Abonneer Log in

Neemt corona ons voedsel­systeem op de schop?

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

De doorgedreven industrialisering en liberalisering van onze landbouw is een heilloos pad gebleken. Het is tijd om voor agro-ecologische landbouw te kiezen.

De coronacrisis kende op haar hoogtepunt naast heel wat verliezers ook echte helden: mensen in sectoren die de samenleving overeind hielden. Dan bedoelen we niet alleen dokters en verplegers, maar bijvoorbeeld ook de boer(inn)en die ons voedsel bleven produceren op een moment dat de grenzen dichtgingen en de supermarkten hamsteraars over de vloer kregen. Deze kortstondige opflakkering van boerentrots herinnert ons aan de noodzaak van lokale en weerbare voedselsystemen. En aan de noodzaak van een duurzame voedselproductie, want onze destructieve relatie met ecosystemen is niet langer houdbaar.

ECOSYSTEMEN EN ZIEKTES: ROL VAN INDUSTRIËLE LANDBOUW

Het valt niet te ontkennen dat de vernietiging van natuur en biodiversiteit de ontwikkeling van besmettelijke ziekten van dierlijke oorsprong (zoönosen) bevordert. Ontbossing en industriële landbouw hakken zwaar in op natuurlijke ecosystemen. Onderzoekers schatten dat 31% van de uitbraken van opkomende besmettelijke ziekten verband houdt met veranderingen in het landgebruik als gevolg van menselijke aantasting van tropische regenwouden. De vernietiging van natuurlijke ecosystemen verhoogt met andere woorden het risico op besmetting van de mens. Industriële veeteelt is de belangrijkste oorzaak van ontbossing wereldwijd. En nee, er is tot op vandaag nog geen bewezen verband tussen het coronavirus en ontbossing of industriële veeteelt. Maar Covid-19 is een zoönose: het is een ziekte die wordt veroorzaakt door een virus dat door een dier op de mens is overgedragen. En het is wel al bewezen dat industriële veeteelt – aangedreven door onze westerse overconsumptie van vlees, eieren en zuivel – bijdraagt aan de verspreiding van andere zoönotische ziekten zoals de vogelgriep.

Naar schatting 73% van alle nieuwe besmettelijke ziekten zijn afkomstig van dieren.Veesoorten brengen een buitengewoon aantal virussen, zoals coronavirussen en influenzavirussen, over op de mens. Industriële pluimvee- en varkenshouderijen (zeg maar megastallen), waar de dieren in zeer grote aantallen en in nauw contact met elkaar worden gehouden en over grote afstanden worden verhandeld, zullen de overdracht van ziekten waarschijnlijk doen toenemen. De industrialisatie van landbouwbedrijven over de hele wereld heeft de concentratie van uniforme dieren in kleine ruimten bevorderd, waardoor virussen zich gemakkelijker kunnen aanpassen en kunnen overgaan op andere dieren (al dan niet in het wild) en op de mens.

WANKEL MODEL

Deze crisis toont hoe kwetsbaar ons model van geglobaliseerde landbouw en intensieve exportgerichte productie is.

De impact van het coronavirus op onze landbouw was erg duidelijk. In bijna elke sector stonden de prijzen onder druk: sierteelt, aardappelen, zuivel, fruit, groenten en vlees. Ook de sluiting van restaurants en andere horeca, de opschorting van openbare evenementen en boerenmarkten en de vertraging van de export als gevolg van de crisis leidden tot een verlies aan afzetmogelijkheden voor veel producenten, met name voor overgeproduceerde exportproducten zoals vlees, melk en aardappelen. Bovendien was de oogst van groenten en fruit op het hoogtepunt van het seizoen maar ontbrak het aan seizoenarbeiders én uitvoermogelijkheden.

Ons voedsel- en landbouwsysteem is gebaseerd op een oneindig groeimodel – steeds meer produceren met minder boeren voor minder geld, maar met nefaste gevolgen voor de natuur, het klimaat, en de dieren zelf. Ook voor onze eigen exportgerichte landbouwproductie stelt de crisis enorme problemen. De coronamaatregelen leggen ons gebrek aan autonomie bloot. Niet alleen milieuorganisaties maar ook landbouworganisaties stellen de niet-aflatende groei in de landbouw in vraag.

Enkele hardnekkige mythes over ons huidige industriële landbouwmodel, gretig in stand gehouden door belangengroepen als de Boerenbond, staken ook tijdens de coronacrisis weer de kop op en staan verandering in de weg. Problematisch, want financiële steun (zoals landbouwsubsidies) in de heropbouw na corona hangt samen met het geloof in deze mythen.

Mythe 1: 'Industriële landbouw voedt de wereld'

Een eerste veelgehoorde mythe is dat de industriële landbouw nodig is om een groeiende wereldbevolking te voeden. Nochtans telen we vandaag al genoeg gewassen om de verwachte wereldbevolking van 9,7 miljard mensen in 2050 te voeden. Honger bestrijden is geen kwestie van meer voedsel kweken, maar eerder gelinkt aan politieke en economische factoren: armoede, discriminatie en toegang tot voedsel. Hoewel we steeds meer voedsel produceren, zit het aantal mensen dat honger lijdt sinds 2015 in de lift. 820 miljoen mensen (1 op 9) is ondervoed, terwijl 2 miljard volwassen (bijna 2 op 5) met overgewicht kampt. De industriële landbouw heeft de belofte om de honger uit te bannen niet waargemaakt. Dat komt omdat vooral geproduceerd wordt voor dieren, auto's en fastfood.

Dieren. Bijna 74% van onze landbouwgrond wordt vandaag gebruikt om veevoer te telen voor de meer dan 50 miljoen kippen, varkens en koeien in België. Daarnaast is er nog eens een areaal ter grootte van Henegouwen nodig in landen als Brazilië voor de teelt van soja, als voeder voor al die dieren in de Belgische veeteelt. Dat mag niet verbazen als je weet dat er jaarlijks ongeveer 296 miljoen kippen, 11 miljoen varkens; en 837.000 koeien worden geslacht in ons land. Deze dieren dienen vooral voor de export. In 2018 voerden we 1,4 miljoen ton kippen, varkens en koeien uit. Varkensstallen zitten overvol met te dikke dieren die onze overheid blijkbaar zou moeten opkopen en invriezen.

Biobrandstof. Verder is in België maar liefst 97% van de gebruikte biobrandstof op basis van voedselgewassen. Dat gebruik van biobrandstoffen stijgt enorm. Sinds 2015 verbruiken onze motoren dubbel zoveel maïs en drie keer zoveel tarwe. De hoeveelheid soja in onze tanken is tussen 2017 en 2018 vertienvoudigd. In 2018 werd maar liefst 800.000 ton voedselgewassen omgezet in biobrandstof voor de Belgische markt. Er werd evenveel graan verwerkt in bio-ethanol als wat 2,3 miljoen mensen eten op een jaar (met een gemiddelde graanverbruik van 155 kg per persoon per jaar). En de hoeveelheid plantaardige olie verwerkt tot biodiesel staat gelijk met het verbruik van 17 miljoen mensen (met een gemiddeld verbruik van plantaardige olie 25 liter per persoon per jaar. Een areaal ter grootte van Antwerpen en Vlaams-Brabant samengeteld is nodig in het buitenland voor de productie van Belgische biobrandstoffen.

Fastfood.In België produceren we tenslotte bijna 5 miljoen ton aardappelen voor puree, frietjes, chips en andere bewerkt voedsel. 90 procent van de Belgische diepvriesfrieten voeren we uit. Zonder afzetmarkt als gevolg van de coronacrisis zitten de aardappelboeren nu ook diep in de problemen – met een overschot van 750.000 ton patatten (cijfer van april 2020). Allemaal elke dag naar de frituur?

Mythe 2: Onze veeteelt is superefficiënt

Volgens landbouwminister Hilde Crevits zijn we in Vlaanderen ' koploper op het vlak van innovatie en milieu-impact'. Het is een vaak gehoord argument: onze industriële veeteelt van koeien, varkens en kippen zou super efficiënt zijn.

De industriële veeteelt kijkt daarbij enkel naar de efficiëntie van het eindproduct: de directe uitstoot van broeikasgassen voor de productie van een kilo vlees of een liter melk bijvoorbeeld. Andere lasten voor ons milieu, het klimaat, de dieren en de veetelers zelf blijven daarbij netjes buiten beeld. Dat zorgt voor verborgen kosten bij ons en buiten Europa.

Bij ons kampen we met de uitstoot van stikstof (met een gemiddelde stikstofdepositie van 24,6 kg N/ha in 2017 zijn we bij de slechtste van Europa). Landbouw en veeteelt zijn de voornaamste emissiebron van verzurende stoffen en (vermestende) stikstof. Verzuring en vermesting tasten beschermde natuurgebieden aan en verminderen biodiversiteit en leidt tot een toename van de zuurconcentratie in bodem en water.

Bovendien blijft de watervervuiling door mest jaar na jaar toenemen in Vlaanderen. Deze vervuiling is het gevolg van mestdruk van grote concentraties vee en intensieve groenteteelt. Ons land heeft ook het op één na hoogste verbruik van kunstmest per hectare in de EU, 2x hoger dan het Europese gemiddelde. We gebruiken ook 2x zoveel pesticide dan gemiddeld.

De plofkip, symbool van de efficiëntie van huidige landbouwmodel, geeft ook aan wat er misloopt. Plofkippen in megastallen komt nooit buiten. De meesten zien nooit daglicht. De bezettingsgraad is een vijftiental kippen per m², uitzonderlijk op te trekken naar 19 kippen per m². Ze worden zo snel doorgefokt dat ze na 5 weken slachtrijp rijp: het zijn daarom vleeskuikens, geen volwassen kippen. Maar deze kuikens kunnen die snelle groei niet bijbenen: 47% van is kreupel, 78% heeft een ernstige vorm van zoolzweren.

Maar het grootste slachtoffer van het systeem bij ons is nog de boer zelf. Veetelers zitten gekneld tussen stijgende kosten en voortdurend dalende prijzen. Velen hebben het financieel moeilijk en gaan gebukt onder de schulden. De macht concentreert zich steeds meer bij andere spelers, zoals banken, veevoederproducenten, slachthuizen en distributieketens.

Buiten Europa zorgt ons model dan weer voor ontbossing. Voor de productie van 1 kg kippenvlees is 1089g soja nodig, voor de productie van 1 kg varkensvlees is dat 508g. De hoeveelheid soja die nodig is voor het voederen van de Belgische veestapel nam met 50% toe in amper 5 jaar tijd. Vandaag is er elders in de wereld een gebied ter grootte van de provincie Henegouwen (367.000 ha) nodig om de soja voor de Belgische veestapel te kweken.

Veel van onze soja komt uit Zuid-Amerika, met name 41% uit Brazilië en 11% uit Argentinië, waar de productie vaak leidt tot ontbossing, sociale conflicten en zelfs geweld.

Is dit dan de efficiëntie die we willen?

Mythe 3: Megastallen bestaan hier niet

Je hoort het wel vaker: megastallen zoals in onze buurlanden bestaan niet bij ons. Over die definitie van megastal valt nog te discussiëren. Feit is dat we in Vlaanderen steeds minder veeboerderijen en veeboeren hebben, maar aan de andere kant steeds grotere veebedrijven krijgen die zich vooral in West-Vlaanderen, Noorderkempen en Noord-Limburg bevinden.

Met zogenaamde grondgebonden landbouw heeft dit nog weinig of niets te maken. Het gaat om duizenden varkens of kippen die binnen opeengepakt leven onder één dak, die krachtvoer te eten krijgen (zoals geïmporteerde soja) en een massa mest voortbrengen die onze lucht en onze waterlopen vervuilt. Zulke grote industriële veehouderijen produceren bovendien vooral voor export.

Vlaanderen telt elk jaar minder boeren maar de veehouderijen die overblijven nemen toe in omvang. Het zijn vooral zulke grote industriële bedrijven of megastallen die druk zetten op het klimaat en ons milieu. Bovendien doet hun overproductie (voor de export) ook bij ons de prijzen kelderen, en zo sleuren ze alle veehouders mee in een race naar de bodem.

De opmars van grote industriële veebedrijven en megastallen heeft allang de grenzen overschreden van wat het klimaat, ons milieu en de dieren aankunnen.

ZORGT CORONA VOOR DE OMMESLAG?

Deze crisis maakt meer dan ooit duidelijk waar onze sterktes liggen. Landbouwers die lokaal en op een duurzame manier gezond voedsel produceren en dit tegen een eerlijke prijs rechtstreeks aan de consument verkopen, hebben vandaag de wind in de zeilen.

De oplossingen liggen voor de hand.

Stop de financiële steun aan niet-levensvatbare industriële ondernemingen en niet-duurzame landbouwpraktijken. Zorg voor een verschuiving naar meer ecologische landbouw die deel uitmaakt van een divers en veerkrachtig voedsel- en landbouwmodel dat de biodiversiteit beschermt en herstelt.

Deze crisis biedt een kans om nieuwe consumptiegewoonten aan te nemen die niet alleen socialer en duurzamer zijn, maar ook om de banden tussen de boeren en hun klanten te versterken. De korte keten won tijdens de lockdown aan populariteit: steeds meer mensen vonden de weg naar hoevewinkels in hun buurt, of abonneerden zich op een groentepakket bij de boer om de hoek.

Dat zal ons bovendien helpen om komaf te maken met ontbossing, niet in het minst voor de gigantische hoeveelheden soja of palmolie die we importeren. We moeten (wilde) dieren en hun natuurlijke habitat beter beschermen. Want hoe meer biodiversiteit en natuur we kunnen behouden, hoe kleiner de kans op een nieuwe pandemie.

De doorgedreven industrialisering en liberalisering van onze landbouw is een heilloos pad gebleken. Het is tijd om voor agro-ecologische landbouw te kiezen. Dat model is veel crisisbestendiger, en staat in voor een sociale en ecologisch duurzame voedselproductie, die de toegang tot gezond voedsel voor iedereen garandeert.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.