(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Het profiel van een atypische Amerikaanse president

DE MULTIPOLAIRE WERELD

mei 2017
Kerremans Bart
2017

Het is ontegensprekelijk zo dat er met Donald Trump een atypische Amerikaanse president is aangetreden. Waar het de Verenigde Staten en de rest van de wereld zal brengen, is vooralsnog onduidelijk. In zijn buitenlands beleid is moeilijk een lijn te trekken. En wellicht zal dat ook zo blijven. Met een combinatie van unilateralisme, transactionalisme, pragmatisme en impulsiviteit valt immers niet echt iets anders te verwachten.

 

Velen waren er niet gerust in. Met Donald Trumps verrassende verkiezingsoverwinning van 8 november 2016 zou immers een president in het Witte Huis komen die zich tijdens de campagne niet alleen als een nationalist en isolationist had geprofileerd, maar die ook duidelijke tekens vertoonde van impulsief en narcistisch gedrag. Velen hielden hun hart dus vast. Vandaag zijn we meer dan 100 dagen ver in het presidentschap van Donald Trump. Op basis daarvan kan een eerste profiel geschetst worden van deze atypische president en zijn buitenlands beleid. Zijn daar ondertussen patronen in te onderkennen? En kunnen deze ons helpen om de volgende jaren met deze president wat in te schatten?

Uit de poging om hierop een antwoord te geven, zal snel blijken dat dit laatste zeer moeilijk is. Kenmerkend voor Donald Trump is immers zijn onvoorspelbaarheid en de voortdurende afwisseling tussen handelingen die onvoorspelbaar zijn omdat ze strategisch zo bedoeld zijn en handelingen die dat zijn omdat ze door Donald Trumps impulsiviteit worden gestuurd. Daarbovenop komt dat Donald Trump intuïtief denkt en handelt vanuit een onderhandelingsperspectief; daarbij laat hij zich niet al te sterk leiden door zware ideologische uitgangspunten. Pragmatisme vanuit een beperkt aantal vage uitgangspunten, voert daarbij de boventoon.

Als we dan toch labels op zijn buitenlands beleid moeten kleven, zijn het wellicht de volgende vier: unilateralisme, transactionalisme, pragmatisme en impulsiviteit. Het zal opvallen dat isolationisme niet in dit lijstje voor komt. Zo dadelijk zal blijken waarom.

UNILATERALISME

Isolationisme leek het centrale kenmerk te worden in het buitenlands beleid dat Donald Trump als presidentskandidaat voorstond, of leek voor te staan.

Dat bleek in eerste instantie uit zijn positie ten aanzien van het migratievraagstuk en de aanpak daarvan (inclusief de muur waarvoor Mexico zou betalen). Ook op het gebied van internationale handel bleek dit. Er zou een protectionistisch beleid worden gevoerd, vanuit de stelling dat het tekort op de Amerikaanse handelsbalans de uiting was van het feit dat zijn voorgangers zich hadden laten ringeloren door hun buitenlandse onderhandelingspartners, Mexico en China voorop. En bovenal bleek dit omdat Donald Trump de relaties van de Verenigde Staten met zijn belangrijkste bondgenoten sterk in vraag stelde. Niet alleen zou de Amerikaanse bijstand aan de NAVO-leden in geval van conflict geconditioneerd worden door de financiële inspanningen van die leden op het gebied van defensie, ook zou de invoer van Saoedisch ruw petroleum geblokkeerd worden en zouden de Saoedi’s voor de hen verschafte Amerikaanse bescherming moeten betalen. Als klap op de vuurpijl moest Japan best zelf kernwapens aanschaffen om zich tegen Noord-Korea te kunnen beschermen. Voor Zuid-Korea werd hetzelfde gesteld, maar dan iets meer voorwaardelijk: indien het onvoldoende financieel aan de Amerikaanse bijstand zou bijdragen.

Het leek allemaal te suggereren dat de Verenigde Staten zich onder Donald Trump gaandeweg zou terugtrekken uit zijn verschillende bijstandsverplichtingen of -engagementen. Dat Donald Trump zich verder ook niet wilde mengen in de Syrische burgeroorlog, versterkte dit beeld. Het leek een terugkeer naar het Amerikaanse isolationisme, dat tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog een sterke, zelfs bepalende invloed heeft gehad op het Amerikaanse buitenlands beleid, het beleid ten aanzien van de Western Hemisphere en de Amerikaanse rol in de Eerste Wereldoorlog en de daaropvolgende onderhandelingen in Parijs uitgezonderd.

Intuïtief mag Donald Trump vanuit een dergelijke isolationistische ingesteldheid denken, maar een Amerikaans president wordt al gauw met de harde realiteit van de soms verregaande consequenties van zijn uitgangspunten geconfronteerd en is genoopt daarmee rekening te houden. Na meer dan honderd dagen Donald Trump weten we dat hem dit vooral bij een unilateralistische aanpak heeft teruggebracht, gekoppeld aan een vorm van minimalisme in buitenlandse problemen die niet als direct relevant voor de Amerikaanse fundamentele veiligheidsbelangen worden beschouwd. De idee, ‘we are protected by vast oceans’, die de Verenigde Staten in een ver verleden toelieten voor een isolationistische aanpak te kiezen, is vandaag gewoon niet meer correct. Wellicht biedt het Noord-Koreaanse nucleaire verhaal van vandaag daar momenteel nog de sterkste indicatie van. Hier zien we een president die de beslissingen in eigen hand wil houden en die het overleg daarover met zijn traditionele bondgenoten tot het minimum beperkt. Als er al overleg is, dan is het vooral met die spelers - bondgenoot of niet - die onrechtstreeks een uitkomst kunnen bewerkstelligen die tegemoet komt aan de fundamentele belangen die voor de Verenigde Staten zelf in het geding zijn. De frequente contacten van de laatste tijd tussen Donald Trump en Xi Jinping vormen hiervan een voorbeeld. Eerder dan isolationisme, is er dus sprake van unilateralisme in het buitenlands beleid van Donald Trump. Het vormt de essentie van zijn ‘America First’.

TRANSACTIONALISME

Donald Trump is een zakenman. Hij ziet zijn eigen grote kracht ook daar. Daarvan heeft hij ook een belangrijk deel van zijn kiezers kunnen overtuigen. Als zakenman ziet hij ook het politieke gebeuren als een reeks van onderhandelingen waarin men moet proberen om met zoveel troeven de druk op de onderhandelingspartner op te drijven om dusdanig zelf zoveel mogelijk te kunnen binnenhalen.

Nog voor de verkiezingen was dit duidelijk. Typisch was zijn antwoord in het derde presidentiële debat van 19 oktober 2016. Daarin werd hem een vraag over de NAVO gesteld, en dan met name dat de NAVO eigenlijk een voorbijgestreefde zaak was waarin zich vooral het probleem stelde dat de meeste andere leden de kost van hun verdediging te veel op de Verenigde Staten afwentelden. Om dat probleem op te lossen had Donald Trump tijdens de campagne gesuggereerd dat de Amerikaanse bijstandsbereidheid ten aanzien van de NAVO-bondgenoten geconditioneerd zou worden door de vraag of ze al of niet voldoende aan de financiering van hun eigen defensie bijdragen. In het derde presidentiële debat in oktober gaf hij evenwel aan dat deze positie reeds gunstig effect had gehad. Verschillende NAVO-regeringen - zo gaf hij aan - hadden daardoor reeds beslist de omvang van hun defensiebudget te verhogen. Het was een typische transactionalistische insteek. Het nauwelijks verdoken dreigement om NAVO-leden in acute veiligheidsnood niet meer bij te staan, was bedoeld om hen ertoe te brengen hun financiële bijdrage aan de eigen defensie zo snel mogelijk substantieel te verhogen.

Die aanpak past Donald Trump voortdurend toe. Het in vraag stellen van de ‘One China Policy’ in december vorig jaar werd gekoppeld aan de bereidheid van de Chinezen om hem inzake hun handelspolitiek (markttoegang) tegemoet te treden. Het eerdere telefoongesprek tussen Donald Trump en de Taiwanese president Tsai Ing-wen zorgde ervoor dat dit dreigement alleszins voor de nodige ophef zorgde in Beijing, gezien dit telefoongesprek zelf al voor heel wat irritaties in de Chinese hoofdstad had gezorgd. Wat Donald Trump evenwel verkeerd inschatte, was dat de ‘One China Policy’ voor de Chinezen niet onderhandelbaar is. Het afstappen van deze politiek zou hen er dus zeker niet toe brengen hun markten drastisch te openen om de Verenigde Staten terug op het ‘One China’ spoor te krijgen, maar zou eerder tot het opblazen van alle mogelijke relaties met de Verenigde Staten leiden. Gezien het economische en politieke belang van de Volksrepubliek - kijk maar naar het Noord-Koreaanse dossier - zouden de Verenigde Staten zich met een dergelijke politiek alleen maar in de eigen voet schieten. Wat Donald Trump uiteindelijk moest inzien, was dat hij dit element volledig verkeerd had ingeschat. Niet dat zijn geloof in het transactionalisme daarmee verdwenen is. Het blijft het meest bepalende element in Donald Trumps binnenlandse en buitenlands beleid. Hij kan het dan ook niet nalaten om de stappen die hij als onderdeel daarvan zet voortdurend via de openbaarheid (Twitter) in de verf te zetten. Dat dit een enorme impact kan hebben op de bereidheid van zijn onderhandelingspartners of tegenstanders om daarin mee te gaan, is iets wat hij blijft onderschatten.

PRAGMATISME

Het trumpiaanse transactionalisme gaat evenzeer gepaard met een flinke dosis pragmatisme die ook uitmondt in een zekere mate van onvoorspelbaarheid. Het is daarom ook moeilijk in te schatten of een positie of zelfs een actie als een indicatie kan worden gezien van een ruimere (of nieuwe) beleidslijn dan wel als een alleenstaand element.

Neem de chemische aanval in Syrië. Los van de vraag of Bashar al-Assad de chemische aanval op Khan Shaykhun liet uitvoeren - volledig vast staat dit niet, ook al zijn er wel heel wat aanwijzingen in die richting - zou je Donald Trumps reactie kunnen zien als het begin van een moralistische insteek in zijn buitenlands beleid. Waren het immers niet de televisiebeelden van de slachtoffers die hem ertoe brachten om tot een raketaanval over te gaan? En werd deze aanval niet voorafgegaan door Donald Trumps emotionele uitspraak dat wanneer je onschuldige kinderen, onschuldige baby’s doodt, je heel wat lijnen overschrijdt (of zoals hij het stelde: ‘Beyond a red line, many, many lines’)? In de tijd van George W. Bush zouden we dit gezien hebben als een duidelijk neoconservatief signaal op weg naar moralistisch-interventionistisch buitenlands beleid. Zo niet bij Donald Trump. Eigenlijk weten we niet wat het betekent. Is het eenmalig, gedreven door een impulsieve verontwaardiging? Of vormt het een onderdeel van een nieuwe aanpak, misschien zelfs een nieuwe doctrine? Dat laatste is weinig waarschijnlijk. Als er al iets uit te leren valt, dan is het wel dat de aanval kan worden gezien als een signaal dat het Witte Huis (of Mar-a-Lago) wilde zenden dat daar een president zetelt die belang hecht aan snel en krachtdadig optreden en die durft. Op het moment dat de Chinezen met toenemende onrust en ergernis keken naar het eigengereide rakettenprogramma van Kim Jong-Un, kon dit tellen. En de collaterale effecten van de Amerikaanse actie - met name dan in de relatie met Rusland - leek Donald Trump al helemaal niet te deren, ondanks de veelvuldig geformuleerde ietwat naïeve verwachting van velen dat het tussen Donald Trump en Vladimir Poetin tot een soort idylle zou komen. Zonder blikken of blozen liet Donald Trump die verwachting als een baksteen vallen en daaraan gekoppeld ook de Amerikaanse aanvaarding van een Syrische toekomst mét Bashar al-Assad (nota bene enkele dagen voor de chemische aanval nog aangekondigd). Het brengt ons meteen bij het vierde element dat Donald Trump als president zo kenmerkt: zijn impulsiviteit.

IMPULSIVITEIT

We trappen een open deur in met de vaststelling dat Donald Trump zich regelmatig bezondigt aan impulsief gedrag. Niet dat alles wat impulsief lijkt het dat ook altijd is. Impulsiviteit kan ook geveinsd en dus deel van een uitgekiende strategie zijn. En tot op zekere hoogte is dat ook in het geval van Donald Trump zo.

Op dat vlak wordt wel eens de vergelijking met Richard Nixon gemaakt. Over hem werd immers - ten tijde van de Vietnamoorlog - de indruk gewekt (of een poging daartoe ondernomen) dat hij zodanig gek was dat hij wel elk moment de nucleaire knop kon indrukken. Ofschoon Richard Nixon zelf deze zogenaamde ‘madman theory’ altijd heeft weerlegd, zijn er sterke indicaties dat hij ze op verschillende momenten van zijn presidentschap probeerde aan te wenden. Terwijl het in het geval van Richard Nixon nooit echt geloofwaardig was, is het dat in het tijdperk van Donald Trump wel. Donald Trump is impulsief en gedraagt zich dus regelmatig zonder oog voor de directe gevolgen. Tweets en ‘off the cuff’ uitspraken zijn hiervan de belangrijkste instrumenten en uitingen. Vandaar dat alleen maar meer consistentie in Donald Trumps verhaal kan worden gebracht wanneer hij door zijn medewerkers een tijdje weg van Twitter wordt gehouden - zoals tijdens de laatste anderhalve week van zijn campagne - en bij toespraken een teleprompter voorgeschoteld krijgt.

In het buitenlands beleid kunnen dergelijke impulsieve handelingen ernstige consequenties hebben waarvan de effecten niet altijd terug te draaien zijn. Het is een element dat Donald Trump niet lijkt te vatten of te kunnen vatten, en die de angst in de rest van de wereld lijkt te voeden dat het presidentschap van Donald Trump wel eens een direct gevaar voor de internationale vrede en veiligheid zou kunnen vormen.

Bart Kerremans
Hoogleraar internationale relaties en Amerikaanse politiek (KU Leuven)

 

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr.05 (mei), pagina 4 tot 8

 

Trump Donald - NAVO - Verenigde Staten

 

 

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk