Log in

De Poetin-factor in Rusland

DE MULTIPOLAIRE WERELD

Sinds 2014 lijken de relaties tussen Rusland en het Westen een absoluut dieptepunt bereikt te hebben. De assertieve, openlijk kritische houding ten aanzien van het Westen verontrust velen, zeker sinds sommige eurosceptische en populistische politici in West-Europa dit kritisch discours lijken te delen en over te nemen. Hadden we deze kentering in de internationale positie van Rusland niet moeten zien aankomen? En wat is precies de Poetin-factor in de huidige internationale herpositionering van Rusland?

DE MULTIPOLAIRE WERELD

De Poetin-factor in Rusland
Lien Verpoest
Xi's spagaat in het Midden-Oosten
Susanne Kamerling
Het profiel van een atypische Amerikaanse president
Bart Kerremans
Het Maginavo-complex van de Europese Unie
Sven Biscop

Weinigen hadden bij het aantreden van Vladimir Poetin in 2000 verwacht dat deze technocraat zo snel het gezicht van het nieuwe, krachtige, maar ook assertievere Rusland zou worden. Hij werd door Boris Jeltsin geselecteerd als 'nieuw' gezicht, niet besmet door de partijpolitiek, maar ontpopte zich al tijdens zijn eerste ambtstermijn als een ambitieuzere president dan Boris Jeltsin misschien ooit geweest is.

Tijdens zijn overwinningsspeech na zijn verkiezing in maart 2000 haalde Vladimir Poetin meteen drie belangrijke doelstellingen aan: het land economisch uit het slop halen, de Russen weer trots maken om Rus te zijn en de staat versterken. Vladimir Poetin is er na drie ambtstermijnen als president en één als premier grotendeels in geslaagd deze drie 'actiepunten' te realiseren.

Het patriottisme in Rusland is sterker aanwezig dan ooit. Het wordt meer dan ooit gesteund van staatswege, tot een actief sturen van het historisch besef toe. In de twee eerste ambtstermijnen van Vladimir Poetin kende de Russische economie (sterk geholpen door de stijgende energieprijzen) een gestage groei. Dit vertaalde zich in een hogere levensstandaard voor de Russen, een hoger loon en hogere pensioenen. Daarnaast werd ook de staat versterkt: door het (her)invoeren van de 'power vertical', een verticalisatie van de politiek, en de geleidelijke introductie van de term 'oepravljaemaja demokratija', of 'managed democracy', door politoloog Vladimir Ryzhkov soms ook wel 'soevereine democratie' genoemd. Hieraan werd sinds 2007 een sterke focus op de figuur en vitaliteit van president Poetin gekoppeld. Dat begon, geruggesteund door regelmatige photo-ops, steeds meer de vorm van een personencultus aan te nemen.1

De verticalisatie van de politiek onder Vladimir Poetin vertaalde zich vanaf 2004 ook naar een assertiever buitenlands beleid. Het nationaal belang werd vooropgesteld als belangrijkste uitgangspunt voor samenwerking. Dit assertievere buitenlands beleid leidde tot een graduele verslechtering van de relaties met het Westen.

Ook hier is het contrast met de jaren 1990 groot: waar in de vroege jaren 1990 Rusland, onder minister van Buitenlandse Zaken Andrei Kozyrev, zich enthousiast openstelde voor samenwerking met de EU, de Raad van Europa en zelfs de NAVO, staan de zaken er nu anders voor. Sinds de annexatie van de Krim in 2014 werd het Russische stemrecht in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa geblokkeerd. Ook de relaties met de NAVO zijn bevroren. Naast de sancties, houdt de EU een 'no business as usual' discours aan. Dat betekent dat ook de onderhandelingen over het (zeer verouderde) Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoord tussen Rusland en de EU stilliggen. Euromaidan, de massale straatprotesten in Kiev en de uiteindelijke pro-westerse regimewissel bleken de 'trigger' die Vladimir Poetin ertoe brachten een nieuwe fase in zijn buitenlands beleid aan te vatten: de annexatie van de Krim en de oorlog in Oost-Oekraïne.

BREUKMOMENTEN

Hoewel de pro-westerse regimewissel in Oekraïne de finale druppel bleek voor Rusland, stellen velen zich de vraag of we niet beter hadden moeten anticiperen op deze nieuwe fase in Ruslands buitenlands beleid. Het is inderdaad zo dat sommigen reeds lang waarschuwden voor de onmogelijke geopolitieke positie van Oekraïne en de onvermijdelijke Russische bezwaren.2

Daarnaast zijn er verschillende breukmomenten te onderscheiden in de oost-westrelaties waarvan de geopolitieke repercussies maar vooral ook de Russische frustraties niet voldoende ingeschat werden door Europese beleidsmakers. We zetten ze op een rijtje.

1999

Een eerste breukmoment, dat nagenoeg niet zo gepercipieerd wordt in het Westen3, is in het voorjaar van 1999, toen de NAVO met haar Operation Allied Force zonder akkoord van de VN-Veiligheidsraad Servië bombardeerde tijdens de Kosovo-crisis. De grote Russische verontwaardiging over deze acties viel samen met de aanstelling datzelfde jaar van Vladimir Poetin als premier van Rusland. Eén van zijn eerste wapenfeiten was de 'Medium Term Strategy on the European Union 2000-2010' (oktober 1999), een beleidsdocument dat een pragmatisch en concreet antwoord was op de nogal wollige 'Common Strategy on Russia' van de EU in juni 1999. Kernwoorden: 'mutually advantageous pragmatism' en 'national interests'. De frustratie over Operation Allied Force en de NAVO-uitbreiding datzelfde jaar werd echter overschaduwd door 9/11 en een nieuwe gezamenlijke vijand: het internationaal terrorisme.

2004

Een volgend, ernstiger breukmoment tussen Rusland en het Westen deed zich voor in mei 2004. Toen breidden zowel de Europese Unie als de NAVO zich uit. Rusland zag deze oostwaartse 'expansie' met lede ogen aan. De bezorgde en soms zelfs kritische retoriek van president Vladimir Poetin en zijn minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov werd grotendeels genegeerd. Integendeel, pro-westerse omwentelingen zoals de Rozenrevolutie in Georgië in 2003 en de Oranjerevolutie in Oekraïne in de winter van 2004-2005 werden enthousiast aangemoedigd; ook toen al trokken Europarlementariërs naar de Kiëvse Maidan om de demonstranten aan te moedigen en te ondersteunen in hun Europese ambities. Met eenzelfde afkeuring becommentarieerde Vladimir Poetin jaren later de Arabische Lente. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in zijn Poslanie (State of the Nation) van 2013 het Westen ervan beschuldigde reeds jaren pogingen te ondernemen om 'progressieve' regimes te installeren in het buitenland: 'In recent years, we have seen how attempts to push supposedly more progressive development models onto other nations actually resulted in regression, barbarity and extensive bloodshed. This happened in many Middle Eastern and North African countries. This dramatic situation unfolded in Syria'.4

2008

Een volgend breukmoment kwam er in 2008, met de korte maar hevige zesdaagse oorlog tussen Georgië en Rusland. Het staakt-het-vuren, dat mede werd onderhandeld door EU-diplomaten, leidde niet onmiddellijk tot de gewenste resultaten, ook omdat Rusland zich in de maanden die daarop volgden tergend traag terugtrok uit Georgië. De cavalier seul-rol die de Franse president Nicolas Sarkozy opnam bij het onderhandelen van het staakt-het-vuren bleek opnieuw een doorn in het oog van Vladimir Poetin en toenmalig kersvers president Dmitri Medvedev. De perceptie van inmenging in de Russische achtertuin werd er niet minder op.

2011-2012

Een laatste breukmoment is vanuit ons westers perspectief minder duidelijk, maar misschien wel het meest bepalend geweest voor Ruslands finale overstap naar een assertiever buitenlands beleid. In december 2011 en het voorjaar van 2012 leidden onregelmatigheden bij de Doemaverkiezingen voor het eerst tot grootschalige protesten tegen het regime. Op 6 mei 2012 werden een 400-tal demonstranten en oppositieleden op het Moskouse Bolotnajaplein gearresteerd na hun grote protestrally 'De mars der Miljoenen' (Marsj Millionov). Deze mars vond plaats op de dag voor de inauguratie van de net herkozen president Vladimir Poetin, en was openlijk anti-regime en anti-presidentieel. De arrestaties luidden een merkbare verstrakking van het intern politiek beleid in. Een wet tegen buitenlandse agenten, een wet over smaad en laster (juli 2012) en een wet tegen homopropaganda (juni 2013) zijn slechts enkele voorbeelden van deze verstrakking.

Eind 2013 klonk de kritiek op deze laatste wet steeds luider, zeker in de aanloop naar de Olympische Winterspelen in Sochi. Die hadden voor Vladimir Poetin het ultieme orgelpunt van een lange en patriottische campagne moeten worden: Rusland staat er helemaal terug op het wereldtoneel (politiek, economisch, cultureel en sportief) en nodigt iedereen uit om in deze triomf te delen tijdens de Winterspelen. Op datzelfde moment echter voerden verschillende westerse ngo's en media verbeten campagne tegen de schending van politieke vrijheden, de aanvallen op vrijheid van meningsuiting en de schending van homorechten die deze wet in de westerse ogen belichaamt. Het is inderdaad zo dat dergelijke wetten leidden tot een stijgend gevoel van permissiviteit op vlak van homofobie5, wat kan leiden tot hate crimes, maar ook als een vorm van 'state violence' kan worden beschouwd.6

Bovendien werden de Winterspelen in Sochi ook doorkruist door de Euromaidanprotesten in Kiev. Die ontaardden in een ware straatoorlog, waarbij meer dan honderd burgers omkwamen. Nog geen maand na het einde van de Winterspelen begon de annexatie van de Krim. Sinds het voorjaar van 2014 gaat het snel: de Krim, de oorlog in Oost-Oekraïne, het neerhalen van MH17, de Europese en Amerikaanse sancties, het Minsk I en II akkoord (en de vele schendingen hiervan), de Russische acties in Syrië sinds de herfst van 2015, de openlijke steun van Rusland voor Donald Trump tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Dit heeft natuurlijk repercussies: van groeiende bezorgdheid binnen de NAVO (en de keuze voor 'persistent troops' in Centraal-Europa) tot grote ergernis bij Europese leiders zoals Angela Merkel en Federica Mogherini over hybride oorlogsvoering en de onaflatende stroom Russische propaganda die ook in Europa wordt verspreid.

HEEFT RUSLAND ZICH DANKZIJ POETIN GEHERPOSITIONEERD?

Een tweede vraag die we in dit artikel opwerpen is of Rusland zich dankzij Vladimir Poetin dan echt heeft geherpositioneerd op het internationale toneel? Moeten we ons zorgen maken over een mogelijk permanente kentering in onze relaties met Rusland, die sterk verschilt van de meer constructieve relaties van de jaren 1990? Deze vraag heeft een dubbel antwoord.

Enerzijds kan je stellen dat Vladimir Poetin succesvol is geweest in het creëren van een 'counternarrative' tegen het Westen, aanvankelijk voor eigen volk in de nasleep van de Oekraïne-crisis. Opvallend hierbij is dat dit narratief tot ver buiten de Russische grenzen resoneerde, bij eurosceptici in West-Europa en zelfs tot in de anti-establishment retoriek van Team Trump. In die zin heeft het kritische, anti-westerse discours dat Vladimir Poetin vanaf 2012 opbouwde een verregaande invloed, tot op de dag van vandaag. Hoe werd dit dan uitgewerkt en verspreid?

Wetenschappers Sean Cannady en Paul Kubicek7 trekken parallellen tussen het nationalistische beleid van Vladimir Poetin en het 'officieel nationalisme' onder tsaar Nikolaas I (1825-1855), dat drie basisprincipes hanteerde: orthodoxie, patriottisme en autocratie (pravoslavie, narodnost', samoderzjavie). In de 'hedendaagse' versie hiervan vertaalt dit zich eerder in een sterke nadruk op traditionalisme (conservatieve, orthodoxe waarden), patriottisme en verticale macht. Dit kan worden beschouwd als de basis van het nieuwe nationalistische counternarrative dat uitgebouwd werd onder Vladimir Poetin. De middelen die werden aangewend om dit narratief te verspreiden, bestonden voornamelijk uit een consequent discours van verwerpen van westerse, 'neoliberale' waarden, zowel op beleidsniveau (in speeches van Vladimir Poetin, Dmitri Medvedev, Sergey Lavrov, Konstantin Dolgov, enzovoort) als in de staatsmedia ('geonormative othering').8

Naast het verwerpen van wat men als het westerse discours van Europese waarden beschouwt, zet men ook sterk in op het ontwikkelen van een alternatief discours: dat van traditionele, orthodoxe waarden, die misschien wel conservatief zijn, maar dat 'ervoor zorgt dat we niet wegzakken in chaos en achteruitgang'. Het 'vernietigen' van traditionele waarden is in essentie antidemocratisch, aldus Vladimir Poetin, omdat het is gebaseerd op abstracte, speculatieve ideeën die tegen de wil van de meerderheid ingaan.9

Een laatste middel dat wordt aangewend om dit nationalistische en traditionalistische discours te verspreiden, is het van staatswege sturen van het historisch besef. Dat gebeurt door het leggen van nieuwe historische accenten, het instellen van nieuwe feestdagen, het cultiveren van bepaalde herinneringsmomenten en -symbolen (het oranje-zware Sint Jorislintje tijdens het conflict in Oost-Oekraïne als symbool voor pro-Russische sympathieën), enzovoort. Ook het feit dat er nogal weinig aandacht is voor het eeuwfeest van de Russische Revolutie kadert hierin: deze revolutie herinnert aan een periode van chaos en verval.10

Degevolgen van dit nieuwe Russische discours zijn verregaand. Los van de internationale positie van Rusland, de propagandaoorlog en het sanctieregime dat voorlopig gehandhaafd wordt, zien we vooral een grondige polarisering. Uit een grootschalig perceptieonderzoek van het National Centre for Research on Europe bleek dat 2014 een heuse kentering teweegbracht in de Russische perceptie van Europa. In dat jaar antwoordden de Russische respondenten in het perceptieonderzoek als enigen (en voor het eerst) negatief op de vraag of ze vonden dat de Europese Unie een leidersrol op zich moest nemen in de regio.11

En toch kan de vraag, of Vladimir Poetin erin geslaagd is Rusland te herpositioneren op het internationaal toneel, ook negatief beantwoord worden. Als je Ruslands recente houding in een bredere historische context plaatst, valt het op dat zijn internationale positie in essentie reactief is, en geënt op (ontkenning of bevestiging van) het Westen. Zonder het Westen kan Rusland als het ware haar beleid niet uitstippelen. Het is al eeuwen op Europa, en niet op Azië, gebaseerd en georiënteerd.12 Dit zie je ook aan de recente halfslachtige Russische pogingen om intensiever samen te werken met de BRICS-landen: liever nog dan dit verder uit te bouwen zal Rusland inzetten op actieve Europese diplomatie om het sanctieregime af te bouwen. Hoe reactief het Russische buitenlands beleid wel niet is, valt ook af te leiden uit de antiliberale as die zich nu vormt tussen Rusland, Europese populistische, eurosceptische en extreemrechtse partijen en bepaalde figuren uit de entourage van de Amerikaanse president Donald Trump.

Door de veranderde internationale situatie (de verkiezing van Donald Trump, de Brexit en de Europese Unie in crisis) zit Rusland nu in een positie waarin veel antiliberale, conservatieve, traditionele partijen zich aan de kant van Rusland scharen, en in het Russische antiliberale discours een conservatief alternatief vinden.

Enerzijds lijkt dit een uniek gegeven; de Noorse politoloog en historicus Iver Neumann en Canadese politoloog Vincent Pouliot toonden in hun essay Untimely Russia13overtuigend aan dat Rusland er op vlak van buitenlands beleid al eeuwen niet in slaagt aansluiting te vinden met het Westen. De 'untimely diplomacy' van het Russische Rijk in de 18de en 19de eeuw en de Sovjet-Unie in de 20ste eeuw leidde ertoe dat het Westen en Rusland nooit op één lijn kwamen, maar eerder dat het Westen steeds meer bevreemd geraakte door deze oostelijke buur. Neumann past hiermee een term van Bourdieu toe in de internationale politiek: 'Hysteresis is a mismatch between the dispositions agents embody and the positions they occupy in a given social configuration. It is often at the root of symbolic struggles in social and political life, including those on the international stage'.14De verwoede pogingen van Rusland om aansluiting te vinden bij het Westen in de jaren 1990 worden in deze context van hysteresis verklaard. In die optiek zou het feit dat Rusland nu een geonormatieve aantrekkingspool wordt voor conservatieven en eurosceptici een nieuwe fase in de internationale politiek kunnen inluiden.

Anderzijds valt het nog af te wachten of deze eurokritische 'antiliberale as' zich zal bestendigen in Europese verkiezingsresultaten en in het buitenlands beleid van Donald Trump; beiden lijken nu nog onzeker.

Tot slot nog een kanttekening. Ook al is Ruslands internationale positie sterk veranderd, toch wordt de laatste tijd vaak over het hoofd gezien dat er intern amper iets beweegt in Rusland. Er is geen evolutie waar te nemen. Het 'succesverhaal' van het Russisch buitenlands beleid overschaduwt de totaal ontbrekende hervormingsdynamiek in het binnenlands beleid. De crisis wordt bijzonder hard gevoeld, de gemiddelde Rus leed het voorbije jaar 10% loonverlies, de levenskost stijgt en de broodnodige investeringen in infrastructuur blijven uit. In plaats daarvan wordt er overal bespaard, niet in het minst op vlak van onderwijs en onderzoek. Dit leidde de voorbije twee jaar tot een bijzonder duale (en niet eeuwig houdbare) positie van een land dat 'orde op zaken' stelt in Syrië en Oekraïne, terwijl het zichzelf ziet wegglijden van een 'technocratie' in de begindagen onder Vladimir Poetin naar een oligarchie en een land en volk dat ondertussen kreunt onder de sancties.

Noten

  1. Riabov, Oleg and Riabova, Tatiana. 'The Remasculinization of Russia?' Problems of Post-Communism 61:2(2014): 23-35. Sperling, Valerie. 'The purpose of Putin's machismo' Current History (2015): 282-284. Sperling, Valerie. 'Putin's Macho Personality Cult' Communist and Post-Communist Studies 49 (2016): 13-23.
  2. Motyl, Alexander J. 'Ukrainian Blues: Yanukovych's Rise, Democracy's Fall' Foreign Affairs 89:4 (2010): 125-136. Kuzio, Taras. 'Strident, Ambiguous and Duplicitous: Ukraine and the 2008 Russia-Georgia War' Demokratizatsiya 17 (2009): 350-372.
  3. Casier, Tom. 'The EU-Russia Strategic Partnership: Challenging the Normative Argument' Europe-Asia Studies 65:7 (2013): 1377-1395.
  4. Putin, V.V. State of the Nation to the Federal Assembly. http://en.kremlin.ru/events/president/news/19825 (geraadpleegd 21 maart 2017).
  5. Verpoest Lien, 'The End of Rhetorics. LGBT Policies in Russia and the European Union. Studia Diplomatica, special issue on Gender. 2016.
  6. Kon' Igor, 'Homophobia as a Litmus Test of Russian Democracy' Russian Social Science Review 51, N°.3 (2010): 17.
  7. Kubicek, Paul and Cannady, Sean. 'Nationalism and Legitimation for Authoritarianism: A Comparison of Nicholas I and Vladimir Putin' Journal of Eurasian Studies 5 (2014): 1-9.
  8. Verpoest, Lien. 'State Violence or Normative Europeanisation; LGBT Rights in Russia and Ukraine' article in preparation for PoPC, 2017.
  9. Poetin, Poslanie – Address tot the Federal Assembly, 12 December 2013, http://en.kremlin.ru/events/president/news/19825.
  10. Tijdens een speech aan de KU Leuven op 21 maart zette de Russische ambassadeur Alexander Tokovinin de 'schadelijke' gevolgen van revolutie zelfs op één lijn met het verdedigen van de democratie: 'the export of democracy can bring the same harm as the export of revolution'.
  11. Chaban, Natalia and Elgström, Ole. 'The Role of the EU in an Emerging New World Order in the Eyes of the Chinese, Indian and Russian Press' Journal of European Integration (2014): 1-19.
  12. Neumann, Iver and Pouliot, Vincent. 'Untimely Russia: Hysteresis in Russian-Western Relations' Security Studies 20 (2011): 105-137.
  13. Neumann, Iver and Pouliot, Vincent. Ibid: 105-137.
  14. Neumann, Iver and Pouliot, Vincent. Ibid: p. 109.

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 5 (mei), pagina 14 tot 20