(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Duitsland en het einde van de Europese Unie

februari 2014
Todts William
2014

Duitsland en zijn kanselier zijn niet te stuiten. Of het nu de Eurocrisis is, het arbeidsmarktmodel of de transatlantische betrekkingen; het is al Duitsland wat de klok slaat. Duitsland lijkt helemaal terug van weggeweest.

Alleen is Duitsland natuurlijk nooit echt weggeweest. Duitsland speelt sedert de jaren ’60 van de 19de eeuw de hoofdrol in de Europese geschiedenis. Je zou zelfs kunnen zeggen dat geen land de geschiedenis van het moderne Europa zo bepaald heeft als Duitsland.

Duitsland is vandaag goed op weg opnieuw de leidende Europese macht te worden en getuige de afwikkeling van de Eurocrisis is het dat eigenlijk al. De groeiende macht van Duitsland gaat ook gepaard met de neergang van haar traditionele evenknie Frankrijk en totale crisis in landen als Italië en Spanje. Het Verenigd Koninkrijk lijkt dan weer vooral begaan met het zoeken naar de uitgang terwijl Polen nog lang geen geloofwaardige partner is.

De hervonden kracht van Duitsland is een enorme uitdaging voor de naoorlogse schikking in Europa en niets verzinnebeeld dat naoorlogse pact meer dan de Europese Unie. Het is de Europese eenmaking die Duitsland toeliet opnieuw een normaal en welvarend land te worden en die Frankrijk verzoende met de aanwezigheid van een gelijkwaardige partner/concurrent op het continent. Van die gelijkwaardigheid is vandaag weinig meer over en de angst voor een Duits Europa groeit.

De historische betekenis van de "nieuwe Duitse vraag" is groot. Nooit eerder slaagde Europa er in een sterk, eengemaakt Duitsland op vreedzame manier in de pas te doen lopen en ook nu is er een groot risico dat het de verkeerde kant opgaat. De prijs voor het heropflakkeren van oude vetes en het falen van het Europees project zou buitengewoon groot zijn. Honderd jaar na het begin van de Groote Oorlog is het dan ook tijd ons te bezinnen over hoe het verder moet met Europa en hoe we de oude demonen definitief kunnen begraven.

HET OUDE DUITSLAND EN HET OUDE EUROPA

Dat Duitsland vandaag een leidende rol speelt in Europa is eigenlijk niet verwonderlijk. Het was voor 1990 al een van de, vooral economisch, sterkste EEG-landen en werd na de moeilijk verteerde Wiedervereinigung, zij het met enige vertraging, onbetwist het grootste, rijkste en sterkste EU-land. Duitsland is de laatste 20 jaar ook terug een normaal land geworden dat zijn belangen zonder veel complexen of schaamte verdedigt. De Bondsrepubliek heeft niets weg van het oude Duitsland en is er in vele opzichten de antipode van. Het is vandaag, in de woorden van historicus Timothy Garton Ash, "beschaafd, vrij, welvarend en deugdzaam; kortweg, ‘de banaliteit van het goede’". Het heeft ook nauwelijks problemen met zijn buren. Niet zo lang geleden zei de Poolse minister van Buitenlandse Zaken dat hij "minder bevreesd is van de Duitse macht dan van hun gebrek aan actie". Dat was niet altijd zo.

In 1870 ontstond uit de veelheid van Duitse steden, landen en culturen voor het eerst een Duitse natiestaat. De Duitse eenmaking was geen democratische revolutie maar het gevolg van een ongeëvenaard staaltje realpolitiek en militair machtsvertoon van de Pruisische ultrareactoniair Otto von Bismarck. In plaats van het gezapige en militair zwakke Habsburgse rijk ontstond er een militaire en gauw ook economische reus in het hart van Europa.

Het Keizerrijk was groot, sterk en ambitieus maar had ook beperkingen. "Te groot voor Europa, te klein voor de wereld" zegt Kissinger daarover. Maar de erg steile en erg geweldadige opgang van Duitsland zorgde bij traditionele grootmachten zoals het Britse Rijk, Frankrijk en het Russische Tsarenrijk wel voor angst.

Duitslands buren vreesden weggevaagd te worden door een alsmaar sterker Duitsland en verenigden en bewapenden zich. Duitsland vreesde dan weer een alliantie van zijn alsmaar sterkere vijanden. In de jaren voor 1914 suggereerden Duitse generaals meermaals een preventieve aanval op Frankrijk en Rusland "voor het te laat was". Het interessante is dat het Duitse rijk helemaal niet in staat was de wereld over te nemen maar dat het door zijn positie en militair-economische kracht toch erg bedreigend was. "Te zwak om echt te domineren maar te groot om zich in te houden", zo omschreef Ludwig Dehios de ‘halfhegemonische’ positie van Duitsland. De gevolgen zijn bekend.

Uiteraard is er ondertussen veel veranderd en de herinnering aan de twee wereldoorlogen die het oude Europa vernietigden is nog levendig. En toch, in Europa is de geschiedenis nooit ver weg. Het is een continent waar de oude "demonen alleen maar slapen" zoals Jean-Claude Juncker onlangs zei. De Eurocrisis heeft de invloed en rol van Europa veel sterker gemaakt en de strenge economische recepten die Duitsland, via Europa, oplegt aan de schuldenlanden, leiden tot massale verontwaardiging die vooral in Zuid-Europa een duidelijk anti-Duits karakter aanneemt. In de Europese Unie leidt dit alles tot een nieuwe situatie die het naoorlogse evenwicht aan het wankelen dreigt te brengen.

HET NAOORLOGSE PACT

Toen in 1945 Nazi-Duitsland verslagen was, lag Europa in puin. De eeuwige rivaliteit tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland had tot twee werelbranden geleid en hoewel er over de Eerste Wereldoorlog nog te discussiëren viel, was de schuldvraag voor WOII eenvoudig: Duitsland had de wereld (opnieuw) naar de afgrond geleid.

Toch besloot men dat het land mocht voortbestaan - zij het dan in twee delen. Dat was lang niet vanzelfsprekend, denk bijvoorbeeld aan het Morgenthau-plan om Duitsland tot een pastorale economie te herleiden; (West-)Duitsland mocht welvarend en sterk zijn (handig in de strijd tegen de Sovjets) maar het moest zichzelf ook aan banden leggen. Het nieuwe Duitsland was federaal, gestoeld op een strenge grondwettelijke orde en had geen offensief leger. Bovendien werd Duitsland vanaf de jaren 1950 ingebed in Europese structuren, eerst het kolen-en staalpact dat Frankrijk feitelijk medezeggenschap gaf over (militair) vitale Duitse sectoren en later de Europese Gemeenschap. Duitsland liet zich aan banden leggen omdat dit haar normalisering bevorderde. De onwaarschijnlijke barbarij van de Nazi’s zou nooit vergeten worden en kon alleen vergeven worden als Duitsland zich uiterst inschikkelijk toonde.

Duitsland speelde in de daaropvolgende decennia een centrale rol in de creatie van het huidige Europa. Het gaf het een munt, een centrale bank en een monetaire en budgettaire unie die weliswaar op haar leest gestoeld waren maar toch grote voordelen hadden voor andere landen. Duitslands inschikkelijkheid en bereidheid om de portefeuille boven te halen lag ook aan de basis van heel wat Europese akkoorden. Duitsland betaalde en gaf toe omdat het wist dat alleen in Europa Duitsland sterk, welvarend en normaal kon zijn.

Ondanks alle Duitse inspanningen kon de Duitse eenmaking na de val van de Berlijnse Muur op heel weinig enthousiasme rekenen in Parijs, Londen en Warschau. We zijn dat uiteraard vergeten vandaag maar Thatcher en Mitterand hebben die eenmaking actief proberen verhinderen. Ook de Nederlandse premier Ruud Lubber vroeg zich af of het "op basis van het verleden opportuun is dat Duitsland opnieuw één wordt?" En toen de eenmaking uiteindelijk een feit was zei Thatcher wat velen wellicht stilletjes dachten: "we hebben de Duitsers twee keer verslagen en nu zijn ze (weer) terug."

Maar Duitsland moest wel een zware prijs betalen. Mitterand en Andreotti dwongen Kohl om in ruil voor een eengemaakt Duitsland de Deutschmark op te geven en deel te nemen aan een monetaire Unie. Vandaag is het bon ton om de Euro als een Duits project af te doen dat vooral goed is voor de Duitse economie maar dat klopt niet helemaal. Helmut Kohl duwde de eenheidsmunt door, zoals hij zelf zei "als een dictator", tegen de wil van zijn centrale bank en de meerderheid van de Duitsers omdat hij begreep dat het de te betalen prijs was.

DE AUTOKANZLERIN - DEUTSCHLAND ÜBER ALLES?

Het eengemaakte Duitsland werd in de volgende jaren geleidelijk ook een normaal land. Zijn welvarende, goed opgeleide en zelfbewuste bevolking schaamt zich bijvoorbeeld niet langer om bij voetbaltoernooien de Duitse vlag uit te halen en het volkslied luid mee te kelen. Begrijpelijkerwijs verwacht de Duitse pers en industrie dat haar regering haar macht en zelfvertrouwen etaleert in het buitenland en dat het de Duitse belangen veilig stelt.

Maar wanneer Duitsland zich in de EU als een normaal land gedraagt, veroorzaakt dat deining, deels omwille van de geschiedenis maar ook en vooral omdat Duitsland gewoon groter en sterker is dan alle andere landen. Zoals gezegd geldt dat heel duidelijk voor de Eurocrisis waar Merkels miljarden de wet en het tempo dicteren in de Raad van regeringsleiders.

Maar de baas zijn is iets waar je snel aan went en de dominantie van Merkels Duitsland laat zich ook op andere niveaus voelen. Op het niveau van de ministers (de Raad) is Duitsland slechts één van de groten samen met Frankrijk, Italie, het VK, Polen en Spanje. Hier kan Duitsland wel weggestemd worden en is er meestal geen nood aan extra Duits geld om de machine te smeren.

Een recent dossier in die Raad van ministers geeft een goed idee van wat er kan gebeuren als Duitsland zich op dat niveau als een ‘normaal’ land gedraagt.

De EU bespreekt sinds een jaar en half CO2-normen voor nieuwe wagens.

Maandenlang hadden Duitse functionarissen voorstel na voorstel gedaan om de wetgeving te hertekenen zodat BMW en Mercedes een uitzonderingsregime zouden krijgen. Keer op keer waren die voorstellen afgewezen door andere landen, door de Commissie en door het Europees Parlement. Uiteindelijk sloot het Iers raadsvoorzitterschap eind juni een akkoord met Parlement en Commissie dat nauwelijks rekening hield met de Duitse eisen. 

Gezien het totale gebrek aan steun adviseerden de Duitse vertegenwoordigers in Brussel Berlijn om door de zure appel te bijten. Volgende keer beter.

Maar in Berlijn werd Angela Merkel bestookt met telefoontjes van de CEO’s van BMW en Mercedes. "Dat het een schande was en dat ze dit echt niet kon laten passeren". Ook in de pers schreeuwde de autoindustrie moord en brand. Met de verkiezingen in aantocht leek het Frau Merkel verstandig de noodkreten van haar premiumvrienden, die haar partij rijkelijk sponsoren, ter harte te nemen.

Normaal gezien moest het gesloten akkoord de volgende dag door de EU ambassadeurs bevestigd worden – een formaliteit – maar op aangeven van frau Merkel werd het hele Duitse staatsapparaat gemobiliseerd om die stemming te verhinderen. De Ierse premier, de voorzitter van de Raad, kreeg Merkel persoonlijk aan de lijn en werd herinnerd aan zijn financiële situatie. Hetzelfde spel werd gespeeld met Portugal dat al maandenlang op de rand van het bankroet balanceerde en met Tsjechië, Hongarije en Slowakije waar de Duitse autoindustrie sterk aanwezig is. Zelfs in België waren er pogingen om de gematigd groene positie te veranderen. Maar de Vlaamse regering, die op de Duitse lijn zat, stootte daarbij, net zoals in de weken en maanden ervoor, telkens op de andere regio’s en federale regering. Een onverhoopt voordeel van onze complexe staatstructuur.

Ook Donald Tusk, Mark Rutte en David Cameron kregen persoonlijke telefoontjes van de Kanselier. Tusk had als Pool weinig aanmoediging nodig om een klimaatwet te torpederen, Rutte voelde zich dusdanig vereerd door het telefoontje dat hij het Nederlandse beleid van de laatste 10 jaar omgooide en Cameron zag een kans om een dealtje te sluiten om zijn vrienden in de City te plezieren.

Met een mengeling van dreigementen en beloften bereikte Merkel het beoogde doel. De volgende dag besloten EU ambassadeurs, met het schaamrood op de wangen, dat het inderdaad goed was om "het akkoord eerst nog eens in detail te bestuderen". Stemming uitgesteld dus.

De reactie in EU middens was overweldigend negatief. Woorden als "bulldozertaktieken", "Diktat", "verlies van soevereniteit" waren niet van de lucht. Dit had men nog nooit meegemaakt. Maar Merkel versaagde niet. De stemming werd over de Duitse verkiezingen getild, erna nogmaals uitgesteld en toen me een Duitse diplomaat vroeg naar de reden voor dit alles zei hij doodleuk dat "Duitsland pas een stemming zal toelaten, wanneer het zeker is die te kunnen winnen".

Op 14 oktober 2013 haalde het zijn slag finaal thuis. Drie maanden nadat het akkoord gesloten was, verklaarden EU ministers voor de camera’s dat er inderdaad wijzigingen nodig waren. Klimaatcommissaris Hedegaard sprak verslagen van "een verbijsterend stukje Realpolitik" en de Italiaanse minister vroeg zich openlijk af waarom Duitsland zich niet gewoon bij democratische beslissingen neerlegt zoals Italië al zo vaak had moeten doen. Een dikke maand later werd een nieuw akkoord gesloten dat wel naar de zin van de Duitse industrie was.

Voor de goede verstaander was het duidelijk: in Europa worden geen akkoorden zonder Duitsland gesloten.

DE ONMOGELIJKHEID VAN EEN DUITS EUROPA

Duitsland kent zich dus een universeel vetorecht toe. Maar aangezien dat vetorecht nergens neergeschreven is, kan het enkel in stand gehouden worden met brute macht. Het autoverhaal en de Eurocrisis tonen aan dat Duitsland deze macht heeft.

Maar de Duitse dominantie heeft een belangrijke politieke prijs. Een land als Frankrijk heeft het Europese project altijd gesteund omdat het een mogelijkheid was om Duitsland ongevaarlijk te houden en met Duitse steun een leidende rol in Europa en de wereld te spelen. Wanneer Frankrijk keer op keer op de grenzen van zijn eigen macht en de schijnbaar grenzeloze Duitse macht stoot, zal heel snel de vraag rijzen of het Europese project nog wel in het belang van Frankrijk is en of het wel een goed idee is om zich te engageren in een Europa dat door en voor de Duitsers gerund wordt.

Dat gebeurt nu al: Marine Le Pen scheert hoge toppen in de peilingen met een discours dat naast migranten ook het ‘Duitse’ Europa verkettert en pleit voor een terugkeer naar de Franc. Ook langs linkerzijde is de kritiek fel. Melenchon, ooit een overtuigd federalist, pleit vandaag voor de ontbinding van de EU. Zelfs bij de regerende PS is er veel gemor. Zo moest premier Ayrault onlangs ingrijpen om de troepen duidelijk te maken dat het even genoeg was met anti-Duitse retoriek.

De gepercipieerde hegemonie van Duitsland zorgt ook in andere Zuid-Europese landen voor onrust. Het tumult en protest in de straten vindt zijn weg naar de hogere politieke echelons, getuige Silvio Berlusconi’s (erg succesvolle) anti-Duitse verkiezingscampagne of de beelden van Grieken en Cyprioten die Merkel voor nieuwe Hitler uitmaken. De bekende Duitse socioloog Ulrich Beck schrijft hierover dat de crisis heel duidelijk een Duits Europa creëerde dat slechts bij elkaar blijft omdat we zo bang zijn voor het alternatief: de totale chaos. Maar hoe langer de crisis duurt, hoe aantrekkelijker radicale alternatieven zullen worden.

HEGEMOON TEGEN WIL EN DANK

Ironisch genoeg is Duitsland, zoals Timothy Garton Ash terecht schrijft, een erg aarzelende leider. De Bondsrepubliek is niet op de resten van het oude Reich gebouwd, het is een compleet nieuwe constructie en in vele opzichten is het een radicale afwijzing van de Duitse Sonderweg tussen 1870-1945. In Europa is Duitsland een weifelende leider en Angela Merkel is in vele opzichten de personificatie van het weifelende Duitse leiderschap. Stapje voor stapje, achterom kijkend, het onafwendbare aanvaarden is het patroon van de Duitse Eurodiplomatie. Bezwaarlijk het gedrag van een agressieve hegemoon.

Duitsland is ook niet zo verpletterend sterk als wel gedacht wordt. Duitsland doet het goed, heeft gezonde financiën, een lage werkloosheid en een sterke industrie maar het heeft ook een heel snel verouderende bevolking, een grote kloof tussen arm en rijk en is structureel ongeschikt voor het soort van voluntaristisch, aggressief leiderschap dat aan haar toegeschreven wordt. In vele opzichten is de grondwet van 1949 nog steeds de beste grendel op de Duitse macht.

Duitsland doet op zich ook niets bijzonders. Franse, Britse of Italiaanse politici moeten heus niet voor Duitsers onderdoen wat betreft het onvervaard verdedigen van nationale belangen. Het verschil is, en dat blijkt uit de Eurocrisis maar ook en vooral uit het autoverhaal, dat Duitsland vandaag zo’n macht heeft dat het als het grof geschut boven haalt, het zaken kan bewerkstelligen waar andere EU landen alleen van kunnen dromen. Bovendien is het misschien ook wel waar dat Duitslands diplomatieke traditie iets minder subtiel is dan die van andere grootmachten.

Maar in andere landen wordt Duitsland meer en meer gezien als een Teutoonse bullebak. Sinds François Hollande in Frankrijk aan de macht is, lijkt de Frans-Duitse motor stilgevallen. Hollande overlegt met Spanje en Italië en probeert een tegengewicht te vormen voor de Duitse dominantie en visie op wat nodig is voor economisch herstel van de Eurozone. Misschien dat Hollande nog bijdraait en de Franse motor terug nieuw leven probeert in te blazen maar de fictie dat Frankrijk en Duitsland gelijken zijn is definitief doorprikt.

Voor Merkel is dat geen goed nieuws. Ze mag dan wel bevrijd zijn van de obligate onderonsjes met Hollande maar zonder de steun van Frankrijk zal het veel moeilijker zijn de Duitse belangen te verdedigen en er dient zich zo gauw geen nieuwe kandidaat aan voor een speciale relatie. Het VK keert zich alsmaar meer af van Europa en Polen is nog veel te onervaren en zwak om mee de zaken te bestieren. Een geïsoleerd Duitsland zal vaker beroep moeten doen op buitengewone maatregelen om zijn belangen veilig te stellen en moet zich veel krachtiger opstellen. Dat dit problematisch is ontging ook Jürgen Habermas niet die onlangs waarschuwde dat "Duitsland zijn belangen enkel ongeremd kan nastreven indien haar partners op geen enkele wijze twijfelen aan haar Europese loyaliteit".

Duitslands grote macht zaait die twijfel en is dan ook tegelijk haar grootste zwakte. Het brute optreden van Duitsland verontrust de Fransen en Italianen die vrienden zoeken om zich tegen Duitsland te verzetten. Wat in Duitsland dan weer leidt tot het gevoel dat ze gefnuikt worden en enkel goed zijn om op te draaien voor de wanpraktijken van zuiderse potverteerders. Zo werd het autoverhaal in Duitsland consequent voorgesteld als een strijd tussen de performante Duitse auto-industrie en de falende kleinwagenproducenten uit het Zuiden. Dit alles leidt tot een sterkere roep om krachtig Duits beleid, wat dan weer op zijn beurt tot een groeiend nood aan anti-Duitse allianties leidt, enzovoort enzoverder.

In 1914 culmineerde dit spel van Europese angst en wantrouwen in de Groote Oorlog. Zo’n vaart zal het deze keer wel niet lopen. Maar een fundamenteel wantrouwen tussen Europese naties op een moment dat de Unie onaf en in crisis is, brengt het voortbestaan van de Unie en zeker de Eurozone in gevaar. Ook de democratie staat onder druk. Denk bijvoorbeeld aan de situatie in Griekeland waar, mochten er nu verkiezingen gehouden worden, de "pro-Europese" regering weggevaagd zou worden door het extreemlinkse Syriza dat wellicht voor de Grexit zou kiezen. In die omstandigheden is een staatsgreep niet ondenkbaar. Ook in andere landen maken radicale elementen opgang. Een verlamd en afbrokkelend Europa zal zulke elementen nog veel meer vrij spel geven en dreigt de democratische vooruitgang van de laatste 20, 30 jaar volledig teniet te doen.

Maar zelfs als de dingen niet verschrikkelijk uit de hand lopen kan Europa het zich niet permitteren om stil te staan. Er zijn een rist aan moeilijke beslissingen nodig om de Eurozone structureel te versterken, de Zuid-Europese economieën erbovenop te helpen en tegelijkertijd de schulden af te bouwen. Dat zullen vaak onpopulaire beslissingen zijn en ze zullen veel politieke moed vergen. Als er twijfel heerst over de geopolitieke wijsheid van een sterker Europa en men slechts vreest de hegemonie van Duitsland ermee te versterken, wordt het nagenoeg onmogelijk vooruitgang te boeken en dreigt een potentieel fatale inertie.

EEN NIEUW EUROPA VOOR HET NIEUWE DUITSLAND

Hoe kunnen we vermijden dat de Duitse kwestie Europa opnieuw naar de afgrond leidt? Deels moet Europa verder op de ingeslagen paden. We moeten leren van Mitterand en Kohl en het sterkere Duitsland nog verder inkapselen in Europa. De oplossing ligt erin Duitslands reële macht te erkennen en institutionaliseren maar ook aan banden te leggen. Het erkennen van Duitslands relatieve macht, bijvoorbeeld door het meer zeggenschap (stemmen) te geven in de Raad, moet gepaard gaan met duidelijke en afdwingbare regels om te vermijden dat Duitsland buiten de lijntjes kleurt als het zijn zin niet krijgt. Voor Duitsland heeft dit als voordeel dat zijn macht minder bedreigend, en dus effectiever wordt terwijl het voor Frankrijk en de anderen de enige manier is om Duitsland aan banden te leggen zonder de rivaliteit al te zeer op de spits te drijven. Voor België, traditioneel de speelbal van de Europese Groten en een van de grote begunstigden van de Europese integratie, is zulk een vergelijk uiteraard extra belangrijk. We moeten hier niet te lang mee wachten. Hoe dieper de crisis snijdt in de welvaart en het wederzijds vertrouwen, hoe moeilijker het zal zijn.

Er zullen ook bestuurlijke kwesties opgelost moeten worden. Meer zeggenschap voor Europa is één zaak, hoe Europa beslissingen neemt is een andere zaak. De zogenaamde intergouvernementele methode waarbij de lidstaten (de Raad) min of meer consensueel beslissingen nemen, al dan niet bij meerderheid, leidt per definitie tot de dynamiek van een diplomatieke conferentie. Het is die dynamiek, die Realpolitiek, die Duitsland vandaag zijn buitensporige macht geeft en die politieke kwesties haast per definitie nationaliseert. In deze permanente diplomatieke conferentie moeten Duitslands partners erop rekenenen dat Duitsland zich terughoudend gedraagt en niet haar volle gewicht doet gelden. Dat is hoogst riskant.

In het Europees Parlement is dat anders. In het autoverhaal werden de onderhandelingen voor het Parlement geleid door een partijgenoot van Merkel. Dat belette hem niet een compromis te sluiten met andere politieke groepen en de positie van Parlement loyaal te verdedigen. Zoals gezegd steunde deze CDU partijgenoot de deal die Merkel twee dagen later liquideerde. Niet omdat hij minder sympathie heeft voor BMW en Mercedes maar omdat zijn positie in het Parlement hem nu eenmaal niet toeliet puur Duitse belangen te verdedigen. De parlementaire democratie mag dan wel vele gebreken hebben; ze heeft ook een belangrijke voordelen in vergelijking met een Raad van nationale regeringen. Het Europees Parlement blijft de enige transnationale/federale instelling die de nationale tegenstelling op democratische wijze overstijgt. Dat kan van de Commissie niet gezegd worden. Een meer transnationale/federale ordening lijkt momenteel politiek bijzonder moeilijk en de zaken evolueren eerder in de andere richting. Toch blijft het een van de meest beloftevolle opties om uit het moeras van de laatste jaren te geraken.

TOT SLOT

In 2014 zal Europa de Eerste Wereldoorlog herdenken. We zullen onszelf ongetwijfeld afvragen hoe het zo verschrikkelijk is kunnen misgaan, treuren om de miljoenen mannen die zinloos de dood ingejaagd werden en we zullen ons op de borst kloppen dat dit nu niet meer zou kunnen gebeuren. De dwaze koningen, keizers en generaals van 1914-18 zijn verdwenen en er heerst al 60 jaar vrede en welvaart in West-Europa. Maar het verleden is nooit helemaal dood en blijft bij ons als een constante herinnering aan de fouten van onze voorouders. We zouden er dus goed aan doen ons niet al te zeer op de borst te kloppen en lessen te trekken uit dat verleden. Het zou immers niet de eerste keer zijn dat we vertrokken zijn voor een march of folly zonder het zelf te beseffen.

Het Europese project is een van de meest ambitieuze politieke projecten uit de wereldgeschiedenis en ondanks de averij die Europa de jongste jaren opliep, blijft het een erg succesvolle onderneming. Alleen al de succesvolle integratie en democratisering van ex-dictaturen uit Zuid- en Oost-Europa is een weergaloze prestatie. Bovendien waren Europeanen nooit in de geschiedenis zo verbonden, welvarend en vrij als vandaag. We moeten er dus over waken dat het werk van vele generaties Europeanen niet verloren gaat. Dat kan alleen door Europa te doen evolueren en Duitsland een nieuwe plaats te geven. In dit door oude demonen en geschiedenis getergde continent is dat een uiterst moeilijke opgave en bovendien een uitdaging waar onze voorouders meermaals de tanden op stukgebeten hebben. Zover mag het deze keer niet komen.

William TODTS
3e laureaat Emile Zola-prijs, editie 2014

Samenleving en politiek, Jaargang 21, 2014, nr.2 Bijlage (februari), pagina 20 tot 29

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk