Log in

Xi's spagaat in het Midden-Oosten

DE MULTIPOLAIRE WERELD

Door China's groeiende mondiale aanwezigheid komt Beijing ook steeds meer in het vizier van jihadistische groeperingen in de Arabische wereld. De eerste Chinese slachtoffers van aanslagen in die regio zijn inmiddels gevallen. Ondanks de nauwe banden van China met overheden in het Midden-Oosten, lijkt het contraterrorismebeleid dat China voorstaat - zowel in eigen land als internationaal - echter nog niet bijster effectief.

DE MULTIPOLAIRE WERELD

Het profiel van een atypische Amerikaanse president
Bart Kerremans
Het Maginavo-complex van de Europese Unie
Sven Biscop
De Poetin-factor in Rusland
Lien Verpoest
Xi's spagaat in het Midden-Oosten
Susanne Kamerling

De Arabische wereld is sinds de neergeslagen studentendemonstraties van 1989 voor China belangrijker geworden, omdat de handel met het Westen door deze gebeurtenissen (tijdelijk) afnam. De relaties met deze regio werden om die reden bewust aangehaald. En er werden formele diplomatieke relaties gesloten; zoals in 1990 met Saudi-Arabië, inmiddels Beijings belangrijkste olieleverancier. Sinds 1991 is China sowieso een netto-importeur van olie. De grootste leveranciers komen uit het Midden-Oosten.i Momenteel neemt de Arabische wereld 40% van China's totale energie-import voor haar rekening. Als Iran wordt meegeteld, is het aandeel nog groter. Sinds 2004 is het China-Arab State Cooperation Forum de plek waar de samenwerking wordt aangehaald; de basis hiervoor is de League of Arab States. Hieronder vallen voor Beijing overigens ook Arabische landen in Noord- en Oost-Afrika, zoals Marokko, Soedan, Djibouti en Somalië. Er wordt ook aan een vrijhandelsverdrag met de Gulf Cooperation Council gewerkt.

Het feit dat China in januari 2016 een beleidspaper over de Arabische regio publiceerde, geeft aan dat de regio van steeds groter strategisch belang wordt geacht. Het beleidsdocument gaat niet in op specifieke bilaterale relaties of beleidsinitiatieven, maar geeft wel aan wat in Beijings ogen de belangrijkste kenmerken van de Chinees-Arabische relaties zijn: het zogeheten '1+2+3 samenwerkingspatroon'.ii De energierelaties houden de kern in van relaties (de 1), met handel en infrastructuurconstructie als de 'twee vleugels' die de kern ondersteunen. Als derde worden drie nieuwe 'high techbreak-throughs' genoemd: samenwerkingsvelden die aan de wensenlijst zijn toegevoegd waaronder nucleaire energie, nieuwe en schone energie, en lucht- en ruimtevaart (specifiek satellieten en onbemande ruimtevaart).iii Dit alles uiteraard onder het welbekende beleidsmantra van de Chinese president Xi: het 'Belt and Road Initiative' (BRI), de voorgestelde nieuwe zijderoutes over land en zee. Het deel van de beleidspaper dat over veiligheid gaat - China speelt op dat vlak maar een zeer beperkte rol in de regio - is vooral toegespitst op militaire samenwerking, wapenhandel en (opvallend) contraterrorismesamenwerking. Dat laatste is een steeds grotere zorg voor Beijing geworden.

Het is China's partners in het Midden-Oosten niet ontgaan dat er 20 miljoen moslims in China wonen. De interetnische rellen en gewelddadige incidenten in met name de provincie Xinjiang in het uiterste westen van China worden in de regio nauwlettend in de gaten gehouden. Al in 1997 bekritiseert Saudi-Arabië de Chinese overheid op het 'lijden van (hun) moslims wier mensenrechten worden geschonden' als in een rel in Yining in Xinjiang negen Oeigoeren gedood worden en honderden anderen worden gearresteerd.iv Zoals de imam van een bekende moskee in Beijing het verwoordt: 'Met zoveel op het spel in het Midden-Oosten, kan China het niet veroorloven om haar moslimminderheden te treiteren'.v

China's opening naar de wereld en toenemende handelsrelaties met het Midden-Oosten zorgen ervoor dat ook de menselijke contacten toenemen. Steeds meer studenten van de Hui of Oeigoerse gemeenschap - de twee grootste van de tien Chinese moslimminderheden - gaan naar Egypte en Saudi-Arabië voor Arabisch of islamstudies. Hoewel het recent lastiger is geworden, nemen sinds eind jaren 1980 jaarlijks duizenden Chinezen deel aan de Hadj naar Mekka. Onder andere hierdoor neemt de politieke en religieuze invloed van landen in het Midden-Oosten op Chinese moslims toe.vi

China's moslims zijn dus meer naar buiten gericht geworden. Maar ook China is zich bewuster van de invloed van haar beleid ten aanzien van moslimminderheden op hun relaties met de Arabische wereld. Zo zorgde de inval in Irak van 2003 voor veel woede onder Chinese moslims; ze kregen evenwel geen toestemming te protesteren. Ondanks sporadische kritiek lijkt het er echter op dat overheden in het Midden-Oosten de diplomatieke en economische relaties met Beijing niet te veel willen laten lijden onder de spanningen met Oeigoeren in met name Xinjiang. De toenemende afhankelijkheid van Beijing en China's groeiende strategische gewicht in de regio, in combinatie met hun eigen autoritaire praktijken ten aanzien van de bevolking, maakt dat de reacties op China's repressie in Xinjiang sinds de grootschalige rellen in hoofdstad Ürumqi in juli 2009 - waarbij bijna 200 doden en ruim 1.700 gewonden vielen - terughoudend zijn. Landen in het Midden-Oosten maken zich zorgen over de toenemende beperkingen in religieuze uiting voor met name de Oeigoeren, maar hebben geenszins sympathie voor hun eventuele nationalistische of separatistische ideeën.vii De berichten dat Oeigoeren zich bij Al Qaida-geaffilieerde organisaties en ISIS in Syrië en Irak hebben aangesloten, geeft in de perceptie van overheden in het Midden-Oosten een extra rechtvaardiging van China's repressieve beleid in Xinjiang; dat daarmee vooral als contraterrorismebeleid wordt gezien.

BINNENLANDS CONTRATERRORISMEBELEID

Sinds 9/11 heeft China zich aangesloten bij de door de Verenigde Staten geleide 'war on terror', met als doel China's 'drie kwaden' van extremisme, terrorisme en separatisme te bestrijden en de eigen repressieve politiek in Xinjiang te legitimeren. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt in het onafhankelijksstreven van een deel van de Oeigoeren (ook in de diaspora) en de kleine groep Oeigoeren die dit doel met geweld wil bereiken of zich - mede daarom - heeft aangesloten bij terroristische bewegingen. Beijings internationale beleid is daarmee onlosmakelijk verbonden met binnenlandse doelstellingen.

Hoewel China geen officieel geformuleerd contraterrorismebeleid heeft, is de strategie drieledig. Ten eerste, het stimuleren van economische groei en ontwikkeling van onderontwikkelde regio's als Xinjiang; armoede en achterstelling worden door China gezien als 'root cause' van terrorisme. Ten tweede, het beperken van ongeautoriseerde religieuze en culturele activiteiten. En ten derde, het versterken van de interne veiligheidsstructuur.viii

Onder dat laatste vallen onder andere het opzetten van een contraterrorismeorganisatie en -bureaucratie, het moderniseren van de (speciale eenheden binnen) de Volkspolitie (People's Armed Police; PAP) en het Volksbevrijdingsleger (de People's Liberation Army; PLA), en het verbeteren van de inlichtingenpositie. Samen met de oprichting van de 'Central National Security Commission' (CNSC) in januari 2014, met Xi aan het hoofd, wordt het contraterrorismebeleid op het hoogste niveau gecentraliseerd en een prioriteit.ixOok het ontwikkelen van een juridisch wetgevingskader behoort daartoe. Eind 2015 wordt de contraterrorismewet aangenomen en in 2016 de veiligheidswet. Na aanslagen in Kunming en Ürumqi in 2014 roept Xinjiangs partijsecretaris Zhang op tot een 'people's war on terror' - waarmee de bevolking expliciet wordt opgeroepen tot sociale monitoring - en kondigt de minister van Publieke Veiligheid, Guo Shengkun, een vierde 'Strike Hard' campagne aan om 'terroristische elementen' aan te pakken.x De CCP karakteriseert Xinjiang inmiddels als de 'main battleground' in China's contraterrorismebeleid. President Xi Jinping beschrijft de regio als de 'frontline of China's struggle against terrorist threats'.xiChina reageert door de veiligheidstroepen te moderniseren en de surveillance van etnische, politieke en religieuze groepen te vergroten.

China's contraterrorismebeleid is daarmee van reactieve verdediging tegen terrorisme naar een proactieve binnenlandse 'war on terror', en in zekere zin een staat van permanent crisismanagement, gegaan.xii Sinds 2009 is het veiligheidsbudget voor Xinjiang verviervoudigd tot bijna een miljard per jaar. President Xi heeft opgeroepen tot 'nets in the sky and traps on the ground'.xiii Alhoewel sinds 2015 het aantal gewelddadige incidenten in Xinjiang is afgenomen, heeft het geïntensiveerde beleid in Xinjiang ook als effect dat het delen van de (etnische) bevolking van zich vervreemd en veel Oeigoeren hun toevlucht tot het buitenland zoeken. Hiermee is de Oeigoerse kwestie steeds transnationaler geworden en is China tegelijkertijd op de radar van jihadistische groeperingen gekomen.

CHINA ALS DOELWIT

Ondanks vermeende contacten tussen Osama bin Laden, Al Qaida en enkele Oeigoeren in Afghanistan en Pakistan eind jaren 1990, was er lange tijd een tegenzin bij Al Qaida om zich volmondig aan de Oeigoerse zaak te verbinden. Dit had geopolitieke motieven: zowel de Taliban als Al Qaida probeerden de confrontatie met China te voorkomen, omdat ze Beijing zagen als een potentiële bondgenoot tegen de Verenigde Staten, hun grootste vijand.xiv

Hier is echter verandering in gekomen. De opkomst van China, en wat dat betekent voor de mondiale politiek en jihadistische bewegingen, wordt ook onder Al Qaida-strategen al minstens een decennium bediscussieerd.xv Vooral China's steun voor corrupte en in hun ogen amorele regimes in het Midden-Oosten, alsook de onderdrukking van religieuze expressie van Oeigoeren in Xinjiang, hebben ertoe geleid dat de ogen steeds meer op Beijing zijn gericht. Sinds 2008 begint een nieuw soort Oeigoers activisme steeds meer te bouwen op deze mondiale jihadistische netwerken om aandacht voor hun zaak te vragen. Een onafhankelijk Oost-Turkestan - zoals Xinjiang door hen wordt genoemd - en onderdrukking door de Chinese overheid zijn hierin de hoofdthema's. Begin 2008 kondigt de Turkestan Islamic Party (TIP) zichzelf aan als opvolger van de East Turkestan Islamic Movement (ETIM) en Abd-al-Haqq Turkistani als hun leider (na zijn dood in 2010 opgevolgd door Abdullah Mansour).xviOp 1 augustus 2008 publiceert hij een manifest genaamd 'China's massacre and barbarism will not go unanswered'.xvii

De aandacht voor de Oeigoerse zaak binnen jihadistische kringen wordt echter pas echt mainstream na de rellen en daaropvolgende repressie in Ürumqi van 2009. Direct daarna roept TIP-leider al-Haqq Turkistani op tot geweld tegen China, niet alleen binnen China maar ook op Chinese doelen over de hele wereld. Hij spreekt in Oeigoers, met Arabische vertaling: 'The Chinese must be targeted inside and outside the country. Their embassies, consulates, headquarters and gatherings must be targeted, and their men and families must be killed to redeem our brothers who are detained in East Turkistan. All these acts are a support to our brothers in East Turkistan'. xviii

Ook Al Qaida in de islamitische Maghreb dreigde met aanvallen op Chinese belangen in Algerije als reactie op de gebeurtenissen in Xinjiang. Eén van de meest felle anti-Chinese jihadideologen is Abu Yahya al-Libi, die China's beleid in Xinjiang vergelijkt met dat van Israël in de Palestijnse gebieden. Hij betoogt in een videoclip genaamd 'East Turkestan: the Forgotten Wound' dat Xinjiang integraal onderdeel is van de moslimwereld.xix Als reactie op de confrontaties tussen Oeigoeren en Han-Chinezen in 2009 schildert hij China af als vijand van de islam, roept op tot een PR-campagne om de gruweldaden in Xinjiang bloot te leggen en tot een jihad tegen de Chinese autoriteiten. In 2012 brengt Ayman al Zawahiri - de opvolger van Bin Laden - een video uit waarin Xinjiang voor het eerst expliciet wordt genoemd door het Al Qaida leiderschap. Hij veroordeelt de 'seculiere krachten en kruistochtvaarders' die moslims in de weg zitten.

Ook ISIS keert zich bij de oprichting in 2012 meteen tegen China. In een speech in Mosul in juli 2014 voegt ISIS-leider Abu Bakr al-Baghdadi China toe aan de landen die de rechten van moslims met de voeten treden en stelt dat 'your brothers all over the world are waiting for your rescue, and are anticipating your brigades'. De trend in jihadipropaganda is dus steeds meer tegen China gericht. De Oeigoerse kwestie wordt gebruikt in de bredere retoriek van zogeheten islamitische onderdrukking - ook als wervingstactiek voor vechters. De confrontaties in Ürumqi van 2009 zijn hierin een duidelijke kentering.

In juli 2014 stelt de Chinese speciale vertegenwoordiger voor het Midden-Oosten, ambassadeur Wu Sike, in een uitzonderlijke aankondiging dat er zich naar schatting 100 Chinese burgers bij ISIS hebben aangesloten.xx In hetzelfde jaar heeft Chinese krant (en spreekbuis van de overheid) Global Times het over 300 Chinezen.xxi In juli 2016 komt een rapport uit van de denktank 'New America' over buitenlandse strijders bij ISIS dat zich baseert op de 4.000 registraties van buitenlandse strijders die zich tussen halverwege 2013 en midden 2014 bij ISIS hebben aangesloten.xxii Dit rapport stelt dat 114 Oeigoeren bij ISIS zijn geregistreerd; veelal ongeschoolde mensen zonder enige eerdere ervaring met de jihad of buiten China.xxiiiDe intensivering en internationalisering van het conflict in Syrië vanaf 2012 zorgt ook voor een verschuiving van de Turkestan Islamic Movement (TIP) dat - naast hun basis in de grensgebieden van Pakistan - een tak in Syrië opent, waar het naar schatting nog eens op honderden Oeigoeren kan rekenen.xxiv

In november 2015 leiden deze ontwikkelingen tot het eerste slachtoffer van jihadistische groeperingen in het Midden-Oosten. De Chinese burger Fan Jinghui wordt door ISIS geëxecuteerd. In dezelfde maand komen drie Chinese zakenmannen om bij de aanslagen op een hotel in Bamako, Mali. Dit is niet geheel nieuw voor China. In de afgelopen tien jaar zijn 40 Chinese burgers in 18 verschillende aanvallen om het leven gekomen. Maar het zijn wel de eerste slachtoffers van terroristische groeperingen, ontsproten uit het oorlogstheater in Syrië en Irak (met geallieerde splintergroeperingen in andere regio's).xxv Deze ontwikkelingen hebben, naast een geïntensiveerd beleid in Xinjiang, wel degelijk een effect gehad op China's internationale contraterrorismebeleid.

CHINA'S INTERNATIONALISERENDE VEILIGHEIDSBELEID

Met de goedkeuring van de nieuwe contraterrorismewet eind 2015, is het voor het Volksbevrijdingsleger (PLA) en de paramilitaire Volkspolitie (PAP) voor het eerst ook mogelijk

deel te nemen aan buitenlandse contraterrorismeoperaties en -missies, mits goedgekeurd door de Central Military Commission (CMC) onder leiding van Xi.xxvi Wat de aard van deze missies zou zijn, is niet duidelijk. Maar er is in ieder geval ruimte voor nieuwe initiatieven; van het zenden van individuen op fact finding missies tot het ontvouwen van militaire eenheden in het buitenland.xxviiIn de laatste beleidspaper van het Volksbevrijdingsleger van 2015 was al een prominentere plaats weggelegd voor de PLA in de bescherming van de - exponentieel toegenomen - burgers, (staats)bedrijven en belangen in het buitenland.xxviii

Alhoewel de PLA de lead heeft in het buitenlandse veiligheidsbeleid van Beijing, is de internationalisering van de PAP een opvallende kentering. Xi heeft in dat kader de oprichting van een permanente politie-eenheid in Afrika en toenemende deelname van politie aan VN-missies beloofd.xxix De aankondiging van de bouw van een Chinese logistieke basis in Djibouti zou dit soort operaties kunnen faciliteren. Ze zou ook kunnen dienen tot een grotere betrokkenheid in het Midden-Oosten.xxx Alhoewel Beijing kritisch is ten aanzien van interventionistisch buitenlands beleid is met deze ontwikkelingen, en de vastlegging daarvan in China's beleidspapers en nieuwe wetten, opnieuw een slag gemaakt in China's denken over het gebruik van militaire macht in het buitenland. Voor Beijing is terrorisme aanzienlijk gestegen op de prioriteitenlijst van de internationale agenda, en er worden nieuwe instrumenten ingezet.

China heeft ondertussen bilaterale antiterrorismeconsultaties gehouden met de Verenigde Staten, Rusland, Canada, Groot-Brittannië, India, Pakistan, Zuid-Korea en Indonesië, naast toenemende coördinatie en vele contraterrorismeoefeningen met trainingspartners in Centraal-Azië en Zuidoost-Azië - via de Shanghai Cooperation Organization en ASEAN. China, Afghanistan, Pakistan en Tadzjikistan hebben daarnaast een coördinatiemechanisme tussen hun legers opgezet om samen te trainen, aan capaciteitsopbouw te doen en informatie-uitwisseling te versterken.xxxi

Het lijkt erop dat China zich daarmee voorbereidt op een verslechterde veiligheidssituatie in Tadzjikistan en de opkomst van ISIS in Afghanistan (dat een korte grens deelt met China). Uit angst voor aanslagen in China, door terugkerende Oeigoeren uit het buitenland, probeert China op diplomatiek vlak inlichtingensamenwerking te bevorderen met nieuwe partners, waaronder de Europese Unie en Europese landen. Tot nu toe is die poging relatief onsuccesvol, aangezien er onenigheid is over definities van terrorisme en de Europese Unie veelal een mensenrechtenbenadering kiest.xxxii Er is overigens geen bewijs dat de Oeigoeren in het nieuwe strijdtoneel van Syrië en Irak de situatie in Xinjiang direct beïnvloeden, of inderdaad (willen) terugkeren.

De versterking van Beijings internationale positie op terrorisme gerelateerde aangelegenheden, met de situatie in Xinjiang als belangrijkste uitgangspunt, zal voor China voorlopig prioriteit blijven. Xi komt hierin echter steeds meer in een spagaat terecht. Militaire aanwezigheid van China in het Midden-Oosten in het bestrijden van terrorisme valt voorlopig niet te verwachten, behalve onder VN-vlag. De situatie in Xinjiang is echter ontegenzeggelijk deel geworden van de jihadistische propaganda van terroristische groeperingen in de Arabische wereld. De groeiende Chinese belangen in de regio leiden er tegelijkertijd toe dat Beijing meer in het oog springt als potentieel doelwit. Beijing is bovendien zeer gevoelig voor binnenlandse reputatieschade bij Chinese slachtoffers. China's versterkte banden met overheden in het Midden-Oosten helpen hier nauwelijks tegen. Toch is het Beijings voornaamste, zo niet enige weg. Er wordt ingezet op meer contraterrorisme- en veiligheidssamenwerking. Voorlopig is die echter minimaal en vooral gericht op het (economisch en technisch) ondersteunen van overheden in de regio en het uitwisselen van inlichtingen. Ondertussen blijft de situatie in Xinjiang gespannen. China's contraterrorismebeleid lijkt dus voorlopig weinig effectief.

Noten

i. Er zijn verschillende definities van het (grote) Midden-Oosten. In dit artikel refereer ik vooral naar Arabischtalig Midden-Oosten (dus exclusief Iran en Turkije, die in dit onderwerp hun eigen dynamiek kennen). Dit is vooral de Levant en het Arabisch schiereiland, en in de periferie Noord-Afrika en de Arabische landen in de Hoorn van Afrika.
ii. 'China's Arab Policy Paper' (The State Council Information Office of the People's Republic of China, January 2016).
iii. 'China's Arab Policy Paper' (The State Council Information Office of the People's Republic of China, January 2016).
iv. Dru C. Gladney, 'Islam in China: Accommodation or Separatism?,' The China Quarterly, no. 174 (2003): 458.
v. Dru C. Gladney, Dislocating China: Reflections on Muslims, Minorities, and Other Subaltern Subjects (London: C. Hurst, 2004), 313.
vi. Gladney, 'Islam in China', 463.
vii. Yitzhak Shichor, 'See No Evil, Hear No Evil, Speak No Evil: Middle Eastern Reactions to Rising China's Uyghur Crackdown,' Griffith Asia Quarterly 3, no. 1 (February 6, 2015), 74.
viii. Murray Scot Tanner and James Bellacqua, 'China's Response to Terrorism' (Washington, D.C: CNA Analysis and Solutions: Report sponsored by the US-China Economic and Security Review Commission (US Congress), June 2016), 37.
ix. Julienne, Rudolf, and Buckow, 'How the Chinese Government Fights Terrorism.'
x. De eerste was in 1998, daarna in 2001 en een korte in 2009 (twee maanden).Ibid., 17.
xi. Ibid., 12.
xii. Marc Julienne, Moritz Rudolf, and Johannes Buckow, 'How the Chinese Government Fights Terrorism,' The Diplomat, June 1, 2015.Marc Julienne, Moritz Rudolf, and Johannes Buckow, 'The Terrorist Threat in China,' The Diplomat, May 26, 2015.Cal Wong, 'China's Xinjiang Crackdown Continues,' The Diplomat, March 31, 2017.
xiii. James Leibold, 'Xinjiang Work Forum Marks New Policy of 'Ethnic Mingling',' China Brief (Washington, D.C: The Jamestown Foundation, June 19, 2014).
xiv. Ibid., 73.
xv. Brian Fishman, 'Al-Qaeda and the Rise of China: Jihadi Geopolitics in a Post-Hegemonic World,' The Washington Quarterly 34, no. 3 (2011): 47.
xvi. Ibid., 52.
xvii. Shichor, 'See No Evil, Hear No Evil, Speak No Evil,' 72.
xviii. Fishman, 'Al-Qaeda and the Rise of China: Jihadi Geopolitics in a Post-Hegemonic World,' 52.
xix. Shichor, 'See No Evil, Hear No Evil, Speak No Evil,' 72; Fishman, 'Al-Qaeda and the Rise of China: Jihadi Geopolitics in a Post-Hegemonic World,' 52.
xx. Jacob Zenn, 'An Overview of Chinese Fighters and Anti-Chinese Militant Groups in Syria and Iraq,' China Brief (Washington, D.C: The Jamestown Foundation, October 10, 2014).
xxi. 'About 300 Chinese Said Fighting Alongside Islamic State in Middle East,' Reuters, December 15, 2014.
xxii. Bethany Allen-Ebrahimian, 'Report: More Than 100 Chinese Muslims Have Joined the Islamic State,' Foreign Policy, July 20, 2016; Nate Rosenblatt, 'All Jihad Is Local: What ISIS' Files Tell Us About Its Fighters' (New America, July 2016).
xxiii. Rosenblatt, 'All Jihad Is Local: What ISIS' Files Tell Us About Its Fighters.'
xxiv. Mathieu. Duchâtel, 'Terror Overseas: Understanding China's Evolving Counter-terror Strategy' (London: European Council on Foreign Relations, October 2016), 4-5.Jacob Zenn, 'Al-Qaeda-Aligned Central Asian Militants in Syria Separate from Islamic State-Aligned IMU in Afghanistan,' Terrorism Monitor (Washington, D.C: The Jamestown Foundation, May 29, 2015).Shannon Tiezzi, 'Chinese Involvement in Global Jihad,' The Diplomat, June 25, 2014.
xxv. Duchâtel, 'Terror Overseas,' 1. Hierin is een overzicht opgenomen van het totale aantal Chinese burgerslachtoffers wereldwijd.
xxvi. Duchâtel, 'Terror Overseas,' 2, 6.
xxvii. Ibid., 6.
xxviii. 'China's Military Strategy' (The State Council Information Office of the People's Republic of China, May 2015).
xxix. Susanne Kamerling, 'The New Impetus in China's Security Engagement with Africa,' Africa Trends, March 2016.
xxx. Andrea Ghiselli, 'China's First Overseas Base in Djibouti, An Enabler of Its Middle East Policy,' China Brief, January 25, 2016.
xxxi. 'China's Policies on Asia-Pacific Security Cooperation' (The State Council Information Office of the People's Republic of China, January 2017).
xxxii. Kamerling, 'China's Recalibrated Counter-terrorism Stance.'

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 5 (mei), pagina 21 tot 28