(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Kinderen in armoede dupe van falend beleid

DE STAND VAN DE ONDERKANT

Vlaams minister voor Armoedebestrijding, Liesbeth Homans, uitte bij het begin van de legislatuur de ambitie om de kinderarmoede te halveren tegen het einde van de regeerperiode. Zij blijft daaraan vasthouden, hoewel het probleem de voorbije jaren alleen maar groter werd. Het ziet er naar uit dat er niet eens daling (wel integendeel) zal zijn wanneer deze regering afzwaait, laat staan dat we kunnen spreken van een halvering. Kinderen in armoede zijn de dupe van een falend beleid van de federale en Vlaamse regering, dat vooral een aaneenschakeling van gemiste kansen is. In deze bijdrage reiken we beleidsmaatregelen aan die voor hen wél een verschil zouden kunnen maken.

 

De impact voor kinderen die opgroeien in armoede is bijzonder groot. Zij zijn de generatiearmen van morgen en laat dat nu net de meest hardnekkige vorm van armoede zijn. Wie uit de generatiearmoede komt, heeft nooit een ander leven gekend en krijgt het daardoor extra moeilijk om uit die armoedesituatie te ontsnappen.

Kinderen in armoede worden geconfronteerd met uitsluiting op verschillende vlakken. In het onderwijs kijken ze aan tegen een aantal moeilijk te overwinnen drempels. Het aantal onbetaalde schoolfacturen stijgt eerder dan dat het daalt. De onderwijsnetten verzamelen daarover geen globale cijfers, maar we krijgen binnen de ‘verenigingen waar armen het woord nemen’ veel signalen over hoe ouders het steeds moeilijker krijgen om de kosten te dragen. In het basisonderwijs houdt de maximumfactuur het budget nog binnen de perken, maar ook daar gaapt al een diepe sociale kloof. Kinderen kunnen zelf geen verjaardagsfeestje organiseren en worden niet uitgenodigd bij klasgenoten. Zo groeit de kloof geleidelijk, maar onmiskenbaar.

In het secundair onderwijs moeten veel gezinnen financieel helemaal afhaken. Kinderen kunnen niet mee op schooluitstap, kunnen zich niet op dezelfde manier kleden, kunnen niet dezelfde elektronische gadgets kopen als hun leeftijdgenoten en raken daardoor sociaal geïsoleerd. Daar komt nog bij dat richtingen in het technisch en beroepsonderwijs, waar kinderen uit kwetsbare gezinnen meer dan gemiddeld terechtkomen, ook vaak veel meer kosten. Denk maar aan richtingen als hotel of beenhouwerij, waar duur materiaal moet worden aangekocht of gehuurd voor de praktijklessen.

Onderwijs is een van de domeinen waar kloof tussen kansrijke en kansarme kinderen zich scherp stelt, maar lang niet de enige. Kinderen in kansarmoede vinden moeilijker hun weg naar het jeugdwerk en worden geconfronteerd met tekorten in allerlei basisbehoeften.

FALEND ARMOEDEBELEID

Dat brengt ons bij de echte oorzaak van kinderarmoede: de financieel kwetsbare situatie van het hele gezin. Gezinnen met een inkomen onder de armoedegrens moeten structureel besparen op basisbehoeften zoals schoolkosten, maar ook op energie, medische kosten, wonen, mobiliteit, enzovoort. Het gaat hier over gezinnen die moeten leven van een uitkering (leefloon, werkloosheidsuitkering, invaliditeit) of die maar één inkomen uit arbeid hebben, of eenoudergezinnen. Die laatste groep vertoont een sterk verhoogd armoederisico. Alleenstaande ouders (heel vaak moeders) hebben het heel moeilijk om gezin en arbeid te combineren. Ze haken daarom vaak af. Kinderopvang is schaars en de kostprijs kan hoog oplopen. Het gebrek eraan vormt een belangrijke drempel voor vrouwen om aan het werk te kunnen gaan.

De cijfers rond kinderarmoede spreken voor zich. Zowel de Vlaamse als de federale regering falen. Kinderarmoede wordt vaak gebruikt als excuus om het niet over de echte oorzaken van armoede te hebben. Beleidsmakers pakken graag uit met (tijdelijke) projecten rond gezinsondersteuning. Op zich geen slechte zaak, maar de impact daarvan blijft zeer beperkt zolang men niet werkt aan de structurele oorzaken: te lage inkomens, hoge schoolkosten (zeker in het secundair onderwijs), hoge medische kosten, moeilijke toegang tot de arbeidsmarkt voor mensen in kansarmoede, tekort aan betaalbare huisvesting. Het bilan van zowel de Vlaamse als de federale regering oogt bijzonder mager. Het is vooral een aaneenschakeling van gemiste kansen.

De federale regering

Kijken we naar het inkomen, dan lijkt de regering-Michel de handdoek alvast in de ring te gooien. In het federale regeerakkoord stond de steile ambitie om de laagste uitkeringen op te trekken tot de Europese armoedegrens. Staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Zuhal Demir, gaf al toe dat dat niet gaat lukken. Ze werd daarover wel tegengesproken door premier Charles Michel, maar een concreet plan ligt duidelijk niet op tafel. De ‘stapjes vooruit’ waar naar wordt verwezen, zijn eerder pijnlijk. Eerst kwam de indexsprong, nadien werd enkel het door de werkgevers en vakbonden gespaarde geld van de welvaartsenveloppe gebruikt, tussendoor gingen allerlei facturen omhoog en verloren heel wat gezinnen rechten: in de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, in de werkloosheidsuitkeringen, zelfs in het leefloon en de inkomensvervangende tegemoetkoming voor mensen met beperking. Nochtans ligt daar de sleutel tot het structureel terugdringen van (kinder)armoede.

In de gezondheidszorg blijven er hoge financiële drempels in de eerstelijnszorg. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maggie De Block, heeft wel de automatische toekenning van de derdebetalersregeling ingevoerd voor patiënten met recht op verhoogde tegemoetkoming - een belangrijke stap vooruit - maar toch vallen nog veel mensen uit de boot en blijft de financiële drempel in onder andere kine en tandzorg bijzonder groot. Zeker in de tandzorg heeft dat een grote impact op het welbevinden van kinderen. Zij hebben wel recht op volledige terugbetaling tot 18 jaar, maar er is geen derdebetalersregeling zodat ouders vaak hoge bedragen moeten voorschieten. Gevolg? Veel kinderen in kansarmoede gaan weinig of niet naar de tandarts.

De federale regering klopt zich op de borst met tienduizenden jobs die gecreëerd zijn in de private sector. Helaas stellen we vast dat om precaire jobs gaat, tijdelijk en/of deeltijds, waarbij mensen hun inkomenssituatie nauwelijks kunnen verbeteren. Dit lijkt vooral de populatie aan werkende armen verder te doen toenemen.

De Vlaamse regering

In Vlaanderen is de hervorming van de kinderbijslag een gemiste kans. De regering-Bourgeois koos voor een hoog basisbedrag (160 euro) en beperkte sociale toeslagen. Men had hier veel herverdelender kunnen werken door het basisbedrag iets lager te zetten en meer middelen uit te trekken voor sociale toeslagen. Tegelijk worden allerlei nieuwigheden (voorwaardelijkheid schooltoelagen, afschaffing pleegtoeslag) ingevoerd én moet nog blijken hoeveel van die ‘nieuwe’ rechten ook echt bij de gezinnen raakt, want veel zal afhangen van info die gezinnen zélf zullen moeten aandragen, een gekend recept voor niet-gebruik of niet-toekenning van rechten. Bizar voor een regering die zegt de strijd tegen (kinder)armoede als topprioriteit te beschouwen.

Onderwijs en opleiding zijn een belangrijke weg uit de armoede: hoe hoger het onderwijsniveau, hoe hoger later het inkomen en hoe lager het werkloosheidsrisico. De hervorming van het secundair onderwijs staat echter nog altijd op losse schroeven (het is niet zeker of ze al op 1 september 2018 van start gaat); ook al zo’n gemiste kans. Op het terrein zal er niet veel veranderen. Het onderscheid tussen ASO, TSO, BSO blijft bestaan en een brede eerste graad vrijblijvend. Jammer, want dit had de kloof tussen kansrijke en kansarme leerlingen aanzienlijk kunnen verkleinen zonder dat iemand erop achteruit zou gaan.

De regering-Bourgeois heeft geïnvesteerd in sociale huisvesting, maar de wachtlijsten blijven niettemin groeien. Too little too late dus. De investeringen zijn gegroeid, maar minder dan voorzien was door de vorige regering-Peeters II om de wooncrisis echt structureel te kunnen aanpakken - en die vorige regering had haar ambities al naar beneden bijgesteld. De deadline voor 23.000 extra sociale woningen is al verschoven van oorspronkelijk 2020 naar nu al 2026. Vandaag staan meer dan 100.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning; en die wachtlijst wordt alleen maar langer. Symboolmaatregelen zoals de tijdelijke contracten in de sociale huur zullen daar niets aan veranderen. Ondertussen kampt de helft van de private huurders met betalingsproblemen omdat ze meer dan een derde van hun inkomen zien wegvloeien naar huur.

Als het over de specifieke strijd tegen kinderarmoede gaat, komt minister voor Armoedebestrijding, Liesbeth Homans, niet verder dan projecten rond 1 euro-maaltijden. Een slag in het water, zo blijkt, want de projecten bereiken amper een fractie van de doelgroep. De piste om gezinnen daarvoor naar sociale restaurants toe te leiden, blijkt helemaal niet te werken. Los van het feit dat dit allesbehalve structureel is. Met dit budget had men veel zinvollere dingen kunnen doen.

WAT MOET ER GEBEUREN?

De federale regering-Michel moet nu echt werk maken van inkomens en uitkeringen die opgetrokken worden tot de Europese armoedegrens. Pas als gezinnen financiële ademruimte krijgen, zullen ze ook hun leven zelf in handen nemen, op zoek gaan naar werk en betere huisvesting, en doktersbezoek minder uitstellen. Het is een investering die zichzelf terugverdient, want deze gezinnen zullen hun extra budget opnieuw in de economie investeren om eindelijk hun basisbehoeften te kunnen financieren.

Op Vlaams niveau is de hervorming van de kinderbijslag, zoals gezegd, een gemiste kans. Wij rekenen er wel op dat de toepassing goed opgevolgd wordt en dat er geen groepen uit de boot vallen door de administratief zeer complexe hervorming.

We zijn blij met de aandacht voor armoede in de lerarenopleidingen kleuteronderwijs (‘Kleine Kinderen, Grote Kansen’). Leerkrachten die signalen herkennen en er op een manier mee omgaan die de onderwijskansen vergroten, kunnen echt een verschil maken. Hopelijk kennen de inzichten die hieruit voortvloeien snel (structurele) uitbreiding in de andere onderwijsniveaus. In het secundair onderwijs blijven we pleiten voor een maximumfactuur. Het moet mogelijk zijn om in de eerste graad een algemene maximumfactuur in te voeren, en die in de tweede en derde graad te verfijnen per studierichting. In het provinciaal onderwijs blijkt dit alvast te werken.

In het woonbeleid moet dringend een versnelling hoger geschakeld worden. Extra investeren in sociale woningbouw en in sociale verhuurkantoren is de enige manier om de wooncrisis in Vlaanderen een halt toe te roepen. Ook dit is een investering met hoge potentiële terugverdieneffecten doordat de bouwsector wordt gestimuleerd.

Onderbescherming blijft een groot probleem. Veel mensen (en gezinnen) in armoede nemen hun rechten niet op. Dat geldt onder andere voor het recht op verhoogde tegemoetkoming, waardoor veel kwetsbare gezinnen nog altijd te veel betalen bij de huisarts of hun doktersbezoek gewoon uitstellen. Daarom pleit het Netwerk tegen Armoede al lang voor een automatische toekenning van rechten en, indien dat om technische redenen niet mogelijk is, voor een proactieve werking van hulp- en dienstverleners in de eerste lijn. Zij moeten sterker inzetten op rechtentoekenning bij de mensen die bij hen over de vloer komen.  De plannen van minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen, rond breed geïntegreerd onthaal zijn hiertoe een goede start.

Frederic Vanhauwaert
Coördinator Netwerk tegen Armoede

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr.09 (november), pagina 4 tot 8

kinderarmoede - armoede - één-euromaaltijd

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk