(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

De niet gemaakte keuze

De verkiezingen van 2014 komen dichterbij. Zowel de regionale, federale als Europese parlementen worden daarbij gekozen. In de media en bij de politieke partijen is er dan ook al heel wat aandacht voor. Die gaat vooral naar de inzet en mogelijke resultaten van deze verkiezingen. Heel wat minder aandacht is er voor het aantal mensen dat niet wil of kan meedoen aan de verkiezingen. Deze bijdrage doet dat wel en maakt een analyse van de niet-deelname bij de laatste stembusgang: de gemeenteraadsverkiezingen van 2012. Het werken met gemeenteraadsverkiezingen biedt het grote voordeel dat de gegevens ook beschikbaar zijn op gemeenteniveau. Bij andere verkiezingen zijn de uitslagen enkel te verkrijgen op het niveau van kieskantons, die vaak uit meerdere gemeenten bestaan. Er wordt in deze bijdrage dan ook ruim aandacht besteed aan de verschillen tussen gemeenten.

 

INLEIDING

Deze bijdrage is opgebouwd rond een aantal vaststellingen. Een eerste vaststelling is dat meer dan één miljoen ingeschreven kiezers geen (geldige) stem uitbrengt. Daarbij wordt de niet-deelname aan de verkiezingen dus geanalyseerd vanuit het aantal ingeschreven kiezers. Er zal een onderscheid worden gemaakt tussen blanco of ongeldig stemmen en het niet komen stemmen. Een tweede vaststelling is dat digitaal stemmen leidt tot een lagere participatie. Het aantal blanco en ongeldige stemmen vermindert duidelijk, maar de totale niet-deelname ligt systematisch hoger omdat er meer kiezers niet komen opdagen. Een derde observatie is dat meer dan één vijfde van de stemgerechtigden geen (geldige) stem uitbrengt. Hier wordt de niet-stem dus benaderd vanuit de gehele stemgerechtigde bevolking, dus ook de niet-Belgen die wel stemgerechtigd zijn maar zich niet inschreven. In een vierde punt wordt ook de niet-stemgerechtigde bevolking beschouwd. Dan wordt de niet-participatie nog belangrijker. In een vijfde onderdeel worden de verkiezingsresultaten herbekeken in het kader van deze niet-deelname. Daar begroten we de sterkte van een partij door het stemmenaantal niet alleen te bekijken ten opzichte van het aantal mensen dat geldig heeft gestemd, maar ten opzichte van alle (potentiële) kiezers, ook zij die niet participeerden.

MEER DAN 1 MILJOEN INGESCHREVEN KIEZERS BRENGT GEEN STEM UIT

Om de niet-deelname aan verkiezingen te meten wordt vaak enkel gekeken naar het aantal mensen dat blanco of ongeldig stemde, althans in de media en in het maatschappelijk debat (zie bijvoorbeeld De Standaard, 2012; De Morgen, 2012). Dat wordt dan uitgedrukt als percentage van het totaal aantal uitgebrachte stemmen. Zo bekeken bracht 4,7% een blanco of ongeldige stem uit. Wanneer we de niet-deelname aan de verkiezingen willen begroten, is het correcter om te vertrekken van het aantal ingeschreven kiezers, eerder dan van de uitgebrachte stemmen. Heel wat kiezers komen immers niet opdagen aan het stemhokje, wat we hieronder de niet-uitgebrachte stemmen noemen. Het gaat om een veel grotere groep dan het aantal kiezers dat blanco of ongeldig stemt. Terwijl 4,2% van de ingeschreven kiezers een blanco of ongeldige stem uitbrengt, komt 10,3% van de ingeschreven kiezers niet opdagen. Alles bij elkaar brengt dus 14,5% van de ingeschreven kiezers geen stem uit (Tabel 1). Er zijn daarbij grote verschillen tussen de gewesten. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de niet-participatie het hoogst, in het Vlaams Gewest het laagst. In absolute cijfers gaat het daar wel om het grootste aantal mensen: meer dan een half miljoen mensen brengen er geen (geldige) stem uit. In België als geheel brengt meer dan 1 miljoen ingeschreven kiezers geen stem uit. Voor alle gewesten betekent dit een stijging ten opzichte van de gemeenteraadsverkiezingen van 2006.1

Tabel 1. Blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen naar gewest: aantal en % van de ingeschreven kiezers.

 

Hoewel er grote verschillen bestaan tussen de gewesten, spelen de gewestgrenzen maar een beperkte rol. Dit blijkt uit Kaart 1, die op gemeenteniveau (en in Antwerpen op districtsniveau) de som van het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal niet-uitgebrachte stemmen weergeeft als percentage van de ingeschreven kiezers.2 Vooral de verstedelijking blijkt een grote rol te spelen. Zo is de hoge mate van niet-participatie in het Brusselse stedelijke gebied opvallend. Daarbij gaat het niet enkel om de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar ook om een reeks aangrenzende gemeenten in het Vlaams Gewest. In het Vlaams Gewest worden, naast deze gemeenten, de hoogste waarden opgetekend in de Antwerpse districten. Ook in het Waals Gewest springen de stedelijke gebieden het meest in het oog: de industriële gordel (van de Borinage en Bergen in het westen tot Luik en Verviers in het oosten), maar ook kleinere steden als Doornik en Aarlen. Algemeen zien we in Wallonië een hogere mate van niet-participatie, die echter niet samenhangt met de gewestgrenzen. Er zijn bijvoorbeeld heel wat lage waarden langs de taalgrens en in de provincie Luxemburg. Opvallend zijn enkele hoge waarden buiten stedelijk gebied, vooral in de Oostkantons. Hier spelen historische factoren mee. Dewachter stelde in de jaren 1960 al dat de hoge keuzeverzaking in de Oostkantons een traditioneel gegeven is bij de Belgische parlementsverkiezingen sinds 1919 (Dewachter, 1969), maar ook bij de gemeenteraadsverkiezingen is dat het geval (Delruelle-Vosswinkel et al., 1989).

Kaart 1. Blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen: % van de ingeschreven kiezers.

De hoge mate van niet-participatie in stedelijke gebieden is geen nieuw gegeven. Verklaringsfactoren zijn de grotere afstand tussen kiezers en politici (Reynaert & Steyvers, 2004), maar ook een lagere sociale controle en dus een minder grote remming om niet te komen opdagen (Vandermotten, 1992). Omgekeerd ligt die remming hoger in de niet-stedelijke gebieden, waardoor het aantal blanco en ongeldige stemmen er traditioneel net hoger ligt dan in stedelijke gebieden: men brengt dan ‘in het geheim’ geen stem uit. Het effect daarvan is wel veel kleiner.

Dit blijkt duidelijk uit Tabel 2, waar het aandeel blanco en ongeldige stemmen en het aandeel niet-uitgebrachte stemmen wordt uitgesplitst naarmate van verstedelijking en gewest.3 De mate van verstedelijking wordt gemeten aan de hand van de plaats van een gemeente binnen of buiten een stadsgewest, zoals afgebakend door Luyten & Van Hecke (2007). Een stadsgewest is een functioneel geheel van meerdere gemeenten dat sterk op een centrale stad is georiënteerd. Concreet wordt een onderscheid gemaakt tussen zes zones. Binnen de stadsgewesten gaat het om (1) centrale steden, (2) agglomeraties, die gevormd worden door de aaneensluitend bebouwde zones rond de centrale steden en (3) banlieues, die morfologisch landelijk aandoen, maar functioneel stedelijk zijn: deze zone is sterk verbonden met de centrale steden via werk- en schoolpendel en migraties. Buiten de stadsgewesten gaat het om (4) forensenwoonzones, die voor de werkgelegenheid voor een belangrijk deel op het stadsgewest aangewezen zijn en (5) rurale gebieden. De regionale en kleine steden buiten de stadsgewesten worden als aparte categorie (6) weerhouden.4

Tabel 2. Blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen naar gewest en mate van verstedelijking: % van de ingeschreven kiezers.

 

In het Vlaams Gewest zien we dat het aandeel blanco- en ongeldige stemmen inderdaad stijgt naarmate de verstedelijking afneemt en, omgekeerd, dat het aandeel niet uitgebrachte stemmen afneemt. Gezien dat laatste effect veel groter is, zien we globaal een daling van de totale niet-participatie naarmate de verstedelijking afneemt. De steden buiten de stadsgewesten nemen, met wat minder lage waarden, een aparte plaats in. In het Waals Gewest zien we een gelijkaardige tendens, al is de niet-participatie er heel wat hoger en is het aandeel blanco en ongeldige stemmen in centrale steden en agglomeraties er wat meer uitgesproken.

MINDER PARTICIPATIE BIJ DIGITAAL STEMMEN

Het aandeel blanco en ongeldige stemmen neemt duidelijk af wanneer er digitaal wordt gestemd, maar de totale niet-participatie vermindert niet. Integendeel: het aantal mensen dat niet komt opdagen aan het stemhokje is bij digitaal stemmen heel wat hoger, zodat de totale niet-participatie stijgt. Dit geldt zowel voor Vlaanderen, waar digitaal werd gestemd in 49% van de gemeenten, als in Wallonië, waar dat slechts 18% was (Tabel 3). Dit geldt overigens ook voor alle verstedelijkingscategorieën apart.5 In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stemde iedereen digitaal.

Tabel 3. Blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen naar gewest en digitaal stemmen: % van de ingeschreven kiezers.

 

MEER DAN 1 OP 5 STEMGERECHTIGDEN BRENGT GEEN STEM UIT

Wanneer we enkel de ingeschreven kiezers bekijken, missen we echter nog een grote groep stemgerechtigden die niet deelnemen aan de verkiezingen. Sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 zijn alle niet-belgen van 18 jaar of ouder met een EU-nationaliteit kiesgerechtigd. Voor niet-Belgen met een nationaliteit van buiten de EU geldt dit enkel voor wie al vijf jaar ononderbroken zijn hoofdverblijfplaats in België heeft. Deze inwoners kunnen zich laten registreren, en voor hen geldt dan de stemplicht.  Een overgrote meerderheid doet dat echter niet, en neemt dus ook niet deel aan de verkiezingen. In geheel België schreef slechts 17,7% van de stemgerechtigde niet-Belgen zich in. Voor enkel de niet-EU-burgers is dat nog minder, met 14,0%. Deze cijfers liggen heel wat hoger in het Waals Gewest (respectievelijk 26,3% en 19,3%) en het laagst in het Vlaams Gewest (respectievelijk 13,1% en 10,1%). Zoals dat bij de ingeschreven kiezers het geval was, geldt ook hier voor alle gewesten een lagere participatie dan in 2006.

Om de niet-participatie aan de verkiezingen volledig in kaart te brengen, moeten we ook deze groep van stemgerechtigden meenemen: diegenen die zich niet inschreven en dus niet deelnamen aan de verkiezingen. Tabel 4 geeft het totaal aantal mensen dat niet participeert aan de verkiezingen in de vorm van een blanco/ongeldige stem of  een niet-uitgebrachte stem enerzijds en in de vorm van een niet-inschrijving anderzijds. Dit wordt uitgedrukt als aandeel van het totaal aantal stemgerechtigden.In België brengt meer dan één vijfde van de stemgerechtigden geen stem uit. In Brussel liggen de cijfers nog heel wat hoger, omdat het aandeel niet-Belgen daar veruit het hoogst is. Maar liefst 42% van de stemgerechtigden brengt er geen stem uit. In het Waals Gewest is dat 24% en in het Vlaams Gewest 16%. Ook al is hier het aandeel het laagst, in absolute cijfers gaat het om de grootste groep, met meer dan 800.000 mensen. Ook daar kunnen dus ernstige vragen gesteld worden bij het democratisch gehalte van het verkiezingsresultaat. 

Tabel 4. Blanco/ongeldige stemmen, niet-uitgebrachte stemmen en niet-ingeschreven kiezers naar gewest: aantal en % van de stemgerechtigde kiezers.

 

Wanneer we dit op gemeenteniveau bekijken, is de stedelijke geografie nog meer uitgesproken dan enkel bij de ingeschreven kiezers (Kaart 2).6 Hoge waarden vinden we in de Waalse industriële gordel, met de hoogste percentages in Charleroi en Luik, in het Brusselse stedelijke gebied, dat zowel de Waalse als de Vlaamse gewestgrenzen overschrijdt, in Antwerpen, Leuven, Doornik en een aantal kleinere Waalse steden. In Elsene en Sint-Gillis gaat het om meer dan 50%, in Charleroi om 37% en in Luik om 34%. Zo’n hoge waarden vinden we verder alleen in de grensgebieden, waar eveneens heel wat niet-Belgen wonen.

Kaart 2. Blanco/ongeldige stemmen, niet-uitgebrachte stemmen en niet-ingeschreven kiezers: % van de stemgerechtigde bevolking.

 

OOK BIJ GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN ZIJN ER MENSEN ZONDER STEMRECHT

 

We kunnen nog verder gaan en ook de mensen beschouwen die wel op stemgerechtigde leeftijd zijn, maar geen stemrecht hebben, meestal omdat ze een niet-EU nationaliteit hebben en hier nog geen vijf jaar ononderbroken verblijven. Dan stijgen de percentages van de niet-deelname tot 46% in het Brussels Gewest, 25% in het Waals Gewest en 17% in het Vlaams Gewest. In heel België wil of kan 22,5% van de 18-plussers het kiesresultaat niet mee bepalen (Tabel 5).7

Tabel 5. Blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen, niet-ingeschreven kiezers en niet stemgerechtigde kiezers: aantal en % van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd.

 

 

Kaart 3 geeft dit weer op gemeenteniveau. De geografie is nu zeer uitgesproken stedelijk. Nu behalen niet alleen Elsene en Sint-Gillis, maar ook Sint-Joost-ten-Node, Etterbeek en Brussel meer dan 50%. Buiten Brussel vinden we de hoogste waarden - op een aantal gemeenten in de Oostkantons na - in het district Antwerpen (41%), in Luik (38%) en in Charleroi (37%).

Kaart 3. Blanco/ongeldige stemmen, niet-uitgebrachte stemmen, niet-ingeschreven kiezers en niet stemgerechtigde bevolking: % van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd.

 

EEN NIEUWE BLIK OP DE VERKIEZINGSRESULTATEN

Het aantal stemmen voor een bepaalde partij wordt klassiek uitgedrukt als aandeel van het totaal aantal geldige stemmen. Wanneer we een inschatting willen maken van het reële aandeel van de bevolking dat voor een bepaalde partij kiest, moeten we echter ook diegenen meerekenen die niet (geldig) stemmen. We vergelijken dan het aantal mensen dat op een bepaalde partij stemde met het aantal mensen dat dat niet deed, hetzij door voor een andere partij te kiezen, hetzij door niet te participeren. In dit onderdeel kijken we dus niet alleen naar de verkiezingsresultaten als aandeel van de geldige stemmen, maar ook als aandeel van de uitgebrachte stemmen, de ingeschreven kiezers, de stemgerechtigde bevolking en de bevolking op stemgerechtigde leeftijd.

We geven hier enkel de resultaten in het Vlaams Gewest; het partijlandschap is immers sterk verschillend in de drie gewesten. Tabel 6 geeft het verkiezingsresultaat van de partijen met een gewestelijk lijstnummer, als aandeel van de verschillende genoemde groepen van (potentiële) kiezers.8 Omdat niet elke partij overal opkomt, geven we de score van de verschillende partijen in de gemeenten waar ze daadwerkelijk opkwamen.9 In de andere gemeenten konden de kiezers immers geen keuze maken voor de partij in kwestie. Het aantal gemeenten waar een partij opkwam wordt in de tabel ook aangegeven. We zien dat het stemmenpercentage sterk daalt naarmate we een grotere groep van (potentiële) kiezers beschouwen. Wanneer we naar de uitgebrachte stemmen kijken, is het percentage dat de partijen behalen (op LDD na) steeds groter dan de niet-deelname. Als aandeel van de ingeschreven kiezers hebben nog maar vier partijen een groter percentage dan de niet-participatie (CD&V, N-VA, sp.a en Open VLD). Ten opzichte van de stemgerechtigde bevolking en de bevolking op stemgerechtigde leeftijd zijn dat enkel nog CD&V en N-VA.

Tabel 6. Verkiezingsresultaat van de partijen met een gewestelijk lijstnummer in het Vlaams Gewest.

 

 

Gezien de niet-deelname sterk verschilt naar graad van verstedelijking, gaan we na wat de verhoudingen zijn tussen de niet-participatie en de scores van de verschillende partijen in verschillende verstedelijkingscategorieën. Daartoe splitsen we bovenstaande cijfers uit naar graad van verstedelijking, waarbij we dezelfde indeling in verstedelijkingscategorieën gebruiken als hierboven (zie Tabel 2). We doen dit enkel voor de laatste kolom van Tabel 6, waar de niet-deelname maximaal wordt meegerekend: de partijscore als percentage van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd. Deze cijfers worden weergegeven op Figuur 1, waar voor elke partij de stemmenpercentages in de verschillende zones worden weergegeven door middel van een balkje, en het gemiddelde over alle zones heen (dit is de waarde die in Tabel 6 staat) wordt aangegeven als een lijn.10

Grafiek 1. Verkiezingsresultaat van de partijen met een gewestelijk lijstnummer, als % van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd.

 

Uit deze figuur blijkt dat de niet-participatie in de centrale steden groter is dan het stemmenpercentage van eender welke partij. Alleen de sp.a kent er nog een enigszins vergelijkbare score. De sp.a heeft een erg stedelijk profiel, en is meteen de enige partij die meer stemmen haalt in de centrale steden dan gemiddeld over alle zones heen. Ook de niet-deelname in de agglomeratie is belangrijk, maar de N-VA is er nog groter. Deze partij haalt zowel in de agglomeratie als in de banlieue meer stemmen dan gemiddeld over alle zones heen. Zij is dus het sterkst in de rand rond de steden, al is het verschil met de andere zones niet zo groot. De relatief hoge score in de centrale steden wordt sterk beïnvloed door haar hoge score in Antwerpen, die omwille van haar groot bevolkingsaantal sterk doorweegt. In andere steden als Gent, Brugge en Leuven behaalt de N-VA een lage score. Zelfs in Antwerpen zien we sterk benedengemiddelde waarden in de districten Antwerpen en Borgerhout. 11 De niet-participatie in de zones buiten de stadsgewesten is veel minder belangrijk. Partijen die het ten opzichte van hun gemiddelde opvallend goed doen buiten de stadsgewesten zijn CD&V en Open VLD. Voor Open VLD is die oververtegenwoordiging buiten de stadsgewesten deels te wijten aan haar electorale sterkte in Oost-Vlaanderen, waar heel wat gemeentes in die categorieën vallen.

BESLUIT: DE STEDELIJKE GEBIEDEN IN HET NADEEL

Een grote groep mensen brengt geen stem uit. Blanco of ongeldig stemmen is een relatief beperkt fenomeen, maar heel wat ingeschreven kiezers komen helemaal niet opdagen aan het stemhokje. Die groep is nu al meer dan dubbel zo groot dan het aantal blanco en ongeldige stemmen. Samen brengt bijna 15% van de ingeschreven kiezers in België geen (geldige) stem uit bij de gemeenteraadsverkiezingen. Wanneer we alle stemgerechtigde kiezers beschouwen - dus ook de niet-Belgen die voldoen aan de voorwaarden om te mogen stemmen maar zich niet inschreven - stijgt de niet-participatie tot meer dan 20%. Deze cijfers stijgen nog wanneer we ook de niet-stemgerechtigden meenemen in de analyse. Er kunnen dus ernstige vragen gesteld worden bij de democratische waarde van het verkiezingsresultaat.

Dit is vooral uitgesproken in steden en stedelijke gebieden. In een reeks Brusselse gemeenten neemt meer dan 50% van de stemgerechtigde bevolking niet deel aan de verkiezingen, maar ook in een aantal andere steden is het aantal stemgerechtigden dat geen stem uitbrengt groter dan het aantal stemmen voor de grootste partij. Wanneer we ook de niet-stemgerechtigde bevolking inrekenen, is de niet-participatie in de steden globaal groter dan het stemmenpercentage van de grootste partij. Het is dus vooral daar, in de steden, dat het democratisch gehalte van het verkiezingsresultaat het kleinst is of, met andere woorden, dat het democratisch deficit het grootst is. Ook binnen de steden zijn er overigens nog grote verschillen. In de stad Antwerpen kent het district Antwerpen een niet-participatie van 41%, en het district Borgerhout 35%. De minst hoge cijfers vinden we er in het district BeZaLi (19%) en het district Ekeren (18%). Dit betekent dat de laatste twee districten sterker doorwegen op het verkiezingsresultaat dan zij op basis van hun bevolkingsaantal verdienen. Dit komt bovenop het feit dat achtergestelde wijken vaak ondervertegenwoordigd zijn wanneer we kijken naar de woonplaats van de gemeenteraadsleden (De Maesschalck, 2010).

Wanneer we deze vaststellingen extrapoleren naar parlementsverkiezingen, betekent dit dat het verkiezingsresultaat veel minder door de stedelijke bevolking wordt bepaald dan ze eigenlijk verdienen op basis van hun bevolkingsaantal. Deze tendens, maar ook de grote (en stijgende) niet-participatie in het algemeen, verdient zeker aandacht bij de komende verkiezingen. Bovendien is de niet-participatie traditioneel hoger bij parlementsverkiezingen dan bij gemeenteraadsverkiezingen. Bij parlementsverkiezingen hebben niet-Belgen immers geen stemrecht (met uitzonder van EU-burgers bij Europese verkiezingen), maar de keuzeverzaking van de stemgerechtigden is er ook steeds hoger.12 Het is afwachten hoe groot die groep zal zijn bij de verkiezingen in 2014. 

 

Filip De Maesschalck13
Doctor in de geografie, verbonden aan de afdeling Geografie van de KULeuven

 

Samenleving en politiek, Jaargang 20, 2013, nr.8 (oktober), pagina 38 tot 49

Noten
1/ In het Vlaams Gewest is de niet-deelname aan de verkiezingen het hoogst sinds de gemeentefusies. De cijfers van de stemverzaking van 1976 t.e.m. 2006 kan men vinden in Ackaert et al. (2007).
2/ Een kaart met de namen van de grote en regionale steden is opgenomen in bijlage.
3/ Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is hier niet opgenomen, omdat daar enkel agglomeratiegemeenten voorkomen en één centrale stad (Brussel).
4/ De stedelijke hiërarchie, en dus ook de regionale en kleine steden, werden afgebakend door Van Hecke (1998).
5/ De digitalisering neemt af naarmate men afdaalt in de gebruikte stedelijke hiërarchie, maar het grotere aandeel blanco en ongeldige stemmen in minder stedelijke gebieden dat in Tabel 2 werd vastgesteld, geldt ook wanneer men enkel naar gemeenten kijkt waar digitaal wordt gestemd of, omgekeerd,  enkel naar gemeenten waar op papier wordt gestemd.
6/ Hier is Antwerpen niet onderverdeeld in districten, omdat officiële cijfers over het aantal potentiële niet-Belgische kiezers ontbreken op districtsniveau.
7/ Het gaat om de bevolking van 18 jaar of meer op 01/01/2012. Gezien de bevolking groeit, en de verkiezingen op 14 oktober 2012 plaatsvonden, zullen de werkelijke percentages nog wat hoger liggen.
8/ Het gaat niet enkel om partijen met de naam CD&V, N-VA, sp.a, Open VLD, Vlaams Belang, Groen en LDD, maar ook om partijen met een andere naam die onder hetzelfde gewestelijk lijstnummer zijn ondergebracht.
9/ Het gaat om een gewogen verkiezingsresultaat: alle stemmen op de partij in de betrokken gemeenten werden opgeteld en gedeeld door alle (potentiële) kiezers in die gemeenten.
10/ LDD wordt hier niet weergegeven omwille van de beperkte verspreiding en het beperkte kiezersaantal.
11/ In het kader van de politieke tegenstelling tussen stad en rand, neemt de N-VA duidelijk de laatstgenoemde plaats in. In essentie stelt die tegenstelling twee visies ten opzichte van elkaar: de stad als woonplaats tegenover de stad als gebruikersruimte voor bewoners van de rand. Die laatste visie gaat samen met een negatief beeld van de stad, die geassocieerd wordt met vreemdelingen en onveiligheid. (zie De Maesschalck, 2011)
12/ Dat kan worden verklaard door de relatief geringe afstand tussen kiezers en politici (Ackaert et al., 2011). Algemeen geldt dat de niet-participatie stijgt naarmate het bestuurlijke niveau verder van de kiezer ligt, met de hoogste scores voor het Europees parlement.
13/ Filip De Maesschalck is doctor in de geografie en actief op het raakvlak van de stadsgeografie en de politieke geografie. Hij is verbonden aan de afdeling Geografie van de KU Leuven en werkzaam bij het Steunpunt sociale planning van de provincie Vlaams-Brabant.

Bibliografie
- Ackaert J., Reynaert H., De Ceuninck K., Steyvers K. & Valcke T. (2007), ‘De gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006. Evolutie sinds 1976’, Res Publica, 2007/2-3, pp. 413-442.
- Ackaert J., Wauters B. & Verlet D. (2011), Turnout at local elections: the relevance of contextual variables, paper voor het Politicologenetmaal - Amsterdam, 9-10 juni 2011, 21 p.
- Delruelle-Vosswinkel N., Noël F., Vanlaer J. & Vandermotten C. (1989), ‘De gemeenteraadsverkiezingen van 9 oktober 1988: evolutie van de politieke families en electorale geografie’, Tijdschrift van het gemeentekrediet, 1989/3, pp. 33-52.
- De Maesschalck F. (2010), ‘Op weg naar een representatieve politieke vertegenwoordiging van de achtergestelde buurten? De woonplaats van de Brusselse parlementsleden, 1989-2009’, Brussels Studies,44, pp. 1-21.
- De Maesschalck F. (2011), ‘The Politicization of Suburbanization in Belgium: Towards an Urban-Suburban Divide’, Urban Studies, 48 (4), pp. 699-717.
- De Morgen (06/11/2012), ‘Meer blanco gestemd op papier dan met stemcomputer’.
- De Standaard (19/12/2012), ‘Minder blanco en ongeldige stemmen bij digitaal stemmen’.
- Dewachter, W. (1969), Politieke kaart van België. Atlas van de parlementsverkiezingen van 31 maart 1968, Antwerpen: Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, 79 p.
- Luyten S. & Van Hecke E. (2007), De Belgische stadsgewesten 2001, Statistics Belgium Working Paper, 81 p.
- Reynaert H. & Steyvers K. (2004), ‘De gemeenteraadsverkiezingen als lokaal machtsverwervingsproces in Vlaanderen’, in Devos C. & Gaus H. (red.), Schijn of Scharnier. Politieke trendbreuken in de jaren ’90,  pp. 1-46.
- Van Hecke E. (1998), ‘Actualisering van de stedelijke hiërarchie in België’, Tijdschrift van het gemeentekrediet, 53 (3), pp. 45-76.
- Vandermotten C. (1992), ‘Géographie de l’abstention et du vote blanc et nul aux législatives de novembre 1991’, Cahiers Marxistes, 183, pp. 86-89.

Bijlage: Kaart van de Belgische gemeenten

verkiezingen - blancostemmen - participatie - democratisch deficit

 

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk