Log in

Eco Towns als radicale beleidskeuze

Project in de kijker

De Britse overheid wil tegen 2020 zo’n 3 miljoen nieuwe woningen bouwen. Ook wil het tegen dan de uitstoot van koolstofgassen met 30% verminderen. Op het eerste zicht twee verschillende problematieken, maar niet voor de regering-Brown: die zoekt een deel van het antwoord op beide kwesties in de bouw van Eco Towns. Volledig nieuwe dorpen die koolstofneutraal zullen zijn. Dit betekent dat de hoeveelheid energie die uit de natuur wordt gehaald minder is dan of gelijk is aan de hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt opgewekt.

De Labour-regering van Gordon Brown wil voor 2020 tien Eco-dorpen bouwen; de eerst 5 zouden al moeten gerealiseerd zijn tegen 2016. Deze milieuvriendelijke dorpen zullen de eerste nieuwe dorpen zijn die gebouwd worden in Groot-Brittannië sinds de jaren 1960. De grootste Eco Towns zullen zo’n 15 à 20.000 woningen tellen, ontworpen volgens strenge milieueisen, naar het voorbeeld van de groene steden Hammarby (Zweden) en Vauban (Duitsland). De dorpen zijn koolstofneutraal (niet hetzelfde als klimaatneutraal!), wat betekent dat er geen netto koolstofuitstoot is vanuit het energieverbruik uit het huis. De eco-dorpen krijgen een geheel eigen identiteit (zo zal elk dorp een voorbeeld worden op één welbepaald punt van duurzaamheid) en beschikken over alle voorzieningen: er is ruimte voor winkels, scholen, kantoren, openbaar vervoer en vrijetijdsbesteding, met veel groene ruimtes, brede fietspaden, en minder wegen, en dus minder auto’s.1 Ook opvallend: zo’n 30 à 40% van de huizen zullen sociale woningen zijn. De nadruk bij de ontwikkeling van de site zal liggen op grote woningen voor families met kinderen. Men wil vooral mensen aantrekken die er niet aan te pas komen op de vastgoedmarkt.

Dergelijke reusachtige, ambitieuze projecten gaan gepaard met heel wat technologische innovaties. Ze zijn als het ware een broedplaats voor verschillende vernieuwingen. Hieronder enkele sleutelfactoren voor een koolstofneutrale site op een rijtje2:
- Combined Heat and Power (CHP): dit is een brandstofefficiënte energietechnologie die (in tegenstelling tot de conventionele vormen van energieopwekking) de vrijgekomen hitte, die normaal het milieu vervuilt, gebruikt. CHP kan de algemene brandstofefficiëntie met 75% verhogen, in vergelijking met zo’n 50% of minder bij conventionele elektriciteitsopwekking.
- District Heating and Cooling Systems: Zulke systemen verdelen stoom en heet water, verwekt in een gecentraliseerde locatie, naar verschillende gebouwen. De hitte kan worden opgewekt uit verschillende bronnen, zoals geothermische bronnen, CHP-planten, afvalhitte van de industrie en speciaal aangeplante hitteplanten.
- Aquifer Thermal Energy: voor dergelijke energiestockage gebruikt men ondergronds water (aquifers), uit twee waterputten die langs beiden kanten hydraulisch aan elkaar gekoppeld zijn. Een waterput voor warm water, de andere voor koud water. In de winter wordt het warm water gekoeld en doorgesluisd naar de koude waterput. Energie en verwarming wordt dan gehaald uit een ‘hitteverwisselaar’. In de zomer vindt het omgekeerde proces plaats. Het voordeel van dergelijk systeem is dat het milieuveilig is. Het water, dat ondergronds circuleert, kan niet worden vervuild en blijft altijd binnen het systeem.
- Ground Source Heat Pumps (GSHP): deze pompen verplaatsen grondwarmte naar gebouwen voor verwarming, en in sommige gevallen, voor het voorverwarmen van huishoudelijk warm water.
- Passieve verwarmingssystemen: deze worden gebruikt in gebouwen die goed geïsoleerd zijn en die gebruik maken van zonneverwarming en warmteverplaatsing via ventilatiesystemen. Daardoor is geen externe energiebron nodig om het gebouw te verwarmen.
- Zonne- en windenergie: bij passieve zonne-energie wordt, door het directe verwarmende effect van de zon, zonlicht gebruikt om gebouwen via muren en beglazing te verwarmen. Thermale zonnepanelen zorgen daarentegen voor de verwarming van ruimtes en warm water. Een andere methode is het omzetten van zonne-energie in elektriciteit in fotovoltaïsche cellen.

Bij de lancering van het project in september 2007 werd enthousiast gereageerd, maar al snel stak de kritiek de kop op. Uiteraard zal de bouw van 10 Eco Towns noch het Brits huizenprobleem, noch de problemen van de koolstofuitstoot oplossen. Daarvoor moet men blijven investeren in de bestaande infrastructuur en woningen, en moet men van steden betere en groenere leefplekken maken. Maar los van de kritieken moeten we durven toegeven dat dit project op zijn minst een inspiratiebron kan zijn. Niet alleen is het een morele plicht voor een overheid om te investeren in een duurzame samenleving, het Britse project toont eveneens aan dat de overheid niet ambitieus genoeg kan zijn. De schaal van dit project is enorm en de volledige realiseerbaarheid van de Eco Towns blijft een vraagteken (zeker met de kredietcrisis), maar deze radicale keuze van de Labour-regering zorgde alvast voor een onmiddellijke trigger in de markt van koolstofneutrale woningen. Woningconstructeurs zouden op eigen initiatief, zonder deze incentive, maar heel traag de nieuwe groene woningstandaarden bereiken. ‘This project is like rocket fuel to the cause’, aldus Bill Dunster, de ontwikkelaar van de grootste bestaande koolstofneutrale ontwikkeling, BedZED in Zuid-Londen. Met één radicale beleidskeuze heeft de Britse regering een dominoproces in gang gezet waardoor Groot-Brittannië een enorme voorsprong neemt op het vlak van alternatieve energievoorziening.

Wim Vermeersch
Redactiesecretaris Samenleving en politiek

Noten
1/ Er wordt verwacht dat de eco-dorpen, via de vele wandel- en fietspaden, zullen bijdragen aan de volksgezondheid . Minister van Volksgezondheid Alan Johnson ziet in de Eco Towns zelfs een ultiem instrument in de strijd tegen zwaarlijvigheid.
2/ New eco-towns could help tackle climate change. http://webarchive.nationalarchives.gov.uk/20120919132719/www.communities.gov.uk/news/corporate/newecotownscould

Samenleving en politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 3 (maart), pagina 38 tot 39