'De parabel van de kip en het varken'

Interview met Rudy Coddens en Julien Van Geertsom

Rudy Coddens was in 1989 al OCMW-raadslid en is vandaag OCMW-voorzitter en kandidaat-burgemeester in Gent. Julien Van Geertsom is ondertussen 14 jaar voorzitter van de federale POD Maatschappelijke Integratie. Beiden kennen het lokaal sociaal beleid zeer goed en zijn erg kritisch voor het voornemen van de Vlaamse regering om de OCMW’s te integreren in de gemeenten. "Het gevolg van deze integratie? Laat me met een parabel antwoorden: ‘De kip vraagt aan het varken te fuseren en een nieuw product op de markt te brengen: spek met eieren’. Het is duidelijk dat niet de sociaal zwakkeren de leveranciers van de eieren zullen zijn."

 

Als het van de Vlaamse regering afhangt, moeten de Vlaamse gemeenten en OCMW’s tegen 2019 politiek en ambtelijk-organisatorisch verregaand integreren. Dit heeft heel wat gevolgen. De gemeenteraad zal tegelijk OCMW-raad worden, een gemeenteraadslid meteen ook OCMW-raadslid en de voorzitter van de gemeenteraad voorzitter van de OCMW-raad. Het college van burgemeester en schepenen zal beslissingen nemen als vast bureau van het OCMW, terwijl het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst blijft beslissen over individuele dossiers. Er zal maar één secretaris, één financieel beheerder en één meerjarenplanning meer zijn voor OCMW en gemeente. Met al deze maatregelen, zo klinkt het bij bevoegd minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA), maakt de Vlaamse regering komaf met het versnipperde lokale beleid en vergroot ze de slagkracht van haar lokale besturen.

Of de integratie van OCMW’s in de gemeenten er überhaupt komt, valt echter nog te bezien. Het is slechts één van de vele grote dossiers die de Vlaamse regering nog dit najaar gestemd moet krijgen in het parlement. Tijdens een verkiezingsjaar (2018) mag je immers geen structurele veranderingen in de steden en de gemeenten doorvoeren. Op dit moment ligt het dossier voor bij de Raad van State. Zij zal voor de zomer een uitspraak doen. Het is afwachten of de Raad van State de adviezen van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) volgt, die heel wat financiële, juridische en organisatorische knelpunten zien en waarschuwen voor OCMW’s als lege schelpen. De kans bestaat dat de Raad van State aan Vlaanderen hetzelfde advies geeft als aan het federale niveau eerder: dit is een grondwetswijziging waarvoor een tweederdemeerderheid (en een meerderheid in elke taalgroep) nodig is. Ook een positief advies is echter mogelijk, maar dan is de kans groot dat één van de betrokken organisaties naar het Grondwettelijk Hof zal trekken en de Vlaamse regering de krappe timing niet zal halen.

Rudy Coddens: "Ik hoop dat er snel duidelijkheid komt. We moeten uit de onzekerheid. Een maatschappelijk werker maakt zich zorgen over waar hij volgend jaar zal zitten. Door die onrust zijn OCMW’s, die op lokaal vlak in de frontlinie staan in de armoedebestrijding, vandaag met zichzelf bezig in plaats van met hun opdracht. Op een moment dat we met het hoogste aantal leefloners ooit zitten, is dat een absolute schande."

Julien Van Geertsom: "De reële bestuurbaarheid zal met de geplande integratie een stuk moeilijker worden. Het wordt een juridisch kluwen. De gemeente en het OCMW blijven immers twee aparte juridische rechtspersonen, waardoor er altijd zal moeten worden gekeken of de juiste procedure is gevolgd. Ook heb ik twijfels bij de werking van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst in de nieuwe structuur. Er vallen grote vraagtekens te plaatsen bij het efficiëntieargument van de Vlaamse regering."

De aanhangers van een slanke overheid pronken dat er een pak minder mandatarissen zullen zijn.

Julien Van Geertsom: "Er zal inderdaad maar één secretaris-directeur meer zijn voor zowel OCMW als gemeente, maar het is nu al duidelijk dat men een adjunct zal aanstellen om het werkvolume aan te kunnen. Dat is dus een nuloperatie."

Rudy Coddens: "Hetzelfde geldt voor de gemeenteraden en OCMW-raden, die nu op aparte dagen plaatsvinden. Bij de integratie zou je denken dat beide raden op één avond zullen gebeuren, maar ik hoor in verschillende gemeenten dat de gemeenteraadsleden, die ook OCMW-raadsleden worden, twee keer per week zullen moeten samenkomen om alles afgehaspeld te krijgen. Er zullen inderdaad minder mandatarissen zijn, maar financieel houdt het geen enkele verbetering in."

Waarom heeft de Vlaamse regering dan deze maatregel genomen?

Rudy Coddens: "Met deze integratie is men de fusie van gemeenten uit de weg gegaan. Als je de gemeenten groter maakt, krijgen de OCMW’s automatisch ook meer bestuurskracht. Dat is niet gebeurd, aangezien over de kwestie binnen de Vlaamse regering onenigheid bestaat. Deze integratie is bovendien tegenstrijdig met de trend die we zien van autonome gemeentebedrijven, externe verzelfstandigde agentschappen en soortgelijke organisaties. De meest zelfstandige, autonome en goedwerkend organisatie, het OCMW, voegt men nu echter toe aan de gemeente. Onbegrijpelijk."

Julien Van Geertsom: "Met deze beslissing ontloopt de Vlaamse regering niet alleen de kwestie van de fusie van de gemeenten, ze roept ook de trend van doorgedreven samenwerking tussen OCMW’s bruusk een halt toe. België is een land van intercommunales, maar niet van inter-OCMW’s. Stilaan verandert dit gelukkig. We zien steeds meer samenwerking, zoals bij Welzijnszorg Kempen (een samenwerkingsverband tussen 24 OCMW’s, red.) of in Noord-Limburg waar men gezamenlijk diensten in schuldbemiddeling of huisvesting uitbouwt. Die samenwerking zal met de integratie echter stilvallen."

Valt er dan niets te verbeteren aan de huidige werking van de OCMW’s?

Rudy Coddens: "Natuurlijk is er altijd ruimte voor verbetering. Maar veel gemeenten zijn al sinds de financieel-economische crisis bezig met een efficiëntieoefening. Ook in Gent zijn heel wat ondersteunende diensten van de stad en het OCMW bij elkaar gebracht. Daarvoor hebben we deze integratie niet nodig."

Julien Van Geertsom: "Twintig jaar geleden was het OCMW het ondergeschoven bestuur, dat klopt. Diegenen die niet goed genoeg waren voor een mandaat in het schepencollege, gingen naar het OCMW. Dat waren de troostprijzen. Het OCMW is lange tijd niet goed beheerd. Maar door de druk van onderuit door de crisis en van bovenuit door het beleid, zijn de OCMW’s de laatste tien jaar sterk geprofessionaliseerd en kwalitatief erg verbeterd. Vandaag zijn in veel gemeenten de OCMW-diensten mee met de 21ste eeuw, terwijl veel stadsdiensten nog wat achterop lopen."

Rudy Coddens: "In Gent zijn onze stadsdiensten goed georganiseerd, maar het OCMW heeft nog snellere beslissingslijnen en kan nog korter op de bal spelen."

