(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Over het verdriet van Janssens

No cover
december 2012
Swyngedouw Marc
2012

Deze bijdrage is een aanzet tot analyse van de gemeenteraadsverkiezingen 2012 in Antwerpen. Er worden een aantal veelgehoorde beweringen over de redenen van de verkiezingsuitslag van de sp.a-CD&V Stadslijst in Antwerpen kritisch tegen het licht gehouden - en te licht bevonden. De binnenstad is niet links; de allochtonen stemden niet uitsluitend voor de PVDA+; en een sp.a-Groen kartel had vermoedelijk De Wever niet in het zand laten bijten. Ondanks een goede campagne en een goede uitslag in vergelijking met sp.a in de centrumsteden wordt het reëel bestaande partijmodel van sp.a in Antwerpen ter discussie gesteld, omdat het niet (meer) in staat is om efficiënte grass-roots campagnes te voeren. Wil men de verkiezingen winnen, zo wordt hier betoogd, dan is dit laatste absoluut noodzakelijk als aanvulling op een marketing gedreven verkiezingscampagne.

 

Politicologen zouden in hun analyses minimale moeite moeten doen om anekdotiek te overstijgen. Dat Borgerhout en Berchem linkser zouden zijn, wordt gebaseerd op het feit dat de vrienden van de onderzoeker hun huizen daar kopen (Van Aelst UA).1 Het succes van PVDA+ wordt verklaard door het magische effect van een zogeheten ‘parallelle sms-campagne’ (Sinardet UA-VUB-FUSL) onder de moslimminderheden en gelinkt aan AEL (Arabisch-Europese Liga) van Abou Jahjah. Dit helpt niet dadelijk om de score van circa 17% van PVDA+ in Hoboken en Borgerhout te begrijpen. Nu moet gezegd dat we over niet veel meer gegevens beschikken dan de verkiezingsuitslagen zelf, van de gemeenteraad voor de gehele stad, van de districtsraden in elk district en van de provincieraad.

Men zou kunnen opmerken dat er toch een ‘nationale exit-poll’ is van het Partirep onderzoeksproject (Delwit & Hooghe) en dat deze ook op 14 oktober in Antwerpen is gebeurd. Klopt, maar navraag leert dat er slechts acht stemlokaaleenheden zijn bevraagd in de gehele stad: 3 in het district Antwerpen, waarvan 1 ‘kansarme migrantenbuurt’, 3 in het district Deurne waarvan ook één in een kansarme buurt, 1 in Ekeren, en 1 in Hoboken.  Zoals overal bedienen die stemlokalen de bewoners van de naburige straten. Het spreekt voor zich dat dit te weinig is om een representatief beeld van de Antwerpse kiezer te verkrijgen. Dit gebrek aan representativiteit bleek meteen toen RTL-TVI op basis van deze exit-poll PS uitriep tot overwinnaar in Namen en dit vervolgens diende te herroepen. Terwijl Luik relatief goed voorspeld werd, ging ook de voorspelling voor de gemeente Schaarbeek de mist in. Dit doet denken aan de VTM exit-poll bij de gemeenteraadsverkiezingen 2000 die verlies voor het Vlaams Blok in Antwerpen aankondigde: gewoon ernaast.2 We moeten dus roeien met de riemen die we hebben.

STEMT DE ANTWERPSE BINNENSTAD LINKS EN DE BUITENSTAD RECHTS?

Zonder onderzoek is hierop niet echt een antwoord te bieden, want er is geen enkel district dat alleen de binnenstad (intra-muros, voor het gemak door zowat alle Antwerpenaren gelijkgesteld met het gebied binnen de ring en op Rechteroever) beslaat. Het district Antwerpen (20 à 24% extra-muros) telt ook o.a. Linkeroever; de districten Borgerhout (33% extra-muros) en Berchem (63% extra-muros) hebben een belangrijk gedeelte, zoniet de meerderheid van hun kiezers, buiten de muren.3 Het heeft dan ook weinig zin om over de binnen- en buitenstad te spreken. Kunnen we dan linkse en rechtse districten onderscheiden, los van die in electorale analyses gebruikte ongelukkige verdeling tussen Antwerpenaren intra en extra-muros? Blijkbaar wordt in Antwerpen opeens vergeten dat er zoiets als het centrum bestaat. Bekijken we de uitslag eens in de optiek links-centrum-rechts. Tabel 1 geeft daartoe een aanzet.

Deze indeling roept allicht de controversiële vraag op of sp.a-CD&V Stadslijst als centrum mag worden gepercipieerd? Het antwoord is duidelijk. CD&V is nog steeds meer dan ACW alleen. Daarenboven gaf het boek van Patrick Janssens Voor wat hoort wat duidelijk aan dat hier geen links kartel in de maak was.

Wat krijgen we te zien? Eerste vaststelling: waar CD&V niet met sp.a opkwam, is het centrum marginaal. Vervolgens, waar de meerderheid in de gehele stad als centrumrechts kan worden beschouwd, zie je andere verdelingen per district. Het district Antwerpen kent duidelijk drie blokken (links-centrum-rechts). Berchem én Hoboken zijn tussen links en rechts gepolariseerde districten. Borgerhout is uitgesproken links met een sterk rechts blok. In Berendrecht-Zandvliet-Lillo (BZL) is links onbestaand en is het electoraat verdeeld tussen rechts en centrum. In Deurne, Merksem, Wilrijk en Ekeren zien we een naar een absolute meerderheid neigend rechts blok, met één kwart tot één derde van de kiezers ter linkerzijde. Waar Deurne en Merksem in 2006 Vlaams Belang bolwerken waren, wordt in Ekeren anno 2012 naast het Belang ook Open Vld opgepeuzeld door N-VA. In Wilrijk hield Open Vld dan weer opvallend min of meer stand.

Het mag duidelijk zijn: de analyse van de linkse binnenstad en de rechtse suburbs is gewoon misleidend. Er is maar één links district en dat is Borgerhout.

Tabel 1: Verkiezingsuitslagen stad Antwerpen (gemeenteraad) en per district (districtsraden) opgedeeld naar links - rechts - centrum*.

* Enkel percentages van partijen die minimaal 1 zetel halen (en enige politieke relevantie hebben). Extreemrechts - Vlaams Belang weggelaten. Links: sp.a, sp.a-Groen, PVDA+; Rechts: N-VA, Open Vld; Centrum: CD&V, sp.a-CD&V Stadslijst. B-Z-L: Berendrecht - Zandvliet - Lillo (landelijk gebied ten noorden van Antwerpen, grenzend aan de haven).
** Borgerhout: PVDA+= 17,1%; Hoboken PVDA+=16,4%.

 

HERVERKAVELING VAN RECHTS

De herverkaveling van rechts heeft zich in de provincie Antwerpen duidelijk sterker doorgezet dan in de andere provincies. Niet toevallig omdat ook het Vlaams Belang in de provincie Antwerpen steeds zijn grootste aanhang heeft gehad. In zijn thuisbasis, de Stad Antwerpen, kwam deze herverkaveling het hardst aan. In zekere zin is de Stadslijst het slachtoffer geworden van het succesvolle cordon sanitaire. N-VA bood immers een alternatief naast het Vlaams Belang dat ongehinderd door het cordon sanitaire maar toch voldoende het anti-immigrantenregister bespeelde. Het eens zo trouw Vlaams Belang electoraat wisselde blijkbaar zonder al te veel moeite van partijjas. Daarenboven kan het haast niet anders of een deel van de centrumrechtse kiezers die in 2006 de kant van Janssens kozen tegen Dewinter, in 2012 naar De Wever en N-VA zijn overgestapt.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de electorale kaart van Vlaanderen voor N-VA een doorslagje lijkt van de kaarten voor het Vlaams Blok/Belang in de periode 1995-2007. Dit roept de centrale vraag op voor de toekomst of N-VA nog verder kan uitgroeien buiten de provincie en de stad Antwerpen - in navolging van de axiale ontwikkeling van het VB vanuit Antwerpen richting Gent en Brussel in het nabije verleden. De resultaten van de provinciale verkiezingen laten voor N-VA nog een flinke groei in de provincie Antwerpen zien, maar over geheel Vlaanderen is er voor N-VA veeleer sprake van een status-quo sinds de federale verkiezingen van 2010. Het Vlaams Blok/Belang kon in de periode 1991-2004 altijd en overal - vergeleken met elke voorgaande verkiezing op welk niveau dan ook - winst optekenen.

DE SPLITSING VAN LINKS

Geregeld werd in de pers gesuggereerd dat Janssens misschien had kunnen winnen van De Wever, had hij niet naar het centrum opgeschoven door samen te gaan met CD&V, maar net de omgekeerde beweging gemaakt naar centrumlinks door een kartel met Groen aan te gaan. Het succesvolle sp.a-Groen kartel in Gent dient dan als voorbeeld.4

De resultaten van de districtsraadsverkiezingen laten vermoeden dat dit niet het geval zou zijn geweest. In drie districten kwam een lijst sp.a-Groen op, zowel in 2006 als in 2012. En wat blijkt? In Merksem een verlies met -5,1 procentpunten of een verlies van 18% van de kiezers; in Borgerhout een verlies met -6,4 procentpunten of een verlies van 15%; en ten slotte in Deurne een verlies met -7,5 procentpunten of een verlies van maar liefst 24% van hun electoraat. Ook in de andere districten is de optelsom van de afzonderlijke lijsten sp.a én Groen in 2012 systematisch kleiner dan in 2006. Alleen in Ekeren is er een status-quo - dat is dan ook het district waar de PVDA+ slechts 2,7% van de stemmen haalt. Wie de resultaten van PVDA+ bekijkt kan zich niet van de indruk ontdoen dat, misschien op Merksem na waar die partij slechts 4,7% haalt, de winst van PVDA+ de combinatie sp.a-Groen of sp.a én Groen parten speelt. Er zijn nog andere argumenten die de veronderstelling steunen dat opschuiven naar centrumlinks niet noodzakelijk tot de overwinning van Janssens zou hebben geleid. Waar in 2006 alle linkse kiezers van centrumlinks tot radicaal-links voor Janssens zijn gegaan tegen Dewinter, is dit vermoedelijk niet meer het geval in 2012. Bekende personen uit de culturele sector stonden op PVDA+ lijst of spraken openlijk hun steun uit; een zetelend gemeenteraadslid van sp.a stond op die lijst. Het is weinig waarschijnlijk dat PVDA+ hierdoor geen kiezers van Janssens uit 2006 zou hebben meegenomen. In de drie districten waar Groen afzonderlijk naar de kiezer trok  (Antwerpen, Ekeren en Wilrijk) en in de stad Antwerpen won Groen (meestal stevig).
De linkse kiezer heeft zijn stem gewoon meer verdeeld over de verschillende mogelijke partijen en vond in een strategische stem op de Stadslijst om De Wever van de troon te weren geen waardig alternatief.

DE ALLOCHTONE STEM

Waar niemand nog publiekelijk durft te beweren dat de pre-electorale telefonische en internet enquêtes geloofwaardig en betrouwbaar zijn, blijken die opeens merkwaardig genoeg wel geloofwaardig als het om Groen zou gaan. Groen scoort onder de verwachtingen zegt men dan (verwachtingen gebaseerd op diezelfde enquêtes die PVDA+ niet hadden zien komen).5 Ook al blijkt achteraf dat één van beide laatste moment polls dichter bij de werkelijke uitslag lag dan de andere, dan nog kopen we niets met deze enquêtes omdat dit op het moment van publicatie niet duidelijk is. Noch de kiezer, noch de politicus heeft er werkelijk een leidraad aan. Hoe dan ook, algemeen wordt aangenomen dat Groen en de Stadslijst de allochtone stem verloren hebben aan PVDA+. Het succes van PVDA+ wordt zo gereduceerd tot de stem van de allochtonen. Merk op dat hier - onbewust - twee vliegen in één klap gevangen worden. De marginalisering van PVDA+ tot migrantenpartij en de marginalisering van de stem van de allochtonen tot extreemlinks.

Natuurlijk verliest Janssens stemmen bij de allochtone kiezers in vergelijking met 2006. Daarvoor hebben we geen onderzoek nodig. Dat de strijd toen tegen Dewinter van het Vlaams Belang ging (en nu niet meer) en dat Janssens het dragen van de hoofddoek verbood in zichtbare stedelijke functies, zijn daarvoor zeker medeverantwoordelijk. Maar dat wil nog niet zeggen dat geen allochtonen meer op de Stadslijst hebben gestemd en dat alle kiezers van PVDA+ allochtoon zijn.

Er zijn bovendien aanwijzingen dat dit niet helemaal kan kloppen. We weten uit onderzoek bij de 2de generatie Marokkaanse en Turkse kiezers dat zij bij de verkiezingen van 2006 voor zowat 70 à 80% voor Patrick Janssens hadden gestemd en dat respectievelijk zowat 33% en 65% voor een kandidaat van etnische herkomst stemt (Swyngedouw e.a. 2010).   De autochtone Antwerpenaar - zeg maar de inboorling - stemt zeer weinig voor allochtone kandidaten. Daarenboven doen veel allochtone kiezers aan zogenaamd blokstemmen, waarbij zij op alle kandidaten van dezelfde etnische herkomst stemmen op de lijst. We kunnen dan ook vermoeden dat allochtone kandidaten voornamelijk (maar niet uitsluitend) verkozen raken dankzij de stemmen van allochtone kiezers.

Jan Hertogen berekende het percentage verkozenen van etnische herkomst per lijst - zowel voor de districtsraden als voor de stad als geheel, zij het met de weinig betrouwbare naamherkenningsmethode. Maar één en ander geeft toch een eerste indicatie.

Relatief (in procenten) gesproken heeft PVDA+ de meeste  allochtone verkozenen (tussen de 25 en 100% van alle verkozenen), maar absoluut (in aantal kiezers) gesproken hebben de allochtonen veel meer voor de kartellijsten met sp.a gekozen. Op stadsniveau is dit een verschil tussen 8% voor PVDA+ en 28% voor de Stadslijst, dus zowat 3,5 keer meer kiezers. Natuurlijk zijn er geen harde bewijzen, maar deze indicatieve cijfers laten voldoende sterk vermoeden dat de allochtone kiezer niet alleen verantwoordelijk is voor het succes van PVDA+. Sp.a en Groen hebben in elk geval nog een meer dan belangrijke groep allochtone kiezers aan zich weten te binden in oktober.

Tabel 2: Schatting % verkozenen van etnische herkomst per lijst voor de districtsraden en voor de stad Antwerpen als geheel in 2012*.

* Leesvoorbeeld: 11% van de N-VA verkozenen voor het district Antwerpen zijn van etnische afkomst.
Sp.a is in 6 districten opgekomen samen met Groen, maar niet in de districten Antwerpen, Ekeren en Wilrijk; Naamherkenningsmethode toegepast.
Bron: Jan Hertogen BUG 175, november 2012.

 

STADSVERNIEUWING ALLEEN IN DE BINNENSTAD?

Het is opvallend dat na de verkiezingen opeens de klacht opduikt dat de stadsvernieuwing in de periode 2006-2012 alleen in het district Antwerpen zou hebben plaatsgevonden. Natuurlijk is het zo dat het nieuwe Museum aan de Stroom (MAS) in dat district ligt en dat de vernieuwing van het Eilandje veel aandacht in de pers heeft gekregen.

Maar het onderhoud en de aanleg van de publieke ruimte is nu net één van de weinige competenties die naar de districtsraden is doorgeschoven. Er is aanzienlijk meer geld voor openbare werken ter beschikking gesteld aan de districtsbesturen in de aflopende legislatuur dan voor 2006. Daarenboven was er ook nog het District OntwikkelingsFonds (DOF) waarin de stad 1€ stopte als het district er ook 1€ in stopte. Bovenlokale vernieuwingen werden waar mogelijk ook in de districten met Europees geld gefinancierd (bijvoorbeeld de Drie Koningenstraat in Berchem).

Het is mij althans nooit duidelijk geworden dat de middelen die aan de districtsraden zijn toegekend voor openbare werken disproportioneel naar de binnenstad - dus district Antwerpen - zouden zijn gegaan. Ik heb geen weet van klachten vanuit om het even welk district dat de formule van de verdeling over de districten niet eerlijk was en/of dat ze in de toepassing ervan door de stad gediscrimineerd werden. Een snelle zoektocht op Mediargus (het elektronisch krantenarchief in Vlaanderen) levert geen hits op die klachten vertolken van districtsraden dat zij achtergesteld zouden zijn wat betreft investeringsmiddelen in de openbare ruimte. Wel is het zo dat de stad niet alle voorgenomen werken voor oktober 2012 klaar gekregen heeft, maar dat geldt evengoed voor het district Antwerpen.

Tabel 3: Resultaten oktober 2012 van de sp.a lijsten (al dan niet in kartel) in de 13 centrumsteden in Vlaanderen in vergelijking met de gemeenteraadsverkiezingen van 2006.

 

* Vergelijken we in Antwerpen met de optelsom van sp.a-Spirit én CD&V/N-VA dan is er een verlies van -17,9 procentpunten of -38,5%. Vergelijken we in Gent met de optelsom van sp.a-Spirit én Groen dan is de winst 1,8 procentpunten of 4,1%.

 

WAS DE CAMPAGNE VAN DE STADSLIJST DAN SLECHT?

Enkel Gent als vergelijkingspunt voor Antwerpen nemen is wat mager. Laten we het resultaat van Antwerpen vergelijken met de andere centrumsteden in Vlaanderen. In Tabel 3 wordt dit gedaan en wordt verder het procentpuntenverschil en de winst of het verlies in procenten weergegeven. Deze laatste berekening is de meest relevante omdat dit aangeeft hoeveel kiezers de sp.a verliest of wint in vergelijking met 2006.

Eerste vaststelling: Gent is een uitzondering in de centrumsteden. Tweede vaststelling: de Antwerpse Stadslijst staat nog net in de top vijf van de Vlaamse centrumsteden van de hoogste sp.a score voor gelieerde lijsten. Derde vaststelling: op Gent en Brugge na verliest sp.a in alle centrumsteden. Het ongewogen gemiddelde van sp.a-kiezers in 2012 komt uit op 23,1%. In vergelijking met 2006 verliest sp.a gemiddeld genomen maar liefst 23,3% van zijn electoraat in 2006 in de centrumsteden. De grote sprong voorwaarts van 2006 is daarmee teniet gedaan. Sp.a staat in de centrumsteden terug op het niveau van 1994 en 2000.6

Bekijken we de winst van sp.a in Gent van wat dichterbij. Vergeleken met sp.a-Spirit in 2006 wint sp.a in 2012 44% kiezers. Maar vergeleken met de optelsom van sp.a-Spirit én Groen in 2006 verdampt die winst tot 4,1%. Het succes van sp.a in Gent is dat het kartel met Groen niet tot een netto verlies van kiezers heeft geleid. De aangroei is bescheiden. Daarentegen is het verlies van sp.a in Antwerpen wel reëel. Vergeleken met de optelsom sp.a-Spirit én CD&V/N-VA in 2006 verliest ze netto -38,5% van haar electoraat in 2012.

Samengevat, sp.a heeft in Antwerpen ernstige klappen gekregen, maar in vergelijking met de andere centrumsteden doet ze het niet slecht. In het sp.a-klassement van de centrumsteden staat ze op plaats 5 van de 13. Het kwaliteit van geleverde werk onder Janssens - erkend door vriend en vijand - en de campagne zullen hiertoe zeker hebben bijgedragen.

Nochtans moet de vraag worden gesteld of de campagne van de Stadslijst mee verantwoordelijk is voor het verlies. Verschillende argumenten worden daarvoor aangevoerd.
(1) De Stadslijst is zeer laat begonnen met de campagne. De Wever en N-VA zouden vrij spel gekregen hebben tot enkele weken voor de verkiezingen. Vermoedelijk snijdt dit argument weinig hout. Er is ongelofelijk veel gepraat en geschreven over Janssens en de Stadslijst net omdat ze zogenaamd geen campagne voerden.
(2) De campagne was eigenlijk alleen het magazine van Patrick Janssens. Klopt gedeeltelijk. Daarnaast waren er de vele debatten en interviews in de media met hem of anderen van de Stadslijst en waren er weliswaar beperkte campagnes van de andere kandidaten, waarbij de opvallende YouTube filmpjes van Marc Van Peel (CD&V-Stadslijst) die zeer veel aandacht hebben gekregen de laatste week voor de verkiezingen. Opvallend is dat de campagne voor de gemeenteraad van Antwerpen zich grotendeels afspeelde in de nationale media. Advertenties waren amper nodig, gezien beide protagonisten veelvuldig in de media aan bod kwamen. Natuurlijk waren er problemen met de sp.a campagne en met personeel. Het feit dat één van de zetelende sp.a-schepenen (een voor Antwerpen zeer pover aantal van) 991 voorkeurstemmen haalt, spreekt boekdelen.

Twee elementen verdienen echter meer aandacht.
(1) Het programma van wat de Stadslijst zou uitvoeren, was zowat ‘we doen verder zoals we bezig zijn, want we zijn goed bezig’. Natuurlijk was er het uitgewerkte programma van sp.a dat kon worden afgeladen van het internet. Maar wie de moeite neemt om te vergelijken met 2006 ziet dan een uitgewerkt boekwerk (Het beste moet nog komen) van Janssens liggen dat concreet op zowat alle beleidsgebieden beschrijft wat hij gaat doen. Het is een ambitieus programma dat het nodige enthousiasme wekt. In 2012 is Voor wat hoort wat het pré-campagne boek, dat het activeringsbeleid naar uitkeringstrekkers verdedigt. Er is in de sp.a campagne relatief weinig aandacht besteed aan concrete plannen naar de toekomst toe. De ‘proof of the pudding’ moet garant staan voor meer van hetzelfde en heeft daardoor niet dezelfde wervingskracht als in 2006. Verkiezingen, zo is me nog gedoceerd geworden door Willy Claes, win je met wat je gaat doen, niet met wat je gedaan hebt (want dat laatste wordt als vanzelfsprekend beschouwd).
(2) De grass-roots campagne van de sp.a was haast onbestaande. Bij mijn weten waren er weinig of geen huis-aan-huis bezoeken; weinig of geen aanwezigheid op de verschillende markten over de stad. Er waren geen meetings, geen campagne gebonden partijbijeenkomsten, geen opvallende (ondersteunende, culturele) acties; en er hingen relatief weinig affiches aan de ramen van de huizen in de stad. De situatie op de statige belle-époque Cogels-Osylei die leidt naar het plein voor Berchemstation is tekenend. In 2006 hing het daar vol met affiches van ‘Patrick’. Anno 2012 was er een week voor de verkiezingen zo goed als geen affiche van de Stadslijst of haar kandidaten te zien. De culturele wereld die zich in 2006 massaal uitgesproken had voor Janssens is afwezig in 2012 of steunt PVDA+ of Groen.

Beide elementen zijn uitgesproken verschillend bij N-VA. Het is absoluut duidelijk waar De Wever voor staat. ‘Het stad is niet van iedereen’, ‘de auto wordt ten onrechte in het verdomhoekje gezet’, ‘criminaliteit en zeker drugs zullen keihard aangepakt worden’ en ‘vreemdelingen moeten zich aanpassen aan ons en bovenal Nederlands leren’. Je kan het er mee eens zijn of niet, maar het was duidelijk. De nationale N-VA campagne verliep vlekkeloos door de (disproportionele) aandacht die de persoon van De Wever en N-VA nog steeds in diverse massamedia krijgen. Maar bovenal was er naast een goed uitgekiende nationale campagne van De Wever, een sterke lokale grass-roots campagne. Wel huis-aan-huis bezoeken (geleerd van Vande Lanotte volgens De Morgen), wel verschillende opvallende acties, en wat het meest opviel was dat er op ongelofelijk veel plaatsen affiches van De Wever, N-VA en wijkgebonden kandidaten aan de ramen en gevels van de huizen hingen.

HET ANTWERPSE SP.A PARTIJMODEL ALS CRUCIALE VERKLARING?

Kon Janssens wel een grass-roots campagne voeren als hij dat al gewild had? We vermoeden van niet. Dit vermoeden heeft alles te maken met het soort van partij die sp.a Antwerpen de laatste jaren is geworden. Janssens heeft nooit onder tafel gestoken dat hij niet meer gelooft in de massapartij die sp.a ooit geweest is. Daarmee sluit hij aan bij feitelijke maatschappelijke veranderingen. Niet alleen kalven alle partijen qua ledenaantal af, ook de functie van een partij is volledig veranderd onder invloed van de massamedia en de nieuwe media. Het massapartijmodel was noodzakelijk toen de politicus nog niet de directe toegang had tot de kiezer en via zijn militanten en leden de boodschap moest verspreiden. Midden jaren 1980 kent het model nog één van zijn hoogtepunten, maar vervolgens kwijnt dit partijmodel weg. Het partijmodel was nodig om indien nodig massaal te mobiliseren en - belangrijk - te demobiliseren. Met de komst van de massamedia is dit veranderd. Campagne voeren heeft meer en meer kenmerken van een op marketing gebaseerde publiciteitscampagne gekregen. Janssens als doorwinterde marketeer heeft dit laatste als geen ander onder de knie.

Onder de vroegere burgemeester Cools gold nog de regel ‘wie de partij beheerst, beheerst de stad’. Een verouderde maar actieve partij was aanwezig, maar van een moderne partij en campagnewerking was toen nog geen sprake. Vandaag geldt bijna het omgekeerde: een uiterst up-to-date campagne, maar weinig of geen partijwerking. Dat sp.a-Antwerpen een pover leven kent is een understatement. Leden en militanten worden bij weinig of niets betrokken, een debatcultuur is onbestaand, lokale wijkafdelingen kunnen misschien links en rechts nog bestaan, maar zijn in vergelijking met 10 jaar geleden weinig of niet actief. De meeste wijkafdelingen zijn op sterven na dood. De activiteiten van sommige districtsafdelingen beperken zich tot de jaarlijkse algemene ledenvergaderingen; de nieuwjaarsreceptie wordt zowaar de belangrijkste politieke activiteit van het jaar. Tekenend is dat het partijprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen binnen zeer beperkte cenakels tot stand is gekomen.

Deze situatie heeft consequenties. Meest belangrijk is dat de antennefunctie van de leden en de militanten verdwijnt. Waar in 1986-1987 de toenmalige jong-socialisten een afspraak met burgemeester Cools maakten om hem op het risico van succes van het Vlaams Blok te wijzen omwille van het openlijk racisme dat in volkswijken aanwezig was - wat door Cools als irrelevant van de hand werd gewezen - vangt sp.a anno 2012 niet de signalen op dat PVDA+ lokaal sterk oprukt in verschillende districten. Wijkgebonden bekommernissen dringen niet meer door. De bevolking neemt de districtraadsleden niet ernstig (cfr. proefschrift Dierickx UA). Opiniepeilingen bieden hier geen alternatief. Een stadsmonitor is een beleidsinstrument, geen politiek instrument. Er wordt geen weerwerk geboden aan andere lokale politieke krachten die wel aanwezig zijn. De politieke leerschool die de partij vormt, verdwijnt en wordt overgelaten aan de (overwegend liberaal-conservatieve) media. Eveneens leidt het tot de verschraling van de rekruteringsbasis zowel voor nieuw politiek personeel als voor ondersteunende professionals. Het risico bestaat verder dat de beleidsvoerders in een splendid isolation raken, niet meer tegengesproken door hun directe omgeving. En tot slot, een politiek filosofisch argument: wie controleert nog de beleidsvoerders tussen twee verkiezingen door?

Is de terugkeer naar een massapartij anno de jaren 1980 dan een oplossing? Dit lijkt me noch realistisch, noch wenselijk. Wel is het zo dat indien een partij wil beschikken over militanten die mobiliseerbaar zijn wanneer nodig, ze ook moderne participatiekanalen zal moeten ontwikkeling die discussie en reële inbreng mogelijk maken. Binnen een stad als Antwerpen moet het mogelijk zijn om kwaliteitsvolle debatclubs rond verschillende thema’s op te richten; om via de zogenaamde sociale media gemodereerde participatie bij een partij te stimuleren; om lokale partij campagneteams te laten functioneren als ondersteuning van, en binnen het kader van, een moderne marketing verkiezingscampagne. Participatiekanalen die niet meer de continue langdurige en alomvattende participatie van leden bij de partij veronderstellen, maar de tijdelijke en herhaaldelijke participatie bij onderwerpen en acties die het betreffende lid interesseren. Dit hoeven niet steeds highbrow activiteiten te zijn. Sommige leden vinden het handen-uit-de-mouwen-steken veel aantrekkelijker dan politieke discussies. Niet alles moet worden geprofessionaliseerd binnen een partij. Het beschikken over de nodige vrijwilligers zal nog aan belang winnen indien (a) affichage op publieke panelen zou worden verboden; (b) de stemplicht nog verder zou uitgehold en vervolgens afgeschaft worden, en (c) dit binnen een gecontinueerd campagnekader dat slechts beperkte financiële middelen toelaat.

De ultieme vraag is natuurlijk of de Stadslijst de verkiezingen tegen De Wever en N-VA zou hebben gewonnen als ze over zulk een moderne partij had beschikt? Vermoedelijk niet. De neoliberale (getuige de anonieme advertentie in de kranten van zogenaamde ondernemers), conservatieve, nationalistische en etnocentrische (de ex-Vlaams Blokkers/Belangers) electorale coalitie die De Wever kon smeden, was er niet door gekrompen. En het is maar de vraag of de aantrekkelijkheid van PVDA+ in economische crisistijd makkelijk te counteren is en of sp.a Groen zomaar ongestraft links mag laten liggen voor een geloofwaardig stedelijk mobiliteits- en milieubeleid. Maar Obama en de zijnen zullen getuigen dat zonder de grass-roots campagne in de swing states het Witte Huis nu een andere bewoner zou hebben gehad.7

Marc Swyngedouw
ISPO-KULeuven

Samenleving en politiek, Jaargang 19, 2012, nr.10 (december), pagina 4 tot 14

Noten
1/ Politicoloog Peter Van Aelst:‘Ik stel wel vast dat jonge gezinnen in mijn vriendenkring in Borgerhout en Berchem gaan wonen, en niet in Merksem en Deurne. Het centrum, Borgerhout, Berchem, het zijn de plekken waar je de stadsvernieuwing ziet en de nieuwe wind voelt. Die wind is nog niet doorgedrongen tot in Merksem.’ De Morgen, 17 oktober 2012. Sinardet (UA-VUB-FUSL) in Terzake.
2/ Het is voorlopig niet duidelijk of de ‘Partirep exit-poll’ representatief is voor Vlaanderen. Daarvoor is het wachten op het technische rapport en de specificaties van de studie.
3/ Stad Antwerpen in cijfers. www.antwerpen.buurtmonitor.be.
4/ Merk op dat in Gent Termont en sp.a het centrum electoraal niet afgestoten hebben door een sp.a-Groen lijst te vormen, ondanks de pogingen die Bracke en N-VA ondernomen hebben om de kartellijst in het (uiterst) linkse kamp te duwen. Het is dan ook te eenvoudig om een sp.a kartel met CD&V als ‘rechts’ te bestempelen en een kartel met Groen als ‘links’. Lokaal speelt de figuur van de kandidaat een beslissende rol in de perceptie van de lijst. In dit perspectief lijkt een lokaal kartel sp.a-Groen naar mijn mening overal in Vlaanderen wenselijk.
5/ De VRT-De Standaard peiling gaf de N-VA een voorsprong van zowat 10 procentpunten op de Stadslijst; de Gazet van Antwerpen peiling een voorsprong van 0,8 procentpunten. Hoewel ze een verschillende peilingsperiode hadden, werd die niet duidelijk gecommuniceerd en werden beide peilingen een week voor de verkiezingen in oktober gepubliceerd. PVDA+ kreeg in beide peilingen rond de 3,1%: ‘net niet genoeg stemmen voor een zetel in de gemeenteraad’ (Gazet van Antwerpen, 6 oktober 2012) luidde de conclusie.
6/ Zie Ackaert J., De socialisten te velde, Samenleving en politiek, september 2012, p.5.
7/ Richard McGregor, A busy day in the regional pod of President Obama’s campaign HQ in Chicago, September 14, 2012.

Bibliografie
- Swyngedouw M., Vandezande V., Fleichman F., Baysu G., Phalet K. (2010). De politieke participatie van de 2e generatie immigranten in Antwerpen en Brussel.
- ISPO-KU Leuven Rapport, 2012.

verkiezingen - Antwerpen - Patrick Janssens

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk