Log in

'Il faut tuer TINA. 200 propositions pour rompre avec le fatalisme et changer le monde'

Uitgelezen

Als criminologen of historici binnen 100 jaar terugkijken op deze periode, zal de zaak-TINA voor veel beroering zorgen. Wie heeft TINA (There Is No Alternative) vermoord? Was het de crisis op 15 september 2008 met de val van Lehman Brothers? Was het de herontdekking van de klassentegenstelling tussen de 99% versus de 1% met Occupy, en de politieke revolutie van Bernie Sanders? Waren het de ontwikkelingen in de toekomst die we nu nog niet kunnen vermoeden?

Il faut tuer TINA. 200 propositions pour rompre avec le fatalisme et changer le monde

Olivier Bonfond
Editions du cerisier, Bergen, 2017

Hoe het ook zij, TINA was voor de crisis zo machtig dat het heel wat krachten vergt - en zal vergen - om haar te vermoorden. Eén van de mogelijke medeplichtigen bij die moord is Olivier Bonfond, met zijn boek Il faut tuer TINA dat de ondertitel draagt 200 propositions pour rompre avec le fatalisme et changer le monde. Bonfond is een Waalse econoom en adviseur bij CEPAG, een vormingscentrum dat dicht bij de FGTB staat. Iedereen die denkt dat de ideeënstrijd een rol speelt in het tot stand brengen van een andere wereld, zal Olivier Bonfond als schuldig aan medeplichtigheid moeten verklaren.

Want laat ik maar meteen met woorden van lof beginnen. Bonfond schreef een ambitieus en indrukwekkend boek, vanuit een bewonderenswaardige massa aan kennis en gegevens. Dat deed hij bovendien in een toegankelijke taal, zelfs voor iemand zoals ik die met moeite de weg kan vragen in het Frans. Om het boek eer aan te doen, verdient het eigenlijk meerdere lezingen, zodat je er steeds dieper over nadenkt en nieuwe details ontdekt.

De doelstelling van het werk is om 'een toegankelijke, praktische, concrete en rigoureuze tool te presenteren om te breken met het overheersende fatalisme, en te tonen dat er in alle domeinen (financiële sector, economie, onderwijs, cultuur, democratie, landbouw, enzovoort) geloofwaardige alternatieven bestaan voor de kapitalistische mondialisering'. Daar slaagt Bonfond dan ook met verve in.

Het boek behandelt een grote veelheid aan thema's. Na een inleidend deel begint deel 2, 'Een economie in dienst van de mensen', met het vraagstuk van de financiering (hoofdstuk 5). Daarin hanteert Bonfond de cruciale stelling dat de constructie van alternatieven een kwestie van politieke keuzes is. Het is dus niet zo dat alternatieven niet haalbaar zijn omdat er 'geen geld' zou zijn, zoals onze rechtse tegenstanders de bevolking zo graag doen geloven. In hoofdstuk 6 bespreekt de auteur hoe en waarom de overheidsschulden geherstructureerd moeten worden. Vervolgens beschrijft hij in hoofdstuk 7 hoe met de dogma's van economische groei, het privé-initiatief en de vrijhandel moet worden gebroken, en in hoofdstuk 8 welke hervormingen de financiële sector zou moeten ondergaan.

In deel 3 van het boek, 'Zorg dragen voor mens en planeet', gaat Bonfond in op welke mensenrechten moeten worden gegarandeerd en op hoe ons huidige economisch en landbouwsysteem kan worden omgevormd tot een duurzaam systeem dat de draagkracht van de aarde niet overschrijdt. Dit deel bestaat uit hoofdstukken over ongelijkheid (hoofdstuk 9), feminisme (hoofdstuk 10), sociale rechten (hoofdstuk 11), landbouw en voeding (hoofdstuk 12) en migratie (hoofdstuk 13), en ecologie, klimaat en milieu (hoofdstuk 14).

Het laatste deel van het boek, 'Een échte democratie opbouwen' (deel 4), gaat over de beperkingen van onze 'liberale democratie' en over hoe we de democratie kunnen versterken (hoofdstuk 15), over hoe we internationale organisaties moeten hervormen (hoofdstuk 16), over cultuur en onderwijs (hoofdstuk 17) en over de problemen met de huidige massamedia (hoofdstuk 18). Een laatste hoofdstuk (hoofdstuk 19) beschrijft wat we zelf kunnen doen om een andere wereld mee vorm te geven, een hoofdstuk dat van mij gerust wat uitgebreider had mogen zijn.

Inhoudelijk maakt de auteur door al deze thema's heen een duidelijke keuze om radicaal te zijn, ook al zijn sommige voorgestelde maatregelen meer mainstream dan andere. Bonfond bekent duidelijk kleur wanneer hij aangeeft dat het kapitalisme moet worden vervangen door 'het socialisme van het derde millennium'.

Enerzijds leidt dat soms tot een vrij orthodoxe analyse, maar anderzijds durft het boek buiten de lijntjes te kleuren en is het net daarom een aanrader. Het is ongegeneerd links, zoals links dat nog maar weinig durft te zijn, en geeft veel ideeën die buiten de huidige mainstream liggen. Maar dat is net zeer noodzakelijk. Zoals een recent gepubliceerd wetenschappelijk artikel (Simonovits, G. Centrist by comparison: extremism and the expansion of the political spectrum. Political Behavior, 39 (1), 2017, pp. 157-175) concludeert: 'De introductie van extreme alternatieven in het maatschappelijk debat doet gematigde beleidsmaatregelen aan dezelfde zijde van het politieke spectrum meer centristisch lijken bij de publieke opinie, waardoor het de steun voor deze gematigde alternatieven vergroot'.

Bovendien maakt dat het boek ook zo prikkelend. Af en toe voelde ik wat schroom bij het ongegeneerde links-zijn van de auteur. Maar als ik er dieper over nadacht, ging het veelal om ideeën waar ik principieel eigenlijk weinig tot niets op tegen had. Je moet het daarom uiteraard niet met alles eens zijn. Vaak had ik een soort 'ja, maar…' gevoel, waarbij je je kan afvragen of de 'ja' dan wel de 'maar' belangrijker is. Nadenken over de obstakels bij de realisatie van alternatieven is nodig, maar betekent niet dat je niet over die alternatieven mag nadenken.

Tot slot worstelde ik ook met de vraag van de kip of het ei: zullen we veel van de hier voorgestelde hervormingen moeten doorvoeren om een postkapitalistische maatschappij tot stand te brengen, of moeten we eerst een postkapitalistische maatschappij realiseren vóór de voorgestelde maatregelen een kans maken? Kortom, het boek doet je dus je eigen positie in vraag stellen, wat een zeer grote kracht is voor een boek dat wil politiseren.

Betekent dat dat het boek geen zwaktes heeft? Neen, natuurlijk niet. Als je zo'n ambitieuze onderneming opzet, is het logisch dat niet alle aspecten even geslaagd zijn.

Ten eerste beslaat het zo'n brede waaier aan thema's dat niet alles even diepgaand is. De veelheid aan thema's is dus niet alleen een sterkte, maar tegelijkertijd ook een zwakte. Wie gespecialiseerd is in één van de behandelde thema's, zal ongetwijfeld vinden dat bepaalde zaken wat simplistisch (of zelfs sloganesk) zijn voorgesteld.

Het boek had bovendien ook kunnen profiteren van een eindredacteur die overbodige pagina's durft te schrappen. Vier bladzijden over kunst, vier over sport, en vier over religie in een turf van 490 bladzijden? Dat valt wat magertjes uit tegenover andere domeinen, en draagt weinig bij tot de doelstelling van het boek. Ik begrijp waarom de auteur dat erin zet - ik ben zelf ook een generalist die over álles een mening heeft (of wil hebben). Maar zoals wel vaker is 'kill your darlings' niet altijd een slecht advies.

Ten tweede kiest Bonfond ervoor om maatregelen op verschillende beleidsniveaus door elkaar te behandelen. Hij springt van het lokale, naar het nationale, het Europese, het mondiale en naar de 'Derde Wereld'. Sommige maatregelen zijn enkel van toepassing op ontwikkelingslanden, andere zijn dan weer (op dit moment) enkel relevant in het Westen, of specifiek van toepassing op Europa. Dat is een legitieme keuze, maar één die ik waarschijnlijk niet zou maken. Het boek had aan leesbaarheid en duidelijkheid gewonnen als er bijvoorbeeld een keuze was gemaakt voor een westers (of Europees) uitgangspunt, met België altijd in het achterhoofd.

Maar deze kritische bemerkingen doen geen afbreuk aan de kracht van dit werk. Voor iedereen die zichzelf wil 'vormen en positioneren', wat Bonfond als eerste voorstel doet in het laatste hoofdstuk, en die vindt dat er in het huidige systeem heel wat misloopt, kan dit boek een belangrijke bijdrage leveren in het denk- en actieproces. Het verdient dan ook zeker een breder publiek dan de reeds overtuigde medestanders.

Om af te sluiten nog één punt van kritiek: op bladzijde 211 staat een quote van de Burkinese revolutionair Thomas Sankara: 'We moeten kiezen tussen champagne voor enkelen of drinkbaar water voor allen.' Als we dan toch ongegeneerd met het fatalisme moeten breken, durf ik te pleiten voor champagne voor allen. Santé!

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 5 (mei), pagina 94 tot 96