(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Gerrit Kreveld, gentleman en militant

Amsterdam, 1 januari 1919 - Alsemberg, 3 juli 2005

De Stichting, die Samenleving en politiek uitgeeft, draagt de naam van Gerrit Kreveld, die op 3 juli 2005 te Alsemberg is overleden.
De Stichting draagt zijn naam als een dubbel eerbetoon. Enerzijds gedenken we de man die als gewezen afgevaardigd beheerder van het voormalig vakantiecentrum Blutsyde te Bredene aan Zee de middelen en de inspiratie aanbracht om een bezinnings- en initiatiefcentrum op te richten dat op een stimulerende wijze onafhankelijk denkwerk wil verrichten over de mogelijkheden en de grenzen van de sociaaldemocratie in de huidige maatschappelijke context. Anderzijds gedenken we met hem een generatie militanten, die van de jaren dertig tot de jaren tachtig van de 20e eeuw de ruggengraat van de socialistische beweging vormden.
Gerrit Kreveld is in Amsterdam geboren op 1 januari 1919 als zoon van een Antwerps arbeidersgezin dat - zoals vele duizenden - tijdens de oorlog naar het neutrale Nederland was gevlucht. De militant ontwaakte ca.1935 door zijn toetreding tot de AJC, de Arbeidersjeugdcentrale, die in 1933 was opgericht naar het Nederlandse voorbeeld van Koos Vorrink. Het was in de geest van de tijd een zeer ethisch geladen beweging die een socialistische tegencultuur wou creëren  tegenover de kapitalistische geldmuur. Aanvankelijk stonden veel AJC’ers sterk onder de invloed van Hendrik de Man, maar toch zijn weinigen hem gevolgd wanneer hij in 1940 de richting van de Nieuwe Orde opging en met zijn manifest van 28 juni 1940 de politieke rol van de Belgische Werkliedenpartij als beëindigd beschouwde. Heel wat AJC’ers zijn in de daaropvolgende maanden clandestiene kernen gaan vormen waar de beweging verder leefde.
Gerrit Kreveld, de jeugdleider van de Antwerpse pioniersgroep was er één van. Nic Bal, die in 1980 zijn loopbaan eindigde als directeur-generaal BRT-televisie en die één van de belangrijkste spilfiguren van het socialistisch verzet werd, schreef in zijn memoires: ‘Gerrit was één van de actiefste leden van het Antwerps verzet. Hij stond aan het hoofd van een flinke groep AJC’ers en was lid van het clandestiene partijbestuur van Antwerpen. We zagen in hem de toekomstige leider van de Vlaamse Socialistische Jeugdbeweging en hij heeft deze verwachting niet beschaamd’ (p.211 in Nic Bal, Mijn wankele wereld. Vier jaar in het socialistisch verzet, Leuven, Kritak - Fonds L. Magits, 1984).
Onmiddellijk na de Bevrijding werd  Gerrit Kreveld opgenomen in het apparaat van de zich herstructurerende partij (BSP). Twee jaar lang trok hij per trein van de ene naar de andere Vlaamse stad om de jeugdbeweging weer op poten te zetten: Rode Valken, Pioniers en Jong-Socialisten.
In december 1945 werd hij medeoprichter van de Nationale Jeugdraad. Er was toen nog, ook bij hem, enige verwachting en hoop op een breed travaillistisch front. Zijn gesprekken met Jef de Schuyffeleer (1913-1959), algemeen voorzitter van de KAJ-otters voedden deze hoop, die wel zeer efemeer was (zie L.Peiren, interview met  Gerrit Kreveld, 19 mei 1993 en E. Gerard, De Christelijke Arbeidersbeweging in België, 1891-1991, deel 2, Univ.Pers Leuven, KADOC, 1991, pp.451-452 en 493-494). De socialistische beweging ontwikkelde zich snel tot een naar binnen gerichte zuil zoals dit minstens even indringend gebeurde langs christendemocratische zijde, want daar was ook de katholieke kerk, die in haar wacht- en waakwoorden alleen die ene zuil aanvaardde. Voor de jonge BSP en het zich herstructurerende ABVV was er daarenboven de dreiging en de concurrentie van de KP, die vlak na de oorlog een grote aantrekkingskracht had, ook electoraal (in de eerste wetgevende verkiezingen van 17 februari 1946 12,68% communistische stemmen tegenover 31,56% van de BSP en 42,53% voor de CVP). Gerrit Kreveld was reeds als AJC’er principieel en compromisloos anticommunist. Hij werd het in nog fellere mate in 1945 en in de snel ontluikende Koude Oorlog. Dit was ook zo in zijn internationale contacten waarvoor hij een bijzondere aandacht had en behield tot het einde van zijn dagen. Hij was in Parijs in 1946 één van de Belgische afgevaardigden bij de oprichting van IUSY (International Union of Student Youth), van sociaaldemocratische inspiratie en tegenhanger van de IUS (International Union of Students met zetel te Praag). Hij kwam er sterk onder de indruk van Denis Healey, later een prominent Labour-minister en in de memoires van Eric Hobsbaum afgeschilderd als ‘the man of the Labour right’, maar ook ‘In private life he was and is a person of charm, high intelligence and culture, underneath the battlements of his trademark eyebrows…’ Deze typering past ook voor de gentleman en anglofiel Gerrit Kreveld, socialist in hart en nieren, maar steeds rechts gepositioneerd in de politiek-ideologische stormen binnen en buiten zijn partij.
In 1953 verliet hij de rangen van de jeugdbeweging en werd hij nationaal propagandasecretaris voor de Vlaamse BSP-federaties. Hij zocht geen politiek mandaat. Hij werkte liever in de sterke schaduw van het apparaat en bracht andere plannen tot rijping, o.m. het vakantiecentrum Blutsyde. In 1959, bij het aantreden van partijvoorzitter Leo Collard, voor wie hij een grote verering koesterde, werd hij ook toegevoegd lid van het nationaal partijbureau. In 1975 tenslotte volgde hij Jan Luyten op als nationaal partijsecretaris. Hij was amper drie jaar in functie wanneer de BSP op 28 oktober 1978 uiteenspatte, een moeilijke maar geen onverwachte breuk. Gerrit Kreveld was het al lang gewoon om binnen de unitaire partij te werken met grote en kleine verschillen tussen de Waalse en Vlaamse federaties en met de specifieke problemen van de Brusselse federatie. Daar hadden de Nederlandssprekenden het altijd al een beetje moeilijk gehad, maar met de opkomst van het FDF werd hun positie onhoudbaar. Gerrit Kreveld steunde dus de dissidentie van de Brusselse Rode Leeuwen in 1968 en zag met pragmatische nuchterheid de groeiende spanningen en onenigheden binnen de unitaire partij waar de jonge Rode Leeuw Karel Van Miert in 1976 covoorzitter werd met de flamboyante Luikenaar André Cools. Het was wellicht een kwestie van generaties, van temperament en van onzegbare gevoeligheden, maar  Gerrit Kreveld stond niet meer op de eerste lijn bij de grote vernieuwingsoperaties die Van Miert op gang bracht, niet in Van Mierts uittekening van de toekomst van het democratisch socialisme in Vlaanderen, niet in zijn nieuwe alliantie met de vredesbeweging en niet in zijn operatie Doorbraak. De Keizerslaan, waar sinds de afbraak in 1965 van het Horta-volkshuis de PS en de SP hun strikt gescheiden hoofdkwartieren hadden, was voor Gerrit een vreemder huis aan het worden wanneer hij in 1984 met pensioen ging. Hij bleef nog enkele jaren voorzitter van de CSC-koepel (Centrale voor Socialistisch Cultuurbeleid), maar ook daar waren de dagen van de verzuilde cultuurkoepels geteld. Veel sneller en drastischer dan in de katholieke zuil werden de nog overblijvende socialistische cultuurorganisaties uit de boot gezet of aangezet een grondig nieuwe koers te zoeken.
Gerrit Kreveld bleef wel zeer actief in zijn eigen twee geesteskinderen, de vzw’s Verlof voor Jonge Arbeiders en Recreatie en Vacantie, maar ook daar wenkten nieuwe tijden. De oorsprong ervan gaat terug naar de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1958. Een groots plan van de Socialistische Gemeenschappelijke Actie (partij + vakbond + mutualiteit + coöperatieve) om een paviljoen ‘Germinal’ te bouwen met logementaccommodatie ging niet door. Gerrit Kreveld werd toen de spil van een eigen initiatief. Met een lening van 200.000 frank werd in een leegstaand pand in Oudergem een logementhuis ingericht ten behoeve van buitenlandse socialistische organisaties die de Expo kwamen bezoeken. Het werd een onverhoopt succes en met het batig saldo werd de start genomen voor de bouw van een vakantiecentrum in de wijk Blutsyde te Bredene aan Zee. De goedkope leningsmogelijkheden bij de Nationale Kas voor Jaarlijks Verlof en de uitzonderlijke bijdrage van het Bredense (socialistisch) gemeentebestuur bij het onteigenen van de nodige terreinen konden het project concrete vorm geven. Men zat echter in het midden van de Golden Sixties: het (te) groot aantal initiatieven in het sociaal toerisme aan de kust liep gevaar door een te lage rentabiliteit en door nieuwe mogelijkheden van populair toerisme. Het Blutsydecomplex werd daarom van meet af aan geconcipieerd voor een dubbel gebruik: zeeklassen voor het onderwijs gedurende het schooljaar en sociaal toerisme in de vier maanden hoogseizoen. Vanaf 1972 werd op verzoek van het ministerie van Onderwijs een huurcontract afgesloten waarbij het Rijksonderwijs de instelling voor het volle jaar huurde. Inmiddels werden nieuwe gronden verworven met het (verre) oog op het bouwen van een vakantiedorp. Om allerlei redenen geraakte dit plan niet gerealiseerd maar op meer dan 20 ha. ontstond wel een uniek natuurpark als een soort oase tussen wat inmiddels de stedenbouwkundige en architecturale verschrikkingen van de Belgische kust waren geworden.
Keerpunt werd mei 1985: de CVP-minister van Nationale Opvoeding Daniël Coens verbrak het langlopende huurcontract met Blutsyde. Gerrit Kreveld opteerde voor een proces en een verder realiseren van de oude plannen. Het proces werd uiteindelijk verloren na een lang aanslepende beroepsprocedure. En de oude plannen geraakten opgeborgen, niet in het minst op aandringen van Frank Van Acker, die inmiddels voorzitter van de Raad van Bestuur was geworden van de 2 vzw’s, die het (verouderde en onaangepaste) gebouw en de gronden in eigendom had. Vergeten we niet dat voor de SP toen de anni horibili aanbraken: op 30 oktober 1986 het faillissement van De Morgen en op 16-17 februari 1995 het losbarsten van het Agustaschandaal. In zijn hopeloos gevecht om het dagblad De Morgen recht te houden en ook andere tegenslagen op te vangen had SP-voorzitter Karel Van Miert zijn oud nationaal secretaris Gerrit Kreveld meerdere keren onder druk gezet om ook geld te lenen uit de middelen van vzw Verlof voor Jonge Arbeiders. Na oktober 1986 bleek dat de hoop op een terugbetaling ijdel zou worden. Het versterkte de wil om autonoom en toekomstgericht de middelen van het Blutsyde-patrimonium te gebruiken. Het is een ander en boeiend verhaal waar ik zelf vanaf 1992 betrokken werd als opvolger van Frank Van Acker, die op 22 april 1992 overleed. Hij was het die ons voorstelde om aan het nieuwe project de naam Gerrit Kreveld te geven. Zo ontstond op 30 augustus 1994 de Stichting die zijn naam draagt.
Vele jaren nog is hij er zelf een wakker en wijs beheerder gebleven: stug en minzaam, zwijgzaam en consequent, gentleman en militant.

Herman Balthazar
Voorzitter Stichting Gerrit Kreveld

Samenleving en politiek, Jaargang 12, 2005, nr.7 (september), pagina 50 tot 53
 
in memoriam - Stichting Gerrit Kreveld
Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk