(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Communiceren is de boodschap

Een essay over politieke verpakking en inhoud

Het dichten van de kloof tussen burger en politiek lag in juni 1999 aan de oorsprong van het paarsgroene project. Geen wonder, want Verhofstadt hekelt de politiek van de achterkamertjes al sinds zijn eerste Burgermanifest in 1991. Deze regering gooide bij haar aantreden dan ook de deuren wagenwijd open voor pers en publiek.

Geen keukengeheimen meer, waarbij Dehaene enkel zijn recept wou prijsgeven als het gerecht af was. Neen, voortaan waant elke burger zich als Ilse Demeulemeester die Piet Huysentruyt gadeslaat bij het maken van 'alweer een lekker ogend gerecht'. Ook premier Guy Verhofstadt heeft chef-kok ambities, hij zou voor de burger 'een modelstaat' creëren. Ingrediënten hiervoor zijn: een vereenvoudiging van de administratie, een nieuwe politieke cultuur, een zorgzame overheid die instaat voor duurzame ontwikkeling, mix bij dit alles de politie en rijkswacht tot één geheel en ziedaar een 'actieve welvaartsstaat'. Elke burger, met nog de wrange nasmaak van de pedofilieschandalen en de dioxinekippen in de mond, wil dit recept wel eens uittesten. Maar misschien had de ambitieuze creatie vooraf geproefd moeten worden, want net als bij Huysentruyt gaat het snel en is de zendtijd beperkt, waardoor het 'lekker ogend gerecht' niet kan geproefd worden. Ook de premier heeft maar een contract voor vier jaar op zak en wat blijkt, na tweeënhalf jaar hebben heel wat creaties een bijsmaakje gekregen.
Toegegeven, Verhofstadt heeft geen gemakkelijke taak: een coalitie van rood, groen, blauw en een tintje geel, geeft een bruin eindresultaat. En laat dat nu juist de gehate kleur zijn die leidde tot het ontstaan van deze moeilijk te besturen coalitie. Toch genoot paarsgroen van de economische hoogconjunctuur en de besparingen van de roomsrode voorganger. Voor het eerst moest deze regering dus niet enkel saneren, maar ook regeren. Veel regeringsleden waren nog wat groen achter de oren en vlogen af en toe uit de bocht. Grote breuken liepen ze hierbij niet op want Verhofstadt verdedigde hen vol vuur voor de publieke en journalistieke rechtbank. Begrijpelijk natuurlijk, de premier is zelf een gedreven man met grote ambities, die liever met z'n gezicht tegen de muur loopt dan te moeten toegeven dat het zonder oranje niet lukt.

Overwinningsroes met nevenwerking

Na het wegebben van de overwinningsroes van 13 juni 1999, worden de verschillen binnen de regering steeds moeilijker te verstoppen. Verhofstadt doet deze publieke meningsverschillen af als zou het om een open debatcultuur gaan. Een strategie die kadert binnen de open communicatie die de regering in haar beleidsverklaring vooropstelde. Openlijk van mening verschillen is normaal, al is het voor de burger een trendbreuk na de non-communicatie van Dehaene. Deze nieuwe aanpak zorgt voor publieke beroering en maakt politiek nog eens het gespreksonderwerp van de dag, de kloof tussen burger en politiek lijkt dus te slinken. Maar aangezien niets is wat het lijkt, krijgen de interne discussies al gauw de allure van een steekspel. Oppositie voeren is hierbij totaal overbodig, want elk wetsvoorstel wordt wel gecounterd door een of andere coalitiepartner. Yves Desmet, politiek hoofdredacteur bij De Morgen schreef in deze krant: 'Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig', iets wat zeker geldt voor deze regering. Luc van der Kelen, chef politiek bij Het Laatste Nieuws, omschrijft het geheel als een circus, waarbij de regeringsleden zich wringen in de positie van acrobaat, jongleur of messenwerper. Spektakel gegarandeerd voor het publiek en de journalisten. Vooral deze laatste juichen de open communicatie toe, waar ze het vroeger met een droge 'geen commentaar' moesten stellen, worden ze nu overspoeld met informatie. Zo lijkt het in elk geval, maar opnieuw is de werkelijkheid complexer. De wekelijkse persconferentie na de ministerraad wordt van onder het stof gehaald en journalisten mogen non-stop vragen afvuren op de premier, een openbaring leek het. Maar 'the great communicator' Verhofstadt antwoordt op vele vragen zo uitgebreid, of in meerdere talen dat niet alle vragen binnen de deadline gesteld kunnen worden. Toch is het voor elke journalist een verademing dat ze het gsm-nummer van de premier op zak hebben, waardoor ze hem steeds ter verantwoording kunnen roepen. Voor wat hoort wat natuurlijk: de premier en zijn ministers kennen de telefoonnummers van de wetstraatjournalisten dan ook bijna van buiten. Wie het waagt om zijn ongezouten mening op papier te zetten, mag zich aan een telefoontje verwachten. Deze regering wil open communiceren, dus wil ze tijdens een etentje haar standpunt duidelijk kunnen maken aan de 'iets te kritische journalist'. De pers hoeft dus helemaal niet meer te graven, alles wat ze willen weten moeten ze maar vragen of krijgen ze op een dienblaadje gepresenteerd in ruil voor een positief artikel.

Journalistieke graafwerken op laag vuurtje

Gemakszucht en luiheid bedreigen dus de kritische zin en de onderzoeksjournalistiek. Van der Kelen omschrijft de journalist als clown, die nu met het faillissement van Sabena als ziekenhuisclown meedraait in het spektakelcircus. Sommige journalisten eigenen zich de rol van hofnar toe, waarbij ze leven met de illusie dat ze mee het beleid uitstippelen. Als de regeringsleden constant aan je telefoon hangen, meet je jezelf natuurlijk snel dergelijke allures aan. Meer nog, gerenommeerde journalisten verdwijnen steeds vaker naar een of ander ministerieel kabinet, zo werden Rolf Falter en Peter de Jaegher al uit de kweekvijver van De Standaard gevist. Ook Dirk Achten, politiek analist bij De Standaard, bekende reeds kleur, maar kon om financiële redenen aan de blauwe druk weerstaan. Dergelijke vermenging van pers en politiek houdt natuurlijk gevaren in, want hoe zal iemand die mee het beleid uitstippelt nog kritisch kunnen berichtgeven? 'Lekker ogende creaties', waaraan je zelf de laatste hand hebt gelegd, kieper je niet zomaar in de vuilnisbak, integendeel je wilt dat ze door iedereen gesmaakt worden.
Maar waarom pogen deze paarsgroene politici een steeds grotere greep te krijgen op de vierde macht?
Eerst en vooral willen politici de geschiedenis ingaan als belangrijk en het schrijven van boeken is daartoe een uitgelezen middel. De kleurennota van Dewael staat vol ronkende volzinnen, waarbij de kritische lezer de helft jammer genoeg als inhoudsloos kan klasseren. Peter de Jaegher die nu aan Dewael's kabinet werd toegevoegd kan de minister-president nog heel wat leren. Ook de mooie verwoordingen in de Burgermanifesten van Verhofstadt werden door journalist Frans Verleyen opgetekend. Wetstraatjournalisten worden dus deels voor hun journalistieke vaardigheden aangeworven.

Maar er is meer aan de hand. Deze spektakelregering verwacht na afloop van het circus natuurlijk een daverend applaus en ook daar kunnen journalisten voor zorgen. De paarsgroene ministers beseffen de impact van een krantenartikel of tv-optreden maar al te goed. Ze zijn zich bewust dat de manier waarop iets neergeschreven, of de manier waarop iets op het scherm verschijnt, even belangrijk is als de inhoud. Het gevaar hierbij is dat communicatie een doel op zich wordt, een middel om te kunnen scoren bij het publiek.

De oppositie verwijt deze coalitie mediageilheid, maar zelfs de oppositie weet communicatie naar waarde te schatten, want voortaan draagt een echte CD&V'er immers geen das meer en mag het hemd wat losser aan de nek. Geen slecht initiatief, als je met je partij 'midden de mensen' wil staan, kan je er maar beter als de modale Belg uitzien.

Politici zijn dus bezorgd over hoe ze overkomen bij de bevolking en aangezien journalisten hier een vinger in de pap hebben, zijn ze een ideale schietschijf. De oppositie verwijt de regering dat ze de journalisten op alle mogelijke manieren beïnvloedt. Deze kritiek is niet geheel onterecht want nog nooit werd er zoveel heen- en weer getelefoneerd tussen regeringsleden en journalisten. Maar eigenlijk verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet want CD&V-voorzitter De Clerck vindt dat zijn partij te weinig aandacht krijgt in de pers, ook al doet hij hiervoor verwoedde inspanningen. Volgens De Clerck is de dominantie van een aantal journalisten op het politieke spel nog nooit zo groot geweest. Misschien moet hij eens bij voormalig CVP-premier Wilfried Martens op bezoek gaan, deze kan - naar het schijnt - boeiend vertellen over hoe Hugo De Ridder en Manu Ruys het journalistieke verlengstuk waren van de CVP. Dergelijke kritiek is dus van alle tijden, al kunnen sommige politiek journalisten hun hofnarambities maar beter opbergen om de sfeer op de redacties niet helemaal te verpesten. Imago en verpakking zijn dus belangrijk, geen enkele marketeer zal dit ontkennen, maar is er ook niet zoiets als inhoud nodig om mensen over de streep te trekken?

Ingrediënten met pit

'De politiek zit dus opgesloten in de kluizen van de drukkingsgroepen, de corporaties en de comités die met hun grote invloed te koop lopen. Daarom moeten de politici, die zij in het veld sturen, doen alsof ze onafhankelijk en wilskrachtig voor het algemeen belang opkomen. Dat brengt ons tot het beeld van de spektakelstaat, het politieke theater dat soms op cabaret lijkt, maar alleszins moet dienen om de identiteit van de ware machthebbers te camoufleren. De kiezer moet niet worden overtuigd, maar verleid. Er wordt dus weinig over programma's gepraat, want dat vergt uiteenzettingen, maar veel over losse waarheidjes die de waarheid niet raken. In plaats van visie, heeft men het over 'beleid'. Congressen, affiches, mediastunts moeten de inhoud doen vergeten en de verpakking laten glanzen. Daarop worden dan, als zijden strikken, zo eenvoudig mogelijke slogans aangebracht.'

Bovenstaand stukje tekst is letterlijk overgenomen uit het eerste Burgermanifest van Guy Verhofstadt. Een duidelijk verwijt naar de politiek van de jaren negentig en een pleidooi voor inhoud in plaats van verpakking. Je zou dan ook verwachten dat de kiezer nu met 'visie' wordt overtuigd en niet met 'beleid' wordt verleid.
De premier heeft inderdaad een duidelijke visie op hoe de actieve welvaartstaat er moet uitzien, maar hoe breng je dit over naar de burger. Hoe communiceer je als overheid met de burger? Verhofstadt zocht en vond de oplossing bij communicatie-expert Noël Slangen. Meneer Slangen verzorgde de verkiezingscampagne van de liberalen in 1999 en hielp hen dus onrechtstreeks aan een overwinning, een bedanking hiervoor was wel op zijn plaats. Noël Slangen werd op 30 november 1999 dan ook aan het kabinet van de premier toegevoegd om het communicatie- en voorlichtingsbeleid van de regering uit te stippelen. Nooit eerder had een premier naast twee woordvoerders, nog een persoonlijke communicatiedeskundige gehad. Dat er aan Slangen een prijskaartje hing van 5 miljoen frank voor 60 dagen arbeid, kon de premier niet deren. Goeie communicatie tussen burger en overheid mag immers wat kosten en het Belgisch imago in het buitenland mocht ook wel eens opgeblonken worden.

Communicatie op 'Slangenwijze'

Volgens Slangen is het negatief Belgisch imago het gevolg van een vertekend zelfbeeld en een negatief identiteitsgevoel. De Belgen zijn niet fier op hun land en doen hierdoor aan nestbevuiling in het buitenland. Reclamefilmpjes moeten de landgenoten overtuigen dat 'Belg zijn', iets is om trots op te zijn. Filip en Mathilde moeten daarbij niet langer op koekjestrommels prijken, maar het Belgisch aanzien vergroten door blijde intreden te houden in binnen- en buitenland.
De communicatie rond Euro 2000, het creëren van de webstek van de premier, de oprichting van het internationaal perscentrum, allen dragen ze de stempel van Slangen. Maar dat de communicatiedeskundige de controverse niet schuwt bewijzen de talrijke conflicten uit het verleden.
In februari 2000 maakte hij CD&V'er Paul Tant hopeloos belachelijk en weigerde hij de op vragen van Vlaams Blokker Gerolf Annemans te antwoorden in de dioxinecommissie. Nauwelijks een jaar later joeg hij de hele onderwijssector de gordijnen in met zijn column in het tijdschrift Bonanza. Tijdens de oliecrisis in september '00 dreigde hij zelfs met ontslag, omdat Verhofstadt zijn communicatiestrategie niet wou volgen. Verhofstadt wachtte drie dagen om de bevolking te woord te staan, hiermee volgde hij de raad op van zijn kabinetschef Luc Coene. Slangen voelde zich duidelijk gepasseerd en zwaaide met zijn C4, maar de volgende morgen borg hij deze zorgvuldig op en bood hij z'n excuses aan. Het afschaffen van de Federale Voorlichtingsdienst is een ander voorbeeld van een 'Slangenplan'. Mieke van den Berge werd bedankt voor bewezen diensten en voortaan is de FVD een instrument binnen het communicatiebeleid van de regering. Op 25 november '01 verbreekt Slangen na negen maanden de mediastilte, waardoor hij meteen een storm van reacties ontketent met de uitspraak dat minister van Justitie Verwilghen te 'soft' is voor de politiek.
Slangen spant dus als een spin een web uit binnen deze regering, af en toe vangt hij eens een vlieg, maar meestal gaat hij onverstoorbaar verder. Geen enkele journalist die er dan ook maar een beeld van heeft welke budgetten deze man opslokt onder het mom van communicatie of informatie, een grens die na het opdoeken van de FVD zo goed als onbestaande is.

Chef-kok zoekt bekwame hulpkoks

Maar goed, Verhofstadt wil dus inhoud verkopen en geen verpakking. Het recept en de ingrediënten van de modelstaat staan op papier, Slangen zorgt ervoor dat de burgers het recept als zoete broodjes slikken, maar hoe zit het met de uitvoering van het recept. Verhofstadt mag dan chef-kok capaciteiten bezitten, vele van zijn ministers falen als hulpkok.
Het Copernicusplan leidde tot woede bij de ambtenaren, Lambermont was een staaltje loodgietervakmanschap en het Octopusakkoord blijkt met haar tentakels een groter gat in de begroting te maken dan voorzien. Maar toen was er nog hoogconjunctuur, een goede economische groei en optimisme alom. Paarsgroen maakte zich dus geen zorgen en ging lustig verder met het maken van grootse plannen en beloftes. De modelstaat zou er komen, de ingrediënten moesten hier en daar wel wat aangepast worden, maar de burger zou binnenkort van een belastingsverlaging kunnen proeven. Verhofstadt nam uit voorzorg alvast de sorry-cultuur uit Nederland over, waardoor hij zich bij een bereidingsfout zou kunnen excuseren.
En toen kwam 11 september 2001, die de modelstaat in een economische recessie deed belanden en waarbij de burger aan het 'lekker ogend gerecht' wel eens een kater zou kunnen overhouden.
Met de aanslagen van 11 september verdwenen niet alleen Amerika's twins, ook de economie stortte ineen en het consumentenvertrouwen kreeg een flinke deuk. De Europese Unie verklaarde zich meteen solidair met z'n Amerikaanse vriend en Verhofstadt waande zich als voorzitter van de EU meteen in een bevoorrechte positie. Hij was het hele Europese project al ambitieus begonnen met een overvolle prioriteitennota en een top van Laken die in december voor de kers op de taart moest zorgen. Dat Verhofstadt niet persoonlijk door president Bush op de hoogte werd gebracht van de start van de bombardementen op Afghanistan, was voor de EU-leider dan ook een bittere pil om te slikken. Amerika koos liever zelf zijn Europese bondgenoten, waarbij Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland de uitverkoren strijdeenheden vormden. Dat deze drie landen een minitop hielden op Verhofstadt's 'moment de gloire' in Gent, waren voor de EU-leider een klap in het gezicht.

Na de kater, de ontnuchtering

Je zou het kunnen zien als de start van de grote ontnuchtering, want voor de publieke en journalistieke rechtbank was Verhofstadt van zijn sokkel gevallen. Zelf weigerde hij dit toe te geven en hij zette zijn Europese ambities dan ook onverminderd voort. Hij creëerde met het forum voor de democratisch-globalisten in Gent, een Europese precedent, dat moeten we toegeven.
Maar het incident op 19 oktober in Gent illustreerde ook de zwakte van de Belgische premier: hij kan niet omgaan met kritiek. Ook de regering weet niet hoe ze moet reageren als er na een circusvoorstelling geen applaus, maar boegeroep te horen is. Elf september heeft de wereld misschien niet veranderd, maar de perceptie van de burger werd er wel door beïnvloed. De burger pikt het niet langer dat deze regering haar beloftes niet kan waarmaken. De druk op paarsgroen wordt groter nu ze in de tweede helft van hun regeerperiode zitten. Voeg hierbij nog eens een economische recessie, begrotingsproblemen, onderwijs- spoor- en poststakingen, het failliet van Sabena en je krijgt geen 'actieve welvaartstaat', maar een 'geïrriteerde welvaartstaat' die wacht op resultaat. Verhofstadt, haalt de sorry-cultuur uit de kast en biedt zijn excuses aan voor wat er fout liep. De regering daarentegen re(a)geert niet en wacht tot de bui over is.

Paarse communicatie is aangebrand

Heeft Noël Slangen deze regering dan niet geleerd dat open communicatie ook geldt in tijden van crisis?
Slangen geeft toe dat Verhofstadt moeite heeft met het communiceren van slecht nieuws. 'Zijn optimisme is nog sterker dan zijn aanleg voor communicatie', verklaart de communicatie-expert in een interview in De Standaard. 'De grote verwachtingen creëren een Peter Pan-syndroom: als je zegt dat je kunt vliegen, moet je dat telkens bewijzen'. Toch vindt Slangen dat deze aanpak zijn charme heeft, want de Belg is al bescheiden genoeg.

Maar is het niet logisch dat de burger verwacht dat deze regering haar grote projecten ook realiseert? Van de aangekondigde hervormingen van de ambtenarij, de politiediensten, het onderwijs, en ga zo maar door is tot op heden niet veel te merken. Nu de begroting tegenvalt ziet de burger in dat niet alles realiseerbaar is, maar waarom geeft de paarsgroene regering dit dan niet toe? Verhofstadt vindt dat 'the show must go on' en als er geen geld meer is dan lanceert hij wel een idee dat geen geld kost, zoals het afschaffen van de Senaat. De senatoren zijn zoet met het herdenken van hun rol en ook de journalisten worden 'bezig gehouden'. Er is natuurlijk niets mis met optimisme, maar dit neigt naar eufemistisch taalgebruik. Misschien is dit wel een nieuwe vorm van wetstratees: deze regering duldt bijvoorbeeld niet dat je iemand een leugenaar noemt, zeg liever dat iemand rond de pot draait of dat hij niet de hele waarheid vertelt. Met dergelijk ongebreideld optimisme ondermijnt de regering haar geloofwaardigheid. Misschien wordt het tijd dat de 'beslissingscultuur' van Dehaene eens van onder het stof gehaald wordt. Al zal er natuurlijk niet gescoord worden met een politiek van 'nu realiseren we nog enkel dit', maar de geloofwaardigheid van de regering kan ermee worden gered.

Coalitiepartners blijken tweederangskoks

Vraag is of de veer in de coalitie niet gebroken is, nu de kritiek steeds luider klinkt. De open debatcultuur dreigt te ontaarden in een messengevecht tussen de coalitiepartners. Momenteel wordt er nogal wat afgesnauwd tussen de Franstalige socialisten en de Vlaamse liberalen. De wafelijzerpolitiek blijkt na Lambermont toch niet helemaal verleden tijd. Verhofstadt deed PS-voorzitter Elio Di Rupo in een Franse colère schieten, na zijn uitlating dat de overheid geen bedrijf kan leiden. Vice-premier Laurette Onkelinx (PS) was hierover ook al in haar wiek geschoten. Isabelle Durant (Ecolo) verwijt haar eigen regeringspartners dan weer het falen in het Sabena-dossier, en ga zo maar door. Het privatiseren van overheidsbedrijven is en blijft een heikel punt in de Noord-Zuid tegenstelling van dit land. Waar Vlamingen de kwaliteit van de dienstverlening voorop stellen, of dat dan door overheid of privé gerealiseerd wordt, maken de Walen zich zorgen over de tewerkstelling. De PS voelt op dit vlak nattigheid nu na de privatisering van Sabena ook de Post in opspraak komt.
Toch weigert paarsgroen te buigen voor de economische depressie of voor de oranje oppositie die zich nu eindelijk begint te profileren. Maar de paarsgroene flexibiliteit zorgt voor een voedselvergiftiging van de actieve welvaartsstaat. Een van de basisingrediënten voor de 'lekker ogende modelstaat' was het afschaffen van de brugpensioenen, want die zouden de sociale zekerheid op termijn onbetaalbaar maken. Nu blijkt dat de overheid in het sociaal plan voor het faillissement van Sabena brugpensioenen gaat toekennen vanaf 48 jaar en tien maanden. En leg dan nog maar eens uit aan het onderwijzend personeel waarom ze straks tot hun 58ste moeten werken. In plaats van zich in de kunst van het messenwerpen te bekwamen, zou deze regering beter een spoedcursus schermen volgen voor als het publiek na een spektakelvoorstelling met eieren begint te gooien.
Dergelijke uitlatingen bewijzen nog maar eens dat paarsgroen niet met kritiek overweg kan. Als het begint te regenen, zoeken de regeringsleden snel beschutting en werpen ze messen naar partners die ondanks de regen verder boeren. Opnieuw heeft de drang tot scoren hier de bovenhand, communicatie wordt een doel op zich, terwijl de regeringsleden beter een gezamenlijke paraplu zouden zoeken om onder te schuilen.
Kan deze coalitie ook regeren in tijden van laagconjunctuur, of krijgt Dehaene gelijk en heeft Verhofstadt vodden als de conjunctuur keert. Volgens Luc van der Kelen is de slogan 'Bent u nog mee?' de perfecte slogan voor deze regering. De PS is haar vernieuwingsdrang kwijt en valt terug op haar vroegere machtssysteem. Ze neemt haar rol als starre verdediger van het Waalse hinterland, de overheidsbedrijven, subsidies, sociale zekerheid en de gebruikelijke geldstromen weer op. Voor van der Kelen heeft de PS dan ook afstand genomen van de regering en zit ze eigenlijk niet meer in de coalitie. In kringen van Waalse socialisten klinkt een heel ander geluid, PS-voorzitter Di Rupo en Verhofstadt zouden al een akkoord bereikt hebben over de voortzetting van de paarsgroene coalitie na 2003. Het akkoord betekent natuurlijk niet dat we elkaar niet nog vlug een mes in de rug kunnen steken.

Bindmiddel van het paars recept

Wat houdt deze coalitie dan overeind ondanks de tanende conjunctuur en de buitensporige conflicten?
Verhofstadt is 'a man with a mission' want hij wil bewijzen dat België ook zonder de CD&V kan. Deze bewijsdrang is dé centripetale kracht die de regering samenhoudt. Niet alle coalitiepartners hebben dit begrepen en sommige regeringsleden zijn maar tweede- of derderangs koks die gooien met borden en hopen dat scherven geluk brengen. Koks met namen als: Van de Lanotte, Van den Broucke, Dewael, Stevaert, Geysels, Michel, weigeren echter hun koksmuts af te zetten vooraleer de regeerperiode ten einde is. De burger gaf deze regering vier jaar tijd om haar recept uit te voeren en ja, ze zullen het komende anderhalf jaar heel wat borden moeten lijmen. Ze zullen eerlijk moeten communiceren over het gewijzigde recept van de 'actieve welvaartstaat'. Hierbij kunnen sommige ingrediënten misschien beter een tijdje in het vriesvak verdwijnen en noemt men 'escargots' beter gewoon slakken. Want aan loze beloftes en halve waarheden heeft de burger geen boodschap in het huidige politieke verkavelinglandschap, waarin nieuwe politieke afkortingen als paddestoelen uit de grond schieten.
Een regering die in deze economische en politieke omstandigheden met enkele krachtige maatregelen aan de burger een voorsmaakje kan geven van de beloofde modelstaat, al moet deze nog verfijnd worden, zal aan haar recept geen kater overhouden. Goed, het oog wil misschien ook wel wat, maar eerst moet toch de maag gevuld worden en dat doe je niet met 'haute cuisine' maar wel met stevige Belgische kost! Wie weet krijgt Slangen toch nog gelijk en bestaat er zoiets als de trotse Belg die in 2003 paarsgroene bolletjes kleurt, een gerecht dat bij Filip Dewinter wel eens zwaar op de maag zou kunnen liggen.

Jonge durver met zwak voor pen
Vicky WILLEMS

1e laureaat Emile Zola-prijs, editie 2002

Samenleving en politiek, Jaargang 9, 2002, nr.2 (februari), pagina 49 tot 56

Bronnen
Artikels
- BRINCKMAN (B), Vandaag interpellaties over 'gebrek aan cohesie' in regering Verhofstadt, In: De Standaard, 14 november '01.
- DESMET (Y), Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig, In: De Morgen, 23 mei 2001, p 2.
- DE CEULAER (J); ROGIERS (F), 'Straks richt iedereen een politieke partij op', In: Knack, 14 november '01, p 14-19.
- DE CEULAER (J); ROGIERS (F), 'Er is niets mis met ambitie', In: Knack, 22 december 1999, p 22.
- DE WILDE (D), Communiceren over communicatie, In: De Morgen, 18 september 2000, p 2.
- EECKHOUT (B), Regering Verhofstadt doekt de Federale Voorlichtingsdienst op, In: De Morgen, 15 juni 2001.
- LIPPENS (J), Lakeien van de Wetstraat: werken Yves Desmet en Dirk Achten voor de VLD?, In: Humo, 48 ( 20 november '01) 3194, p 154-155;
- LIPPENS (J), 'Ik ben een technicus die niet goedkoop is', In: De Standaard, 18 december 1999, p 13.
- MARTENS (P); RENAERT (H), De nomenklatoera van paarsgroen, In: Knack, 20 juni '01, p 24.
- STANDAERT (L), Nieuw communicatiebeleid is moeilijke bevalling, In: Het Belang van Limburg, 03 maart 2001, p 4.
- VAN CAUWELAERT (R), De VLD-staat, In: Knack, 14 november '01, p 10.
- VAN HUMBEECK (H), De muts van Che, In: Knack, 17 oktober 2001, p3.
- VAN HUMBEECK (H), Op de werkvloer, In: Knack, 14 februari 2001, p 5.
- VAN PETEGHEM (B); TEGENBOS (G), 'De liberalen denken niet aan vervroegde verkiezingen.' Noël Slangen over communicatie en politiek, In: De Standaard, 24-25 november '01, p 38.
- VAN DER KELEN (L), Dit is ergerlijk, In: Het Laatste Nieuws, 24 oktober 2001, p2.
- VAN DER KELEN (L), Begroting 2002: 'Minder centen, meer creativiteit', In: Het Laatste Nieuws, 09 oktober 2001, p 14.
- VAN DER KELEN (L), Optocht naar paarsgroen model, In: Het Laatste Nieuws, 23 juli '01, p 3.
- VAN DER KELEN (L), Wat is er mis met een veelkleurig partijlandschap?, In: De Morgen, 07 november '01,p 46.
- VANDERMEERSCH (P), Paars-groen loopt averij op, In: De Standaard, 13 oktober '01, p 40.

Boeken
- VERHOFSTADT (G.), Burgermanifest, 1ste druk, Antwerpen-Baarn: Hadewijch, 1991, 73 p.
- VERHOFSTADT (G.), De weg naar politieke vernieuwing, 1ste druk, Antwerpen-Baarn: Hadewijch, 1992, 80p.

Beleidsverklaringen
On-line op volgende URL: http://www.belgium.fgov.be/nl_index.htm

ideologie - media en politiek 

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk