(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Xi's spagaat in het Midden-Oosten

DE MULTIPOLAIRE WERELD

mei 2017
2017

Door China’s groeiende mondiale aanwezigheid komt Beijing ook steeds meer in het vizier van jihadistische groeperingen in de Arabische wereld. De eerste Chinese slachtoffers van aanslagen in die regio zijn inmiddels gevallen. Ondanks de nauwe banden van China met overheden in het Midden-Oosten, lijkt het contraterrorismebeleid dat China voorstaat - zowel in eigen land als internationaal - echter nog niet bijster effectief.

 

De Arabische wereld is sinds de neergeslagen studentendemonstraties van 1989 voor China belangrijker geworden, omdat de handel met het Westen door deze gebeurtenissen (tijdelijk) afnam. De relaties met deze regio werden om die reden bewust aangehaald. En er werden formele diplomatieke relaties gesloten; zoals in 1990 met Saudi-Arabië, inmiddels Beijings belangrijkste olieleverancier. Sinds 1991 is China sowieso een netto-importeur van olie. De grootste leveranciers komen uit het Midden-Oosten.1 Momenteel neemt de Arabische wereld 40% van China’s totale energie-import voor haar rekening. Als Iran wordt meegeteld, is het aandeel nog groter. Sinds 2004 is het China-Arab State Cooperation Forum de plek waar de samenwerking wordt aangehaald; de basis hiervoor is de League of Arab States. Hieronder vallen voor Beijing overigens ook Arabische landen in Noord- en Oost-Afrika, zoals Marokko, Soedan, Djibouti en Somalië. Er wordt ook aan een vrijhandelsverdrag met de Gulf Cooperation Council gewerkt.

Het feit dat China in januari 2016 een beleidspaper over de Arabische regio publiceerde, geeft aan dat de regio van steeds groter strategisch belang wordt geacht. Het beleidsdocument gaat niet in op specifieke bilaterale relaties of beleidsinitiatieven, maar geeft wel aan wat in Beijings ogen de belangrijkste kenmerken van de Chinees-Arabische relaties zijn: het zogeheten ‘1+2+3 samenwerkingspatroon’.2 De energierelaties houden de kern in van relaties (de 1), met handel en infrastructuurconstructie als de ‘twee vleugels’ die de kern ondersteunen. Als derde worden drie nieuwe ‘high tech break-throughs’ genoemd: samenwerkingsvelden die aan de wensenlijst zijn toegevoegd waaronder nucleaire energie, nieuwe en schone energie, en lucht- en ruimtevaart (specifiek satellieten en onbemande ruimtevaart).3 Dit alles uiteraard onder het welbekende beleidsmantra van de Chinese president Xi: het ‘Belt and Road Initiative’ (BRI), de voorgestelde nieuwe zijderoutes over land en zee. Het deel van de beleidspaper dat over veiligheid gaat - China speelt op dat vlak maar een zeer beperkte rol in de regio - is vooral toegespitst op militaire samenwerking, wapenhandel en (opvallend) contraterrorismesamenwerking. Dat laatste is een steeds grotere zorg voor Beijing geworden.

Het is China’s partners in het Midden-Oosten niet ontgaan dat er 20 miljoen moslims in China wonen. De interetnische rellen en gewelddadige incidenten in met name de provincie Xinjiang in het uiterste westen van China worden in de regio nauwlettend in de gaten gehouden. Al in 1997 bekritiseert Saudi-Arabië de Chinese overheid op het ‘lijden van (hun) moslims wier mensenrechten worden geschonden’ als in een rel in Yining in Xinjiang negen Oeigoeren gedood worden en honderden anderen worden gearresteerd.4 Zoals de imam van een bekende moskee in Beijing het verwoordt: ‘Met zoveel op het spel in het Midden-Oosten, kan China het niet veroorloven om haar moslimminderheden te treiteren’.5

China’s opening naar de wereld en toenemende handelsrelaties met het Midden-Oosten zorgen ervoor dat ook de menselijke contacten toenemen. Steeds meer studenten van de Hui of Oeigoerse gemeenschap - de twee grootste van de tien Chinese moslimminderheden - gaan naar Egypte en Saudi-Arabië voor Arabisch of islamstudies. Hoewel het recent lastiger is geworden, nemen sinds eind jaren 1980 jaarlijks duizenden Chinezen deel aan de Hadj naar Mekka. Onder andere hierdoor neemt de politieke en religieuze invloed van landen in het Midden-Oosten op Chinese moslims toe.6

(..)

Susanne Kamerling
Onderzoeker en docent internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen
en associate fellow bij het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael 

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr.05 (mei), pagina 21 tot 28

Noten
1/ Er zijn verschillende definities van het (grote) Midden-Oosten. In dit artikel refereer ik vooral naar Arabischtalig Midden-Oosten (dus exclusief Iran en Turkije, die in dit onderwerp hun eigen dynamiek kennen). Dit is vooral de Levant en het Arabisch schiereiland, en in de periferie Noord-Afrika en de Arabische landen in de Hoorn van Afrika.
2/ ‘China’s Arab Policy Paper’ (The State Council Information Office of the People’s Republic of China, January 2016).
3/ ‘China’s Arab Policy Paper’ (The State Council Information Office of the People’s Republic of China, January 2016).
4/ Dru C. Gladney, ‘Islam in China: Accommodation or Separatism?,’ The China Quarterly, no. 174 (2003): 458.
5/ Dru C. Gladney, Dislocating China: Reflections on Muslims, Minorities, and Other Subaltern Subjects (London: C. Hurst, 2004), 313.
6/ Dru C. Gladney, ‘Islam in China’, 463.

Xi Jinping - Midden-Oosten - jihadisme

 

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk