Log in

Pleidooi voor een progressieve vermogensbelasting

De belastingen op inkomens en vermogens moeten weer progressiever worden gemaakt.

Vorig jaar stierf Tony Atkinson (1944-2017), één van de belangrijkste Britse economen van de laatste halve eeuw. Toen de meeste economen de studie van ongelijkheid in het begin van de jaren 1980 de rug toekeerden, bleef Atkinson het thema koppig onderzoeken. Hij moest door een intellectuele woestijn omdat veel collega-economen de studie van inkomens- en vermogensongelijkheid als een oubollige bedoening beschouwden. Ik moet toegeven dat ook ik tot de economen behoorde die de studie van ongelijkheid niet echt belangrijk vonden. Ten onrechte.

Dankzij het minutieuze werk van Tony Atkinson, die een grote invloed uitoefende op Thomas Piketty, weten we nu dat de Kuznets-curve slechts een momentopname was. De curve toonde aan dat een stijging van het inkomen aanvankelijk gepaard ging met een stijging van de ongelijkheid maar dat een verdere stijging van dat inkomen uiteindelijk gepaard gaat met een daling van de ongelijkheid. Dit bleek fout. Sinds 1980 zijn de inkomens- en vermogensongelijkheid sterk toegenomen in de meeste industriële landen.

Daarnaast is er tot vandaag geen bewijs dat de trickle down-theorie heeft gewerkt. Die theorie stelt dat mensen met hoge productiviteit moeten worden beloond omdat de toegevoegde waarde die ze creëren ook ten goede komt aan mensen met lagere inkomens. Opnieuw fout. De spectaculaire toename van het inkomen van de top 1 procent van de bevolking heeft geen waarneembaar positieve invloed uitgeoefend op de economische groei. De toename van de ongelijkheid heeft wel aan een kleine groep mensen met fenomenale inkomens en vermogens veel politieke invloed gegeven en het beleid gestuurd in een richting die hen goed uitkwam.

De trickle down-theorie had, samen met de Kuznets-curve, een grote invloed op het beleid. Ze leidden er vanaf het begin van de jaren 1980 toe dat in veel landen de progressiviteit van de personenbelastingen sterk werd verminderd. Als de rijken minder belast worden, zullen ze zich meer inzetten en dat zal leiden tot meer economische groei en minder ongelijkheid, was de voorspelling. Groei moest het doel van het beleid zijn. Herverdeling was uit den boze.

Dertig jaar later moeten we, mede door het belanghebbend onderzoek van Atkinson, toegeven dat de voorspellingen van die theorie niet zijn uitgekomen. Dan is de volgende vraag: aangezien de ongelijkheid zo sterk is toegenomen en de trickle down-theorie vals blijkt, volgt daar dan niet uit dat de belastingen op inkomens en vermogens weer progressiever moeten worden gemaakt? Ik vind van wel.

Veel politici willen echter niet meestappen in dat verhaal. Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten vreest, bijvoorbeeld, dat bij een vermogensbelasting opnieuw de middenklasse het gelag zal betalen. Ik begrijp haar vrees. Nochtans bestaan er formules van vermogensbelastingen die de middenklasse sparen en de aandacht op de topvermogens richten.

Sarah Kuypers en Ive Marx van het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid hebben gegevens verzameld over de vermogens in België. Hieruit blijkt dat 95 procent van de huishoudens een nettovermogen heeft van minder dan 1 miljoen euro. Als een huishouden dus een vermogen heeft van 1 miljoen of meer, dan zit het in België in de top 5 procent.

Om die steeds schevere vermogensverdeling te corrigeren, werkt alleen een vermogensbelasting. Die zou progressief moeten worden opgebouwd. Daarom is het mijn voorstel om een schijf, bijvoorbeeld van 1 euro tot 1 miljoen euro, niet te belasten (en dus 95 procent van de bevolking te ontzien) en om hogere schijven progressief meer te belasten, bijvoorbeeld van 1 miljoen tot 10 miljoen 1 procent belasting, van 10 miljoen tot 20 miljoen 2 procent, boven 20 miljoen 3 procent. Ik wil mij niet vastpinnen op deze cijfers. Wat telt is dat de middenklasse van hardwerkende Belgen wordt ontzien terwijl de grote vermogens een bijdrage betalen die hen niet in het verderf zal storten, en hen ook niet minder zal doen werken.

De vrees van Gwendolyn Rutten dat de middenklasse zal worden getroffen, kan door zo'n progressieve vermogensbelasting worden opzijgeschoven. Het is wel degelijk mogelijk een vermogensbelasting in te voeren die de middenklasse ontziet. Een grote meerderheid van de Belgen is voor zo'n vermogensbelasting. Het is merkwaardig dat de Belgische politieke klasse die meerderheid niet volgt. Ik kan alleen maar besluiten dat de politieke invloed van de grote vermogens in België groot is.

In zijn laatste boek Inequality: What can be done? (2015) trekt Atkinson de nodige beleidsconclusies. Aangezien de ongelijkheid zo sterk is toegenomen en de trickle down-theorie vals blijkt te zijn, ben ook ik er vandaag van overtuigd dat de belastingen op inkomens en vermogens weer progressiever moeten worden gemaakt. Hoelang zal de politieke elite die vraag blijven ontwijken?

(Deze opinie is gebaseerd op eerdere columns in De Morgen)

Samenleving en politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 4 (april), pagina 10 tot 11