Abonneer Log in

Waarom N-VA zo vijandig staat tegenover de klimaat­beweging

Kersvers minister voor Onderwijs, Ben Weyts (N-VA), gaat strenger optreden tegen klimaatspijbelaars. Tegen alle spijbelaars, maar tegen klimaatspijbelaars een beetje meer. Want spijbelen is als door een rood licht rijden; dat mag niet. Mocht dit een geïsoleerde uitspraak zijn van een overspannen excellentie, we zouden wellicht onze schouders ophalen. Dat is het helaas niet, het past in een zorgwekkende evolutie waarin klimaatbeleid in het vizier is gekomen van rechts-populisten en nationalisten die er een electoraal wingewest in zien.

HET PRIMAAT VAN DE PATRIARCH

Voor de goede orde, N-VA behoort niet tot de Europese hard core populisten; Cas Mudde noemt ze eerder een burgerlijk conservatieve partij die zo nu en dan 'in het populistisch verweer gaat'. De uitspraak van Ben Weyts zou je als populistisch verweer kunnen beschouwen. Ze appelleert aan het conservatieve waardenkader van burgers die opgevoed werden in wat George Lakoff het 'strikte vadermodel' noemt, waarbij vader de regels bepaalt, absolute autoriteit heeft en kinderen die de regels overtreden, gestraft worden. Kinderen horen achter de schoolbanken te zitten en als ze dat niet doen – wat ook de reden is – moeten ze gestraft worden.

Dat waardenkader heeft het bijzonder moeilijk met pluralisme dat het gezag uitdaagt. Dat verklaart onder meer ook de voortdurende roep in N-VA-middens om het primaat van de politiek te herstellen, in Lakoffs woorden: het primaat van de patriarch. Dat is minder onschuldig dan het lijkt. De afgelopen jaren verschenen er talrijke rapporten van middenveldorganisaties en zelfs van het EU Agentschap voor Fundamentele Rechten om het zogenaamde fenomeen van de shrinking space aan te klagen, het doelbewust inkrimpen van de bewegingsruimte van het burgerlijk middenveld. Het gebeurt op evidente wijze in landen als Hongarije en Polen, maar net zo goed – zij het iets voorzichtiger – in Vlaanderen, waar N-VA de aanval heeft ingezet op de middenveldorganisaties. Youth for Climate is zo'n jonge middenveldorganisatie en de waarschuwing van Weyts dat hij zal ingrijpen als ze op het 'foute moment' op straat komen, moet wel degelijk gezien worden in het kader van het shrinking space-fenomeen.

Tot nader orde behoort het recht om betogingen en optochten te organiseren nog steeds tot de essentie van een pluralistische democratie, een recht dat verankerd is in het Charter van de Fundamentele Rechten van de EU. Dat recht kan worden beperkt, maar enkel omwille van zeer ernstige redenen zoals de bedreiging van de openbare orde, terrorisme of het risico van witwaspraktijken.

Er zijn nog mogelijkheden om de klimaatspijbelacties te laten ophouden: door een rechtvaardig klimaatbeleid te voeren, één dat de terechte zorgen wegneemt van de grote groep mensen die vrezen dat zij zullen opdraaien voor een crisis die ze niet zelf veroorzaakt hebben. Het Vlaamse regeerakkoord stemt helaas tot pessimisme. Maar dat was misschien de bedoeling. Met klimaatscepticisme zijn immers stemmen te rapen.

STEMMEN RAPEN MET KLIMAATSCEPTICISME

De klimaatcrisis is de afgelopen jaren gestaag opgepikt door rechts-populistische en nationalistische groepen en partijen die er een punt van hebben gemaakt om zich actief te verzetten tegen klimaatactie. Ze doen dat uiteraard omdat ze beseffen dat daar stemmen mee te rapen zijn. Toch blijft het een merkwaardig fenomeen omdat rechts-populisten hun electorale basis hebben uitgebouwd door zich te focussen op migratie of minderheden.

In 2019 veroverden rechts-populistische partijen bijna een kwart van de zetels in het Europees Parlement. Een recent onderzoek van de onafhankelijke denktank Adelphi toont aan dat in het verleden deze partijen – 21 zijn het er ondertussen al – systematisch tégen Europese maatregelen stemden om de klimaatcrisis onder controle te krijgen. De helft van alle stemmen tégen resoluties van het Europees Parlement over klimaat en energie komen van rechts-populistische partijen.

Maar waarom is klimaat plots een hot issue geworden voor rechts-populisten en nationalisten? Dat is immers niet altijd zo geweest aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Eén van de eerste krachtige stemmen om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering was Margaret Thatcher die in 1989 voor de Algemene Vergadering van de VN stelde dat 'klimaatverandering ons allemaal treft en dat actie enkel effectief kan zijn als het op internationaal niveau wordt ondernomen.' Zelfs Donald Trump, die we niet kunnen verdenken van enige sympathie voor de klimaatbeweging, was in 2009 in de aanloop naar de klimaatconferentie van Kopenhagen medeondertekenaar van een open brief van Amerikaanse bedrijfsleiders, gericht aan Barach Obama om dringend ingrijpende klimaatmaatregelen te nemen. 'Als we niet meteen optreden, is het wetenschappelijk onweerlegbaar dat er catastrofale en onomkeerbare gevolgen zijn voor de mensheid en de planeet,' vond Trump toen. Maar tijdens zijn presidentiële campagne keerde Trump zijn kar en ging hij voluit voor het klimaatsceptische discours. Hij noemde klimaatverandering zelfs een verzinsel van de Chinezen. In 2017 liet hij de VS uit de Klimaatakkoorden van Parijs stappen.

WAAROM ZIJN RECHTS-POPULISTEN VAAK OOK KLIMAATSCEPTICI?

Er is te weinig onderzoek gedaan naar de verbanden tussen rechts-populisme en nationalisme enerzijds en het politieke klimaatscepticisme anderzijds om precies te kunnen verklaren waarom deze partijen zich zo actief inzetten tégen de klimaatzaak. Er zijn uiteraard al wel enkele verklaringen geformuleerd, onder meer in een publicatie uit 2018 van de Universiteit van Sussex in het magazine Environmental Politics. Die schuift twee verklaringen naar voor. De 'structuralistische verklaring' zoekt de oorzaak in de economische achterstelling en marginalisering van de zogenaamde slachtoffers van de globalisering, van 'those who are left behind'. Een tweede verklaring is eerder cultureel-ideologisch van aard en bouwt verder op de tegenstelling tussen 'het volk' en de 'kosmopolitische elite', waarbij klimaatactie gezien wordt als een wereldwijd complot van die elite tégen het volk.

Volgens de onderzoekers vertoont de structuralistische verklaring nogal wat mankementen, omdat de groep mensen die rechtstreeks getroffen wordt door de uitstap uit de koolstofintensieve economie relatief klein is. De mijnwerkers uit de steenkoolindustrie, die vaak worden aangehaald als slachtoffers van klimaatactie, maken slechts 0,5% uit van de totale tewerkstelling in landen als Polen en Australië die nog sterk op steenkool aangewezen zijn en zelfs minder in de VS. Belangrijker allicht is de vrees van grote groepen mensen dat ze opgezadeld zullen worden met allerlei extra kosten om de klimaatcrisis de baas te kunnen. Dat is vooral het geval in gebieden waar de oude industrieën verdwenen zijn en de voormalige arbeiders niet hebben kunnen meeprofiteren van de nieuwe geglobaliseerde wereldeconomie. Maar zelfs dat is geen voldoende verklaring, want het electoraat van populistische partijen behoort niet noodzakelijk en niet overal tot de laagste inkomenscategorie.

Vandaar dat de cultureel-ideologische dynamiek mogelijk meer zoden aan de dijk zet. Die schuift het klassieke culturele discours van het populisme naar voor, namelijk de tegenstelling tussen 'het volk' en de 'kosmopolitische elite'. Daar komt uiteraard een pak complotdenken aan te pas. Want er moet een aannemelijke verklaring bestaan waarom die 'kosmopolitische elite' een 'onbestaande' klimaatcatastrofe zou willen verzinnen.

Bij ons verduidelijkte N-VA, bij monde van oud-minister Johan Van Overtveldt in een opiniestuk van 27 januari 2019 in De Tijd, waarom dat wereldwijde complot bestaat. Een complot waaraan blijkbaar ook 97% van alle klimaatwetenschappers actief deelnemen: 'De indruk dat hier een andere en bredere agenda speelt, tekent zich elke dag wat duidelijker af.' Die agenda is volgens Van Overtveldt niet meer of minder dan de omverwerping van het kapitalisme. Dat complotdenken sloop zelfs bij de CD&V binnen toen voormalig minister voor Milieu, Joke Schauvliege, beweerde dat de acties van de klimaatjongeren helemaal niet spontaan waren. Dat had ze van de staatsveiligheid vernomen. Het was fake news, maar het wees er wel op hoe het populistische discours zich zelfs meester maakt van traditionele partijen.

De link naar Big Governement, Deep State of wereldvreemde technocraten van de EU is dan snel gemaakt. Klimaatbeleid komt zo terecht in het zog van identitaire politiek, van het Euroscepticisme dat rechts-populisten en nationalisten uitdragen en van de bedreiging van de volkseigenheid en de etnische identiteit door 'superstaten'. Dat precies Europa aan de kar trekt van het klimaatbeleid is meteen het keiharde bewijs voor die these. Dezelfde Unie die de 'islamisering van het Westen' voorbereidt, of die de 'grenzen wagenwijd openzet', wil ook uw biefstuk afpakken en u op een dieet van bonen en sla zetten. Als je die Eurocraten hun gang laat gaan, wordt dat wellicht wormstekige bio-sla.

Dat de leiders van de klimaatbetogingen jongeren zijn – die horen hun mond te houden – van het vrouwelijk geslacht én er 'rare' gedragingen op na houden – ze hebben autisme of zijn genderfluïde – is extra koren op de molen. Alles wringt met het oude wereldbeeld van een door traditionele mannen gedomineerde samenleving.

KLIMAAT ALS ONDERDEEL VAN CULTUUROORLOGEN

Klimaatbeleid is op die manier een onderdeel geworden van de zogenaamde culture wars, schrijft Andrew Hoffman in How Culture Shapes the Climate Change Debate. Er is immers een overweldigende consensus in de exacte wetenschappen over de antropogene oorzaken van klimaatverandering, maar die heeft niet geleid tot een maatschappelijke consensus. Grofweg twee groepen staan lijnrecht tegenover elkaar, groepen die in een steeds toenemende polarisatie verwikkeld zijn: zij die de wetenschappelijke feiten aanvaarden en voorstander zijn van ingrijpende maatregelen en zij die de wetenschappelijke consensus verwerpen of in twijfel trekken en zich verzetten tegen klimaatmaatregelen. Een paper gepubliceerd naar aanleiding van een klimaatcongres in Brussel in 2010 maakt duidelijk dat er in de jaren 1990 in de VS nauwelijks een verschil was tussen Republikeinse en Democratische kiezers als het over klimaatverandering ging. Tegen 2008 was dat radicaal veranderd. Bij de klimaatontkenners noemde 76% zich Conservatief en slechts 3% Democraat. Klimaatontkenners verzetten zich ook tegen herverdelingsmechanismes, armoedebestrijdingsprogramma's, het reguleren van ondernemingen, of houden er conservatieve meningen op na als het gaat over het homohuwelijk, abortus of de beperking van de verkoop van wapens.

Klimaatverandering is op ongeveer tien jaar tijd deel gaan uitmaken van de culture wars die eerst in de VS en nadien ook in Europa van de grond kwamen. Sociale wetenschappers verduidelijken dat mensen zowat alle politieke en maatschappelijke vraagstukken bekijken vanuit hun waardenkader. Als de feiten botsen met dat waardenkader wordt niet dat laatste aangepast, maar wordt er aan de feiten gesleuteld. In het geval van klimaatverandering worden de feiten geminimaliseerd (het is minder ernstig dan wat de 'doemdenkers' beweren), de oplossingen vereenvoudigd (technologie zal de klus wel klaren) of wordt de ernst van de feiten in twijfel getrokken (de feiten zijn een vervalsing georganiseerd door een wereldwijd complot dat onze manier van leven onderuit wil halen).

De grote boosdoener in het debat, CO₂, is daarbij zelfs een spelbreker. CO₂ is immers geen 'gif' dat enkel door mensen wordt geproduceerd, het komt ook gewoon in de natuur voor en is zelfs noodzakelijk voor planten om te overleven. Het is pas schadelijk als er op de lange termijn onevenwichten ontstaan in de atmosfeer. Bovendien is het paradoxaal genoeg een graadmeter voor welvaart, want hoe hoger de CO₂-uitstoot hoe hoger de welvaart van een betrokken land. De strijd tegen CO₂ kan dan makkelijk vertaald worden naar een aanslag op 'onze welvaart', onze manier van leven. CO₂-uitstoot afbouwen, impliceert immers een heel nieuwe kijk op de wereld en op hoe de mens zich verhoudt ten opzichte van zijn omgeving. Het stelt fundamentele waardenkaders en wereldbeelden in twijfel en geeft daarom aanleiding tot grote onzekerheid. Het gevoel dat onze eigenheid, onze identiteit en onze wereldbeelden bedreigd worden door klimaatactivisten leeft dan ook sterk bij grote delen van de bevolking. Dat die hele 'klimaathysterie' op z'n zachts gezegd overdreven is of misschien wel één groot complot is om onze manier van leven onderuit te halen, is dan een geruststellende gedachte.

DOORBRAAK: MEDIAPLATFORM VOOR KLIMAATSCEPTICI

Nu we het complot kennen, kunnen we er van uitgaan dat de klimaatjongeren en hun spijbelacties in het ergste geval medecomplotteurs zijn en in het beste geval de slachtoffers van hun boosaardige, welstellende, stedelijke en kosmopolitische, bakfietsrijdende ouders. Die framing wordt er in heel Europa ingelepeld. Verschillende gradaties van complotdenken passeren de revue, gaande van een wereldbeweging die financieel ondersteund wordt door Georges Soros of een rijke Zweedse mecenas in het geval van Greta Thunberg, tot de heimelijke financiering door Groen in het geval van Anuna De Wever. Maar ook bescheidenere complotten, georganiseerd door een netwerk van 'linkse ouders', doen het goed.

Op Doorbraak, de mediasatelliet van het Vlaams-nationalisme, noemt auteur Michel Berger het opjutten van jongeren door hun ouders ronduit kindermishandeling. Michel Berger kan het weten, want hij is een gepensioneerd leraar die bezorgd is om het welzijn van kinderen. Hij is ook actief bij N-VA Genk, waar hij zich verkiesbaar stelde én hij is de oud-leraar van de huidig Vlaamse minister verantwoordelijk voor klimaatbeleid, Zuhal Demir (N-VA). Hoewel, haar titulatuur vermeldt 'Milieu' niet langer; het is nu 'Omgeving': dat klinkt minder groen.

Berger mag weliswaar geen zwaargewicht zijn in de partij, zijn pennenvrucht is interessant omdat ze alle ingrediënten bevat van het klimaatsceptische discours dat breed gedeeld wordt bij het kiespubliek van N-VA. De ernst van de klimaatcrisis wordt gerelativeerd: er waren in het verleden immers zoveel dreigingen die nooit bewaarheid werden, zoals het gat in de ozonlaag of de gevolgen van Tsjernobyl. Ook dat was gewoon bangmakerij om niets. Bezorgdheid om klimaatverandering is een rancuneuze vingerwijzing naar de vorige generaties die 'alles hebben opgesoupeerd' terwijl het toch overduidelijk is dat die generaties gezorgd hebben voor een welvaart zoals nooit tevoren. In dat argument wordt CO₂-uitstoot gelinkt aan stijgende welvaart.

'De echte daders zitten in de 'linkse' hoek, de hoek die teert op klassenstrijd, (…) op rancune tegen de bourgeoisie, de traditie, het patriarchaat en het systeem.' Let op de bezorgdheid voor traditie en het patriarchaat – de ingrediënten van Lakoffs 'strikte vadermodel'. Ook de verwijzing naar de vermeende hypocrisie van de klimaatjongeren komt aan bod. Je weet wel, die jongeren die beter niet met het vliegtuig op reis zouden gaan, maar zoals vroeger hun bottines moeten strikken om op trektocht te gaan, die geen rommel moeten achterlaten op festivals en beter een boek zouden lezen in plaats van computerspelletjes te spelen. De klimaatjongeren zouden verdikke blij moeten zijn dat ze naar school mogen gaan, de grootouders van Berger konden dat niet eens.

Het stukje leest als de communicatiebijbel voor populisten. Het is gedrenkt in een heimatverlangen naar het goede, strenge leven van weleer waar eenieder in korte broek en met de dikke trui van de oudere broer vele kilometers door de bittere koude naar school marcheerde, terwijl de ouders stoflongen opdeden in de koolmijn. Waar klagen die verwende jongelui toch over?

Op Doorbraak passeren ook de usual suspects de revue of worden klimaatjongeren in anonieme 'satirische' stukjes geschoffeerd als zijnde psychiatrische patiënten met waanbeelden. Dat niveau wordt afgewisseld met pseudo-ernstige artikels, waaronder in september de befaamde brief van 500 klimaatsceptici die vragen het klimaatbeleid stop te zetten. Bij de 19 Belgische ondertekenaars, zo berichtte Knack, was er niet één klimaatwetenschapper, en publiceerden 6 onder hen voordien reeds klimaatsceptische stukken op Doorbraak.

KLIMAATOPLOSSING BEDREIGT BESTAANSREDEN VAN N-VA

Dat het Vlaams-nationalisme op z'n zachtst gezegd vijandig staat ten opzichte van de klimaatbeweging is duidelijk. Dat die vijandigheid doorsijpelt in de communicatie van de N-VA-top mag daarom niet verbazen. De waarschuwing van Ben Weyts aan de spijbelende jongeren is dus geen geïsoleerde uitspraak, maar past naadloos in de rij klimaatsceptische uitspraken zoals die van minister voor Omgeving, Zuhal Demir, die de 'straatprotesten welletjes vindt. We hebben het nu wel begrepen' of van Vlaams minister-president, Jan Jambon (N-VA), die het onlangs had over klimaathysterie. Hij echode daarmee de uitspraken van de populisten van de Ware Finnen. Die doen vandaag niet aan biefstukkennationalisme zoals N-VA, maar aan worstennationalisme. Want klimaatbeleid zal de 'worst uit de mond van de arbeider halen'. Het is zelfs erger volgens de Ware Finnen. Ook katten en honden zullen worden getroffen door de klimaatjongeren, want de prijs van een blik honden- of katteneten zal met 20 tot 40% stijgen. 'Wat ga je zeggen tegen die kleine jongen of dat kleine meisje dat in huilen zal uitbarsten als mama en papa vertellen dat ze dat niet meer kunnen betalen?' Minister voor Dierenwelzijn, Ben Weyts, is gewaarschuwd.

Dat Vlaams-nationalisten en nationalisten in het algemeen, zo vlot meegaan in het populistische discours over het klimaat heeft er uiteraard mee te maken dat hun bestaansreden zelf bedreigd wordt door de klimaatproblematiek. Die is per definitie globaal én kan enkel door supra- of postnationale instellingen aangepakt worden. Het adagium 'wat we zelf doen, doen we beter' klinkt dan als de uitspraak van een keizer zonder kleren. Dat geven Vlaams-nationalisten ook volmondig toe. De impact van een Vlaams klimaatbeleid is op wereldschaal verwaarloosbaar, luidt het argument. Dat klopt, maar dat geldt ook voor de strijd tegen fraude, criminaliteit, terrorisme, of voor een duurzaam migratiebeleid… afijn voor zowat elk beleidsdomein met een grensoverschrijdende impact.

De klimaatjongeren hebben begrepen dat in een geglobaliseerde wereld de solidariteit buiten de grenzen van de natiestaat moet treden om de grote uitdagingen te kunnen aanpakken. Taal- en cultuurverschillen worden overbrugd met het oog op het algemeen belang. Zelfs op Belgisch niveau slagen de Vlaamse Anuna De Wever en de Waalse Adelaïde Charlier er probleemloos in een coalitie te vormen op hetzelfde moment dat Belgische partijen zich met het mes tussen de tanden naar de onderhandelingstafel slepen. Dat is allemaal heel erg vervelend voor een partij die teert op exclusie van wie de Vlaamse identiteit niet ten volle omarmt.

COMPLEXITEIT GEEN EXCUUS

Zoals wel vaker, plugt rechts-populisme en nationalisme in op terechte zorgen en bekommernissen van een grote groep burgers. De klimaatcrisis is een ongeziene uitdaging waarvoor veel, maar lang niet alle oplossingen beschikbaar zijn. Maar iedereen die de problematiek kent, weet dat de transitie naar een koolstofneutrale economie een titanenwerk zal zijn dat bovendien een pak geld zal kosten. Het vergt bovendien een langetermijnplanning, waar politici die dat proces in gang zetten, wellicht nooit zelf electoraal van kunnen profiteren.

George Lakoff vertelt dat met die langetermijnstrategie nog een tweede probleem opduikt, namelijk dat de taal nauwelijks in staat is om die op eenvoudige manier over te brengen. Het politieke discours heeft het makkelijk met 'directe oorzakelijkheid', namelijk maatregelen of gebeurtenissen die een direct aantoonbaar effect hebben. Maar taal heeft het veel moeilijker met wat hij 'systemische oorzakelijkheid' noemt, omdat dat zo complex is dat het niet te vatten is in enkele zinnen. Om het eenvoudig te stellen: je krijgt het gewoon niet uitgelegd. Klimaatsceptici gebruiken daarom vaak directe oorzakelijkheid als ze het over klimaat hebben, bijvoorbeeld als ze tijdens een barre winterprik opmerken dat het toch wel heel erg koud is om van klimaatopwarming te kunnen spreken.

Maar de complexiteit van de dynamiek van klimaatverandering is geen reden voor verantwoordelijke politici om de kop in het zand te steken, zelfs niet als de oplossing een titanenwerk is dat handenvol geld zal kosten. Immers, niets doen zal een groter titanenwerk opleveren én bovendien méér kosten. De uitdaging vandaag, ook voor N-VA, is om de aanpak van de klimaatcrisis niet enkel georganiseerd te krijgen, maar vooral om er voor te zorgen dat die transitie rechtvaardig gebeurt en dat gewone burgers nooit de dupe zullen worden van de noodzakelijke maatregelen. Elk klimaatbeleid dat enige kans op succes wil hebben, zal moeten starten met een stevig sociaal beleid en - om het betaalbaar te maken - met eerlijke belastingen, ook en vooral voor multinationals en de superrijken. Als dat links klinkt, so be it.

(Een ingekorte versie van dit stuk zal verschijnen in het november-nummer van Samenleving & Politiek, op vrijdag 8/11).