Julien Van Geertsom: "De voorbije jaren zijn heel wat sociale diensten van de gemeenten, zoals huurpremies, samengebracht binnen het OCMW. Dikwijls gebeurde dat samen met middenveldorganisaties zoals de Huurdersbond of verenigingen waar armen het woord nemen. Door die samenwerking krijgt men een beter beeld van de populatie en betere toegankelijke dienstverlening. Nu gaan we alles opnieuw in de stadsdiensten proppen en dreigt de zichtbaarheid van de groepen die deze premies het hardst nodig hebben te verdwijnen. Ook is de opdracht in een gemeente anders dan in een OCMW. Dat verantwoordt de noodzaak van een eigen entiteit. De gemeente behandelt de burger op een zakelijke manier: het levert een dienst, een product aan de burger. Het OCMW heeft een meer holistische benadering en begeleidt de mens in al haar behoeften naar een nieuwe integratie in de samenleving. Het is een heel andere stiel."

Volgens Liesbeth Homans zal een geïntegreerd lokaal sociaal beleid vooral de zwaksten in de samenleving ten goede komen.

Rudy Coddens: "De vraag hoé het lokaal sociaal beleid daar dan precies sterker van wordt, schuift de Vlaamse regering altijd onder de mat. Daar is tot op de dag van vandaag nog steeds geen duidelijk antwoord op gekomen."

Julien Van Geertsom: "In de managementwereld bestaat een parabel over fusies: ‘De kip vraagt aan het varken te fuseren en een nieuw product op de markt te brengen: spek met eieren’.Het is duidelijk dat niet de sociaal zwakkeren de leveranciers van de eieren zullen zijn. Ik noem dit geen integratie, maar een opslorping van de OCMW’s in de gemeenten. Wat is nu de meerwaarde van deze integratie in een kleine gemeente van 7.000 inwoners?"

Rudy Coddens: "Ook in een grote stad met veel raadsleden zal deze integratie een verzwakking van het sociaal beleid betekenen. Het debat over sociaal beleid dreigt te verzinken in andere debatten. Men zal nooit zo diepgaand kunnen werken als vandaag in de OCMW-raad. Dat is een exclusief orgaan over sociaal beleid met raadsleden die er bewust voor gekozen hebben om zich in deze problematiek te verdiepen. In die OCMW-raad streeft men over partijgrenzen naar oplossingen. Op het forum van de gemeenteraad, of in een grote stad van een commissie, waar ook pers aanwezig is, dreigt een politisering van het sociaal bestuur."

Julien Van Geertsom: "De politisering van het slechte soort die in sommige kleinere gemeenten nog bestaat, zoals een duwtje in de rug bij het verlenen van vergunningen, is meer afwezig in de huidige OCMW-raad. De OCMW-raadsleden zijn niet op zoek naar nummertjes in de media. Ze zoeken in beslotenheid naar oplossingen. Het risico dat de oude politisering een onderdeel wordt van het lokaal sociaal beleid is reëel."

Die politisering dreigt vooral een probleem te worden in tijden van besparingen?

Rudy Coddens: "Vandaag krijgt het OCMW een dotatie waarmee het zelfstandig en flexibel kan omgaan. Met de integratie zullen de centen voor het sociaal beleid meer onder vuur komen te liggen. Als men in een gemeente met de kaasschaaf door de financiën gaat, zal ook op sociaal beleid lineair bespaard worden."

Julien Van Geertsom: "In Kortrijk sprak men in het begin van deze legislatuur af in zes jaar tijd 33 miljoen euro te investeren in het OCMW. Daar kan men onderweg niet zomaar aan raken, ook niet als het stadsbestuur plots middelen wil verschuiven naar stadsmarketing of sportinfrastructuur. Dat wordt anders met de integratie."

Wat zal er met de integratie van de OCMW’s in de gemeenten voor de leefloners zelf veranderen?

Rudy Coddens: "Inzake dienstverlening in principe niet veel, maar leefloners blijven natuurlijk de eerste slachtoffers van minder middelen. Waar ik wel grote veranderingen vrees, is in de ouderenzorg. Bij de integratie bestaat het risicio dat de woonzorgcentra van de OCMW’s zullen worden geprivatiseerd. Als men in besparingsmodus gaat, zullen we snel pleidooien horen om die woonzorgcentra uit te besteden, met als argument dat die centra niet tot het curriculum van een gemeente behoren. En we weten allemaal dat marktmechanismen de zorg niet ten goede komen."

Julien Van Geertsom: "Ik ben minder optimistisch dan Rudy wat betreft de individuele aanpak. In Gent zijn er grote, goed functionerende diensten. Maar in kleine gemeenten hou ik mijn hart vast voor de continuïteit van de sociale dienstverlening."

Rudy Coddens: "In kleine gemeenten bestaat inderdaad het gevaar dat het OCMW-personeel voor allerhande andere zaken zal worden ingeschakeld."

Is deze integratie dan een ideologische keuze, vermomd als een efficiëntieoefening?

Julien Van Geertsom: "Natuurlijk. Het heeft te maken met een verschuiving van de sociale zekerheid naar de sociale bijstand. Die laat toe dat er een grotere politieke impact is en de kosten naar een lager niveau worden doorgeschoven. Vroeger waren er een paar 10.000 leefloners en een paar 100.000 werklozen. Vandaag zijn er volgens de laatste cijfers ongeveer 140.000 leefloners ten opzichte van ongeveer 430.000 werklozen. Waar het OCMW vroeger het laatste vangnet was, wordt het nu een volwaardig deel van onze sociale bescherming. Ons stelsel van sociale bescherming is veranderd, en dat is het gevolg van politieke keuzes. Men is steeds strikter gaan optreden tegen werklozen, waardoor er een overvloei is vanuit de werkloosheid naar de bijstand. De regering-Di Rupo beperkte het recht op een inschakelingsuitkering voor jongeren al tot drie jaar en de regering-Michel heeft de voorwaarden verder verstrengd. De huidige stijging van het aantal leefloners is voor een groot stuk te wijten aan de jongeren. Vandaag is een derde van de leefloners jonger dan 25 jaar, terwijl die groep maar 10% van de bevolking uitmaakt. Jongeren zijn dus drie keer oververtegenwoordigd in de leeflooncijfers."

Rudy Coddens: "Volgens de heersende liberale moraal moet iedereen doorstromen naar het normaal economisch circuit. Maar voor vele jongeren, zoals de Jordy’s van deze wereld, is dat niet mogelijk. Ze kunnen enkel mee in een omgeving waar ze ondersteund worden. Men investeert echter niet meer in sociale economie. Men schrapt de startbanen en de jongerenbonus, hervormt het PWA-statuut en snoeit in de weerwerkgesco’s. In het OCMW zetten we in op activering, maar naar welke jobs moeten we de leefloners nog toeleiden? We moeten extra banen creëren om sociaal zwakkeren kansen te geven. Vandaag zie je echter op alle vlakken een verdringing van mensen die het moeilijk hebben in onze samenleving."

Julien Van Geertsom: "Niet alleen van de sociaal zwakkeren, Rudy. In mijn directiecomité begonnen de meesten hun carrière in een bijzonder statuut: ikzelf als btk’er, anderen als tewerkgestelde werklozen, enzovoort. Jongeren krijgen die opstap niet meer aangereikt."

Heeft de trend van sociale zekerheid naar sociale bijstand ook niet te maken met de visie over de financiering van de sociale zekerheid?

Julien Van Geertsom: "Zeker. Het betalen van het leefloon is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen het federale en het lokale niveau. Het federale niveau betaalt 100% terug voor bepaalde categorieën en tussen 55 en 65% voor andere categorieën. Als men op federaal niveau op de sociale zekerheid bespaart, krijg je ook een kaalslag op het lokale niveau. Dat is logisch. En besparingen op het lokale niveau zijn vaak onzichtbare ingrepen die nefast zijn voor de sociaal zwakkeren."

Rudy Coddens: "In Gent merken we goed dat de federale overheid de lasten verschuift naar het lokale niveau. Desondanks hebben we de bewuste politieke keuze gemaakt om een lokaal systeem van aanvullende financiële hulp uit te werken. Bovenop het leefloon, dat 867 euro bedraagt voor een alleenstaande en 1.156 euro voor een samenwonende met een gezin, geven we aan gezinnen met kinderen een extra budget om te komen tot het zogenaamde referentiebudget voor een menswaardig inkomen. Maar wat merken we? Het bedrag dat wij bijgeven, om die mensen een extra duw in de rug te geven, is lager dan wat ze aan facturen moeten bijbetalen door maatregelen van de federale regering. Gent investeert fel in sociaal beleid, maar de mensen voelen het niet in hun portemonnee. Dat is erg frustrerend."

Ik vermoed dat niet elke stad deze extra middelen vrijmaakt, waardoor leefloners in sommige gemeenten beter worden ondersteund dan in andere?

Julien Van Geertsom: "Het positieve aan het huidige systeem is dat het maatwerk toelaat. Maar niet elke stad maakt natuurlijk dezelfde keuzes. Onlangs hoorde ik op een VVSG-bijeenkomst de Antwerpse OCMW-voorzitter Fons Duchateau (N-VA) zeggen dat zijn diensten de menselijke waardigheid, volgens de Grondwet nochtans de wettelijke opdracht van het OCMW, niet meer kunnen garanderen. Slik."

Rudy Coddens: "Ik was daar toevallig ook. Iedereen die in de zaal zat, was gechoqueerd door die uitspraak. We wisten niet wat we hoorden."

Julien Van Geertsom: "De verharding van de maatschappij vertaalt zich in een aantal OCMW-besturen naar een beleid met strengere voorwaarden. Vandaag zijn er twee voorwaarden om een leefloon te ontvangen: inkomensvoorwaarden en de bereidheid om werk te zoeken. Maar anders dan bij de RVA gaat het om een bereidheid, geen verplichting om gelijk welke job aan te nemen. Bij een OCMW is er meer ruimte voor interpretatie. Het is perfect aanvaardbaar dat om billijkheidsredenen van die werkbereidheid wordt afgezien. Moet je op een Marokkaanse vrouw met zes kinderen druk zetten opdat ze gaat kuisen? Is het niet beter om haar te begeleiden en ervoor te zorgen dat ze haar zes kinderen goed kan ondersteunen zodat die alle kansen krijgen?"

Ook na de integratie van de OCMW’s in de gemeenten blijft elk OCMW-bestuur vrij in die keuze?

Julien Van Geertsom: "Dat is zo. Wel zal de impact van politici groter zijn. Een maatschappelijk werker in een OCMW heeft beroepsgeheim. Een maatschappelijk werker in een stadsdienst heeft discretieplicht. Dat is helemaal anders. Die maatschappelijk werker, met zijn discretieplicht, staat in een gepolitiseerde omgeving minder sterk dan die in het OCMW, met zijn beroepsgeheim."

Wat is de impact van de vluchtelingencrisis op het aantal leefloners?

Julien Van Geertsom: "Beperkter dan men denkt. Sommige politici creëren de illusie dat ons systeem van sociale bijstand wordt overspoeld door vluchtelingen. Uit de laatste cijfers blijkt dat van alle leefloners er ongeveer 14% erkende vluchtelingen zijn. Dat is geen vloedgolf. Het is ook logisch dat ze in de sociale bijstand terechtkomen. Je komt pas in de sociale zekerheid via jouw werkverleden. Vluchtelingen hebben dat uiteraard niet. Ook hebben ze meer tijd nodig. Ze moeten op adem komen, de taal verwerven, hun diploma laten homologeren. Dat kost tijd en geld. Minister Willy Borsus (MR), federaal minister voor Maatschappelijke Integratie, heeft zijn verantwoordelijkheid genomen. Aan de OCMW’s is 10% extra budget gegeven voor erkende vluchtelingen. Wanneer ze een geïntegreerd project maatschappelijke integratie krijgen, komt daar nog eens 10% bij. In totaal dus 20% extra budget. Dat is nodig. Je moet in mensen investeren. Want spontaan zal het niet in orde komen."

Rudy Coddens: "Zowel de federale als de Vlaamse overheid hebben hun verantwoordelijkheid genomen. Ook de stad Gent zelf heeft financiële inspanningen geleverd. Naast de 3 gekende ‘b’s’ - bed, bad, brood - hebben we extra geïnvesteerd in de 4de en belangrijkste ‘b’: begeleiding. Vanuit heel Europa kijkt men met interesse naar het Gentse model. Alles is oplosbaar. Het probleem dat we helaas niet opgelost krijgen, blijft echter kwaliteitsvol wonen aan een lage prijs."

Van Antwerps schepen van Inburgering, Fons Duchateau, hoorden we onlangs dat een verhuis naar het platteland voordelig is voor vluchtelingen én voor de stad. Hij wil hen de stad uit.

Rudy Coddens: "Ik vond het een ongelukkige uitspraak. De integratie van vluchtelingen is een werk van lange adem, maar in Gent bewijzen we met het opvangcentrum Reno in de volkswijk Muide-Meulestede dat het mogelijk is om draagvlak te creëren. Anderzijds kan ik begrip opbrengen voor zijn situatie. De vluchtelingenproblematiek in Antwerpen is een stuk groter dan die in Gent. Ook heeft hij gelijk dat randgemeenten en plattelandsdorpen meer verantwoordelijkheid moeten opnemen. Eigenlijk zou elke gemeente verplicht moeten worden om een lokaal opvanginitiatief (LOI) te hebben voor mensen in een asielprocedure, voor wie men dan maximaal inspanningen doet om hen daar te integreren. Zo komt niet alles op de nek van de steden terecht."

Julien Van Geertsom: "We vergeten vaak het brede plaatje. In Europa is de bevolkingspiramide een omgekeerde piramide. We moeten niet zeggen Wir schaffen das, maar Wir brauchen das. Als we niet allemaal tot 70 willen werken, zullen we zwaar moeten investeren in nieuwkomers opdat ze zo snel mogelijk kunnen bijdragen. En dan heb ik het niet over de chirurg die hier taxichauffeur moet zijn."

Onlangs verschenen de nieuwe armoedecijfers die geen kentering in het beleid tonen. Liesbeth Homans verwijst naar externe factoren als de vluchtelingencrisis als verklaring.

Julien Van Geertsom: "Dat Liesbeth Homans de eigen opgelegde armoedecijfers niet haalt, heeft niets met de vluchtelingencrisis te maken. Een beetje correct blijven."

Rudy Coddens: "Het is onzin. In Gent zijn er 2.000 erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden. Daarnaast hebben we een 500-tal mensen in een asielprocedure. Dat heeft geen impact op de armoedecijfers."

Het speerpunt van het Vlaams armoedebeleid zijn de befaamde 1-euro maaltijden. Hoe werkt dat in Gent?

Rudy Coddens: "Wij doen daar niet aan mee. Wel investeren we in sociale restaurants met gediversifieerde tarieven, in goede samenwerking met de KRAS-diensten waar vrijwilligers een kring vormen rond mensen in armoede, in sociale kruideniers, in projecten met Colruyt hoe je een gezonde maaltijd kan maken met een beperkt budget, enzovoort. Die inspanningen zijn nodig. Het laagste tarief in onze sociale restaurants is 3,5 euro voor volwassenen en 1,5 euro voor kinderen, en voor sommige mensen is dat nog te hoog. Vergeet niet dat sommigen die bij OCMW voor schuldbemiddeling zitten maar 50 euro per week krijgen. Die mensen verdienen beter dan een nonbeleid van 1-euro maaltijden."

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr.05 (mei), pagina 38 tot 47
foto's: Theo Beck

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk