Log in

Investeren & Reguleren

redactioneel

Even zag het er naar uit dat een openlijke nooit geziene smerige clash tussen twee partijen het verkiezingstoneel zou domineren. Toegegeven het schouwspel dat Open Vld en LDD met elkaar uitvechten tart toch elke verbeelding. Detectives worden ingezet, het regent officiële klachten heen en weer en dan klap op de vuurpijl een Open Vld-parlementslid die in 2007 LDD’er was geworden, stapte terug over naar de Open Vld om dan na enkele dagen opnieuw LDD-parlementslid te worden. Misschien heeft Jean-Marie Dedecker achter de schermen harde confronterende taal gesproken en is Dirk Vijnck, het zwalpende parlementslid in kwestie, opnieuw overstag gegaan. Het is in ieder geval een onwaarschijnlijke saga waar een zweem van ‘gesjoemel’ en ‘plat opportunisme’, om de woorden van Dedecker te gebruiken, boven hangt. De brokkenmaker zal het evenwel goed doen bij de komende verkiezingen. Iedereen, ook sommige van zijn eigen (ex-)partijleden, zijn immers tegen hem. Of hij voor lange tijd geloofwaardig blijft, valt te betwijfelen. LDD als partij is dat door al deze incidenten al lang niet meer. Jammer dat het ook de politiek in het algemeen weer zwaar beschadigt.
Na twee jaar federaal non-bestuur ligt elke geloofwaardigheid van de politiek aan diggelen. CD&V heeft misschien net op tijd, om de perceptie te redden, Yves Leterme kunnen neutraliseren. Tot grote ergernis van zijn eigen partij, blijft Leterme evenwel ‘ter beschikking om zijn partij en de mensen te dienen’. Hij doorkruist daarmee waarschijnlijk de belangen van zijn partij. Als zijn partij hem niet roept, dan zal hij er voor zorgen dat de partij hem moet roepen. Leterme vecht met andere woorden voor zijn politiek overleven. Een slechte persoonlijke uitslag - dit lijkt evenwel onwaarschijnlijk - betekent een exit. Men kan het de man dan ook niet echt kwalijk nemen dat hij er voluit voor gaat. Het palmares van Leterme oogt ook op Vlaams niveau niet bijster indrukwekkend. We vergeten snel, maar Leterme en CD&V behaalden bij de vorige Vlaamse verkiezingen in 2004 een grote overwinning. Hij werd minister-president en Inge Vervotte minister. Allebei met de belofte de vijf jaar vol te maken en (misschien nog belangrijker) met een aantal inhoudelijke beloftes, zoals het wegwerken van de wachtlijsten. Zoveel beloftes en drie CD&V-ministers van welzijn later (Vervotte, Vanackere en Heeren) is hier niets van in huis gekomen. Het CD&V-bewind van Leterme is vooral gekenmerkt door een opeenstapeling van niet gerealiseerde beloftes. Elke andere partij zou daarvoor door de kiezer (en de pers) meedogenloos worden afgestraft. Maar de CD&V is sluw geweest. De inhoud is al lang opzij geschoven, nieuwe (oude) leiders werden naar voor geschoven en de leiderschapskwaliteiten van deze mensen wordt benadrukt. De beloftes lijken te worden opgeborgen, de plannen en het programma ook.

De (politieke) uitdagingen zijn enorm. De werkloosheid in Vlaanderen is de afgelopen maanden met bijna 20 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Daarmee komt de werkloosheidsgraad op bijna 7 procent. En het einde lijkt nog lang niet in zicht. Er lijkt meer en meer een consensus te bestaan dat de werkloosheidsgraad de komende maanden nog verder zal stijgen en in België de 10 procent zal bereiken. Voor eind 2010 verwacht men geen heropleving. Een verdere inkrimping van de economie lijkt het scenario te zijn. Bijkomende ontslagen en faillissementen zullen het gevolg zijn. De economen van Dexia zijn zowat de enigen die enkele weken geleden al een heropleving van de economie zagen. Blind voor de massale afdankingen, blind voor hun eigen falen, was volgens hen het einde van tunnel in zicht. Beterschap lijkt niet voor morgen.
De vraag is: wat kan er aan worden gedaan? Kan de politiek ingrijpen? Kunnen met andere woorden bepaalde keuzes gemaakt worden?
In Vlaanderen lijkt zich hier een tweedeling af te tekenen tussen enerzijds een groep die vindt dat wij (Vlaanderen en België) niet al te veel kunnen doen en een groep die vindt dat (verstandig) investeren een noodzaak is. De stelling van de eerste groep is dat België (Vlaanderen) niets kan ondernemen. Vooral de begroting in evenwicht houden en zorgen dat er geen schulden worden gemaakt, is volgens deze groep de beste garantie voor een klein land om zonder kleerscheuren de economische en financiële crisis door te komen. Het is een beetje een defaitistische opstelling. Niets doen lijkt voor deze groep van mensen het belangrijkste. Deze stelling lijkt misschien logisch voor de federale Belgische staat, maar lijkt toch minder op te gaan voor de Vlaamse overheid die schuldenvrij is en Europa dat geen schulden mag/kan maken. Zeggen dat Vlaanderen en Europa niets kunnen doen en niet kunnen investeren, betekent meteen ook zeggen dat men niet de wil heeft om te investeren, dat men niet de politieke moed kan opbrengen om bij te sturen en kansen die deze crisis biedt op te nemen. Met andere woorden, men wil gewoon verder doen zoals men bezig was en in de marge enkele bijsturingen doorvoeren. Het zijn vooral CD&V, N-VA en niet verwonderlijk LDD die geen fundamentele aanpassingen en investeringen voor de toekomst willen aangaan. Hun partijprogramma’s worden gekenmerkt door een brave conservatieve status-quo.
De andere groep wordt gekenmerkt door het opeisen van een sterke rol van de staat en overheid. Het besef bij deze groep groeit dat ons economisch bestel zo niet verder kan. Dat het moment is aangebroken om onze economieën op fundamenteel andere wijze te organiseren. Investeringen in nieuwe technologieën die uitgaan van het principe van (economische en ecologische) duurzaamheid zijn volgens deze groep noodzakelijk. Het is met andere woorden de overheid die nieuwe impulsen kan én moet geven. Het is het verhaal van Obama in de Verenigde Staten en het is het verhaal van de socialisten in Vlaanderen en Europa. Tot een ieders verbazing is dit ook het verhaal van Verhofstadt. Hij lijkt als een kameleon te vervellen naargelang de situatie, maar het is Verhofstadt die pleitte voor massale investeringen ten belope van duizend à vierduizend miljard euro. Deels om het financieel wezen te redden, deels om de teloorgegane sectoren te vervangen door nieuwe sectoren. Met dit economisch verhaal komt Verhofstadt heel dicht bij het verhaal van de (Europese) socialisten, alhoewel over de grootte van het te investeren bedrag en waar dit geld allemaal moet worden gehaald nog flink wat discussie zal worden gevoerd. Het is in ieder geval duidelijk, als Verhofstadt erin slaagt om zijn eigen Europese liberale fractie te overtuigen én meent wat hij zegt, dan kan hij een bondgenoot vinden bij de Europese socialisten. Die presenteerden immers enkele maanden geleden reeds een ambitieus plan gedragen door alle sociaaldemocratische partijen uit 27 lidstaten.

Het moment is rijp om onze economieën te hervormen. Dit zal niet gaan zonder grote overheidssturing. De overheid, de politiek zal de lijnen moeten uitzetten, zal de richting moeten uitwijzen. En die richting die wijst onvermijdelijk in de richting van duurzame productiemethoden op basis van onder andere duurzame energie. Niets doen is geen optie, het is een conservatieve reflex die niet alleen stilstand oplevert maar ons in de toekomst heel veel schade en achteruitgang zal opleveren, met alle sociale gevolgen van dien.
De economie moet ook veel meer ten dienste staan van het welzijn en de welvaart van alle mensen. Dat moet het uitgangspunt zijn. Dat betekent dat die economie per definitie sociaal moet zijn. Bedrijfsleiders die denken aan hun bonussen op korte termijn, daarvoor onnodige risico’s nemen en hun eigen bedrijven en de werknemers van hun bedrijven als speelbal gebruiken voor hun eigen persoonlijk buitensporig gewin, moeten aan banden worden gelegd.
Met andere woorden, de vrije markt moet worden gereguleerd tot een sociale markt. De vrije markt doet niets uit zichzelf. De overheid moet ingrijpen. Dit geldt niet alleen voor de financiële wereld. Het is duidelijk dat de deregulering, onder invloed van het neoliberale discours (onder andere ook de politieke activiteiten van Verhofstadt in het verleden; zie het interview met Karel Van Miert verder in dit nummer), nefaste gevolgen heeft gehad op regulering van het bankwezen. Er wordt veel gepraat over de noodzaak van een regulerend kader. Pleiten voor het tegenovergestelde in deze ontregelde tijden zou politieke zelfmoord zijn. Dan kan men nog beter zwijgen, wat sommige ook daadwerkelijk doen.
Het is een feit, de overheid is back in business. Haar cruciale rol en haar noodzakelijkheid is aangetoond. Zij moet de spelregels bepalen. De regels moeten niet alleen catastrofes in de toekomst voorkomen, ze moeten ook een sociaal doel dienen, ze moeten het belang dienen van zoveel mogelijk mensen op een duurzame manier in alle betekenissen van dit woord. Binnen de regels mag er gespeeld worden. Maar de regels moeten wel bepaald worden. Ook daar gaan de verkiezingen over. Ook dat is geloofwaardigheid.

Patrick Vander Weyden
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - verkiezingen - duurzame economie - overheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 5 (mei), pagina 1 tot 3