Abonneer Log in

'God, geef me de zelfzekerheid van een middelmatige blanke man'

Zomerreeks - Hoop 2019

Een generatie van jonge, zelfzekere moslimvrouwen slaat haar vleugels uit.

Terwijl essentialistische assumpties over vrouwen met een migratieachtergrond worden gebruikt als brandstof om verhitte debatten over de 'eeuwig onderdrukte moslimvrouw' levende te houden, slaat een generatie van jonge, zelfzekere moslimvrouwen haar vleugels uit. Deze vrouwen wachten niet meer op het verkrijgen van de toestemming van de samenleving om te vliegen, zo hoog als ze maar zelf willen.

Kwaliteiten die voordien werden gebrandmerkt als minderwaardig en onbruikbaar, omdat ze afwijken van de geïdealiseerde norm, worden binnen nieuwe netwerken van minderheden geëerd. Het zijn namelijk de 'typisch vrouwelijke' geclassificeerde kwaliteiten, die ondanks de neerbuigende houding ertegenover onze volledige samenleving met kracht dragen. En het zijn de kwaliteiten waar burgers met een migratieachtergrond over beschikken, die niet meer weg te denken zijn op een succesvolle werkvloer. Kwaliteiten die voordien werden gezien als beperkingen, vormen nu onmisbare kennisbronnen. De tijden waarin machtige competenties als meertaligheid werden beschouwd als een struikelblok voor een goede integratie, zijn voorbij. Voor ons, in ieder geval. En dat is het enige dat nog telt.

Recent zag ik een post viraal gaan op Twitter waarin iemand zei 'God, geef me de zelfzekerheid van een middelmatige blanke man'. Er is niets dat de onderliggende machtsstructuren meer blootlegt dan het moment waarop je als (moslim)vrouw met een migratieachtergrond een zelfzekere houding aanneemt. De grootste spanning die ik al heb ervaren in mijn (nog zeer jonge) carrière, ontstond nadat ik op een zelfzekere wijze stelde dat ik me bewust ben van de belangrijke rol die ik inneem binnen de organisatie en dat ik competenties heb die veel van mijn collega's niet hebben – dus, indien ze me willen behouden als werknemer, me de opportuniteit om door te kunnen groeien als werknemer niet mogen ontnemen. In 2019 is het namelijk nog steeds veel gemakkelijker voor blanke werknemers om op de werkvloer door te groeien, ondanks dat ze soms belangrijke competenties (binnen die werkcontext) volledig missen. Dat mocht ik niet zeggen. Ik had een combinatie van verschillende dodelijke en onvergeeflijke zonden begaan. 'U zal als vrouw met een migratieachtergrond nooit uit uw nederige en dankbare positie stappen', dat was de eerste dodelijke zonde. 'U zal als vrouw met een migratieachtergrond nooit uitdrukkelijk en zelfzeker zeggen dat u zich bewust bent van uw kwaliteiten', de tweede dodelijke zonde. En dan, de derde, fatale zonde: 'U zal als vrouw met een migratieachtergrond nooit aan blanke leidinggevenden tips geven over een betere werking'. Vrouwen zoals ik worden geacht liefelijk te knikken, braafjes te gehoorzamen en, het allerbelangrijkste, zichzelf te handicappen, zodat de ander zich niet onzelfzeker voelt in onze aanwezigheid. Want, stel je eens voor hoe het moet voelen om door een vrouw zoals ik, een gesluierde vrouw met een migratieachtergrond, te horen te krijgen hoe de interne werking efficiënter kan verlopen. Een schande!

Maar ik beging de drie dodelijke, onvergeeflijke zonden. Omringd door zelfzekere, mondige vrouwen met een migratieachtergrond, leer ik al jarenlang te navigeren door een samenleving die me a priori beschouwdt als minder competent. We bewateren elkaar, en helpen elkaar te groeien. En wanneer doorns ons prikken, verzorgen we elkaar in alle stilte, en nemen we de tijd om te helen. Ons welzijn is prioritair en staat boven alles. Waar er voordien geen ruimte was voor onze mentale gezondheid, is er nu alle ruimte van de wereld. Een ruimte die we zelf hebben gecreëerd. Online, offline – overal komen we samen en trekken we elkaar omhoog wanneer we al onze krachten hebben uitgeput. Elke dag worden er duizenden met hartjes- en bicepsemoji's gevulde berichten verzonden binnen deze warme en empowerende netwerken. Woorden van moed, steun en hoop: de oude samenleving waarin we enkel welkom waren wanneer we dankbaar plaatsnamen in een donker hoekje is niet meer. We nemen de ruimte in met onze expertise, kennis en drang naar een mooiere samenleving – zonder eerst te vragen of we welkom zijn. Want we zijn niet welkom. Nog steeds niet, ondanks de holle diversiteitstrainingen en oppervlakkige, feelgoodworkshops en awarenessprogramma's. En daarom doen we aan partycrashing.

We nemen geen genoegen met het aannemen van minderheden om een vinkje te plaatsen bij een diversiteitscheckbox. Het omarmen van diversiteit houdt iets veel fundamenteler in. Het gaat om minderheden als absolute gelijken te zien, onze kwaliteiten te erkennen en onze aanwezigheid en inbreng serieus te nemen. De enige diversiteit die op dit moment breed verwelkomd wordt, is de diversiteit waarin minderheden gehoorzaam volgen. Een samenleving waarin minderheden nét getolereerd worden. Maar wij zijn ongehoorzaam – we zijn er niet om te volgen, maar om te leiden. En dat geeft me hoop. Een generatie aan warmhartige, kritische, zelfzekere en optimistische jonge vrouwen met een migratieachtergrond die gelooft in de maakbaarheid van de samenleving – een warme en rechtvaardige samenleving. Dat kan enkel prachtige resultaten opleveren, toch?

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019