Log in

'Spelen in zwarte sneeuw. Fragiel manifest tegen kinderarmoede'

Uitgelezen

Er is de jongste tijd al veel te doen geweest over de armoedecijfers in Vlaanderen. Hoewel de cijfers aantonen dat de armoede niet is afgenomen, blijft de bevoegde minister Liesbeth Homans steevast beweren dat er wel een positieve evolutie is. Iedereen is het er over eens dat vooral de kinderarmoede blijft stijgen.

Spelen in zwarte sneeuw. Fragiel manifest tegen kinderarmoede

Bruno Vanobbergen
Lannoo Campus, Leuven, 2016

Het getuigt dan ook van moed om als kinderrechtencommissaris precies over dit heikele thema een boek te schrijven. Het boek draagt ook niet voor niets de ondertitel 'Fragiel manifest tegen kinderarmoede'. Fragiel, omdat vanuit mensenrechten- en kinderrechtenperspectief een evenwicht moet worden gezocht tussen verantwoording en verantwoordelijkheid, en tussen individu en structuren. Maar ook een manifest, omdat er niet alleen geanalyseerd wordt maar ook oplossingen worden voorgesteld.

In een eerste hoofdstuk beschrijft de auteur met enige schroom (Wie zijn wij om het over armoede te hebben?) over het begrip kinderarmoede. Het gebruik van de term zelf is omstreden. Het gaat immers om kinderen in een gezin in armoede. Net iets minder dan 20% kinderen in ons land zijn arm. Daarbij moet armoede in ruime zin begrepen worden: gebrek aan middelen, geen ondersteunend netwerk, armoede gaat ook over school, werk, gezondheid, wonen en vrije tijd. Een vaak vergeten aspect is de sociale uitsluiting die met armoede gepaard gaat.

Bruno Vanobbergen wil toch het begrip kinderarmoede verder hanteren in het boek. Kinderen zijn immers volwaardige gezinsleden en in die zin actieve spelers. Zij beleven de armoede sterk mee. Maar de kinderrechtencommissaris wil vooral het perspectief van kinderen bewaren en ook vanuit kinderrechten naar oplossingen zoeken.

De kijk op kinderen in armoede is door de jaren heen, gelukkig, geëvolueerd. Terwijl kinderarmoede vroeger geframed werd als 'Het onschuldige slachtoffer' (De ouders zijn verantwoordelijk) of 'Het blok aan het been' (We moeten ze opvangen om erger te voorkomen in de toekomst) wordt er nu meer ingezet op participatie en waardigheid.

Bij participatie gaat het er om dat elk kind kan deelnemen aan het bestaande aanbod. Dat moet dan wel betaalbaar, bereikbaar, beschikbaar, begrijpbaar en bruikbaar zijn. Participatie is ook een middel om arme kinderen aan boord te houden. De wijze hoe ze een stem te geven, is echter niet vanzelfsprekend. Ten slotte moet participatie telkens het uitgangspunt vormen van welke actie dan ook.

Om waardigheid een plaats te geven pleit de auteur voor leefwereldoriëntatie. Daarbij onderzoekt men van binnenuit hoe mensen in armoede zelf hun problemen definiëren.

In het hoofdstuk 'Wij en gezinnen in armoede' kan Vanobbergen toch niet om de rol van ouders in kinderarmoede heen. Daarbij is zwart-witdenken uit den boze. Er zijn diverse oorzaken van armoede, en arme ouders hanteren diverse strategieën: van overleven, zich verzetten, uit de armoede geraken tot zich organiseren. Hij reikt, gesteund op wetenschappelijk onderzoek, diverse vormen van aanpak aan, verwoord in de boodschap: 'Wat ons moet leiden, zijn basisprincipes als sociale rechtvaardigheid, het recht op een menswaardig bestaan en het belang van een gedeelde verantwoordelijkheid'.

Over de aanpak van armoede is er ook al veel geschreven. Doorgaans pleit men voor een combinatie van 'flankerende' maatregelen (voedselpakketten, cultuurcheques…) en structurele maatregelen. De auteur inspireert zich op de doelstellingen van Europa in de strijd tegen kinderarmoede: de toegang tot toereikende middelen, de toegang tot kwaliteitsvolle diensten, en kansen en participatie van kinderen.

In het boek worden deze doelstellingen voor ons land concreet gemaakt voor de thema's inkomen, woonzekerheid en kwaliteit, kinderopvang, onderwijs, vrije tijd en gezondheid.

Het is onvermijdelijk dat de kinderrechtencommissaris bij het behandelen van deze thema's rakelings langs het beleid van de Vlaamse regering scheert. Er is dan ook, tussen de lijnen, een duidelijke kritiek te lezen op een aantal uitgangspunten van dit beleid. Of zoals de auteur het ergens verwoord: het moet beter.

Met Spelen in zwarte sneeuw zijn niet alle antwoorden gegeven over het vraagstuk van de kinderarmoede, maar het boek opent de ogen voor een belangrijk maatschappelijk thema en het nodigt uit om het te bekijken vanuit een mensenrechten- en kinderrechtenperspectief.

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 5 (mei), pagina 88 tot 89