(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

Tante TINA, ....

maart 2012
2012

Beste Tante TINA,

We horen elkaar de laatste tijd meer en meer. We waren nooit de beste vrienden, maar zoals u de laatste tijd wild om u heen slaat, krijg ik het steeds moeilijker met u. Nog moeilijker.
Ik geef toe, we schelen aardig wat in leeftijd - u was er eigenlijk altijd al - dus misschien is het daar dat het onbehaaglijk gevoel vandaan komt, als ik u weer eens over de tong hoor gaan. De ouderen onder ons lijken het met u ook minder moeilijk te hebben, dus soms nijg ik er naar te geloven dat het iets te maken heeft met die beruchte generatiekloof.
Alleen, de voorbije maanden, eigenlijk al een paar jaar, valt het me op hoezeer ook de iets jongeren onder ons van u lijken te houden. Mijn generatie en die net voor en net na me, lijken de laatste tijd ook een boontje voor u te hebben. Het ziet er naar uit dat u mensen over de grenzen van de generaties heen aanspreekt. En dat lijkt vooral te maken te hebben met het wereldbeeld dat ieder van ons er op nahoudt.
Wat me zozeer stoort? Dat wereldbeeld en dat discours van u. Én de opdringerigheid waarmee het ons opgelegd wordt. Er hoeft nog maar iets te gebeuren, een debat te ontstaan of u duikt op om het debat in de kiem te smoren. Altijd weer met die eeuwige dooddoener, There Is No Alternative - er is geen alternatief. Ach, Tante TINA, soms word ik er gewoon kotsmisselijk van als ik u weer eens over de tong hoor gaan; hoe erg het wel is, maar dat we er allemaal niets aan kunnen doen, dat er nu eenmaal geen alternatief is.

STIEFMOEDER

Weet u, u bent de boze stiefmoeder van de hoop, de dooddoener van de gedachte dat een andere - betere - wereld mogelijk is. Niet voor niets vergezelt u een discours dat druipt van het negativisme en defaitisme dat onze tijd kenmerkt. Niet voor niets hebben veel van die zogenaamde conservatieve politici het vaak over u. Eigenlijk, nu we het er toch over hebben, de elites lijken u heel goed te kennen. Politici, ondernemers, zowat iedereen die vandaag de dag de dienst uit maakt in onze wereld heeft het wel over u.
De voorbije weken hoorde ik opnieuw hoe u alles en iedereen op sleeptouw nam en besmette met dat verlammend defaitisme dat u vergezelt. Weet u nog, die drie jonge journalisten in De Standaard die stelden de grote vakbondsmanifestatie van 2 december onbegrijpelijk te vinden.1 Ze vonden het misplaatst dat de werknemersorganisaties de straat op kwamen om te betogen tegen de afbraak van onze sociale voorzieningen. Meer zelfs, de jeugd van tegenwoordig beseft terdege dat we het in deze economisch duistere tijden met minder zullen moeten doen. Langer werken, minder sociale voorzieningen, offers brengen, de jeugd is wél daartoe bereid, klonk het. Omdat het hier nog niet zo erg is en - daar was u opnieuw - er nu eenmaal geen alternatief is.
Tezelfdertijd stond u ook zij aan zij met de werkgevers van UNIZO in hun wij-staken-niet-campagne. Alweer dezelfde boodschap, ja de problemen zijn groot en nee, de gemaakte beleidskeuzes zijn misschien niet de beste oplossing, maar er is geen alternatief. […] Wij creëren welvaart, terwijl anderen ervoor pleiten. Wij steken een tandje bij en werken voort […], klonk het verwijtend aan het adres van de bonden en iedereen die hen steunde.2

DISCOURS

Het zijn maar twee kleine voorbeeldjes die illustreren hoe het discours waarin u functioneert werkt. De huidige economische crisis illustreert het failliet van het huidige model. Dertig jaar neoliberalisme culmineert in een economische crisis die op zijn beurt de voortschrijdende ecologische crisis alleen maar verdiept. De balans slaat zwaar negatief door. Wereldwijd steeg de inkomensongelijkheid, er werd een hold-up gepleegd op het openbaar bezit en als kers op de taart kregen we er nog een ecologische crisis bij die de toekomst van de komende generaties hypothekeert.
Intussen heeft het neoliberalisme de status van hegemonie bereikt. Er is onder de neoliberale hegemonie gewoonweg geen ander economisch stelsel denkbaar dan het huidige, zo lijkt het. Dat we het vroeger anders deden en dat dit ook functioneerde, doet er blijkbaar niet toe. Een veelzeggend voorbeeld; de vrijmaking van de financiële sector en het ongebreideld mengen van zaken- en spaarbanken is mee de oorzaak van de financiële meltdown. Maar toch blijven bankiers en politici zich verzetten tegen regelgeving die, zoals de Glass Steagall Act eertijds, hier echt paal en perk aan zou stellen. Het huidige systeem wordt als het nec plus ultra verkocht en iedereen die het daar niet mee eens is wordt afgeblokt dankzij u.
Na drie decennia werd het model nog slechts door een minderheid gecontesteerd. Een restant linksen, andersglobalisten, vrijdenkers, schijnbaar afgedwaalde academici, kortom, als we het neoliberalistisch en populistisch discours moeten geloven onverantwoorde en incivieke sujetten. Beroepsprofitariaat. Sinds de nieuwste crisis kan het model echter opnieuw op wat meer kritiek rekenen. En dat kan het niet hebben.
Dat is waar u telkens opnieuw in het verhaal opduikt. De grote pleitbezorgers van het systeem erkennen dat er inderdaad problemen zijn - levensbedreigende zelfs - over de structuur van het systeem zelf kan en mag niet worden gediscussieerd ook al gaat het om een structuurcrisis. Iedere vorm van debat daarover moet gesmoord worden. En hoe doet men dat? Door te zeggen dat er nu éénmaal geen alternatief is!
Met deze defaitistische mantra gaat men regelrecht in tegen de essentie van de mens die zich beetje bij beetje heeft weten te ontworstelen aan de wildernis waarin hij ontstaan is. Meer dan twee miljoen jaar evolutie wordt door de gootsteen gespoeld, als zouden we niet beter kunnen als gewoonweg ondergaan. De laatste maal dat ik om me heen keek woonde ik nochtans niet in een grot en de laptop waarop deze tekst geschreven wordt, illustreert dat de mens echt wel wat meer kan dan zich er gewoon bij neer te leggen.

MODEL

Weet u, voor mij is het genoeg geweest! Ik hoef dat soort praatjes niet meer! Ik geloof niet dat er geen alternatief is voor het model dat nu onze wereld domineert. Nee, beste Tante TINA, het reëel bestaand socio-economisch systeem van deze tijd hoeft voor mij niet langer. De ramp duurt nu al lang genoeg. Uiteraard zullen sommigen er wel bij varen, maar dat zijn veelal slechts de happy few. Meer dan 2 miljard mensen moeten rondkomen met 2,5 dollar per dag, terwijl amper 1% van de wereldbevolking 40% van de rijkdom bezit.3 Kan de verhouding nog schever?
Wat het collectief economen, ondernemers, politici en media ook mogen beweren, ik geloof alvast niet dat we als mens onderworpen zijn aan de almachtige economie en de regels van de markt en dat we daar niets aan kunnen veranderen. De voorbije jaren is voldoende duidelijk geworden dat dit systeem geen garantie biedt op een duurzame en betere toekomst voor de mens en de wereld waarin hij leeft. Privatiseren van de winsten, collectiviseren van de lasten, is het devies, met alle gevolgen van dien.
Weet u, ik ben er vast van overtuigd dat er wel degelijk een alternatief mogelijk is. De steeds hogere graad van inkomensongelijkheid is een fenomeen van de laatste dertig jaar. Tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de jaren tachtig werd de koek rechtvaardiger verdeeld. Wat toen kon, moet toch nog altijd kunnen, beter zelfs. Daarvoor hoeft men niet terug naar het systeem van toen - wat ecologisch trouwens evenzeer een rampzalig ontwikkelingsmodel was - maar het bewijs is er wel dat er alternatieven mogelijk zijn die alvast economisch tot een rechtvaardiger systeem leiden.
Men moet het gewoon willen. Men moet gewoon een ander beleid willen voeren. Dat een ander beleid mogelijk is, is al genoeg bewezen. Er was een tijd dat mensen van hetzelfde geslacht niet konden trouwen of kinderen adopteren. Er was een tijd dat men overal ter wereld in alle vrijheid een sigaret kon opsteken. Vandaag kent België het holebihuwelijk, adoptierecht voor holebi’s en een algemeen rookverbod op de werkvloer. Mensen wijsmaken dat er geen ander beleid gevoerd kan worden, is pure volksverlakkerij.

VAN DISCOUNTPOLITIEK EN DISCOUNTARBEID

En nu we het toch hebben over het beleid. De speerpunten van dat neoliberaal beleid zijn intussen bekend. Langer werken, loonmatiging, afbouw van werkloosheidsuitkeringen en dergelijke meer. Waarom? Omdat de lonen te hoog zijn en de uitkeringen te duur. Omdat het geld op is - nog zo een dooddoener - en onze concurrenten het ook doen.
Nee, beste Tante TINA, voor mij hoeft dat beleid niet. Ik wil niet langer werken omdat we - gemiddeld - langer leven en dat blijkbaar steeds vaker gezien wordt als een probleem in plaats van een kans. Waarom niet? Omdat het wel erg hypocriet is langs één kant van werknemers inzet te eisen tot na hun 65ste - om de pensioenen betaalbaar te houden - terwijl zij net diegenen zijn die het eerst sneuvelen als de winst opgevoerd moet worden door zogenaamde herstructureringen. Omdat ze te duur zouden zijn, omdat ze al eens meer een minder dagje hebben, omdat ze al eens meer vragen om een dag verlof of een stelsel van arbeidstijdvermindering. De rijkdom aan ervaring, die vaak gehanteerd wordt als argument om hen langer aan de slag te houden, verliest in veel gevallen wel heel snel het pleit van het kortetermijndenken en de kwartaalwinstmaximalisatie.
En nee, Tante TINA, ik wil niet flexibeler worden. Ik vind niet dat de flexibiliteit op de arbeidsmarkt aangescherpt moet worden. Die veelgeroemde flexibiliteit die officieel het combineren van werk en privé eenvoudiger zou moeten maken, blijkt in veel gevallen een leugen te zijn die er vooral toe leidt dat het werk steeds vaker de privésfeer binnendringt. Interim-arbeid, onregelmatige diensten, werk meenemen naar huis, ik moet er u geen tekeningetje bij maken dat dit de problemen geeft die uiteindelijk zelf ook een weerslag hebben op de algemene socio-economische toestand, niet?
Wat het allemaal nog pijnlijker maakt, is het gegeven dat tegenover dat langer en flexibeler werken weinig extra’s staan. Het afschaffen van anciënniteit en andere klassieke verloningsstelsels, die als archaïsch ervaren worden, betekent ook een willekeuriger loon en dus veelal een goedkoper loon. En wanneer het inkomen minder stabiel wordt, dan groeit de macht van de werkgever. Een verder doorgedreven disciplinering van het werkvolk wenkt dan. De baas wikt en beschikt.
Om het plaatje vervolgens helemaal negatief te laten uitvallen, krijgt de werknemer bovendien steeds vaker de boodschap dat hij ook zelf voor zijn pensioen moet gaan zorgen. De eerste pijler - het door de overheid gegarandeerd pensioen - wordt steeds zwakker in een wereld waarin zowel overheid - neoliberaal georiënteerde politici - en privé de werknemer steeds meer proberen te laten meegaan in het verhaal van de tweede en derde pijler, het zogenaamd pensioensparen. Wie wint hier bij? Financiële instellingen - banken, pensioenfondsen - die met dit geld de voorbije jaren woekerwinsten wisten te behalen op de financiële markten. Wie verliest hier uiteindelijk bij? De werknemer, dat maakte het recent in elkaar klappen van de pensioenfondsen in de VSA, het VK en Nederland wel duidelijk.4
Nee, voor mij hoeft het niet, beste Tante TINA. Omdat al die flexibiliteit niet echt gelukkiger maakt en die vrijheid van verloning uiteindelijk vooral in het voordeel speelt van wie het loon uitkeert en niet van wie het ontvangt. Gidsland Duitsland levert daar een prachtig voorbeeld van. Het matigen van de lonen in het veel geroemde Duitse model leidde tot meer groei en hogere winsten voor Duitse ondernemingen. Maar op kosten van wie? Zes-en-een-half miljoen werkende armen telt het Duitse economische wonder intussen.5 Opvallend, het percentage werkende armen in Duitsland ging de hoogte in van zodra het befaamde Duits model ten uitvoer gebracht werd.6
Om te concurreren moeten we dat model overnemen, kwelen Belgische politici, maar het is intussen wel duidelijk dat de Belgische werknemer daar niet beter van zal worden. Dergelijke politiek noem ik geen oplossing, maar discountpolitiek. Goedkope nepoplossingen in een wereld waarin de werknemer tot discountarbeid veroordeeld wordt.

AFBRAAKPOLITIEK

Evenmin kan men de afbraak van de sociale verworvenheden als de enige oplossing voor de crisis aanzien. Sommigen, ik wees eerder op het jong journalistiek geweld, verwijten de babyboomers op deze verworvenheden te teren en niet in te willen zien dat het systeem niet langer houdbaar - lees: betaalbaar - is. We zullen het met minder moeten doen, klinkt de journalistieke echo van Open VLD, MR, N-VA, VIVES en dergelijke.
Maar nee, beste Tante TINA, toch wil deze jongere niet dat de sociale verworvenheden afgebouwd worden, omdat het nu éénmaal met minder zou moeten. De redenen liggen eigenlijk voor de hand.
Eerst en vooral blijken diegenen die deze soberheidspolitiek en besparingen voorstaan telkens weer diegenen te zijn die ook het minst nood hebben aan sociale bescherming. Grootverdieners zoals toppolitici, ondernemers en vlijtig schnabbelend journaille hebben makkelijk praten. Voor de meerderheid van de bevolking echter, blijven onze sociale voorzieningen en openbare dienstverlening - en dat is heus meer dan de werkloosheidssteun - een must.
Het is bovendien wel erg hypocriet de vermeende onbetaalbaarheid van het systeem in te roepen als argument wanneer telkens opnieuw blijkt hoezeer de staat inkomsten misloopt. Voor 2010 liep de staatskas volgens de studie van prof. Jozef Pacolet (KUL) tussen de 30 en 75 miljard aan inkomsten mis. De reden hiervoor vindt men in het beleid; fiscale vrijstellingen, aftrekposten en een gebrekkige bestrijding van de fiscale fraude.7
Wanneer men 11 tot 15 miljard op de begroting te kort heeft - zoals voor de begroting voor 2012 - dan stemt het toch wel bijzonder bitter dat men stelt dat er beleidsmatig geen alternatief is behalve dan besparingen op de uitgaven. Even vals klinkt de schijnbaar neutrale vaststelling dat we langer moeten werken om de pensioenkas te spekken en enkele tientallen procenten aan belastingen moeten betalen terwijl de grootste verdieners in ons land er met enkele procenten of nog minder van af komen en dit goedgepraat wordt met het argument dat ze ons toch werk verschaffen.
Het feestje is afgelopen, klinkt het vaak ook, het geld is op. Maar wiens feestje is het dat afgelopen is? Dat van het grootkapitaal dat ook middenin de crisis nog ferme kwartaalwinsten neerzet of dat van de doorsnee burger? En was die laatste dan al aan het feesten? Ik denk het niet. Maar er is meer. De afbouw van de publieke dienstverlening onder het mom van de onbetaalbaarheid, leidt ook tot een verdere commodificering van de ellende ten bate van het privékapitaal. En daar komt, getuige daarvan de sociale ellende in bvb. de VS - met 50 miljoen Amerikanen zonder ziekteverzekering - nooit wat goeds van.8

ZELFMOORDBELEID

Want daar lijkt het intussen op neer te komen. Het waanzinnige idee van de winstmaximalisatie drijft een beleid dat - zelfs middenin een economische structuurcrisis - nog steeds claimt dat enkel het besparen op de openbare besteding de oplossing is, terwijl in de privésfeer de winsten maximaal moeten blijven. Het resultaat is een asociale politiek waarbij men een steeds groter deel van de bevolking voor generaties in de ellende onderdompelt om toch maar te voldoen aan de wensen van de markten en de winstmaximalisatie. Waarom? Omdat er geen alternatief model is? Meent u dat echt?!
De Griekse tragedie illustreert hoe fout deze gedachte zit. In het kader van de draconische besparingen van de Griekse overheid - nadat die door grootbanken zoals Goldman Sachs in een kredietnachtmerrie meegelokt was - wordt ook massaal bespaard op het departementen onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. En laat het nu net een goed onderwijs en onderzoek zijn die garant staan voor een duurzame ontwikkeling van de maatschappij en de economie. Ieder duurzaam herstel van de economie zelf wordt gehypothekeerd. Het land bespaart zich met andere woorden kapot. Eenzelfde voorbeeld zou men kunnen geven aan de hand van het beleid van David Cameron in Groot-Brittannië.9 De staat zaagt er zelf de poten van onder het land.
Nee, beste Tante, dat soort oplossingen kan niet het pad zijn naar een betere wereld. Maar weet u, ik denk niet dat uw aanhangers nog streven naar een betere wereld. Het kortetermijnbelang en de instant behoeftebevrediging zijn zo sterk in de geesten doorgedrongen dat men niet verder meer kijkt dan een neus lang is. Dat zien we niet alleen in het bestrijden van de economische crisis, maar ook aangaande de klimaatcrisis. Ieder jaar opnieuw rond Kerst steekt de wereld de koppen bij elkaar voor wat iedere keer opnieuw de cruciale top genoemd wordt en waar men jaar na jaar de beslissing neemt om niet te beslissen en de hete aardappel nog een jaartje voor zich uit te schuiven.
Liever nog een jaartje de kat uit de boom kijken om zoveel mogelijk de kosten op korte termijn te ontlopen, dan werkelijk de koe bij de horens te vatten en op lange termijn de vruchten te plukken van het gevoerde beleid. Zelfmoordbeleid noem ik dat, verkocht dankzij u. Want zoals altijd, wanneer er commentaar komt op het wanbeleid, klinkt het dat er nu eenmaal geen alternatief is. Beter niet beslissen dan wel beslissen, klinkt het dan, waarna altijd wel iemand anders gevonden wordt om de eigen verantwoordelijkheid en incompetentie op af te schuiven. Want, L’enfer, c’est les autres.

LES AUTRES

Les autres, die anderen, iedere keer opnieuw van stal gehaald om de bliksem af te leiden van de wantoestanden die deze wereld en dit model rijk zijn. Dan wordt er een verhaal gecultiveerd als zou het allemaal de fout van de ander zijn. Doorgetrokken naar concrete actie ontvouwt zich dan iedere keer opnieuw een beleid waarbij men de oplossing zoekt in het uitsluiten van de ander.
Nee, beste Tante, dat kan de oplossing niet zijn. Ik wil niet dat er een beleid gevoerd wordt dat er in bestaat de oplossing te zoeken in het uitsluiten van iedereen behalve het wij. Meermaals reeds werd bewezen dat het uitsluiten en culpabiliseren van de ander, of dat is op basis van huidskleur, geloof, geslacht, taal of leeftijd geen oplossing is. Niet in België, niet in Europa en al helemaal niet in de kleine wereld van vandaag.
Ja, uiteraard is het handig de schuld voor de eigen tekortkomingen in de schoenen van de ander te schuiven. Zeker wanneer deze zich niet kan verdedigen omdat hij zelf zwakker staat. Het is de ideale manier om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. Soms lijkt het alsof het ontlopen van de materiële en immateriële gevolgen van de eigen keuzes steeds het kenmerk van onze tijd is geworden.
Dergelijke politiek mag dan wel perfect aansluiten bij de overheersende economische ideologie - met de focus op winstmaximalisatie door kostenbesparingen - in realiteit leidt dit regelrecht naar een verdieping van de crisis. De arme dompelaar of geschrapte werkloze zullen de kapitalistische economie niet aanzwengelen door meer te gaan consumeren. Maar ook, uitsluiting leidt net zoals ongelijkheid - wat op zich een vorm van uitsluiting is - altijd tot conflict. De rellen in Londen afgelopen zomer was een zoveelste wake-up call, maar de telefoon werd vooralsnog niet opgenomen.
Eenzelfde verhaal kan verteld worden over de klimaatramp. De historische vervuilers proberen hun verantwoordelijkheid te ontlopen, maar uiteindelijk halen de ontstane problemen hen in. Wegrennen helpt niet in een eindige wereld. Klimaatvluchtelingen uit de derde wereld, klimaatsveranderingen in de eerste wereld, de kwalijke uitwassen van de man-made klimaatverandering stoppen niet aan de Rio Grande of de Middellandse Zee. Het kan gewoon niet dat er geen alternatief is.

MENTALITEITSVERANDERING

De redenen om te geloven dat er wel degelijk alternatieven zijn liggen voor de hand. In de lange 19de eeuw, de gouden tijd van het industrieel kapitalisme, klonk het in de dure salons van de macht ook steeds dat er geen alternatief was. Ook toen berustte de meerderheid in haar lot, ook al was dat in haar nadeel.
Maar ook toen kampte het systeem met critici die geloofden dat het anders en beter kon. Sociaal geëngageerde denkers en doeners stonden op tegen het systeem dat de meerderheid van de bevolking herleid had tot een lompenproletariaat. Het regime reageerde hard en allesbehalve verlicht of liberaal. Maar uiteindelijk verloor het toch het pleit. Enkel door zichzelf her uit te vinden als de sociaaldemocratie kon het kapitalisme in West-Europa blijven bestaan.
De parallel met onze tijd kon niet groter zijn. Want ook nu lijkt verzet uit den boze. Deftige mensen betogen niet, deftige mensen beseffen dat enkel nog harder werken, een tandje bijsteken, de oplossing is, leert de cursus kleinburgerlijke bekrompenheid van UNIZO ons nog steeds. De donderpreken vanop de kansel zijn vervangen door de newspeak van de UNIZO, VOKA, het VBO, de conservatieve en neoliberale partijen en de mainstreammedia, ook de openbare. En allemaal doen ze beroep op u, Tante TINA.
Maar nee, Tante TINA, er is wel een alternatief en verzet is niet des duivels. De kleinste verzetsdaad brengt zoveel meer hoop dan het moedeloos berusten in het eigen lot. Ook in deze crisis. De oplossing voor deze structuurcrisis begint met een mentaliteitsverandering, beste Tante TINA. En die mentaliteitsverandering is een zaak van ons allemaal.
Enkel een doorleefde mentaliteitsverandering biedt een kans op verandering en een duurzame transitie naar een ander en beter model. Dat is een werk van lange adem. De opdracht lijkt enorm, maar au fond kan ieder van ons zijn steentje bijdragen en dat op tamelijk eenvoudige wijze. Durf Denken, luidt het sloganesk devies van de Gentse Universiteit. Durf Denken zeg ik aan mezelf en iedereen die nu terecht klaagt over de gang van zaken. Durf denken en klaag niet gewoon maar Klaag Aan! Stel de tekortkomingen van het systeem aan de kaak, stel het systeem in vraag. Laten we ons zelf niet langer sussen met de leugen dat er geen alternatief is.
Vandaar, beste Tante TINA, dat ik definitief afscheid van u neem. Ik wil vrij zijn om te denken, om te geloven dat de mens wel degelijk zijn eigen leven in handen heeft. Om opnieuw zonder schroom idealistisch te zijn en te kunnen geloven dat we ooit wel degelijk in een vorm van harmonie met de natuur én met onszelf zullen leven. Al denkend geven wij onze wereld vorm.
En ik weet het wel, beste Tante, dat het dit is wat u zo gevaarlijk vindt en probeert te bestrijden. Het idee dat het anders kan. Gewoon nog maar het meest abstracte idee. Niet de praktische uitwerkingen, nee, maar gewoon het idee alleen al is te gevaarlijk. Omdat het meteen het einde inluidt van de ideologie die zichzelf decennialang en met succes gepresenteerd heeft als de enige en absolute waarheid.
Weet u, beste Tante TINA van mij mag u direct uw koffers pakken. Men heeft al lang genoeg van uw retorisch trucje geprofiteerd om een falend systeem draaiend te houden. Het is tijd voor iets anders. Want - en laat me nu voor één keer gebruik maken van uw trucje - we hebben geen ander alternatief om deze problemen op te lossen dan zelf naar alternatieven te zoeken.

Uw niet zo toegenegen,

Jan met de Pet
Thomas Van Linter

2e laureaat Emile Zola-prijs, editie 2012

Samenleving en politiek, Jaargang 19, 2012, nr.3 Bijlage (maart), pagina 14 tot 23

Noten
1/ De Standaard, 2 december 2011, Word eens volwassen, http://www.standaard.be/cnt/CQ3J29NR
2/ http://www.wijstakenniet.be/
3/ The Guardian, 6 december 2006, World’s richest 1% own 40% of all wealth, UN report discovers, http://www.guardian.co.uk/money/2006/dec/06/business.internationalnews
4/ Reuters, 5 september 2011, Analysis - Pension funds in new crisis as deficit hole grows, http://www.reuters.com/article/2011/09/05/uk-investment-pension-idUSTRE78432T20110905
5/ Vacature, 13 november 2010, Het Duitse mirakel, http://www.vacature.com/blog/het-duitse-mirakel
6/ Pintelon Olivier & Polyarchus, Loonmatiging: de koninklijke route naar meer ongelijkheid?,teruggevonden op dewereldmorgen.be, http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/01/14/loonmatiging-de-koninklijke-route-naar-meer-ongelijkheid
7/ Pacolet, Jozef & Strengs, Tom, De kost van fiscale en parafiscale uitgaven en ontwijking in België, http://hiva.kuleuven.be/nl/publicaties/publicatie_detail.php?id=3278 (laatst geconsulteerd op 11/12/2011)
8/ US Census Bureau, Highlights 2010, http://www.census.gov/hhes/www/hlthins/data/incpovhlth/2010/highlights.html (laatst geconsulteerd op 11/12/2011)
9/ Calhoun, Craig, Who Needs Knowledge?, The Social Science Research Council, http://www.ssrc.org/calhoun/2011/11/04/who-needs-knowledge/ (laatst geconsulteerd op 12/12/2011)

 

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk