'Een road map voor progressieven richting 2018'

Interview met Eric Corijn (Hoogleraar stadsstudies)

februari 2017
Vermeersch Wim
2017

Eric Corijn tekent een road map uit voor progressieven in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. In de voorsteden en landelijke gebieden zullen CD&V en N-VA strijden om de hegemonie. Maar het is in de steden dat het echte gevecht plaatsvindt: dat tussen de reactionaire nationalistische reflex en het progressief stadsproject. "De inzet van de komende lokale verkiezingen," aldus Corijn, "is een ware participatieve democratie stellen tegenover de autoritaire verleiding." Vanuit een ‘Staten-Generaal van het middenveld’ kan het gesprek met de politieke vertegenwoordiging worden ingezet, met als doel een burgerbeweging op stadsgewestelijk niveau.

 

Eric Corijn (1947) valt niet zomaar in een hokje te steken. Hij is hoogleraar stadsstudies en activist, academicus en actief in Hart boven Hard. Van huize uit marinebioloog, dan filosoof en sociaal wetenschapper, ondertussen sociaal geograaf en stedelijk planoloog. Hij is directeur van de Brussels Academy en oprichter van de VUB-onderzoeksgroep in de stadsstudies Cosmopolis. In 2012 schreef Eric Corijn al Kan de stad de wereld redden?, uiteraard een retorische vraag. En in 2014 verscheen Wereldvreemd in Vlaanderen. Bakens voor een progressieve politiek, een bundel teksten van de Vooruitgroep. In zijn recentste essay ‘Wat als... politici niet alleen in je stem maar ook in je mening geïnteresseerd waren’ (te lezen op Knack.be) koppelt Eric Corijn zijn ideeën over de stad van de toekomst aan de crisis van de representatieve democratie en de opkomst van burgerbewegingen. "De burger is weer in," zo merkt hij fijntjes op. "Het moet zijn dat er verkiezingen op komst zijn."

Onlangs liet Johan Vande Lanotte weten in Oostende een burgerlijst te willen samenstellen voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018. Een bericht dat in vele media met het nodige cynisme werd onthaald. "Of Vande Lanottes idee van de burgerlijst meer is dan een zoveelste slimmigheid van een sluwe vos, zal blijken in de praktijk," stelt Eric Corijn. "Zijn uitgangspunten zijn nochtans juist: een stad besturen ligt anders dan een land of een gewest besturen. De stedelijke complexiteit leidt tot een andere politieke agenda dan die op nationaal niveau. Het vraagt meer pragmatisme; de krachtsverhoudingen zijn anders verdeeld. De huidige partijpolitieke organisatie is alleszins niet aangepast aan het lokale niveau. Burgerlijsten zijn wel degelijk een optie. Maar ze dienen wel voorafgegaan te worden door een grondig vernieuwingstraject waarin middenveld en geëngageerde burgers echt een stem krijgen. Kiezen voor een lokale burgerdemocratie omvat veel meer dan een paar partijlozen op je lijst zetten."

"Want vergis u niet. De kloof met de burger, het middenveld en de samenleving is reëel. De politiek staat ver af van het dagelijkse leven. De band met de burger herstellen betekent daarom in de eerste plaats een andere werking van de democratie invoeren, de samenleving opnieuw politiseren. Dat wordt de inzet van de lokale verkiezingen in 2018: een ware participatieve democratie tegenover de autoritaire verleiding stellen."

U stelt dat de crisis van onze democratie het scherpst in de stedelijke context voelbaar is.

"De crisis van de representatieve democratie heeft, naast andere verklaringen, deels ook te maken met de trend van verstedelijking. Onze democratie is immers een product van de natiestaat. Ze gaat uit van één volk, één cultuur, één staat. Maar dat komt niet voor in grote genetwerkte steden. Die zijn complex, gelaagd en multicultureel. En daar wonen nu de meeste mensen. Op dat niveau is er nood aan een participatieve democratie, aan coproductie, aan een meer directe samenwerking met burgers. Maar daar is in ons democratisch model nauwelijks ruimte voor."
"De crisis van onze democratie is er dus één van schaal en van werking. De economie ontsnapt aan de landelijke schaal; markten zijn groter geworden dan staten. De regulering verschuift naar een ondemocratisch Europa. De welvaartsstaat bood vroeger ondersteunend beleid, maar dient vandaag eerder om de concurrentiepositie van private actoren op de wereldmarkt te verbeteren. En de contradicties van dat hele systeem ballen zich vooral samen in de stedelijke kernen."
"De democratie is er dus op achteruit gegaan. Het herstel ligt vooral op lokale en continentale schaal, maar partijen blijven sterk gericht op de nationale staat. Partijprogramma’s zijn veeleer electorale folders met maatregelen dan concrete stadsprojecten. Lokale partijafdelingen zijn niet per se goede operatoren in lokale agendasetting."

Brussel is daar het ultieme voorbeeld van.

"Mijn stad wordt ongelooflijk wanordelijk bestuurd. Staatshervormingen hebben Brussel opgezadeld met een antistedelijk bestuur van een zwak gewest, met een sterke hoofstad en achttien randgemeenten, waarbij twee buurlanden in vorming - Vlaanderen en Wallonië - de sociaal-culturele instrumenten in handen hebben en Turkije en Saoedi-Arabië de moskeeën financieren. Het is, letterlijk, een dodelijke cocktail. Brussel is de enige stad ter wereld die geen culturele hefbomen heeft om aan een eigen samenlevingsopbouw te doen. Institutioneel blokkeert alles. Het middenveld en de civiele maatschappij moeten zorgen voor een complexe eerstelijnswerking."
"Maar we zien ook elders dat spanningsveld. Het repertorium van de natiestaat volstaat niet om een stad te besturen. Hoe meer het reactionair nationalisme veld wint, hoe meer het verzet uit de steden zal komen."

Dat zagen we ook bij de protestacties tegen de inauguratie van Donald Trump. Het verzet kreeg vanuit de steden vorm. Miljoenen mensen trokken de straat op.

"Dat is niet toevallig. Overal zijn steden van enige omvang in conflict met hun natiestaten. De spanningen zijn het meest voelbaar op stedelijke schaal en dus zal daar ook de tegenbeweging ontstaan."

Op welk vlak zie je steden in conflict komen met natiestaten?

"Ik zie drie grote planetaire uitdagingen. Er is onze destructieve houding met de natuur, onze te grote ecologische voetafdruk en de levensbedreigende klimaatuitdaging. Daarnaast is er de schandelijke sociale ongelijkheid, die niet alleen mensenlevens kost maar nu ook de economie zelf ontwricht. En ten slotte is er de uitdaging te leren samenleven op basis van het verschil. Terwijl landen ideologisch en traag reageren, staan die kwesties dringend op stedelijke agenda’s. Mobiliteit en luchtkwaliteit vragen een klimaatbeleid. Stedelijke armoede en achtergestelde buurten vereisen een sociaal beleid. En onze steden zijn al superdivers en vragen dus om een cosmopolitische samenlevingsopbouw."
"Op die drie velden zie je dat de geïnstitueerde politiek binnen de natiestaat onvoldoende reageert op de complexiteit van deze uitdagingen, zowel op wereldvlak als op de schaal van de metropool."

Waaraan is die ‘wereldvreemdheid’ te wijten?

"De horizon van mandatarissen en verkozenen ligt elders. Zij zijn voornamelijk bezig met het regeercontract en de volgende verkiezingen. Politici besturen; ze vertegenwoordigen niet meer. Dat komt ook omdat ze vandaag anders worden gerekruteerd. Vroeger kwamen politici uit het middenveld. Eerst waren ze syndicaal afgevaardigde of actief bij een werkgeversorganisatie of mutualiteit, daarna kwamen ze op een lijst en vervolgens werden ze volksvertegenwoordiger. Vandaag leren politici de stiel in een kabinet of een administratie. Op een bepaald moment worden ze dan in de markt gezet als vertegenwoordiger. Dat gebeurt via de media, niet langer via het middenveld. De relatie tot dat middenveld is dus een externe relatie geworden."

Volgens die logica is de afkeer van N-VA van het middenveld een symptoom van iets dat al langer gaande is, niet alleen een kwestie van ideologie?

"Voor een stuk wel. Maar laten we toch ook niet vergeten dat N-VA ten gronde een fundamenteel rechts project voorstaat. Wat is de grote bekommernis van VOKA en zijn volgelingen? Dat onze concurrentiecapaciteit wordt afgeremd door de gestructureerde overlegeconomie, dat België het land in Europa is met de grootste syndicalisatiegraad, dat de sociale zekerheid wordt medebeheerd met grote middenveldorganisaties, dat de CAO’s wettelijk worden aanvaard, enzovoort."
"Dat ingebouwde sociaal protectionisme wil N-VA afbreken door de primaat van de politiek: alle macht aan de verkozenen, geen macht aan het georganiseerde middenveld. De partij doet alsof loonkost belasting is. Dat klopt natuurlijk niet. Je hebt het rechtstreeks loon; dat is de primaire verdeling tussen kapitaal en inkomen. Je hebt het uitgesteld loon; dat zijn onze pensioenen, onze ziektezorgen. En dan heb je inderdaad een stuk belasting, waarmee overheidsdiensten en dergelijke worden gefinancierd. N-VA wil heel dat pakket naar het parlement brengen en als een budgettaire kwestie afhandelen. Daarom valt N-VA middenveldorganisaties aan. In de liberale wereld van N-VA ben je als individu met de staat verbonden en worden alle tussenorganisaties als ondemocratische drukkingsgroepen weggezet, wegens ‘niet verkozen’ of ‘niet representatief’."

Hoe kan het middenveld zich beter wapenen om deze aanvallen af te slaan?

"Vandaag zit het middenveld in het defensief, zeker om de aanvallen sector per sector af te slaan. Daarom moet er worden verbreed, verdiept en verbonden. Het gaat niet langer om aparte dossiers of budgetten, maar om een maatschappijvisie. Het georganiseerde middenveld zal dus nog meer positie moeten kiezen. Nu is er nog veel koudwatervrees. Men houdt het bij de sociale opdracht en laat de politiek aan politici. Fout. Het middenveld moet een politiserend leerproces opzetten, zelf nog meer een maatschappelijke positie innemen. Dat is het project van Hart boven Hard, als netwerk van burgers en organisaties tegen de neoliberale afbraakpolitiek."
"Daarenboven moeten we ook zelf de samenlevingsopbouw opnieuw ter hand nemen. Het transitiedenken, bijvoorbeeld, vindt niet plaats in het parlement of de gemeenteraad maar in de samenleving zelf. Net zoals in de 19de eeuw, staat het progressieve kamp opnieuw voor het uitdenken van nieuwe structuren. Toen was de vakbond nog verboden en had je geheime mutualiteiten. Vandaag wordt door de afbouw van welvaartsvoorzieningen een aantal mensen niet door de sociale zekerheid opgevangen. We moeten zelf een nieuw gemeengoed uitwerken, en nieuwe commons en initiatieven van zelfhulp, zoals repair cafés en stadslandbouw, vormgeven."

Met zulke initiatieven kan je toch niet aan armoedebestrijding doen?

"Een herverdelingsmechanisme op grote schaal blijft daarvoor uiteraard de beste methode. Maar de realiteit is dat de welvaartsstaat niet voor iedereen werkt, dat rechten worden afgebouwd, dat er wordt bezuinigd, dat de openbare dienstverlening kreunt onder werkdruk. N-VA wil een sociale zekerheid die enkel draait voor de hardwerkende Vlaming. Naar het voorbeeld van Dubai. Daar heeft 12% autochtonen alle rechten en gratis toegang tot diensten. De gastarbeiders hebben geen rechten. Dat is het ideaalbeeld van het Vlaams-nationalistische project. Een overheid voor diegenen die werken en bijdragen. Als je niet opbrengt, word je niet verzorgd. De uitsluiting is dus structureel geworden. En dan zie je dat mensen opnieuw religieuze en etnische gemeenschappen vormen, zelfhulp gaan opzetten."
"Solidariteit, diensten en herverdeling wordt zo een zaak van de staat, maar ook van het middenveld zelf. De uitdaging voor progressieven is dus om een stadsproject op poten te zetten met een faciliterende lokale overheid die zowel de lokale dienstverlening optimaal laat werken als de sociale innovatie, de deeleconomie en de nieuwe urban commons kan laten groeien. Een coproductief project tussen lokaal bestuur en middenveld. Een lokaal sociaal contract."

Waar ziet u dit al gebeuren?

"Er zijn slechts een paar voorbeelden op relatief kleine schaal. Want veelal blokkeert de centrale staat een zelfstandig stadsproject. In Italië bijvoorbeeld hebben lokale overheden wel zeggenschap in tijdsregulering of mobiliteit. Hier beslist de overheid over sluitingsuren, schooltijden, waterwegen, trams en bussen."

Meer zelfs. Nu een N-VA-minister op Mobiliteit zit, wordt een progressief stadsproject zoals in Gent doelbewust misbedeeld inzake openbaar vervoer.

"Klopt. Op louter gemeentelijk niveau kan men nooit volkomen het verschil maken. Daarom moet een stadsproject ook meer zijn dan gemeentepolitiek alleen. Het moet op een grotere schaal worden herdacht, in samenwerking met het ommeland. Mijn voorstel is om een stedelijk ecosysteem af te bakenen waarbinnen stadsgewestelijk overleg plaatsvindt."

Hoe moet zo’n stedelijk ecosysteem er uit zien?

"De stad heeft geen grens zoals een land. Ze is geen afgebakend territorium, maar een geconnecteerd, verbonden en grensoverschrijdend gebied. Een stad telt bewoners, gebruikers, bezoekers, toeristen. Ze bedient een hinterland. Voor de meeste mensen speelt het leven zich af in een straal van zowat 30 kilometer. Laat ons die proximiteit gebruiken. Laat ons intercommunales maken, met een wisselwerking stad-rand, gebruikers-bewoners. Er zijn al 13 centrumsteden bepaald en daartussen liggen nog bekende kleinere knooppunten. Laten we kijken met welke steden-gemeenten een ‘lokaal’ netwerk kan worden opgezet. De kerktoren alleen lost nooit iets op. Dat is de road map die voorligt voor progressieven richting 2018."
"Hier en daar bestaat die reflex al. Renaat Landuyt, burgemeester van Brugge, heeft ingezien dat niet alleen de oude middeleeuwse binnenstad zijn beleidsdomein is, maar ook Zeebrugge en de tussenliggende residentiële gebieden. Die schaalvergroting is verstandig."
"In Antwerpen heeft N-VA zowel de stad als de randgemeenten in handen. Waarom is daar geen stadsgewestelijk bestuur? Omdat de kernstad vooral gericht is op de koopkracht van de randstedeling. De randstad bepaalt de stedelijke orde. De elites zijn in feite antistedelijk. Ze willen een stad die gebruiksklaar is, met veel parkings, veel winkels, veel politie en weinig Marokkanen. Dat heeft concrete implicaties. Zo wordt Park Spoor Oost geen park maar een parking."

Welk stadsgewestelijke visie moeten progressieven daar tegenover zetten?"

"Eerst en vooral moet er tussen progressieve partijen in Antwerpen een echt maatschappelijk debat gevoerd worden. Dat is nu niet het geval. Volgens de media zou aan een kartel sp.a-Groen gewerkt worden zonder PVDA. Mij goed. En het meningsverschil zou dan gaan over de enen die voor een gecorrigeerde markteconomie zijn en de ander die voor een staatseconomie zou opkomen. Is dat nu echt de breuklijn in Antwerpen? Kom nou. Meer dan over een ideaalbeeld moet het gaan over het inslaan van een andere richting. Aan de orde is een politieke revolutie van het lokaal beleid. Dat is de kern van de zaak. Laten we niet over etiketten spreken, maar over inhoud."
"Mijn voorstel zou zijn dat Antwerpse partijen hun centrumstedelijke, voorstedelijke en lokale afdelingen samenvoegen en dat eventuele kartelbesprekingen worden opengetrokken naar de rand. Want ook Mortsel, Hove, Wommelgem en Zwijndrecht zijn spelers in het Oosterweel-dossier. Ze worden dus best betrokken bij zo’n stadsgewestelijk project. En maak van zo’n programma een brede maatschappelijke discussie, een wervend project, waarin elkeen een plaats kan bedenken."
"De inzet is niet al dan niet kartels. Ook open lijsten veranderen op zich niets aan bestaande zeden en gewoontes. Belangrijker is dat een politiserend leerproces wordt opgezet, een mobilisatie van de samenleving, waarin partijen van goede wil, delen van het middenveld en actieve burgers samen op zoek gaan naar een gedragen lokaal stadsproject om daarmee naar de kiezer te gaan. Zowel politici als middenveld moeten daarbij hun comfortzone verlaten. Het gaat echt om het herdenken van een maatschappelijk project. We zien ook elders in de wereld dat verkiezingen daarrond draaien. In dat strijdperk kunnen ook bewegingen als Hart boven Hard een rol spelen."

Hart boven Hard heeft zich vooralsnog niet partijpolitiek willen uitspreken. Moet ze dat in de aanloop naar 2018 niet doen?

"Hart boven Hard wil zich niet partijpolitiek uitspreken, dat klopt, maar haar 10 Hartenwensen vormen wel degelijk een politiek-maatschappelijk programma. Dat ontbreekt bij politieke partijen. Die spreken in termen van maatregelen en bestuur. De 10 Hartenwensen zijn politieke richtlijnen voor een andere samenleving. Ze capteren een bepaalde onderstroom. De slinger slaat terug naar de behoefte om samen dingen te doen. De focus komt opnieuw meer op het collectieve te liggen."

Hoe kan de politiek collectieve projecten op lokaal niveau ondersteunen?

"Als mensen een repair café willen beginnen, zou het gemeentebestuur gratis infrastructuur kunnen leveren. In plaats van te privatiseren met een economische logica, moeten we vermaatschappelijken met een sociale logica. Dat is een beleidskeuze. Vandaag moet de collectiviteit private belangen stimuleren. Als iemand een bedrijf opstart, krijgt die de volledige vrijstelling van werkgeversbijdragen voor een eerste aanwerving. Waarom geen beleid maken voor mensen die samen iets op poten willen zetten? Neem zonnepanelen. Subsidies werden via individuele premies voor huiseigenaars geregeld. Waarom maken we daar geen collectieve werven voor, waaraan ook huurders kunnen meedoen? De overheid financiert dan pas zonnepanelen op het ogenblik dat meer dan de helft van de straat meedoet en voorziet een lokaal netwerk waar iedereen van kan aftappen."
"Het zijn maar een paar voorbeelden van faciliterend beleid dat gaat in de richting van het samen-doen, niet in de richting van het individueel ondernemerschap. De maatschappij is er niet voor individueel winstbejag. Tussen markt en staat moet het samenleven opnieuw worden opgebouwd. Het lokale niveau is de ideale schaal voor de ontwikkeling van zo’n nieuw bestuursmodel, met een faciliterende staat waarbij de inspraak vanuit middenveld en burgers kan worden georganiseerd."

Pluspunt lijkt alvast dat het middenveld ondertussen hypergeschoold is.

"Zeker. Er zit veel expertise in de bevolking, veel professionaliteit die niet door de arbeidsmarkt is opgeslorpt. Het alternatief van de burgerbeweging StRaten-Generaal zit beter in mekaar dan het Oosterweel-plan van de Vlaamse Regering. Hetzelfde geldt voor discussies over ruimtelijke ordening. Wijkcomités leggen gedetailleerde plannen voor. Dat verandert de verhouding tussen politicus en burger. Beleid wordt niet langer gemaakt in de driehoek tussen politiek, experten en financiers. Politici zijn geen managers van een bedrijf. Ze moeten leiderschap vertonen, mobiliserend zijn. Daar is helaas nog veel werk. Politici zijn bestuurders met een gebrekkige ideologische achtergrond en worden in volksvergaderingen steeds vaker weggesproken."

Wat zijn de voorwaarden voor de omslag van een representatieve naar een participatieve democratie?

"Een vernieuwd samenlevingsproject kan niet gebeuren vanuit de bestaande partijen en instellingen alleen. Ik zie twee voorwaarden die moeten worden vervuld."
"Ten eerste moeten progressieve partijen werken aan een project waar een meerderheidsperspectief inzit. Alleen strijden en contesteren volstaat niet. Er moet worden gewerkt aan beleid. Maar dat dient dan niet om het status-quo te beheren, wel om de broodnodige structurele transities op te zetten. En dus moeten partijen de garantie geven dat het niet nog eens na de verkiezingen ‘business as usual’ wordt. Een tikje hier op de machinerie, wat gesleutel daar, zal niet meer volstaan. Zich beperken tot de eigen bevoegdheden is niet genoeg. Er moet systemisch iets veranderen. Daar ligt de geloofwaardigheid. We zijn al te dikwijls bedrogen uitgekomen. Kijk maar naar de catastrofe van François Hollande in Frankrijk. Partijen moeten geloofwaardig en radicaal zijn, ook in beleid."
"Ten tweede moet het georganiseerde middenveld meer doen dan alleen maar sectoriële memoranda ontwikkelen. Het is een te defensieve houding die zich neerlegt bij het status-quo. Het middenveld moet zelf uit zijn egelstelling komen. Grote sociale organisaties moeten opnieuw een maatschappelijk project dragen. Ze moeten transversaal en in samenwerking positie innemen voor een transitieagenda. Ik noem het een ‘Staten-Generaal van het Middenveld’. We moeten zelf de horizon vastleggen van een ecologische transitie, van een strijd in daden tegen de sociale ongelijkheid, van interculturele lotsverbondenheid voorbij het autochtone tribalisme. Van daaruit kan een echt gesprek met de politieke vertegenwoordiging worden ingezet. Het belang van het middenveld en van de actieve burgers is niet te onderschatten. In Antwerpen zal haar inbreng van vitaal belang zijn om geen flutdebat te hebben tussen de progressieve partijen."

Er is dus een dubbele onderhandeling nodig, vanuit de politiek én vanuit het middenveld?

"Inderdaad. Partijen moet het onderlinge debat serieus voeren, niet met demagogische argumenten, niet volgens de mediatieke sensatieregels. Waarom geen gezamenlijke thematische werkgroepen op zoek naar een beleidsovereenkomst? En middenveld, activisten en burgers moeten uit de segmentering geraken. Ze moeten een maatschappelijke mening geven, los van de sectoriële belangen. Enkel op die manier kunnen we komen tot een gezamenlijk alternatief op de verrechtsing."

Die verrechtsing lijkt zich nu helemaal doorgezet te hebben, met de Verenigde Staten als exponent.

"Voor mij is Donald Trump een echte bedreiging voor de democratie. Paus Franciscus had gelijk toen hij opmerkte dat ook Adolf Hitler democratisch verkozen werd en dat men in de jaren 1930 ook dacht dat het wel niet zo’n vaart zou lopen. Het kan snel escaleren. Donald Trump mag dan wel geen fascist zijn, zijn autoritaire reacties op de brede verzetsbeweging kunnen wel leiden tot fascisering. Vladimir Poetin is zogezegd ook geen probleem, maar bezet ondertussen wel de Krim, bedreigt Oekraïne en regelt het Syrisch conflict op zijn manier. En Recep Tayyip Erdogan is een partner voor Europa, maar zette wel zo’n 70.000 mensen uit hun functie."

Wordt Vlaanderen Trumpland?

"(fel) Vlaanderen is Trumpland. Op brutale wijze en vrij van feiten polariseren, mensen uitschelden, veel revanchisme, ... de stijl van Bart De Wever is niet veel anders dan die van Donald Trump. Zijn opvolger wordt trouwens gezocht en getest met criteria op zoek naar een Trumpiaans electoraat."
"2018 wordt een belangrijk moment. Dan zal blijken of de kanteling zich voltrekt. In de voorsteden en landelijke gebieden gaat de strijd tussen Vlaams-nationalisten en christendemocraten, waarbij N-VA haar rechtse VB-electoraat moet paaien terwijl CD&V de ACV-stemmen niet mag verliezen. Het is niet te voorspellen in welke richting dat zal gaan. Maar het is in de steden dat het echte gevecht plaatsvindt: dat tussen de reactionaire nationalistische reflex en het progressief stadsproject. De vraag daar is simpel. Voor wie is de stad? Is die voor de voorstedelijke gebruiker van een uitgezuiverde stad of moet de stad ook dienen om ze superdivers te bewonen?"

De vraag voor wie de stad is - de voorstedeling of de kernstedeling - verklaart mede de afkeer van N-VA voor het Circulatieplan van het Gentse stadsbestuur.

"De mobiliteitskwestie raakt N-VA in het hart van haar stedelijke visie. Ik ben erg voorstander van het Gentse model. Het stadsbestuur heeft er een transitieproject gemaakt, waar ruimtelijke ontwikkeling, stadsvernieuwing en economische ontwikkeling hand in hand gaan. Men probeert de auto’s uit de stad te houden en de gezinnen in de stad te krijgen. Het is de enige manier. Anders vluchten jonge ouders naar de voorstad, wat opnieuw implicaties heeft voor de mobiliteit in het hele stadsgewest. Het is essentieel dat we meer gegroepeerd gaan wonen, de linten en de kavels afbouwen, en opnieuw gaan samenwonen rond voorzieningen en mobiliteit. Gent toont dat het kan. Maar het Vlaamse beleid weigert, alle verklaringen ten spijt, in die richting te gaan."
"Er is alleszins voldoende kennis en expertise aanwezig. In 2003 reeds, meer dan een decennium geleden, werd in opdracht van de paarsgroene Vlaamse Regering het Witboek Stedenbeleid geschreven. Het staat vol concrete aanwijzingen over de verhouding bestuur en stedelijk burgerschap. Misschien moeten partijen die aan een burgerlijst denken dat boek eens herlezen."

Is het dan louter een kwestie van politieke wil?

"Het is niet eenvoudig. We moeten het politieke debat opnieuw valoriseren. De achterkamerpolitiek moet worden vervangen door een transparant stadsdebat waarin de discussie over concrete projecten wordt verbonden aan een algemene visie. De politiek moet burgerinitiatieven actief ondersteunen. Dat kan, vooral op wijkniveau, tot een echt medebeheer leiden. Het stadsbestuur moet de regiefunctie opnemen; de gemeenteraad een echt stadsparlement worden. Mandatarissen moeten voor die taken worden geselecteerd."
"Ik ben hoopvol. We moeten vertrouwen hebben in het georganiseerde deel van de bevolking. We zien in de gehele wereld veel zelforganisatie tegenover de autoritaire verrechtsing. Het huidige beleid bestuurt tegen de bevolking in. We moeten mensen dus activeren en solidariteit opnieuw centraal stellen. Er zijn zoveel maatschappelijke behoeften waarin ze geactiveerd willen worden. Geef hen projecten. Dat is de grote uitdaging in de aanloop naar 2018."

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr.02 (februari), pagina 12 tot 21
foto's: Theo Beck

burgerbewegingen

 

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk