(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Een terugblik op de strijd om het Schoon Verdiep

De bolletjeskermis van 14 oktober 2012

In een vorige bijdrage van Samenleving en politiek (12/2012) deed Marc Swyngedouw een oproep tot meer politicologische analyses die de anekdotiek overstijgen. Zijn analyse van de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen bevat heel wat doordachte inzichten, maar steunt vooral op een lezing van de verkiezingsuitslagen en persoonlijke impressies van de campagne. In deze bijdrage willen we zijn analyse aanvullen met eigen empirisch onderzoek waarbij dezelfde kiezers driemaal werden bevraagd. Ruim 700 respondenten namen deel aan de twee bevragingen die plaatsvonden voor 14/10 en aan de derde bevraging in de weken na de stembusgang. Op basis daarvan willen we meer inzicht bieden in de opvattingen en uiteindelijke keuzes van de Antwerpenaar en, waar mogelijk, hoe deze zijn geëvolueerd doorheen de campagne.1 We gaan eerst in op de stemverschuivingen, en zoomen vervolgens in op het belang van lijsttrekkers en de thematische voorkeuren van verschillende kiezers.

 

STEMVERSCHUIVINGEN IN DE ANTWERPSE LOKALE VERKIEZINGEN

De Antwerpse uitslag maakte al snel duidelijk dat in vergelijking met 2006 heel wat kiezers van kamp veranderden. Vraag is vooral waar de grote toestroom aan N-VA-stemmen vandaan komt. Het paneldesign van het onderzoek laat ons goed toe om te kijken hoe de voorkeuren van kiezers veranderden. We presenteren eerst een vergelijking tussen het stemgedrag van 2006 en 2012, en vervolgens een analyse van de stemverschuivingen tussen de eerste bevraging, begin september 2012, en de uiteindelijke stembusgang.

Verschuivingen op lange termijn: 2006 - 2012

Om te bepalen voor welke partij de kiezers in 2006 stemden vroegen we in de eerste bevraging (in september 2012) voor welke partij ze toen hadden gestemd. We moeten er wel rekening mee houden dat dit al zes jaar geleden is en er ondertussen ook andere verkiezingen werden georganiseerd (2007, 2009, 2010) wat de herinnering ervan nog moeilijker maakt. Het is echter de enige mogelijkheid om een vergelijkingspunt te hebben met de vorige lokale verkiezingen. In Figuur 1 geven we de stemverschuivingen tussen de partijen weer. De grootte van de cirkels geeft de relatieve grootte van de partijen in onze steekproef weer.2 De dikte van de pijlen geeft de grootte van de verschuiving weer: dikkere pijlen staan voor meer kiezers die van partij wisselden, en omgekeerd. Omdat er een foutenmarge op de steekproef zit kiezen we ervoor om enkel substantiële stromen van meer dan tien respondenten weer te geven. Wanneer er geen significante verschuiving is van stemmen in de richting van een andere partij staat er dus geen pijl.

 

Figuur 1 laat ons toe om een inschatting te maken van de voornaamste trends. Ten eerste haalt N-VA het grootste deel van de voormalige kartelkiezers van CD&V/N-VA naar zich toe en slechts een relatief klein deel ervan gaat naar de Stadslijst. De tweede grote instroom komt vanuit het Vlaams Belang. Binnen ons panel verliezen Filip Dewinter en co zelfs meer kiezers aan N-VA dan ze er weet bij te houden. Dat laatste geldt ook voor Open Vld dat daardoor in Antwerpen gereduceerd wordt tot een mini-partij. Swyngedouw merkte in zijn stuk op dat ‘het haast niet anders kan of een deel van de centrumrechtse kiezers die in 2006 de kant van Janssens kozen tegen Dewinter, in 2012 naar De Wever en N-VA zijn overgestapt’. Die speculatie lijkt door onze cijfers te worden bevestigd: ook bij sp.a werden tussen 2006 en 2012 heel wat stemmen gehaald.
Een tweede trend lijkt de ‘linkse’ uitstroom uit de lijst sp.a-Spirit te zijn: hoewel een groot deel van die kiezers doorschuift naar de Stadslijst, gaan er ook pijlen naar Groen en PvdA+. Aangezien sp.a-Spirit enorm hoog scoorde is een terugval logisch, maar het is wel duidelijk dat Patrick Janssens in 2006 het gros van de progressieve kiezers achter zich wist te scharen, maar dat in 2012 een deel van die kiezers toch voor andere linkse partijen koos.

Verschuivingen tijdens de campagne

Wanneer we kijken naar het aantal kiezers dat nog van partij wisselde in de laatste zes weken van de campagne, valt op dat hun aantal beperkt is. Uit onze steekproef blijkt vooral dat de race eigenlijk al gelopen was voor ze echt begon. N-VA stond al enorm sterk op het moment van de eerste bevraging, en in de laatste zes weken van de campagne hield de partij die voorsprong vooral vast. Aan het begin van de campagne waren 7 van de 10 respondenten al zeker dat ze voor N-VA zouden kiezen, 2 op 10 had een lichte voorkeur voor de partij. Amper 1 van de 10 kiezers die haar bij de start van de campagne verkozen, twijfelde nog tussen verschillende partijen. Ook bij de Stadslijst (6 op 10) was er reeds aan de start van de campagne een heel deel besliste kiezers. De onbesliste kiezers in onze steekproef bevonden zich voornamelijk bij Groen, Open Vld en PvdA+. Dat betekent niet dat er geen betekenisvolle verschuivingen in onze steekproef te zien waren tijdens de campagne. Vooral tussen N-VA en VB waren er in beide richtingen substantiële verschuivingen. Omdat de in- en uitstroom ongeveer even groot zijn, is het netto effect echter nagenoeg nul. Het geeft nogmaals aan dat N-VA een alternatief vormt voor de (voormalige) VB-kiezer, en omgekeerd. Opvallend: vanuit de N-VA gingen er in de laatste weken van de campagne nog kiezers naar de Stadslijst. In onze steekproef stemden ongeveer 5 procent van de kiezers die in september nog voor N-VA kozen uiteindelijk op de Stadslijst. Ook vanuit Groen ging er op korte termijn nog een deel kiezers naar de Stadslijst. Dit is een gelijkaardige beweging als in 2006 toen sp.a de linkse kiezer massaal achter zich wist te scharen. Aangezien het verschil tussen N-VA en de Stadslijst in september al substantieel was, waren deze verschuivingen uiteindelijk niet voldoende om het tij te keren. Kort samengevat, kunnen we stellen dat de verkiezingscampagne nooit echt spannend is geweest omdat de N-VA al een te grote voorsprong voor de start van de campagne had opgebouwd.

GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN VERSUS DISTRICTRAADSVERKIEZINGEN

Verkiezingen zoals die voor de districtsraden staan in de politieke wetenschap bekend als ‘tweede orde’ of minder respectvol ‘tweederangs’-verkiezingen waarvan de uitkomst vooral in het teken staat van de ‘eerste orde’ verkiezingen, in dit geval de gemeenteraadsverkiezingen. De meeste kiezers stemmen bij tweede orde verkiezingen voor dezelfde partij als bij eerste orde verkiezingen. Maar er zijn uitzonderingen: soms gaat men omwille van strategische overwegingen niet zijn belangrijkste partijvoorkeur volgen bij eerste orde verkiezingen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het duidelijk is dat de eigenlijke verkiezingsstrijd slechts tussen twee partijen gaat. Kiezers gaan in deze situatie vaak voor één van de twee grote blokken kiezen. De tweede orde verkiezingen zijn in deze context bijzonder interessant omdat de kiezers op dit niveau geneigd zijn wél hun eerste partijvoorkeur te volgen. Ook bij de recente verkiezingen in Antwerpen vonden we aanwijzingen voor dergelijk strategisch stemgedrag. Daarnaast werden op het niveau van de districten aan de kiezers soms andere combinaties van partijen aangeboden wat ook een invloed kan hebben gehad op hun stemgedrag. Het maakt een perfecte vergelijking tussen gemeenteraads- en districtsraadsverkiezingen wel niet evident. We beperken ons daarom tot de meest opvallende verschillen.

Een op vier van de kiezers die op gemeenteniveau voor de Stadslijst (kartel CD&V-sp.a) stemmen, geven op districtsniveau een stem aan Groen. Vanuit het standpunt van de districten: in de districten (Antwerpen, Ekeren en Wilrijk) waar Groen met een aparte lijst opkwam stemt de helft van hen voor de Stadslijst op gemeenteniveau. Dit geeft aan dat de tweestrijd Janssens-De Wever een grote invloed had op het stemgedrag van heel wat linkse kiezers. Dit percentage blijkt bovendien gestaag te zijn toegenomen in de loop van de campagne, in het bijzonder tijdens de laatste weken. Begin september gaf nog maar 15% van de kiezers uit de steekproef die voor de Stadslijst zouden stemmen aan dat ze op districtsniveau hun stem aan Groen zouden geven. Begin oktober was dit percentage al gestegen tot 17%, om dan verder te stijgen tot 27% bij de uiteindelijke verkiezingen. Het gaat hierbij gedeeltelijk om kiezers die voorheen ook op niveau van de gemeente voor Groen zouden stemmen. Veel kiezers hebben hun twijfel (Janssens of Groen?) opgelost door hun stem op beide niveaus te ‘splitsen’.
De vergelijking met de districten geeft ook aan dat het aandeel CD&V-kiezers in de Stadslijst op zijn minst erg bescheiden was. Globaal gesproken stemde slechts 16% van de kiezers van de Stadslijst (CD&V-sp.a) op districtsniveau voor CD&V (in 8 van de 9 districten kwam CD&V afzonderlijk op). Proportioneel stemden er dus minder kiezers van de Stadslijst op districtsniveau voor CD&V dan er voor Groen stemden. Bij sp.a was dit percentage met 60% beduidend hoger (in drie districten kwam sp.a alleen op).
Bij N-VA zien we een sterke overeenkomst tussen het stemgedrag in de stad en het stemgedrag in de districten. Niet minder dan 85% van de kiezers die op stadsniveau voor de N-VA stemde, deed dit ook op districtsniveau. Ook bij de Open Vld en Vlaams Belang is de stabiliteit met respectievelijk 82% en 86% groot. Deze partijen zitten wel in het verliezende kamp wat betekent dat ze op beide niveaus veel kiezers verloren en waarschijnlijk grotendeels terugvielen op hun kernelectoraat.

GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN VERSUS FEDERALE VERKIEZINGEN

Voor welke partij zou u stemmen als het vandaag federale verkiezingen zouden zijn? Opgedeeld naar stemkeuze voor de gemeenteraad (Golf 3).

 

Bovenstaande resultaten worden weerspiegeld in stemkeuzes van de Antwerpse kiezers mochten er op het moment van de bevraging (eind oktober) federale verkiezingen zijn. Ook hier zouden de kiezers die op stadsniveau voor N-VA stemden, massaal (91%) terug voor N-VA kiezen. Bij geen enkele andere partij is de consistentie in stemgedrag zo groot. Enkel Groen (84%) lijkt ook vrij zeker te zijn van zijn kiezers op nationaal niveau. De Stadslijst bestaat zoals te verwachten uit overwegend sp.a-kiezers, terwijl slechts één op tien nationaal op dit moment voor CD&V zou stemmen. Net zoals bij de districtraadsverkiezingen zien we dat de Stadslijst op gemeenteniveau toch een aanzienlijk deel groene kiezers heeft weten te verleiden. Tot slot merken we op dat de aanhangers van Open Vld, een zeer kleine partij in Antwerpen, hun partij niet automatisch volgen naar het nationale niveau.

DE LIJSTTREKKERS

Het belang van lijsttrekkers in verkiezingscampagnes staat buiten kijf, hun precieze belang kan wel sterk schommelen tussen partijen. Bij alle partijen heeft bijna de helft (PvdA en Open Vld) tot drie vierde van de kiezers (Stadslijst, N-VA) een voorkeurstem voor de lijsttrekker uitgebracht. Verder blijkt dat de lijsttrekker vooral bij de Stadslijst doorslaggevend was in de stemkeuze. Want ruim twee derde van de Stadslijst-kiezers zou Patrick Janssens volgen naar een andere partij. Allicht gedeeltelijk het gevolg van de wat partijloze stijl van burgemeester Janssens. Al sluiten we niet uit dat een deel van de kiezers van de Stadslijst in ons panel de afzonderlijke partijen sp.a en CD&V als een andere partij hebben beschouwd. Verder valt op dat de helft van de N-VA-kiezers lijsttrekker De Wever zou volgen naar een andere partij. Daarmee is hij duidelijk van groter belang voor zijn partij dan de lijsttrekkers van Groen, Open Vld en PvdA+.

Zou u nog steeds op de lijsttrekker stemmen, als die op een andere lijst stond? Opgedeeld naar uiteindelijke stemkeuze.


Waarom precies men voor deze lijsttrekker heeft gestemd, verschilt ook tussen de partijen. Niet verwonderlijk vinden de kiezers van alle partijen het programma van de lijsttrekker belangrijk. De kiezers van Janssens deden dat vooral om zijn bestuurskwaliteiten: hij heeft veel gedaan voor de stad en is een goede kandidaat voor het burgemeesterschap. Opvallend veel kiezers geven ook aan dat de keuze voor Janssens minstens gedeeltelijk is ingegeven door het streven om te vermijden dat ‘een andere lijsttrekker’ meer stemmen haalde. Bij De Wever speelt zijn link met de kiezer een grotere rol: hij weet goed wat er leeft en kan het goed uitleggen. De campagne lijkt opnieuw niet echt grote verschillen op te leveren tussen de verschillende kandidaten. Al blijkt wel dat, in vergelijking met de verkiezingen van 2006, de campagne van Janssens niet echt indruk heeft gemaakt. Uit ons onderzoek bleek toen dat ‘de campagne’ bij de kiezers van Janssens veel vaker werd genoemd in vergelijking met de campagne van de andere lijsttrekkers.3

Hoe belangrijk waren bepaalde kenmerken van een lijsttrekker in het geven van een voorkeurstem? (1 = heel onbelangrijk - 5 = heel belangrijk)

 

THEMA’S EN STANDPUNTEN

Na vele decennia van een eerder centrumlinks bestuur is een centrumrechtse coalitie aan de macht gekomen in Antwerpen. De drie meerderheidspartijen baseren hun akkoord zoveel mogelijk op hun eigen programma en hopen zo de voorkeuren van hun eigen kiezers te vertegenwoordigen en bij de volgende verkiezing nogmaals op hun stem te kunnen rekenen. Een eenduidig centrumrechts beleid ligt dus voor de hand, maar als we het aan onze respondenten vragen krijgen we een complexer beeld met een aantal tegenstellingen binnen het electoraat van één partij. Ook de achterban van oppositiepartijen is niet altijd heel eenduidig.

Wat zijn de opinies van de N-VA-kiezers in ons onderzoek ten aanzien van een aantal belangrijke thema’s? De uitbreiding van de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS-boetes) kan rekenen op de goedkeuring van een meerderheid van N-VA-kiezers. Zo’n 65% is het eens met de maatregel, terwijl slechts 14% het oneens is. Meer blauw op straat geniet eveneens grote steun. Van de N-VA-aanhang in ons panel wil ruim 8 op 10 dat het aantal agenten toeneemt in Antwerpen, en haast niemand vindt dat dit aantal moet dalen.

Deze resultaten geven inderdaad blijk van een voorkeur voor een eerder rechts beleid en liggen daarmee in lijn van het uiteindelijke bestuursakkoord in Antwerpen. Op het vlak van veiligheid komen we tot gelijkaardige conclusies wanneer we de voorkeuren van alle Antwerpse kiezers bekijken: een meerderheid is voor de uitbreiding van GAS-boetes en meer politie. Enkel bij Groen en PvdA+-respondenten in ons panel is de groep kiezers die tegen de uitbreiding van de GAS-boetes is groter dan de groep die ervoor zijn. Ook over de uitbreiding van zones 30 ligt het bestuursakkoord in de lijn van de opvattingen van een nipte meerderheid van de N-VA-kiezers. Meer dan helft van de N-VA wil geen uitbreiding, terwijl één op vier hier wel voor te vinden is. Ook bij Open Vld en oppositiepartij Vlaams Belang is er een grotere groep tegen deze uitbreiding dan ervoor. Bij de linkse partijen gaat een meerderheid wel akkoord met uitbreiding van de zones 30. Toch merken we dat bij de meeste partijen er tegengestelde meningen zijn over dit thema.

Op het vlak van sociale huisvesting lijkt het bestuursakkoord in te gaan tegen een meerderheid van de kiezers. Niet verwonderlijk zijn de linkse kiezers voor meer sociale woningen, maar ook bij de respondenten in ons panel die voor N-VA kozen zijn er meer voorstanders van het uitbreiden van het aantal sociale woningen dan diegenen die tegen zijn. In het bestuursakkoord staat dat het aandeel sociaal wonen in het patrimonium constant blijft in de komende zes jaar. Uit onze resultaten blijkt dat een substantieel deel van de bevraagde kiezers - inclusief diegene die voor Vlaams Belang kozen - het hiermee oneens is.

In welke mate bent u helemaal voor of helemaal tegen onderstaande beleidsvoorstellen? (5-puntenschaal)

Opmerking: De percentages sommeren niet op 100; restpercentages stellen kiezers voor die zich in het midden plaatsen. Volledige vraagformulering in appendix achteraan.


CONCLUSIES EN INTERPRETATIE

In vergelijking met de verkiezingen van 2006 zijn er in Antwerpen grote groepen kiezers van kamp veranderd. Dat gebeurde echter overwegend voor de start van de eigenlijke verkiezingscampagne. We kunnen moeilijk achterhalen wanneer dat precies gebeurde, maar het lijkt erop dat de N-VA-aanhang bij regionale en nationale verkiezingen in 2009 en 2010 sterk is gegroeid, en dat deze tendens die zich ook bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen verder heeft doorgezet. Onze gegevens tonen aan dat de N-VA niet enkel ten koste van het Vlaams Belang is gegroeid. Ook kiezers die in 2006 nog VLD-Vivant of sp.a-Spirit kozen, opteerden in 2012 voor de N-VA. Bovendien is haast de volledige achterban van het toenmalige ‘Vlaamse kartel’ gevolgd naar N-VA, slechts een minderheid CD&V-getrouwen ging over naar de Stadslijst. 

De Stadslijst van burgemeester Janssens lijkt volgens onze gegevens op geen enkel moment een bedreiging te zijn geweest voor het marktleiderschap van de N-VA. De sp.a verloor een deel van zijn aanhang aan Groen en PvdA+. De winst van CD&V-kiezers was te bescheiden om dat verlies op de linkse flank te compenseren. De Stadslijst heeft in de laatste weken nog een bescheiden aangroei gekend van Groen-kiezers, die uitgesproken voor burgemeester Janssens kozen, maar het was too little, too late. Er volgde deze keer geen begeesterende campagne die twijfelende kiezers kon overhalen. Het verlies van Janssens is echter meer dan een campagne effect of het gevolg van verkeerde keuze voor kartelpartner. Er lijken twee meer fundamentele zaken te hebben gespeeld. Ten eerste, Janssens en zijn bestuursploeg zijn er niet in geslaagd de Vlaams Belang-kiezer van 2006, goed voor één derde van de Antwerpenaars, aan te spreken. Het beleid dat nochtans wat rechtsere accenten bevatte, zoals het hoofddoekenverbod, kon hen nooit verleiden. Ook de ‘verzoenende’ en partijloze stijl van Janssens heeft daar weinig aan kunnen veranderen. De tweede reden hangt daarmee nauw samen: aan de rechtse kiezer werd voor het eerst een aantrekkelijk alternatief geboden. De N-VA had op nationaal niveau de wind in de zeilen en de meest populaire politicus van Vlaanderen smeet zich met volle gewicht in de strijd. De Vlaams Belang-aanhang die in het verleden uitblonk door trouwheid, maar door het cordon nooit deelnam aan het beleid, kreeg nu eindelijk de kans om vertegenwoordigd te worden op het Schoon Verdiep. De centrumstrategie van Janssens was dus niet sterk genoeg om veel rechtse kiezers aan te trekken, maar heeft allicht wel een deel van de linkse achterban van zich vervreemd.

Vele vragen zich af of De Wever de hoge verwachtingen zal kunnen waarmaken. Onze gegevens tonen alvast aan dat zijn kiezers op dit moment zeer uitgesproken achter hun partij staan. De respondenten in ons panel die voor de N-VA stemden voor de gemeenteraad deden dat ook op niveau van het district. Op nationaal niveau lijkt ook haast niemand een andere voorkeur te hebben en er is geen enkele partij die hoog scoort als we hen vragen voor wie ze ooit zouden kunnen stemmen. Daarmee lijkt het succes van de partij meer te zijn dan een De Wever-effect. De lijsttrekker is absoluut belangrijk - acht op tien N-VA-kiezers beloonde hem met een voorkeurstem - maar het is voor velen niet de enige reden om voor N-VA te stemmen. De helft van hen zou De Wever volgen naar een andere partij. Dat is veel, maar wel beduidend minder dan bij de aanhang van de Stadslijst waar de figuur Janssens belangrijker was geworden dan zijn partij. De N-VA lijkt ook met het nieuwe bestuursakkoord haar achterban grotendeels tegemoet te komen: inzake overlast, criminaliteit en mobiliteit lijken de voorkeuren van haar kiezers vertaald te worden in beleid. Blijft echter de vraag of deze andere accenten in het beleid zullen volstaan om de voormalige (en huidige) Vlaams Belang-aanhang op een positieve manier naar hun stadsbestuur te laten kijken. Zij hebben zich de afgelopen twintig jaar systematisch afgezet tegen hun bestuurders op het Schoon Verdiep, zullen zij zich binnen enkele jaren wel identificeren met het Antwerpse beleid?

Peter Van Aelst, Jonas Lefevere, Christophe Lesschaeve en Peter Thijssen
Allen lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (
www.M2P.be), Universiteit Antwerpen

Samenleving en politiek, Jaargang 20, 2013, nr.1 (januari), pagina 76 tot 85

Noten
1/ Het gaat om een eerste analyse die, zoals elk kiezersonderzoek, met de nodige voorzichtigheid moet worden geïnterpreteerd. We steunen op een steekproef uit het internetpanel dat is opgezet door Ivox (zie toelichting achteraan). Dat neemt niet weg dat vertekeningen mogelijk zijn. In termen van politieke voorkeur bevat ons panel een oververtegenwoordiging van N-VA-kiezers, en een ondervertegenwoordiging van kiezers van de Stadslijst (sp.a & CD&V). Anderzijds werd de omvang van een kleine partij als de PVDA+ wel correct ingeschat.
2/ De grafiek toont dat N-VA-kiezers oververtegenwoordigd en kiezers van de Stadslijst ondervertegenwoordigd zijn in de steekproef.
3/ Van Aelst P. & Nuytemans M., 2007, Het Succes Van Patrick. Op zoek naar bewijzen en verklaringen van het Janssens-effect in Antwerpen. Res Publica: pp. 150-172.

Methode
Er werd gebruik gemaakt van een online bevraging. Het contacteren van de respondenten gebeurde door een externe firma (Ivox). De eigenlijke enquête was in beheer van de Antwerpse onderzoeksgroep ‘Media, Middenveld en Politiek’(www.M2P.be). De respondenten werden at random geselecteerd uit het panel van Ivox-respondenten en gecontacteerd met de vraag tot deelname. De respons voor de eerste bevraging bedroeg 22%, de omvang van de steekproef is 1077. Bij de tweede en derde bevraging werden enkel respondenten gecontacteerd die hadden deelgenomen aan de eerste bevraging: aan de tweede bevraging namen 788 respondenten deel (respons van 73%), in de derde bevraging 746 respondenten (respons van 69%). Doordat sommige respondenten niet antwoorden op alle vragen komt de uiteindelijke N in de analyses soms lager uit. Hoewel de steekproef een oververtegenwoordiging van N-VA kiezers had, werd er voor gekozen om de steekproef niet te herwegen. Ten eerste is het inschatten van de populatie onmogelijk, aangezien de opkomst slechts 85 per cent bedroeg. Bijgevolg is het onzeker wat de verdeling van diverse socio-demografische karakteristieken binnen het uiteindelijke electoraat is, aangezien hier geen gegevens over bestaan. Ten tweede betreft het een internetbevraging, en kan een herweging moeilijk de afwezigheid van respondenten zonder internetconnectie opvangen.

Appendix: vraagformuleringen beleidsmaatregelen.

Sociale woningen:
Betaalbaar wonen is niet voor iedereen haalbaar. Daarom voorziet ook het stadsbestuur sociale woningen. Sommige partijen stellen dat er in de komende bestuursperiode minder sociale woningen moeten komen, terwijl andere partijen stellen dat er meer sociale woningen moeten komen. Hoe staat u zelf tegenover dit dossier? Verkiest u eerder minder sociale woningen, of eerder meer sociale woningen? (5 puntenschaal)
Criminaliteit:
Over de aanpak van overlast en criminaliteit in Antwerpen verschillen de partijen van mening. Sommige partijen stellen dat het aantal agenten moet worden verlaagd terwijl andere partijen stellen dat het aantal agenten moet worden verhoogd. Hoe staat u zelf tegenover dit dossier? Verkiest u eerder het verlagen van het aantal agenten, of eerder het beter verhogen van het aantal agenten? (5 puntenschaal)
GAS-boetes en zones 30:
In welke mate bent u het eens of oneens met onderstaande uitspraken? (5-puntenschaal)
- Het systeem van Gemeentelijke Administratieve Sancties (‘GAS-boetes’) moet worden uitgebreid.
- De zones 30 moeten worden uitgebreid.

verkiezingen - Antwerpen - Patrick Janssens

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk