een gebruiker worden gekocht, zal kunnen zien en hoeveel ze daarvoor betaalden.vi Dat is al een eerste stap, maar dan nog zal het in de praktijk moeilijk te achterhalen zijn wie echt achter bepaalde campagnes zit, zeker omdat het heel makkelijk is om een vals account of een valse naam te gebruiken.

De situatie waarin sociale media zich nu bevinden, is ontstaan nadat bedrijven en politiek de weg vonden naar het medium. Sinds bij de Amerikaanse verkiezingen van 2004 het potentieel van sociale media om politieke campagne te voeren werd ontdekt, verbeteren de digitale marketingstrategieën bij elke nieuwe verkiezingen. Geleid door de massa aan persoonlijke info die op sociale media wordt gedeeld, wordt het telkens eenvoudiger om specifieke groepen te onderscheiden op basis van hun politieke overtuiging. Men kan zelfs meten in welke mate mensen nog twijfelen aan wie hun stem te geven bij de volgende verkiezingen, en dus hoeveel deze mensen nog moeten worden overhaald om voor een bepaalde kandidaat te kiezen. Dit soort 'microtargeting' kan zelfs worden gebruikt om kiezers te ontmoedigen om te gaan stemmen. De Trump-campagne gebruikte dit soort 'voter suppression' bij Clinton-stemmers en bij 'idealistische witte liberalen', jonge vrouwen en Afro-Amerikanen in het bijzonder.vii

Met dezelfde technieken kunnen ook advertenties met conflicterende inhoud naar verschillende groepen gestuurd worden. Zo kan je dus in feite alles zeggen om de kiezer te overtuigen, of het strookt met de campagnebeloftes of niet. Of zelfs, of het strookt met de werkelijkheid of niet. Als mensen niet dezelfde feiten en informatie gegeven wordt, creëert dat niet minder dan een scheur in de samenleving en in de democratie. Dit is nu al deels aan de gang in bepaalde 'bubbels' in de Verenigde Staten: zo hoort bijvoorbeeld het publiek van Fox News helemaal niets over de processen tegen leden van Trumps campagneteam over hun vermeende Russische contacten. Het zou zelf zo ver kunnen gaan dat als Trump zou worden afgezet (omwille van Russische contacten of een andere reden) dat veel mensen dan een ander relaas van de feiten voorgeschoteld zouden krijgen en de gebeurtenis dus heel hard zouden contesteren, waarschijnlijk zelfs met geweld.viii Nieuw zijn deze filterbubbels dus niet, maar onzichtbare personalisatie op sociale media versterken dit nog.

Wat de precieze impact van dit soort technieken is, is moeilijk te evalueren omdat er veel andere factoren meespelen bij het kiezen aan wie je je stem geeft en als je beslist niet te gaan stemmen. Maar dat deze technieken van heel groot belang zijn voor hedendaagse campagnes is zeker: allebei de Brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn beslist met een vrij kleine marge (het electorale college in de Verenigde Staten is gewonnen door 80.000 stemmen in drie staten en de Brexit door 2 procent van de stemmen).ix Het gebruik van betere manieren om zwevende kiezers te overhalen en, wreed genoeg, om mensen te ontmoedigen hun stem uit te brengen, zijn dus zeker van belang. Sociale media, die in een staat van perfecte symbiose verkeren met het verdienmodel van de online advertentiemachine, worden zo hét strijdterrein om te vechten voor die stemmen. Kwesties zoals privacy en transparantie zijn nagenoeg irrelevant in een wereld geregeerd door Facebook, waar iedereen toch alles met iedereen deelt en waar de hoogste bieder de meeste stemmen binnenrijft.

LEVE HET ONLINE VLAAMS-NATIONALISME

Ook in België kunnen sociale media en internetcampagnes niet meer weggedacht worden uit het arsenaal van politieke partijen. De mogelijkheden om rechtstreeks (of 'ongefilterd') met de achterban te communiceren en op te roepen tot acties, steun of feedback, worden gretig benut door de verschillende partijen. N-VA nam daarin het voortouw en lanceerde een succesvolle sociale mediacampagne voor de federale verkiezingen van 2014. Geïnspireerd door wat er in de Verenigde Staten gebeurde op vlak van politieke communicatie, besefte de partij goed dat enkel campagne voeren voor verkiezingen niet genoeg is en dat sociale media een geweldig middel zijn om continu in directe verbinding te staan met de kiezers.

De dominantie van N-VA en het Vlaams-nationalistisch gedachtengoed op sociale media is daarentegen toch frappant. Afgaande op commentaren bij nieuwsberichten op Facebook (wat ik beschouw als de plek waar het belangrijkste online publieke debat doorgaat, aangezien de belangrijkste functie van het medium nieuwscirculatie en -becommentariëring is geworden en omdat Facebook de meeste actieve gebruikers telt), valt erg op hoe vaak de kampen verdeeld zijn tussen N-VA-sympathisanten en Vlaams-nationalisten enerzijds, en wie zij allemaal verzamelen onder de noemer 'links'. Deze zelfopgelegde dichotomie zorgt ervoor dat beide kampen vaak lijnrecht tegenover elkaar blijven staan, met geen enkel teken van compromis in zicht in de ellenlange opstapeling van commentaren. N-VA zelf, of toch diens Facebook-account, mengt zich zelf ook in die discussies (dus niet enkel op de eigen Facebook-pagina) en reageert zo rechtstreeks op commentaar aan hun adres. De partij gebruikt het medium dus slim en direct, en die aanpak wordt zeker gesmaakt bij hun grote aantal onlinevolgers. Deze communicatiestrategie past ook bij de sneercampagne die de N-VA al een tijd voert naar alle traditionele media die volgens hen niet 'neutraal' of 'objectief' over hen berichten en die de partij afzetten als 'links', 'lasterlijk' of zelfs 'gevaarlijk'.x

De schijnbare dominantie van N-VA op sociale media is zo apparent dat de idee groeit dat de partij dé spreekbuis is van de publieke opinie en dus vertolkt wat 'de Vlaming' echt wil. Sterker nog: haar gedachtegoed komt op die manier over als democratisch, gematigd en realistisch, en alles wat daarbuiten valt is bijgevolg onrealistisch en onhoudbaar.xi Maar niets is wat het lijkt, zeker niet op het internet. De zogenaamde hegemonie van het online rechtsnationalisme is zeker niet ongecontesteerd. Onderzoeker Ico Maly toonde extensief aan hoe een netwerk van verschillende Vlaams-nationalisten en Vlaams-nationalistische pagina's actief op Facebook, door het strategisch delen en becommentariëren van bepaalde berichten, vaak de richting van het publieke debat op sociale media weet te bepalen.xii Het is op zich niet verkeerd of merkwaardig dat een grote groep of meerderheid hun stempel kan drukken op het publieke debat, maar opvallend is hier dat het soms maar gaat over enkelingen die zich schijnbaar haast voltijds bezighouden met de sociale media vol te spammen met een bepaalde boodschap of bericht, en daardoor vele andere conversaties overstemmen.xiii Zo kan een partij wel zeggen dat ze spreekt voor 'het volk', maar in feite wordt het publieke debat gekaapt door enkele veelposters voor het bevorderen van een bepaalde agenda.

In de praktijk is het haast onmogelijk een onderscheid te maken of bepaalde berichten of campagnes op sociale media komen van grassroots, astroturfing (het zich voordoen als grassroots door een partij), of politieke campagnes.xiv Berichten worden snel overgenomen op sociale media. Ze gaan vaak een eigen leven leiden, en zo is het dus moeilijk te achterhalen of het gaat om een zorgvuldig georkestreerde campagne of een bredere strategie van een partij en/of sympathisanten, of iets daartussen. Daarenboven is het eenvoudig om meerdere of valse accounts aan te maken om aantallen likes en shares aan te zwellen, zonder dat duidelijk is wie er precies achter zit. Op sociale media worden voor commerciële en politieke doeleinden ook enorm veel social bots gebruikt. Dat zijn geautomatiseerde profielen die constant een bepaalde boodschap delen of liken, en zo ook een vertekend beeld geven van online populariteit of viraliteit, of die met veel spam de berichten van de tegenstander kunnen overstemmen en hem zo virtueel monddood maken. Dit is niet alleen eenvoudig én goedkoop (voor maar 3 dollar kan je al een basis 'botpakket' kopen)xv, de techniek wordt ook telkens beter zodat je nu op het eerste zicht niet merkt dat er geen echte persoon achter een bepaald account zit.xvi

Verhuld door de ongrijpbaarheid en anonimiteit van het Net, worden alle middelen aangewend die een voordeel geven op de tegenstander in de online politieke strijd. De beledigingen en het karikaturiseren dat je vindt bij commentaren op sociale media vormen maar een deel van het geheel, maar zetten wel een normvervaging in gang die kan leiden tot haat en geweld. De door de toenmalige voorzitter van Jong N-VAgemaakte meme, die de verkrachting van een studente afbeeldde en een activist die een pistool tegen het hoofd kreeg, is geen uitzondering maar deel van een grotere trend die overgewaaid is van de beruchte Amerikaanse 'Alt-Right'. Deze losse groepering van 'internettrollen' maken er een spel van om racistische en misogyne bagger in meme-vormte verspreiden op internetfora en sociale media om daaropvolgend te verklaren dat het maar een grap was, gemaakt om te 'trollen'. De ambivalentie van het internet laat hen toe criticasters weg te zetten omdat ze zogezegd hun ironie niet snappen en zo hun extreme boodschap te ontkennen als ze erop worden aangesproken.xvii Onder het mom van vrijheid van meningsuiting bedreigen ze zelfs mensen die volgens hen 'politiek correct' zijn of kritiek hebben op het beleid van Trump, en lanceren ze lastercampagnes via sociale media, mail of telefoon. Dit alles met het doel, zoals de bekende Alt-Righter Milo Yiannopoulos zei, van deze mensen hun leven een 'living hell' te maken,xviii en zo dus alle verzet te breken in hun ideologische strijd.

Het heeft de groep alleszins geen windeieren gelegd want ze worden expliciet gesteund door de Amerikaanse president Donald Trump en diens voormalige adviseur Steve Bannon. De groep is mainstream geworden, samen met de Alt-Right internetmedia die dagelijks miljoenen bezoekers lokken. Dankzij de kanalen van Breitbart News (waarvan Bannon voorzitter is) en The Daily Stormer (wiens naam en inhoud echoën naar het gedachtegoed van Nazi-Duitsland) wordt de beweging en het discours genormaliseerd tot buiten de internetfora.xix Dit succes werkt ook inspirerend voor groepen in Vlaanderen: racistische memes en het zogenaamde gebruik van ironie om bevolkingsgroepen te beledigen en te viseren (voornamelijk moslims, 'sossen', Walen en 'links') zijn al lang geen glitch meer, maar een heuse feature van de Vlaamse rechts-nationalistische cultuur op sociale media. Zo bestaat op Facebook een netwerk van pagina's voor het delen van memes met racistische inslag, zoals 'De Fiere Vlaamse Meme' (+7.000 volgers) of 'Melige Memes voor Hoofse Ridders' (+500 volgers) wiens memes een fascinatie hebben voor de kruistochten, het heroveren van het Heilig Land en de strijd tegen de 'Saracenen'.

Maar zoals in de Verenigde Staten is gebleken, blijven de demoniseringen en het geweld dat in de memes vervat zit niet online. Het vloeit over naar de echte wereld. Velen waren verbijsterd wanneer op 11 en 12 augustus 2017 de internettrollen toonden dat ze niet enkel onlineterreur konden zaaien maar dat ze ook in real life konden mobiliseren. Uitgerust met fakkels, schilden, knuppels, pepperspray en zelfs enkele vuurwapens, protesteerden ze tegen het weghalen van een standbeeld van zuiderse generaal Robert E. Lee. Het protest eindigde nadat een Alt-Righter in de tegenbetogers reed waarbij een jonge vrouw om het leven kwam.

Zo ook heb je hier in Vlaanderen groepen zoals 'Generatie Identiteit' of de recent opgerichte jongerengroep 'Schild & Vrienden', die niet enkels memes posten op het internet en daar een politieke strijd voeren, maar ook kampen organiseren om aan gevechtstraining te doen en te leren over de Vlaamse geschiedenis. Schild & Vrienden, die onder andere ook de 'beveiliging' van lezingen van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken verzorgt, is naar eigen zeggen opgericht om 'de belangen van de Vlaamse jeugd te verdedigen'. ToenApache hen vroeg of hun slogans zoals 'Geen linkse rat in onze stad' en 'Liever dood dan rood' niet oproepen tot geweld, antwoordt Dries Van Langenhove, oprichter van de groep en voormalig KVHV-er: 'Zeker niet. De stickers zijn ironisch bedoeld. Ik denk dat zowat iedereen, op Comac en ALS (Actief Linkse Studenten, TR) na, dat doorheeft'.xx Zo is de cirkel rond: geïnspireerd door de trollen van de Alt-Right, kan na de verovering van het internet met normvervagende memes, ook de straat veroverd worden.

WE MOETEN EENS PRATEN…

Als de balans wordt gemaakt, blijken het internet en sociale media zeker niet unaniem bevorderlijk voor het publieke debat en de democratie: misleiding en misinformatie zijn moeilijk te achterhalen en krijgen vaak vrij spel; aanzetten tot haat en geweld gaan veelal onopgemerkt en onbestraft voorbij in een harder wordend debat. Ook al heb ik hier bijna uitsluitend gefocust op de valkuilen van het internet en de sociale media voor de democratie, toch is dit volgens mij niet buiten proportie. We gebruiken al deze nieuwe en hippe kanalen veelal kritiekloos. Zo weten vele gebruikers van 'gratis' internetdiensten niet wat de verborgen kost is van het gebruiken van deze diensten en hoe zij zelf het product worden. De verhalen over wijdverbreide manipulatie door buitenlandse mogendheden doen onze wereld daveren op haar grondvesten, maar tegelijkertijd geven we ons over aan nieuwe spindoctors en de volgende generatie marketeers. De onlinestrijd om stemmen en politieke hegemonie gaat ongemeen voort. Het Wilde Wijde Web is onontgonnen gebied voor bedrijven en partijen die met telkens betere technieken en telkens meer geld betere resultaten verwachten. Oude media worden in diskrediet gebracht en eigen media worden gecreëerd. Zo wordt de waarheid maar een mening. Of wordt de waarheid een mening verdedigd door online stoottroepen. De vrijheid van het internet belooft te verworden tot het volgende strijdveld van verdeel en heers waarbij wij allen maar pionnen zijn.

Democratie vraagt om verbinding en compromis, niet om een dictatuur van de meerderheid of van een trollenleger. Hoelang laat de polarisering nog toe dat er openlijk wordt gedebatteerd en van mening verschild? En is het internet daarbij een hulpmiddel of obstakel?

Op vele vlakken bevindt de democratie zich op een scharniermoment. Om te kunnen omgaan met de uitdagingen van deze tijd hebben we juist meer democratie nodig, zeker niet minder. Als mensen echt willen dat hun stem iets waard is, dan hebben we betere plaatsen nodig (online en offline) waar mensen op een respectvolle manier met elkaar kunnen spreken en debatteren, waar het podium niet kan worden gekaapt en waar dus iedereen een gelijke stem heeft. Het is daarom hoogtijd dat we grondig praten over ons eigen internet- en sociale mediagebruik en dat van onze medemens. Redelijkheid, begrip en bereidheid te luisteren is altijd moeilijker dan haat en polarisatie. Het is nodig dat de bikkelharde politieke strijd zoals die online wordt gevoerd, in het licht treedt en plaats maakt voor échte conversatie en discussie. Enkel over de grenzen heen en uit de bubbels kunnen we elkaar opnieuw vinden en leren begrijpen.

Noten

i. Michael Gallagher, Michael Laver & Peter Mair. 'Representative Government in Europe'. Maidenhead: 2011, p. 306.
ii. http://www.journalofdemocracy.org/sites/default/files/Foa%26Mounk-27-3.pdf.
iii. http://www.reuters.com/article/us-usa-internet-socialmedia/two-thirds-of-american-adults-get-news-from-social-media-survey-idUSKCN1BJ2A8.
iv. https://www.nytimes.com/2017/10/30/technology/facebook-google-russia.html.
v. https://www.theguardian.com/politics/2017/nov/04/brexit-ministers-spy-russia-uk-brexit.
vi. http://adage.com/article/digital/facebook-drag-dark-posts-light-election/311066/.
vii. https://medium.com/startup-grind/how-the-trump-campaign-built-an-identity-database-and-used-facebook-ads-to-win-the-election-4ff7d24269ac.
viii. https://www.vox.com/policy-and-politics/2017/11/2/16588964/america-epistemic-crisis.
ix. https://series.fountainink.in/aadhaar-in-the-hand-of-spies/.
x. https://www.apache.be/2017/06/22/hoe-n-va-de-vierde-macht-uitschakelt-en-niemand-piept/.
xi. https://icomaly.wordpress.com/2012/12/17/solidair-n-va-ideologie-is-een-aanval-op-vrijheid-gelijkheid-en-democratie/.
xii. Ico Maly. 'N-VA: Analyse van een Politieke Ideologie'. epo: 2012.
xiii. Ibid.
xiv. Ibid., p. 69.
xv. https://twitter.com/carljackmiller/status/930358162196135936.
xvi. https://www.theguardian.com/commentisfree/2017/oct/16/bots-social-media-threaten-democracy-technology.
xvii. Phillips, W. & Milner, R.M. 'The ambivalent internet. Mischief, Oddity and antagonism online'. Polity Press: 2017.
xviii. https://www.vanityfair.com/news/2017/04/milo-yiannopoulos-new-media-venture.
xix. https://www.diggitmagazine.com/column/over-trollen-en-amerikaans-fascisme-waarom-we-ons-zorgen-moeten-maken-over-de-digitale.
xx. https://www.apache.be/2017/10/24/schild-vrienden-wil-vlaamse-jeugd-opnieuw-zingeving-bieden/.

Samenleving en politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 64 tot 72