(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Een kruistocht van moraalridders

De ene scheiding van kerk en staat is blijkbaar de andere niet. Toen enkele senatoren van verschillende partijen een tekst onderschreven waar werd gepleit voor een ‘absolute’ scheiding van kerk en staat werd er een nieuwe dimensie aan het begrip verbonden. Ja, ik las het goed; absoluut, ook wel eens onverbiddelijk, puur en zuiver genoemd. Met andere woorden; een scheiding waar geen speld tussen te krijgen is. Of we hier dan nog wel spreken over een scheiding of over een ingebeelde muur laten we hier terzijde. Wat opmerkelijk is, is met welk dogmatisme de heren en vrouwen senatoren uitpakten. Geen kruisbeelden op kerkhoven of centrale publieke plaatsen, een algemeen hoofddoekenverbod voor iedereen in openbare dienst en last but not least een komaf met het al te symbolische Te Deum. Zelfs de Apostolische Nuntius, de ambassadeur van de Heilige Stoel in ons land, werd er bij gesleurd. Niemand die de mens kent en toch al publiekelijk met de vinger gewezen. Je moet het ze wel nageven, die senatoren; lang geleden dat we ze nog zo consequent hebben geweten. Het doet ergens wel denken aan de beeldenstorm, maar dan zonder al te veel storm. 

Want dit verhaaltje, of moeten we het schertsvertoning noemen, duurde natuurlijk niet al te lang. De Waalse groenen distantieerden zich al vlug waarna ook de Vlaamse liberalen plots verzonken in vaag gewauwel. Alleen de indiener zelf, Philippe Mahoux, bleef trots rechtop, maar helemaal alleen, zijn wetsvoorstel steunen. Boeken toe, zou men dan zeggen. Goed voor de archieven van de Wetstraat, maar nu terug naar de real business van het alledaagse politieke werk. Dit alles in de veronderstelling dat deze vertoning beschouwd kan worden als een alleenstaand feit. Dat is het natuurlijk allesbehalve. De laatste jaren bemerken we namelijk een stroom van wetsvoorstellen en publieke oproepen die in meer of mindere mate de relatie tussen staat en religie moesten vastleggen. Opmerkelijk is hoe men in deze ‘problematiek’ te werk gaat. Bij iedere blijk van een godsdienstige en culturele dimensie, hijst men de witte vlag. Net zoals een land als Zwitserland in een waar spelletje keer op keer de eeuwige neutraliteit predikt, lijken ook de Belgische politici dit nietszeggende begrip te hebben ontdekt.

Neutraliteit binnen maatschappelijke thema’s is echter niet meer dan een illusie. Een ware waanvoorstelling van politici die zichzelf iets aanpraten. De selectie en presentatie van feiten gebeurt namelijk altijd binnen een ideologische en culturele standplaatsgebondenheid.1Een neutraal standpunt is dan ook onmogelijk en dat vooral binnen een zwaar geladen onderwerp als de verhouding tussen religie en staat. Openheid over het standpunt zou dan ook eerlijker zijn dan de pretentie een neutraal standpunt te schrijven.2 Het  zou zoveel zaken onthullen. Dat de witte vlag helemaal geen witte vlag is, maar een fel gekleurde en dat het hierboven beschreven debat verwordt tot een onbeschaafd spelletje met verschillende maten en gewichten.

WE MOETEN GEEN RELIGIEUZE GEBEDEN? 

Nog geen week na de senatoren verscheen een nieuwe acteur ten tonele in dit drama. Het was Yilmaz Centurk, de Beringse ondervoorzitter van de Fatih Moskee, die luidsprekers aan zijn minaret wou hangen. De luidsprekers moeten dienen om de muezzin - die de gelovigen oproept tot het gebed - ook in de straten hoorbaar te maken. Dit zou geen probleem mogen zijn werd gesteld, in Genk roept de muezzin op dezelfde manier al 27 jaar op tot het gebed. ‘s Morgens doen ze dat zelfs heel stil. Als dat geen teken van burgerlijke moedwilligheid is. Ook het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding ontving deze oproep met onverbeten standvastigheid. Klokkengelui zou immers dezelfde uiting van religie zijn en in de grondwet staat vrijheid van godsdienst. Het Centrum hoopte dan ook dat het stadsbestuur twee keer nadenkt bij haar antwoord, want een verbod op de muezzin betekent ook dat de eigen vrijheden worden beknot.

De boeken waren ook hier al lang gesloten, ware het niet dat sommigen zich opmerkelijk vlug op hun tenen getrapt waanden. Gaande van reacties van Berings raadslid Jan Vanhamel “Een luidspreker? Dat gaat net iets te ver” over een negatief advies van Marino Keulen tot een snedig “ik provoceer terug door de afbraak van de minaretten te eisen” van een Vlaams Belang raadslid. Reacties die niet mis te verstaan zijn en het stadsbestuur ligt dan ook al weken onder vuur. Wat bijna een geklonken zaak was, is uitgegroeid tot een heel gevoelig dossier waar voorlopig nog geen uitspraak over is. Vooral de intrede van het ‘neutrale’ standpunt (religieuze gebeden moeten niet door de straten galmen) zorgde hier voor de nasleep. Dit standpunt is nergens neutraal zolang er klokkengelui uit de kerken weerklinkt.     

WE MOETEN GEEN RELIGIEUZE SYMBOLEN?

Enkele maanden voor het optreden van de senatoren werd al een voorvertoning opgevoerd. Mahinur Özdemir ging namelijk met hoofddoek zetelen in het Brussels parlement en zal zich dat nog lang herinneren. Al vanaf de eerste minuut kreeg ze een gehele lading vuil over haar hoofd. De scheiding van kerk en staat, het einde van de democratie, een verbod voor het dragen van religieuze symbolen, de bulldozer van de neutrale moraalridders zat duidelijk in een hoge versnelling. “Veertig jaar terug in de tijd”3 als we tolereren dat iemand doodleuk met een hoofddoek komt zetelen in ons neutraal parlement! Het dragen van een hoofddoek zou afbreuk doen aan de neutraliteit van een overheid en daarom moet ze worden verwijderd uit het democratische halfrond. Özdemir zelf bleef onder die hele vertoning zeer kalm;”denk je nu echt dat er in Brussel ook maar iemand wakker ligt van mijn hoofddoek?” klonk het. “Van tewerkstelling en betaalbare woningen, ja, maar toch niet van die foulard?”

Wanneer iemand zo overloopt van woede, zoals degenen die het op Özdemirs hoofddoek hadden gemunt, schijnt het bloed naar het hoofd te stijgen. Dan loop je rood aan, maar wordt de blik ook wat wazig. Waarschijnlijk net daarom dat de heren en vrouwen volksvertegenwoordigers niet gemerkt hebben hoe hypocriet hun vertoning wel was. Religieuze symbolen in een halfrond willen verbieden terwijl het in openbare gebouwen en alvast in veel gemeenteraadszalen nog altijd bulkt van Christusbeelden en Katholieke symboliek. Je moet het maar kunnen uitleggen. De Griekse sofisten hadden hier alvast een puntje aan kunnen zuigen.

Het debat omtrent de hoofddoek beperkte zich niet louter tot dit ene feit. Sinds het bekendmaken van het hoofddoekenverbod op twee Antwerpse scholen, woedt een waar debat over een eventueel algemeen hoofddoekenverbod. Na de ambtenaren komen dus hier de leerlingen in het vizier. Het is opmerkelijk hoe men toch altijd komt opdagen met dergelijke wetsvoorstellen wanneer het over ‘vreemde’ religies begint te gaan. Bij ambtenaren jarenlang geen probleem met religieuze en niet ‘neutrale’ symbolen tot de hoofddoek zijn intrede deed. Plots staat iedereen dan op het achterste van zijn tenen. Ook met het hoofddoekverbod in de scholen is het net op dezelfde manier verlopen. Over conservatieve reflexen gesproken of hoe de ‘neutrale’ maten en gewichten toch iets te vaak doorwegen naar een op voorhand gekozen kant. Bart De Wever, voorstander op de eerste lijn van dit verbod, weet er alvast alles van. Hij stelt dat de verantwoordelijken “het recht hebben om in het belang van de harmonie in hun school in te grijpen”.4 Welke harmonie dat dan wel mag zijn is nog onduidelijk, maar dat die in de ogen van de N-VA voorzitter opgebouwd is op Vlaamse normen en waarden staat vast. Het begrip harmonie doet trouwens denken aan Noord-Koreaanse optochten, mooi gesynchroniseerd en gedirigeerd, maar wie uit de pas loopt krijgt het te verduren. Harmonie is als begrip dan ook niet gelijk aan een neutrale situatie. Het duidt eerder op het uitsluiten van excessen dan op het creëren van een vredige situatie. De Wever probeert er verder nog wat rond te fietsen: “Met het gelijke onderwijskansenbeleid dat de Vlaamse overheid sinds 2002 voert, krijgen scholen met veel kinderen van allochtone afkomst heel wat extra middelen”.5 Het is, volgens De Wever, dan ook onverantwoord dat de imam oproept om niet naar school te gaan omwille van een hoofddoekenverbod. Hij vergeet echter dat een poging om godsdienstvrijheid en vrijheid in het algemeen met de voeten te treden niet afkoopbaar is. Het is een ethische kwestie die ver boven praktische argumenten van het Vlaamse onderwijsbeleid uitsteekt. Kansen geven mag net niet gekoppeld worden aan een vraag tot conformeren. “Het denken mag zich nooit onderwerpen, noch aan een dogma, noch aan een partij, noch aan een hartstocht, noch aan een belang, noch aan een vooroordeel, noch aan om het even wat, maar uitsluitend aan de feiten zelf, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken”, stelde ooit Henri Poincaré. Zich onderwerpen aan een ‘harmonieuze’ of ‘neutrale’ uitsluitingmaatregel, zoals het hoofddoekverbod strookt niet met het uitgangspunt van kwalitatief onderwijs.

Het laatste woord over de hoofddoekenkwestie is bij deze dan ook nog lang niet gezegd. Ook hier weer zorgde de intrede van het ‘neutrale’ standpunt (religieuze symbolen horen niet thuis op neutrale grond of in openbare diensten) voor een nasleep. Dit standpunt is nergens neutraal zolang er Latijnse kruizen in openbare gebouwen hangen.

WE MOETEN GEEN RELIGIEUZE GEBOUWEN?

Ruim een week voor het voorstel van de senatoren werd in Zwitserland een bedenkelijk referendum georganiseerd. Meer dan 57 procent van de Zwitsers die deelnamen aan dit referendum stemden voor een verbod op de bouw van nieuwe minaretten. In het door zichzelf als ‘neutraal’ betitelde land wordt daarmee een zoveelste stap gezet in het afbakenen en uitsluiten van tot waar de vreemde religies mogen ‘oprukken’. Opmerkelijk dat een land dat zichzelf constant aandient als voorbeeld van tolerantie, ‘neutraliteit’ en democratie de hoogste muren opwerpt. Ingegeven door angst en xenofobie weren de Zwitsers een veranderend straatbeeld. Welgeteld vier minaretten staan er in het land. Vier! Ter vergelijking; in een stad als Brugge staan al 50 kerkgebouwen.

Ook in België lijkt een minarettenverbod haalbaar. Volgens een enquête wil bijna 57 procent van de Belgen dat er geen moskeeën gebouwd worden in ons land en 61 procent wil er geen in hun buurt.6 Enkele politici zoals Filip Dewinter speelden hier gretig op in. Dewinter stelt dat de overheid gebouwen die de culturele eigenheid van de woonomgeving schaden, moet kunnen weigeren.7 Waarom hij hier kiest voor een begrip als culturele eigenheid is overduidelijk. Het is namelijk zo vaag dat je het altijd en overal kan toepassen en er alles en niets mee kunt bewijzen. Als we specifiek naar religie kijken dan is de opmerking van Dewinter uiterst opmerkelijk. Volgens recent onderzoek beschouwt immers 50 procent van de Vlamingen zich niet langer als gelovig en nog veel meer beschouwen zich niet als Christelijk, laat staan Rooms-katholiek.8 De culturele eigenheid van de Vlaming is dus alvast die als niet-gelovige als we het begrip met die cijfers toepassen. Elk religieus gebouw zou dan ook die veronderstelde eigenheid schaden. Het moet duidelijk zijn dat dergelijke kortzichtige argumentatie alvast nergens uitweg biedt in een maatschappelijke discussie.      

Ook hier weer zorgde de intrede van het ‘neutrale’ standpunt (gebouwen die de culturele eigenheid van de woonomgeving schaden, moeten worden verboden) voor discussie. Dit vage standpunt is in haar doelstelling nergens neutraal zolang religieuze gebouwen sowieso worden getolereerd.

WE MOETEN GEEN RELIGIE?

Wanneer we met al deze vertoningen in het achterhoofd terugkijken naar het voorstel van de senatoren, dan krijgt hun consequente lijn een nieuwe dimensie. Indien we religieuze symbolen verbieden in scholen en openbare diensten dan moeten we immers ook heel wat kruisbeelden wegnemen. Indien we geen luidsprekers aan minaretten tolereren dan moeten we klokkengelui verbieden en kunnen we evengoed het Te Deum mee afvoeren. In al die consequentie zijn we dan wel verplicht de Apostolische Nuntius naar de reservebank te verwijzen. Mahoux is in deze zelfs nog veel te gematigd. Als we het minarettenverbod werkelijk zouden doordrukken dan kunnen we evengoed al beginnen met kerktorens af te breken. Maar willen we wel in zo’n situatie terechtkomen? Willen we wel in zo’n samenleving leven? Als we werkelijk zo ver gaan, als sommige ‘neutrale’ moraalridders met hun weerstand tegen uitgesproken religiën uitwijzen, dan moeten we elke religieuze uiting over dezelfde kam scheren. Is dan nog wel plaats voor het religieuze, het metafysische, in onze samenleving? Door onbekendheid met de werkelijke betekenis wordt de scheiding van kerk en staat vaak en oneigenlijk gebruikt als argument om de religie weg te halen uit het publieke domein.9 Dit is een grove misvatting omdat het consequenties heeft die problematisch zijn.

Het gebruik van een ‘neutraal’ standpunt als dekmantel van een conservatieve beweging is provocerend tegenover diegenen waarop het is gericht. Werken met verschillende maten en gewichten vanuit een soort verondersteld gemeenschapsgevoel kan enkel maar aanzetten tot het terugplooien op zichzelf van de geprovoceerden. Het opleggen van neutraliteit legt kloven open of maakt ze dieper. Bas Heijne: “In een wereld waarin alles algemeen dreigt te worden, ontstaat als vanzelf een behoefte om het eigene te huldigen.” In het debat omtrent religieuze symbolen en andere van dergelijke discussies zien we dat het ‘neutraal’ standpunt altijd leidt tot een grote distantie, tot een fundamentele huldiging van het eigene, in plaats van tot de vredige en harmonieuze samenleving die uiteindelijk de doelstelling was. 

ZINTUIGLIJKE VERBEELDING

De vraag blijft maar of dit rondje muggenziften over religieuze symbolen ons al ooit een stap vooruit heeft geholpen. Niet alleen diept het kloven uit omdat het pure provocatie is, het focust zich enkel op de zintuigen zonder de werkelijke problematiek aan te pakken. Een school zonder hoofddoeken of een straatbeeld zonder minaretten zou blijk moeten geven van integratie. Van een samenleving waar vrouwen niet onderdrukt worden bijvoorbeeld. Een valse hoop, het is niet omdat aan de representatieve laag wordt geschraapt dat gangbare ideeën en uitgangspunten veranderen. Zo is het ook moeilijk te geloven dat iemand in openbare dienst, direct na het afleggen van het kruisteken, elke Katholieke gedachte meteen afzweert. De strategie op zich is dan ook een puur politieke en geen fundamentele: een zintuiglijke verbeelding opzetten om het kiespubliek gerust te stellen. Als dit jaren aan falend integratiebeleid moet toedekken dan hebben we nog een lange weg te gaan.

Toch lopen de ‘neutrale’ moraalridders ons in een ware kruistocht ten onder met hun hoefgetrappel en hun witte vlaggen. Waar hun witte vlag ooit een symbool voor terughoudendheid en bescheidenheid was, is het verworden tot een teken om op te rukken. Waar het wit ervan ooit standvastigheid moest uitbeelden, verwijst het nu naar niets meer dan wat rond gespoten mist. De witte vlag is een vlag van schaamte geworden. Net diegenen die mislukt zijn in het opzetten van kwalitatieve integratie en het net onmogelijk maken door hun constante provocatie, lopen ons nu omver. Neutraal is een modewoord geworden, omdat we er maar niet in slagen om te gaan met de multiculturele samenleving. De moraalridders menen dat de multiculturele problemen rusten in de multiculturaliteit zelve en dat het daarom dan ook gewenst is dat de ’anderen’ zich maar eens aanpassen. De vooropgestelde middelen daarvoor worden alsmaar drastischer, het vriendelijke vragen maakt plaats voor het onverbiddelijke verbod. Het vraagstuk van de multiculturaliteit vraagt echter dringend nieuwe methodes. Het angstvallig vastklampen aan een veronderstelde morele superioriteit kan namelijk nooit rijmen met de dynamiek die een zichzelf ontplooiende samenleving veronderstelt.

Voor al diegenen die een ongedwongen multiculturaliteit verkiezen boven een dirigerende neutraliteit, staat artikel 18 van de universele verklaring van de rechten van de mens nog altijd als een paal boven water. “Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van geboden en voorschriften.” Wie dacht dat dit een verworven recht is, heeft het goed mis. Het wordt alsmaar vaker met de voeten getreden. Argumenten als culturele eigenheid of een harmonieuze samenleving bezitten alvast te weinig grond om dit te doen. België moet beter kunnen. Een scheiding van kerk en staat impliceert geenszins een bannen van religie op zich. Als we niet langer religieuze symbolen tolereren, zelfs in openbare diensten, dan is het totaliserende monotone denken van de neutraliteit compleet. Absoluut is dus geen adjectief voor scheiding van kerk en staat, het behoord voor godsdienstvrijheid te komen. Want alleen in een wereld waarin we het eigene een plaats geven, en dus ook de godsdienstvrijheid erkennen, spreken we van een menselijke en rechtvaardige samenleving.

Neros Draagekreik
Jürgen VANDEWALLE
3e laureaat Emile Zola-prijs 2010

Samenleving en politiek, Jaargang 17, 2010, nr.3 Bijlage (maart), pagina 21 tot 27

Noten
1/ Volgens http://nl.wikipedia.org/wiki/Neutraal_standpunt:  “Veel historici en filosofen betogen dat in de journalistiek en wetenschappen (met name de geschiedschrijving) de selectie en presentatie (woordkeuze) van feiten altijd binnen een ideologisch of cultureel kader plaatsvindt (standplaatsgebondenheid). Een neutraal standpunt zou dus onmogelijk zijn, en openheid over het standpunt eerlijker dan de pretentie een neutraal standpunt te schrijven”.
2/ Zie voetnoot 1.
3/ Naar uitspraak: “CDH draait de klok veertig jaar terug door religie te vermengen met politiek,” van Didier Gosuin (FDF).
4/ Zie artikel: N-VA: “Imam gaat over de schreef in hoofddoekendebat”, DeMorgen, 25/06/09.
5/ Zie voetnoot 4.
6/ Volgens een enquête uitgevoerd door iVOX in opdracht van Le Soir Magazine. Zie artikel: Bijna 60 procent van Belgen wil geen moskeeën in ons land, De Morgen ,08/12/09.
7/ Zie artikel: Vlaams Belang wil moskee-bouwstop, www.filipdewinter.be, 30/11/09.
8/ http://www.brandhome.com/files/PERS/Onderzoek_naar_geloof.pdf.
9/ Volgens http://nl.wikipedia.org/wiki/Scheiding_van_kerk_en_staat.

Emile-Zola-prijs - neutraliteit - religieuze symbolen

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk