(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Gevangen is gedicht

februari 2014
Horsten Simon
2014

Patser of curiosum. Wie gedichten van buiten kent moet één van beide zijn. Zelfs karrenvrachten oprechte literatuurliefhebbers halen hun neus op voor het gepassioneerde debiteren van andermans verzen. Poëzie hoort in het bijzijn van anderen niet doorleefd te worden, slechts beleefd, omcirkeld, van verre beschouwd: weetjes over dichters, spitsvondige woordspelingen, wendingen ter milde relativering of gillende stand up poetry boven een hortende microfoon. Het gaat over details, grinnikmomenten, ogenblikken van vermeende diepgang. Over ruzies en romances ook, liefst tussen de schrijvers. Met één constante: als we het er maar samen over hebben. Delen, dat nieuwe hebben.
En ook wie alleen is moet voortdurend dezelfde woorden delen. Thuis zitten lezen en aarzelloos een puik citaat delen via opladende lichtbakken. Opmerken, gniffelen, reageren. Lezen en denken ‘dat moet ik delen’ in plaats van denken ‘ ’. Voortdurend de noodzaak om iets te doen met wat je ziet en dat doen enkel vertalen als interactie, communicatie.

’t Is geen nieuws, natuurlijk: communicatie en interactie hebben zich aan een razend tempo tot de spil van ons dagelijkse handelen opgewerkt. En het biedt vanzelfsprekend enorme mogelijkheden om nieuwe verbindingen te leggen, te leren, te lachen, te waarderen. Maar het gaat zo snel en overrompelend dat de technologiekloof voor een nieuwe klassemaatschappij zorgt en het nieuwe constante vernieuwen voor een vervreemding van al wat niet direct technologisch overdraagbaar is.
Sociale media en communicatie als begin- en eindpunt zijn niet per definitie een probleem. Zo’n mopperende horrelvoet ben ik niet. Wél problematisch is de dominantie ervan, de evidentie waarmee we onze levensstijlen onbewust maar radicaal laten transformeren. En het uitsluiten van al wie daar vraagtekens bij plaatst. Het onbegrip waarop het niet-parafraseerbare stuit.
Wie gedichten van buiten kent, moet dus een patser of een cursiosum zijn. Waarom zou je tijd en energie investeren voor iets dat je achteraf altijd nog kan opzoeken? Wat is het nut? Waar zit de winst?
Gedichten - goede gedichten - zijn evenwel geen wegwerpmateriaal, dienen niet om geconsumeerd te worden. Wie er een van buiten leert, verplicht zichzelf ertoe iets langer de aandacht te richten op die paar versregels, de klanken, de beelden. Wie een gedicht par cœur kent, hoeft niet in de parafrase te vluchten. Poëzie passief opnemen als toevallige inktvlekken op papier kan interessant zijn, maar houdt zelden dezelfde intensiteit in als het doorleven van het gedicht dat opgeslagen ligt in je strottenhoofd. Het gedicht heeft een fysiek lichaam, dat je pas volledig kan voelen als het deel uitmaakt van je eigen lichaam.
Het nut? De vraag naar winst? Die is ronduit strijdig met het wezen van poëzie.

Ook in pers en politiek is er weinig gedicht.
Het spel van de Wetstraat volgt de logica van winnaars en verliezers, perceptie, de juiste look & feel, het verhaal dat het DNA van onze partij bij de mensen brengt, facts & figures met een outreach naar de Dorpsstraat. Het gaat om winst en communicatie. Snelheid, spel. Expliciet in de media voorgesteld als spel of sportmatch. Wetstraat-journalisten zijn soms nauwelijks van hun sportbroeders te onderscheiden. "Denkt dat u dat voorstel x of y uw partij kan helpen winnen? Wat betekent deze overstap voor de machtsverhoudingen? Voelt u zich verraden, verslagen, vernederd? Vecht u terug?"
Wat een maatschappelijk debat zou moeten zijn, verwordt zo al te vaak tot irrelevant gekwebbel over ego’s en posities.

Van dat maatschappelijk debat is de gevangene het gedicht. Het is te onbegrijpelijk, te delicaat om het erover te hebben. Er is geen winst te halen. Een discussie erover valt niet te winnen of verliezen. Het heeft geen nut, brengt niets voort. Je wordt ongemakkelijk als je te lang stilstaat bij gedicht of gevangene. Het is confronterend en het past niet bij het ritme van de dag. De gevangene heeft geen plaats in een samenleving die louter rond cijfers en economie draait. Een rationeel betoog noch een eenvoudig emotioneel verhaal of beeld vatten waar het om gaat, dus negeren we liever.

Niet dat er geen gelegenheden zijn om straf, gedetineerden en de plaats die beide in de samenleving hebben grondig te bespreken. Professionele vakgenoten van diezelfde Wetsport-verslaggevers, gespecialiseerde commissies, middenveldorganisaties en zelfs ambtenaren en cipiers trachten met de regelmaat van de klok een ernstig debat te openen. Doorgaans zonder duurzame resultaten. Vier recente voorbeelden.
1.- In september raakt bekend dat een nieuwe strafinrichting zal worden gebouwd in Haren. Minister Turtelboom en Staatssecretaris Verherstraeten stellen het project voor: eindelijk komt een Belgische gevangenis (virtueel) in beeld waar de levenskwaliteit van gedetineerden even belangrijk is als de straf op zich, vrijheidsberoving. Redelijk comfortabele woonsten staan rond groene binnenplaatsen, het geheel lijkt met een speeltuin (voor de bezoekende kinderen), werkplaatsen en sportfaciliteiten meer op een dorp dan op een kerker. Niet alleen bewijzen internationale ervaring en vergelijkend onderzoek dat deze manier van opsluiten voor minder recidive en een betere herintegratie in de samenleving zorgt, de bouwplannen maken ook duidelijk dat gedetineerden in de eerste plaats mensen zijn, welke daden of misdrijven ze ook gepleegd hebben.
Tot zo ver Het Goede Nieuws. Diens antipode Het Laatste Nieuws brengt de plannen onder de titel ‘Nieuwe gevangenis lijkt vakantiepark’ (HLN, 05/09/2013) en is met zijn zeer populistische toon de gangmaker voor misselijkmakende reacties.
De bevoegde regeringsleden, die de plannen vanuit hun functie prima hadden voorgesteld, blijven, net als de overige politici en aandachtsminnende schrijvers van editorialen, stil. De enige verdere verdediging van de bouwplannen voor een humane gevangenis komt van de Liga voor de Mensenrechten, die zich genoodzaakt ziet nogmaals te benadrukken dat de straf voor gedetineerden de vrijheidsberoving is, niet het leven in onwaardige omstandigheden. Het beroven van de vrijheid is de belangrijkste straf die de overheid bij ons kan opleggen en valt nooit te onderschatten. Daarnaast heeft de overheid de absolute plicht zorg te dragen voor de levenskwaliteit van de mensen waarvoor ze verantwoordelijkheid draagt. Dus ook gedetineerden.
2.- Panorama, het enige programma van de VRT-nieuwsdienst dat regelmatig relevant nieuws maakt dat losstaat van de politieke agenda of van nieuwsagentschappen, zendt half oktober een even knappe als schrijnende reportage uit van de hand van Dirk Leestmans. De journalist vertelt misschien wel het laatste verhaal van Frank, die al meer dan de helft van zijn leven geïnterneerd is, geen uitzicht heeft op invrijheidsstelling (daar ook niet van wil weten) en door de zware omstandigheden waarin hij is opgesloten besloten heeft zijn leven te willen beëindigen. Omdat hij dat naar eigen zeggen op een menswaardige manier wenst te doen, dient hij een euthanasieaanvraag in. Niemand weet wat met de aanvraag te doen en twee vragen raken doorheen de procedure met elkaar verstrengeld. Zijn de omstandigheden waarin iemand leeft voldoende reden om te kunnen spreken van ondraaglijk psychisch lijden? En wat zijn de rol en de verantwoordelijkheid van de overheid hierin? Tot op heden is er geen duidelijkheid over Franks lot, en met hem dat van heel wat anderen. Minstens even dramatisch is dat er zelfs geen debat op gang is gekomen over de levensomstandigheden van gedetineerden in België en van geïnterneerden in het bijzonder.
Een kleine voorzet voor zo’n debat? Een staat die sommige van haar burgers zodanig behandelt dat ze de dood verkiezen, is ondubbelzinnig crimineel en heeft haar burgers noch de overheden van andere landen lessen in moraal of mensenrechten te leren.
3.- De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen brengt eind november een snoeihard rapport uit. Een greep uit de bevindingen: "Overvolle cellen, slechts één à twee douches per week, lakens die slechts twee keer per jaar gewassen worden, overwerkte cipiers." (DS, 23/11/2013) Te zelfdertijd uiten ook de Verenigde Naties voor de zoveelste maal hun bezorgdheid over de toestand van de Belgische gevangenissen en de precaire situatie van hun bewoners. Een structureel gebrek aan middelen en aandacht zorgt consequent voor schendingen van de rechten van gedetineerden.
De directeur van de gevangenis van Oudenaarde lanceert een aardig plan, dat al even aardig in dovemansoren valt. Opnieuw weigeren politici hun nek uit te steken voor mensen die niet mogen stemmen.
4.- "We voelen ons niet begrepen, niet gehoord." Half december voeren ambtenaren van justitie en cipiers een algemene staking uit tegen de hervormingsplannen van minister Turtelboom. Dat ze liever eerst investeeert in de basishygiëne van gedetineerden dan in telefoons en internet, klinkt het bij monde van de voorzitter van het Vlaams Geneeskundigenverbond. (DS, 12/12/2013)
Behalve een halfslachtige ministeriële verdediging zit er weinig beweging in de opiniepoel. En vooral: behalve de eisen en klachten van de stakers gaat het weer in hoofdzaak over de vraag in hoeverre de staking goed werd opgevolgd, de geringe hinder die in de gerechtshoven werd ondervonden en dat je bij investeringen nu eenmaal keuzes moet maken.
Vanuit de Wetstraat: geen woord over de basisrechten van gedetineerden. Over de waanzin van een West-Europees land waarin elke gelekte mail van een Vlaams minister dagenlang het nieuws beheerst terwijl terzelfdertijd in alle stilte duizenden inwoners waarvoor de overheid de verantwoordelijkheid draagt niet eens over proper sanitair beschikken.
Een justitieassistent uit Turnhout lucht zijn hart in De Morgen: "Maar helaas, [minister Turtelboom] kiest voor een strafuitvoering zonder begeleiding en beknibbelt op onze middelen. Geen onthaal, een onderbezet secretariaat, geen extra personeel voor de (20 procent) extra opdrachten en wij, wij rijden ons vast. Geen veertig, vijftig maar zestig dossiers de man. Daar gaat onze tijd. Het enige wat we hadden, het enige wat we nodig hebben." (DM, 13/12/2013)

Manieren om deze problematiek te benaderen zijn legio: vanuit de mensenrechten, volksgezondheid, de maatschappelijke gevolgen van slecht behandelde gedetineerden, de meerkost voor de samenleving enz. Ik zou hier graag een lans breken voor een veel eenvoudigere reden om gevangenen — en bij uitbreiding onze manier van straffen en de plaats die we toekennen aan ‘kwaad’ in de samenleving — centraal te plaatsen in het politieke discours. Wel ja, waarom niet: zelfs in de campagne van 2014. Niet omdat het om gigantisch veel mensen gaat (al vormen meer dan 12.000 gedetineerden samen een kleine stad), maar omdat het zoveel duidelijkheid kan bieden over het mensbeeld dat de spreker voorstaat. Omdat het politiek gekrakeel kan terugbrengen tot heldere waarden en morele uitgangspunten.
Momenteel spelen op het opinievormende speelveld in meer of mindere mate de vragen welke staatsstructuur we willen, welke financiële sector, welke rol voor de overheid, welke economie, welk onderwijs. Dat is belangrijk. Maar waar we het zelden over hebben, is wat voor burgers we willen. Laat staan wat burgers precies zijn, wie het zijn. Het gaat bij monde van onze politici om leerlingen, consumenten, aandeelhouders, ondernemers, consumenten, arbeiders, werklozen alsook consumenten. Maar nooit over mensen. Ook al worden ‘mensen’ wel genoemd, meestal gaat het dan om een specifieke socio-economische groep.
Dat het zo moeilijk is zonder populisme over gevangenen te spreken, heeft ermee te maken dat ze helemaal geen socio-economische rol vervullen. We hebben ze om bepaalde redenen opgesloten en nu zitten ze daar, ergens in een gebouw dat onderhouden zou moeten worden door de overheid.

Mensen zijn niet in cijfers of statistieken te vangen. Het zijn geen doelgroepen, geen eenvoudige identiteiten of eenvormige entiteiten. Geen eencelligen, tenzij je daarmee cynisch verwijst naar de manier waarop gevangenen vaak moeten samenhokken. Mensen zijn complex en we hebben allemaal een lichtjes anders beeld van wat die mensen precies zijn. Wat de universele eigenschappen zijn en waarmee we ons onderscheiden van elkaar.
Wie enkel aan cijfers denkt, kan als minister bevoegd voor armoedebestrijding miljoenen euro’s terugstorten aan de staatskas omdat ze dat geld begroot had maar niet allemaal ‘nodig’ heeft gehad. Enkel werken met cijfers leidt tot afkoopwetten voor grote fraudeurs waardoor de schatkist dan wel ietwat gespijzigd wordt ("alle beetjes helpen, nietwaar"), maar men de schuldvraag naar de prullenmand verwijst. Wanneer slechts cijfers de dienst uitmaken, kan je zeggen dat het goed gaat met ’s lands economie, op een moment dat we meer werklozen hebben dan ooit.
Al wie beweert slechts uitspraken te doen die op rationele leest geschoeid zijn, vergeet gemakshalve dat-ie al vóór het interpreteren van de cijfers of onderzoeken uitgaat van een bepaald mensbeeld. Niet voor niets betoogt filosofe Martha Nussbaum in Poetic Justice dat professionelen in de juridische wereld duidelijk beter worden in hun job, in het inschatten van lastige menselijke situaties, wanneer ze zich meer met fictie inlaten. Het voedt hun empathie, hun verbeelding. Het stelt hen in staat het menselijke handelen beter in te schatten. Uiteraard is het belangrijk ook onderzoeken, een academische opleiding en betrouwbare statistieken achter de hand te hebben, maar dat mag niet doen vergeten dat alle politieke beslissingen uiteindelijk hun weerslag hebben op mensen. En dat elke menselijke beslissing hoe dan ook beïnvloed wordt door het mensbeeld van wie handelt.
Kortom, wie beweert dat we de economie kunnen rechttrekken, onze levenskwaliteit kunnen verhogen, de pensioenen rechtvaardiger doch betaalbaar kunnen maken of energie voor iedereen te garanderen, en dat te doen door zich enkel op tabellen te baseren, die dwaalt.
Het is evenwel lastig op zulke thema’s tot het mensbeeld van de politicus of opiniebraker in kwestie te komen. Daarom een thema waar we als samenleving veel te veel mee worstelen, wat overigens meteen wijst op het feit dat zich hier iets belangwekkends afspeelt: misdaad en straf. Gevangenen.

Spreken we dan niet over misdaden, misdadigers, processen? Integendeel: we zijn er verlekkerd op. Gebeurt er een drama waarbij meerdere doden vallen, dan wijden kranten er de volgende dagen meer pagina’s aan dan binnen dat tijdsbestek redelijkerwijze aan kwaliteitsvolle artikelen kan worden geproduceerd. Extra journaals vallen de ether binnen, dezelfde fragmenten worden eindeloos herhaald.
En iedereen is verontwaardigd. "Hier zijn geen woorden voor."
Dat is waar. Voor sommige daden zijn geen woorden. Alleen zeggen we wel dat er geen woorden zijn, we doen met z’n allen wel alsof dat toch het geval is. Over moorden bericht men zoals over de Wetstraat: als een spel. Met duidelijke personages, een vast verhaalverloop en na een uitgesponnen assisenproces een langverwachte ontknoping: de veroordeling en het uitspreken van de straf.
En de dader? Die is zelden iets anders dan een monster, een onmens, een wezen dat verder van ons afstaat dan plankton of orchideeën. Hij wordt beschouwd als dat wat ons ontkent, als een andere soort. En dat is gevaarlijk. Wat het ís geen andere soort. Hoe afgrijselijk de misdaad ook is, elke mensendaad zegt iets over de mogelijkheden van onze soort. Tot welke hoogtes we kunnen reiken. Maar ook in welke troggen we kunnen vallen.

Door die hysterische focus op smeuïge verhalen van zeldzaam gruwelijke misdaden, is alle openbare empathie met gevangenen weggedeemsterd. Met álle gevangen, ook die overgrote meerderheid die helemaal geen kinderdagverblijf gewapend is binnengevallen. Enkele bewonderenswaardige televisieprogramma’s ten spijt is er geen manier waarop we gevangenen nog als mensen zien.

Vanzelfsprekend is het niet zo dat politici bij dit alles geen degelijk oordeel of gevoel bij kunnen hebben; velen trekken zich heus wel iets van mensenrechten aan, zijn zich bovendien bewust van het mensbeeld dat hun denken bepaalt. Alleen is er die bestendige schrik om een onaantrekkelijke strijd aan te gaan zonder enig winstvoordeel in het vooruitzicht.
Jammer. Met een beetje moed kan het debat ontiegelijk waardevoller worden, kunnen discussies beter gekaderd worden binnen het mens- en maatschappijbeeld die de standpunten sturen. Daarenboven kan een duidelijk hoewel misschien gecontesteerd standpunt, wars van alle marktonderzoeken, best aan populariteit winnen. Te gemakkelijk gaan opiniemakers ervan uit dat ze meerderheidsopinies, marktonderzoeken, de vox populi moeten volgen in plaats van het draagvlak te verbreden van minder evidente ideeën.
Het idee, bijvoorbeeld, dat gevangenen niet minder mens zijn omdat ze een straf uitzitten. Dat de wijze waarop een land zijn gevangenen behandelt, een graadmeter is voor de menswaardigheid van het hele beleid. Het idee dat mensen achter tralies zetten als passe-partout-straf een middeleeuwse praktijk is. Dat gevangenen één van de groepen mensen zijn die de minst hoorbare stem hebben. Het idee dat we mensen niet in goed en slecht moeten verdelen. Dat slechts handelingen zo’n predikaat zouden kunnen krijgen. Het idee dat de brave buur dichter bij de gevangene staat dan hij denkt. Dat meer zaken ons verbinden dan dat ze verschillende mensensoorten van ons maken. Het idee dat het ‘kwaad’ zelden des duivels is, maar een uitwas of symptoom van de precieze maatschappij waarin het zich voordoet. Dat zichtbare, eenduidige misdaden als een messteek of inbraak niet erger zijn dan de onzichtbare, systemische praktijken die massaal onrechtvaardigheid reproduceren. Het idee dat niet alles vooruit hoeft te gaan, dat stilstaan en ergens de vinger net niet op kunnen leggen verrijkend kan zijn. Het idee dat ook onbegrijpelijke, onbeschrijfbare tot zelfs schier onbedrijfbare daden bij ons samenleven horen. Dat mensenlevens niet parafraseerbaar zijn.
Het idee dat een gedicht van buiten kennen mag. Dat het niet moreel goed of slecht is, maar mag, dat het mag, zonder meer. Dat niet elke taal helder en transparant hoeft te zijn. Het idee dat haperingen mogen, ons soms verplichten na te denken.

Pastor of curiosum. Wie gevangenen verdedigt moet één van beide zijn. Of gewoon een beetje durf hebben, natuurlijk.

Simon HORSTEN
2e laureaat Emile Zola-prijs, editie 2014

Samenleving en politiek, Jaargang 21, 2014, nr.2 Bijlage (februari), pagina 13 tot 19

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk