(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Hoe representatief is Michel I?

Na maanden van onderhandelen zag de federale regering Michel I het licht. In die regering hebben de Franstaligen geen meerderheid binnen de eigen taalgroep, zoals dat ook het geval was voor de Vlamingen in de vorige regering. Dat leidt telkens tot veel discussies en verontwaardiging. Die is er heel wat minder over de vraag of politieke partijen wel een meerderheid hebben bij de stemgerechtigde bevolking of, minder nog, bij de bevolking op stemgerechtigde leeftijd. Nochtans blijkt ook bij de meest recente federale verkiezingen van 25 mei een flink deel van de Belgische bevolking niet deel te nemen, zodat er ernstige vragen kunnen gesteld worden bij de representativiteit van het verkiezingsresultaat. En dus van Michel I.

 

In een eerste deel van deze bijdrage wordt nagegaan hoeveel ingeschreven kiezers niet geldig stemmen of niet gaan stemmen. Er wordt daarbij veel aandacht besteed aan ruimtelijke verschillen, niet alleen tussen gewesten maar ook tussen kieskantons. De niet-deelname wordt ook in historisch perspectief geplaatst: hoe is die geëvolueerd in de tijd? In een tweede deel wordt de representativiteit van het verkiezingsresultaat gemeten aan de hand van de meerderjarige bevolking in het algemeen, en niet alleen de ingeschreven kiezers. Dat betekent dat ook mensen zonder stemrecht worden meegeteld.

NIET-DEELNAME ONDER DE INGESCHREVEN KIEZERS

Meer dan één miljoen ingeschreven kiezers brengen geen stem uit 

Tabel 1 geeft het aantal blanco- en ongeldige stemmen, het aantal niet uitgebrachte stemmen (het aantal ingeschreven kiezers dat niet opdaagt aan de stembus), en de optelling van beide: het totaal aantal kiezers dat geen (geldige) stem uitbrengt. Deze aantallen worden ook weergegeven als percentage van het totaal aantal ingeschreven kiezers. In België stemmen 5,2% van de ingeschreven kiezers blanco of ongeldig, maar het aantal mensen dat geen stem uitbrengt is meer dan dubbel zo groot. In totaal brengen 15,7% van de ingeschreven kiezers geen (geldige) stem uit. Dat zijn 1.256.219 kiezers. Daarmee vormt deze groep de op één na grootste ‘partij’. Enkel de N-VA is groter, met 1.366.397 stemmen of 17,1% van de ingeschreven kiezers. Wanneer we de politieke stromingen aan weerszijden van de taalgrens optellen geldt dit ook voor de PS/sp.a, die net iets groter is dan de N-VA (1.382.524 stemmen of 17,3%), en de MR/Open Vld (1.309.831 stemmen of 16,4%).

Tabel 1: Blanco/ongeldige stemmen en niet uitgebrachte stemmen, aantal en % van de ingeschreven kiezers.

 

Tabel 1 bevat ook de cijfers voor de verschillende gewesten. In absolute cijfers is zowel het aantal blanco/ongeldige stemmen als het aantal niet uitgebrachte stemmen het kleinst in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en het grootst in het Vlaams Gewest. Als percentage van de ingeschreven kiezers geldt het omgekeerde. De enige uitzondering is het lager aandeel blanco- en ongeldige stemmen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dan in het Waals Gewest. Bij het aandeel blanco- en ongeldige stemmen zijn de verschillen tussen de gewesten echter niet zo groot, en bovendien gaat het om kleine aandelen in vergelijking met de niet uitgebrachte stemmen. Daarom is de totale niet-deelname toch het grootst in Brussel, waar 21,8% van de ingeschreven kiezers geen (geldige) stem uitbrengt. In het Waals Gewest is dat 19,1% en in het Vlaams Gewest 13,1%. 

Daarmee vormen de niet-stemmers in Brussel de grootste ‘partij’. De PS behaalt er met 123.985 stemmen1 slechts 20,4% van de ingeschreven kiezers. In het Waals Gewest is de PS wel groter dan de niet-deelname, met 25,9% (663.073 stemmen), evenals de MR met 20,9% (535.222 stemmen). In het Vlaams Gewest is dat naast de N-VA (1.353.174 stemmen of 28,0%) ook nog CD&V (774.867 stemmen of 16,0%) en Open Vld (646.288 stemmen of 13,4%).

Ook binnen de gewesten zijn er grote ruimtelijke verschillen 

Deze gewestelijke cijfers verhullen echter soms grote verschillen binnen die gewesten. Daarom geven we deze cijfers ook op kaart weer, op het niveau van kieskantons.2 Dit is de kleinste ruimtelijke eenheid waarop niet-gemeentelijke verkiezingsresultaten beschikbaar zijn. De kieskantons bestaan soms uit één gemeente, maar meestal gaat het om een groepering van gemeenten. Vooraleer we inhoudelijk ingaan op deze kaarten, geven we nog twee opmerkingen mee die van belang zijn bij het lezen ervan: 

(1) De Belgen die in het buitenland wonen en per briefwisseling stemmen - dat zijn 89.581 ingeschreven kiezers - worden in elke provinciale kieskring bij één kieskanton gevoegd. Dit zijn Aarlen, Bergen, Brugge, Gent, Hoei, Lier, Namen, Nijvel, Tienen en Tongeren. Deze kieskantons worden op de kaart aangeduid door witte driehoekjes, die groter worden naarmate het aandeel van de buitenlandse stemmen er groter wordt. Zeker in kleinere kantons kan dit aandeel groot zijn: in Lier gaat het om 27% van de ingeschreven kiezers, in Hoei om 19% en in Aarlen en Tienen om 17%.3 Dit heeft als gevolg dat de niet-deelname er hoog ligt, onder meer omwille van technische problemen bij het stemmen vanuit het buitenland. Zo kwamen stembrieven op heel wat plaatsen te laat aan. De Belgen die in het buitenland wonen en die persoonlijk of per volmacht stemmen in een gemeente in België worden bij het kanton gevoegd waarin deze gemeente valt. De impact hiervan is echter klein. Het gaat in totaal om 20.230 ingeschreven kiezers. De Belgen die in het buitenland wonen en stemmen in de Belgische diplomatieke of consulaire beroepspost waar ze zich hebben laten registreren - dat zijn er met 19.080 nog wat minder - worden in elke kieskring ondergebracht in een speciaal kanton ‘buitenlandse zaken’, en deze staan niet op de kaart. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden ook de Belgen uit het buitenland die per briefwisseling stemmen hierin ondergebracht. 

(2) De kiezers in het kieskanton Voeren hebben de mogelijkheid te stemmen in het kieskanton Aubel. De stemmen van Voerenaars in Aubel worden bij het kiesresultaat in Aubel geteld, maar de ingeschreven kiezers bij Voeren. Daarom lijkt de participatie erg hoog te zijn in Aubel, en erg laag in Voeren. Omdat dit de realiteit vertekent, worden deze kantons niet gekarteerd. Hetzelfde geldt voor de kieskantons Komen-Waasten en Mesen: de inwoners van Komen-Waasten mogen immers stemmen in Mesen. Sinds de laatste verkiezingen geldt een gelijkaardige regeling ook voor het nieuw opgerichte kieskanton Sint-Genesius-Rode, dat de faciliteitengemeenten omvat en waarin de kiezers in Brussel mogen stemmen. Deze stemmen in Brussel worden echter apart meegedeeld (wat in Aubel en Mesen niet het geval is), en konden dus aan het kanton Sint-Genesius-Rode worden toegevoegd.4 In totaal brachten 23.391 inwoners van dit kanton een geldige stem uit in Brussel, tegenover 12.643 in Vlaams-Brabant. Overigens gingen meer dan een kwart van die stemmen in Brussel naar lijsten die zich ook in Vlaams-Brabant aanboden (zij het met andere kandidaten). 

Kaart 1 toont het aantal blanco- en ongeldige stemmen als percentage van het aantal ingeschreven kiezers. Hoge waarden vinden we vooral buiten de stedelijke gebieden. In Vlaanderen is dat vooral het gebied buiten de Vlaamse ruit (het stedelijk gebied tussen Brussel, Gent, Antwerpen en Leuven). Een opvallende uitzondering is het kanton Sint-Genesius-Rode in de Brusselse rand. In Wallonië zijn de waarden algemeen hoger, maar ook hier gaat het toch vooral om perifeer gelegen gebieden. Omgekeerd zien we erg lage waarden in Waals-Brabant en in de Luikse regio. Ook in Brussel zijn de waarden vaak laag. Dat het aandeel blanco en ongeldige stemmen hoger ligt buiten de steden is een traditioneel gegeven bij de verkiezingen in België: de sociale controle is er groter en dat geldt dus ook voor de remming om niet te komen opdagen.5 In deze gebieden brengt men dan ‘in het geheim’ geen stem uit, terwijl men in de steden vaker thuisblijft.

Kaart 1. Blanco- en ongeldige stemmen: % van de ingeschreven kiezers.

Dat zien we op Kaart 2, die het aantal niet uitgebrachte stemmen weergeeft als percentage van de ingeschreven kiezers. Het stedelijk overwicht is duidelijk. Brussel scoort heel hoog, en in Vlaanderen vinden we de hoogste waarden in de Brusselse rand, Antwerpen en Oostende. In Wallonië zijn de waarden algemeen hoger, maar ook hier zijn de stedelijk gebieden het meest opvallend. We zien de hoogste waarden in de industriële as die oost-west loopt in de provincies Luik, Namen en Henegouwen. Het meest opvallend zijn de steden: de regio rond Verviers en Luik, Namen, Charleroi, Bergen en Doornik. Ook Huy, tussen Luik en Namen, heeft een hoge waarde, maar daar is de invloed van het grote aandeel buitenlandse stemmen merkbaar. Hetzelfde geldt voor de kieskantons Lier, Aarlen en Tienen. Ten slotte zijn ook de Oostkantons erg opvallend. De kieskantons Eupen en Sankt-Vith zijn de enige waar zowel het aandeel blanco- en ongeldige stemmen als het aandeel niet uitgebrachte stemmen heel groot is. Ook dat is een historisch gegeven, dat teruggaat tot voor de Tweede Wereldoorlog.6 

Kaart 2. Niet uitgebrachte stemmen: % van de ingeschreven kiezers.

Kaart 3 geeft ten slotte de optelling van Kaarten 1 en 2: het totaal aantal kiezers dat geen (geldige) stem uitbrengt ten opzichte van de ingeschreven kiezers. Gezien de niet uitgebrachte stemmen meer doorwegen dan de blanco- en ongeldige stemmen, zien we ook hier een stedelijke geografie. Buiten de steden - en de kantons waarin buitenlandse stemmen sterk doorwegen - vertonen enkel de Oostkantons erg hoge waarden. Dit zijn zelfs de enige kieskantons waar meer dan een kwart van de ingeschreven kiezers geen (geldige) stem uitbrengt.

Kaart 3. Blanco/ongeldige en niet uitgebrachte stemmen: % van de ingeschreven kiezers.

Algemeen is de participatie in Vlaanderen wel hoger dan in Wallonië. In Vlaanderen hebben enkel de kieskantons Sint-Genesius-Rode, Antwerpen, Oostende en het aan de taalgrens gelegen Ronse een waarde die boven het Belgisch gemiddelde ligt. Omgekeerd zijn er een aantal gebieden in Wallonië die een waarde hebben beneden het gemiddelde. Dit is vooral het geval in de provincie Luxemburg, maar ook in Waals-Brabant en het noorden van Luik.

DE EVOLUTIE VAN DE NIET-DEELNAME 

Globaal draagt 15,7% van de ingeschreven kiezers dus niet bij tot het verkiezingsresultaat, omdat ze niet of niet geldig stemmen. Dat is meer dan het verkiezingsresultaat van de meeste politieke partijen, maar is het historisch gezien ook een hoog cijfer? Figuur 1 geeft de evolutie van de niet-deelname sinds 1981. Toen werd de leeftijdsgrens voor de stemplicht verlaagd van 21 naar 18 jaar, en sindsdien zijn de cijfers dus vergelijkbaar in de tijd. We zien globaal een stijging van de niet-deelname, die echter duidelijk onderbroken wordt in 2003 en 2007. In 2010 noteren we echter het hoogste cijfer sinds 1981. In 2014 ligt de waarde opnieuw wat lager, maar het gaat nog steeds om het op één na hoogste cijfer sinds 1981. 

Figuur 1. Evolutie van de blanco/ongeldige stemmen, van de niet uitgebrachte stemmen en van de totale niet-deelname (% van de ingeschreven kiezers), België.

Deze globale evolutie verhult echter twee totaal verschillende ontwikkelingen: het aandeel blanco- en ongeldige stemmen daalt, vooral rond de eeuwwisseling, terwijl het aantal niet uitgebrachte stemmen stijgt. In 1981 en 1985 waren er nog meer blanco en ongeldige stemmers dan thuisblijvers. Dat is sindsdien niet meer het geval. Het lijkt er dus op dat men steeds minder de inspanning levert om naar het stemhokje te gaan en een blanco of ongeldige stem uit te brengen, maar in de plaats gewoon thuisblijft. Wel is het zo dat het aantal thuisblijvers sterker stijgt dan het aantal blanco- of ongeldige stemmers daalt. De stijging van het aantal thuisblijvers wordt onderbroken in 2003 en 2007, wat meteen de oorzaak is van de lagere waarden voor de totale niet-deelname in die jaren. 

De globale stijging van de niet-deelname is dus te verklaren door het groter aantal thuisblijvers. Het is moeilijk te achterhalen of dit een gevolg is van de dalende interesse in verkiezingen, dan wel van het gaandeweg niet meer sanctioneren van het verzuimen van de stemplicht. Een alternatieve verklaring voor die stijging is de veroudering van de bevolking, omdat de politieke integratie van ouderen zou afnemen en ook gezondheidsproblemen hen zou verhinderen te gaan stemmen.7 De demografische evolutie bevestigt deze stelling echter niet. Zo blijkt de stijging van het aantal 80-plussers (+1,8% sinds 1991) veel kleiner dan de stijging van de niet-deelname. Bovendien daalde de omvang van deze groep in de tweede helft van de jaren 1990 (door het kleiner aantal geboorten in de Eerste Wereldoorlog), en was de toename het sterkst in de daarop volgende periode: de eerste helft van de jaren 2000. En het is net in die laatste periode dat er een opvallende daling was van de niet-deelname. Bovendien is de groei van het aandeel 80-plussers vooral opvallend in het Vlaams Gewest en daalt hun aandeel in het Brussels Gewest, terwijl we toch gelijkaardige evoluties zien in alle gewesten. Het gaat dus om een nationaal, conjunctureel fenomeen. Het is trouwens opvallend dat ook bij de gemeenteraadsverkiezingen, waar de participatie algemeen wat hoger ligt,8 een gelijkaardige evolutie waar te nemen is in alle gewesten: een stijgende niet-deelname sinds 1976, die onderbroken werd in 2006,9 terwijl het in 2012 om de hoogste waarde ging sinds 1976. 

Figuur 2 toont de gewestelijke evoluties bij de Kamerverkiezingen sinds 1995. Het is pas vanaf dat jaar dat gewestelijke cijfers kunnen worden berekend, omdat de kieskantons pas sinds die datum samenvallen met de gewestgrenzen.10 De lagere niet-deelname in 2003 en 2007 zien we inderdaad in de drie gewesten. Natuurlijk zijn er ook verschillen tussen de regio’s. Zo is het hoge aantal thuisblijvers in het sterk verstedelijkte Brussels Hoofdstedelijk Gewest opvallend. Verder zien we dat de niet-deelname in 2014 enkel in het Vlaams Gewest lager lag dan in 2010; in Wallonië is die zelfs het grootst sinds 1995. Het Vlaams Gewest is ook het enige gewest waar het aandeel blanco stemmers nog verder achteruit gaat in 2014. Dit kan te maken hebben met het verschillende partijaanbod in de verschillende gewesten. De verkiezingssurvey die werd uitgevoerd door het interuniversitair consortium ‘PartiRep’ wijst uit dat in Vlaanderen bijna één op twee respondenten die aangaf in 2010 nog blanco/ongeldig of niet te stemmen, in 2014 voor de N-VA heeft gestemd. De partij wist dus niet alleen kiezers van andere partijen te overtuigen, maar ook behoorlijk wat niet-kiezers uit 2010.11 Opvallend is dat de drie kantons met het laagste aandeel blanco-stemmen tegelijkertijd de drie kantons zijn met het hoogste aandeel N-VA stemmen (Kontich, Zandhoven en Kapellen). Aan Franstalige zijde is het aantal geloofwaardige anti-establishment partijen merkelijk kleiner, en dan is niet stemmen een optie die er overblijft.12

Figuur 2. Evolutie van de blanco/ongeldige stemmen, van de niet uitgebrachte stemmen en van de totale niet-deelname (% van de ingeschreven kiezers), gewesten en België.

NIET-DEELNAME ONDER DE BEVOLKING OP STEMGERECHTIGDE LEEFTIJD

Meer dan twee miljoen mensen op stemgerechtigde leeftijd brengen geen stem uit 

Naast de ingeschreven kiezers die niet (geldig) stemmen, zijn er nog heel wat mensen zijn die de stemgerechtigde leeftijd hebben maar geen stem uitbrengen. Zo’n 9,9% van de meerderjarige bevolking is immers niet stemgerechtigd.13 In tegenstelling tot bij de gemeenteraadsverkiezingen moet men bij de federale verkiezingen namelijk de Belgische nationaliteit hebben om te mogen stemmen. In Tabel 2 wordt deze groep opgeteld bij de blanco/ongeldige en niet uitgebrachte stemmen. Daaruit blijkt dat 24,1% van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd geen (geldige) stem uitbrengt. Het gaat dus om bijna een kwart van de meerderjarige bevolking. Dat zijn meer dan twee miljoen mensen.

Tabel 2: Blanco/ongeldige stemmen, niet uitgebrachte stemmen en niet stemgerechtigde meerderjarige bevolking: aantal en % van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd.

 

Globaal is het aantal niet stemgerechtigden lager dan het aantal blanco/ongeldige en niet uitgebrachte stemmen, maar in Brussel is dat niet het geval. Daar is bijna een derde van de meerderjarige bevolking niet-stemgerechtigd. Als we dat optellen bij de reeds aanzienlijke groep van ingeschreven kiezers die geen (geldige) stem uitbrengen, blijkt bijna de helft van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd er niet (geldig) te stemmen. In Wallonië ligt het aandeel mensen dat niet-stemgerechtigd is net beneden het Belgisch gemiddelde. Toch gaat het hier samen met de niet (geldig) stemmende ingeschreven kiezers om meer dan een kwart van de meerderjarige bevolking. In het Vlaams Gewest is het aandeel niet stemgerechtigden het laagst en gaat het samen met de niet (geldig) stemmende ingeschreven kiezers om bijna één op vijf meerderjarigen. Enkel in Vlaanderen is er een partij die meer kiezers heeft dan de bevolking die niet stemt, de N-VA. In de andere gewesten vormen de niet-stemmers echter onbetwist de grootste ‘partij’. Dit geldt eveneens voor België als geheel, ook al tellen we de politieke stromingen aan weerszijden van de taalgrens op.

Hoogste cijfers in steden en grensgebieden 

Ook hier zijn er grote verschillen tussen de kieskantons. Het aantal niet-Belgen, en dus niet-stemgerechtigden, is het hoogst in grote steden, en dan vooral in Brussel. In het kieskanton Sint-Gillis (dat samenvalt met de gemeente Sint-Gillis) is dat meer dan de helft, maar ook in de meeste andere Brusselse kieskantons gaat het om meer dan een derde. Zulke cijfers vinden we niet in andere kieskantons, maar het gaat toch nog om een aanzienlijke groep in het naburige kieskanton Sint-Genesius-Rode en in een aantal andere steden (La Louvière, Luik en Herstal, Antwerpen). Verder vinden we hoge waarden in een reeks grensgebieden aan de Nederlandse, Duitse, Luxemburgse en Franse grens14 (Kaart 4). 

Kaart 4. Niet-stemgerechtigde meerderjarige bevolking: % van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd.

Kaart 5 toont de bevolking die geen (geldige) stem uitbrengt als percentage van de meerderjarige bevolking. Het gaat dus zowel om ingeschreven kiezers die geen (geldige) stem uitbrengen als om de niet stemgerechtigde meerderjarige bevolking. We zagen eerder dat de niet deelname onder de ingeschreven kiezers vooral hoog was in de Oostkantons en in de steden, terwijl de niet stemgerechtigde bevolking geconcentreerd is in grensgebieden en eveneens in de steden, met zeer uitgesproken waarden in Brussel. We zien dan ook dat de totale niet-deelname daar het grootst is. Het gaat om meer dan de helft van de meerderjarige bevolking in de kieskantons Sint-Gillis, Brussel en Elsene en om meer dan een derde in de andere Brusselse kieskantons en Sint-Genesius-Rode. Ook in een aantal andere steden (Luik en Herstal, Charleroi en La Louvière), in de Oostkantons en een aantal andere grensgebieden (Moeskroen en Estaimpuis aan de Franse grens, Messancy aan de Luxemburgse grens) gaat het om meer dan een derde. Door de lagere niet-participatie van de ingeschreven kiezers in het Vlaams Gewest zijn de waarden daar algemeen wat minder hoog. Buiten de faciliteitengemeenten vinden we er de hoogste waarden in Maasmechelen aan de Nederlandse grens en in Antwerpen, waar het telkens om meer dan 30% gaat.

Kaart 5. Blanco/ongeldige stemmen, niet uitgebrachte stemmen en niet-stemgerechtigde meerderjarige bevolking: % van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd.

De evolutie van het aantal niet-kiezers: op weg naar de helft in Brussel? 

Figuur 3 geeft de evolutie van het aantal niet-stemgerechtigden, van de blanco/ongeldige en niet uitgebrachte stemmen en van de totale niet-participatie in België, telkens als percentage van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd.15 Globaal stijgt het aantal niet stemgerechtigden in de periode 1981-2014. Alleen in de jaren 1999 en 2003 is er een duidelijke daling. Dit heeft te maken met de verandering van de nationaliteitswetgeving in de jaren 1990 en 2000. Vooral de impact van de wet van maart 2000 is groot. Deze wet maakte het aannemen van de Belgische nationaliteit mogelijk voor al wie in België is geboren, evenals voor de meerderjarigen die er zeven jaar hun hoofdverblijfplaats hadden. Vanaf 2007 stijgt het aantal niet stemgerechtigden echter weer, om in 2014 opnieuw te dalen. Die daling hangt eerder samen met een dalend buitenlands migratiesaldo dan met veranderende nationaliteitswetgeving. De wet van maart 2000 werd immers met ingang van 1 januari 2013 verstrengd. 

Figuur 3. Evolutie van de niet stemgerechtigde meerderjarige bevolking, van de  blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen, en van de totale niet-deelname (% van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd), België.

Ook de niet-participatie onder de ingeschreven kiezers kende een stijgend verloop, en in de jaren dat de niet stemgerechtigde bevolking daalde, daalde ook het belang deze groep. Beide evoluties versterken elkaar dus in grote mate. Het resultaat is een stijgend verloop van de totale niet-deelname, onderbroken door een daling in de jaren 1999-2003, resulterend in relatief lage waarden in 2003 en 2007. In 2010 is de niet-deelname echter het grootst sinds 1981, in 2014 op één na het grootst. 

Ook hier zien we eenzelfde tendens in de drie gewesten, met telkens de laagste waarden in 2003 en 2007. Figuur 4 geeft deze evolutie weer vanaf 1995, het eerste jaar waarin de kieskantons samen vielen met de gewestgrenzen. Deze figuur toont ook een aantal opvallende verschillen tussen de regio’s. Met name in Brussel is de groei van het aantal niet-stemgerechtigden erg groot in de laatste jaren. Het is ook de enige regio waarin dit aandeel nog groeit in 2014. Het effect van deze groep op de totale niet-deelname is er bovendien erg sterk: alleen in Brussel is die belangrijker dan de ingeschreven niet-kiezers. Daardoor piekt de totale niet-deelname er in 2014, met 47%. De helft van de volwassen bevolking is er niet meer ver af.

Figuur 4. Evolutie van de niet stemgerechtigde meerderjarige bevolking, van de blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen, en van de totale niet-deelname (% van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd), gewesten en België.

CONCLUSIES 

Bij de Kamerverkiezingen van 2014 stemden 1.256.219 ingeschreven kiezers niet of niet geldig. Dat is 15,7% van alle ingeschreven kiezers en is de op één na hoogste waarde sinds 1981. Alleen bij de vorige verkiezingen was dat nog meer. De niet-deelname is het laagst in het Vlaams Gewest, met 13,1%, en het hoogst in het Brussels Gewest, met 21,8%. In Brussel is er geen enkele politieke partij die dit resultaat behaalt, en daarmee vormen de niet-stemmers er de grootste ‘partij’. 

Het aantal thuisblijvers is meer dan twee keer zo groot dan het aantal blanco/ongeldige stemmers. In het begin van de jaren 1980 waren die laatste nog in de meerderheid. We zien immers een dalend aantal blanco- en ongeldige stemmen, terwijl het aantal thuisblijvers (sterker) stijgt. Het aantal thuisblijvers was wel opvallend lager in de eerste helft van vorig decennium. Dit is bovendien in alle gewesten zichtbaar. Het ging dus om een nationaal, conjunctureel fenomeen. Natuurlijk zijn er ook wel verschillen tussen de gewesten. Zo is de niet-deelname in 2014 alleen in het Vlaams Gewest kleiner dan in 2010. Hier kan het verschillende partijaanbod een rol spelen. Met name de N-VA heeft heel wat mensen naar zich toegetrokken die niet stemden in 2010. 

Er zijn ook binnen de gewesten grote verschillen. Zoals dat bij vroegere verkiezingen het geval was, zijn blanco- en ongeldige stemmen vooral belangrijk buiten de steden, terwijl thuisblijvers vooral in de steden wonen. Gezien het grotere belang van die tweede, is de grote niet-deelname in Brussel verklaarbaar. Ook andere steden hebben relatief hoge waarden, vooral in Wallonië, waar de niet-participatie algemeen hoger is dan in Vlaanderen. De hoogste waarden - meer dan een kwart van de ingeschreven kiezers - vinden we echter in de Oostkantons, waar zowel blanco/ongeldig stemmen als thuisblijven traditioneel belangrijk is. 

Wanneer we de representativiteit van het verkiezingsresultaat bij de bevolking willen nagaan, moeten we niet alleen de ingeschreven kiezers bekijken, maar de hele meerderjarige bevolking. Daarbij horen ook de niet-Belgen, die niet stemgerechtigd zijn. In België is 9,9% van de meerderjarige bevolking niet stemgerechtigd, maar in Brussel gaat het om 32,3%. Ook in andere steden en aan de landsgrenzen zijn er heel wat niet stemgerechtigden. 

Wanneer we deze groep bij de niet-kiezende ingeschreven kiezers tellen, bedraagt het aantal meerderjarigen dat geen (geldige) stem uitbrengt 2.136.712. Dat is 24,1% van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd. In Brussel is dat bijna de helft (47,1%). In Vlaanderen is het aandeel niet stemgerechtigden het kleinst, en brengt 18,7% van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd geen (geldige) stem uit. De N-VA is er de enige politieke partij die meer stemmen behaalt. De niet-stemmers vormen wel de grootste ‘partij’ in de andere gewesten. Dat geldt ook voor België als geheel, zelfs al tellen we de politieke stromingen aan weerszijden van de taalgrens samen. 

Ook hier gaat het historisch gezien om hoge cijfers. Enkel in 2010 was de niet-deelname nog hoger. De groep van niet stemgerechtigden groeit bovendien nog sterk aan in Brussel. Daardoor is de niet-deelname in Brussel wel groter dan in 2010. Als deze evolutie zich verderzet, zal weldra meer dan de helft van de Brusselse bevolking het verkiezingsresultaat niet mee (kunnen) bepalen.

Filip De Maesschalck
Doctor in de geografie, verbonden aan de afdeling Geografie van de KULeuven

Samenleving en politiek, Jaargang 21, 2014, nr.10 (december), pagina 54 tot 67

Noten
1/ Hierbij inbegrepen zijn de 2.946 stemmen uit de faciliteitengemeenten voor de Brusselse PS. Kiezers uit de faciliteitengemeenten kregen immers de mogelijkheid om in Brussel te stemmen.
2/ Hieronder is een kaart met de namen van de kieskantons opgenomen.


3/ Dit aandeel bedraagt in elk van deze kieskantons (van klein naar groot): Brugge: 3,4%, Namen: 4,5%, Gent: 4,8%, Nijvel: 5,4%, Bergen: 13,8%, Tongeren: 14,2%, Tienen: 16,6%, Aarlen: 16,9%, Huy: 18,6%, Lier: 27,0%.
4/ Deze correctie werd ook in de tabellen verrekend.
5/ Zie De Maesschalck F. (2013), De niet gemaakte keuze, Samenleving en politiek, 20/8, pp. 38-49.
6/ Zie De Maesschalck F. (2013), Ibid.
7/ Ackaert J., Wauters B. & Verlet D. (2011), Turnout at local elections: the relevance of contextual variables, paper voor het Politicologenetmaal - Amsterdam, 9-10 juni 2011, 21 p.
8/ De niet-deelname aan de verkiezingen stijgt naarmate het politiek niveau stijgt, al zijn de verschillen niet erg groot. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 ging het om 14,5%. Bij de verkiezingen van 2014 ging het voor de gewestparlementen om 14,8%, voor de Kamer om 15,7% en voor het Europees parlement om 15,8% .
9/ Ackaert J., Reynaert H., De Ceuninck K., Steyvers K. & Valcke T. (2007), De gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006. Evolutie sinds 1976, Res Publica, 2007/2-3, pp. 413-442.
10/ De stemmen van Belgen in het buitenland in een diplomatieke of consulaire beroepspost worden geaggregeerd op het niveau van de kieskring, in een speciaal kanton buitenlandse zaken. Daarbij stelt zich het probleem van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, die in twee gewesten ligt (althans t.e.m. 2010; daarna werd deze kieskring gesplitst). Deze stemmen werden hier verdeeld tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Vlaams Gewest a rato van het aantal kiezers in de Vlaamse en Brusselse kieskantons van deze kieskring. De stemmen van Belgen in het buitenland die per briefwisseling stemmen voor de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde werden t.e.m. 2003 bij het kieskanton Lennik gevoegd, maar in 2007 en 2010 werden ook deze resultaten geaggregeerd op het niveau van de hele kieskring. De verdeling van deze stemmen tussen de gewesten gebeurde hier op dezelfde manier.
11/ Dassonneville R.& Baudewyns P. (2014), Volatiliteit: veel beweging, geen aardverschuiving, Samenleving en politiek, 21/7, pp. 5-16.
12/ Verlet D., Ackaert J. & Wauters B. (2010), Een Meuriske doen? Stemverlet!, Samenleving en politiek, 17/7, pp. 4-15.
13/ De niet stemgerechtigde bevolking wordt hier gedefinieerd als de officiële meerderjarige bevolking min de ingeschreven kiezers. In werkelijkheid is de groep van niet stemgerechtigden nog wat hoger omdat (1) er bij de ingeschreven kiezers ook kiezers uit het buitenland zijn en (2) de meest recente officiële bevolkingscijfers dateren van 1 januari 2014 (Bron: ADSEI, FOD Economie). Gezien de bevolking groeit, gaat het hier om een onderschatting.
14/ Opvallend zijn Voeren, Maasmechelen, Riemst en Neerpelt aan de Nederlandse grens, Eupen aan de Duitse grens, Messancy aan de Luxemburgse grens en Komen-Waasten, Estaimpuis en Moeskroen aan de Franse grens.
15/ Officiële bevolkingscijfers zijn enkel beschikbaar voor de eerste dag van het jaar. Van 1981 t.e.m. 1991 gingen de verkiezingen door in oktober, november of december. Hier wordt de meerderjarige bevolking genomen op 1 januari van het eerstvolgende jaar. Sinds 1995 gaan de verkiezingen door in mei of juni. Hier wordt het gemiddelde genomen van de meerderjarige bevolking op 1 januari van dat jaar en op 1 januari van het volgende jaar (Bron: ADSEI, FOD Economie).

verkiezingen - democratisch deficit - blancostemmen - participatie

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk