Log in

V, de kracht van verankering!

Hoe groot is de afstand tussen de politieke partijen en het georganiseerde middenveld? In welke mate zijn partijen open, toegankelijk en beïnvloedbaar? In welke mate ademen nabijheid en bereik de restanten van de verzuiling of de verankering in ideologisch gelijkgestemde maatschappelijke groepen en bewegingen? In deze bijdrage gaan we voor de zes zetelende Vlaamse partijen tijdens het verkiezingsjaar 2013-2014 na met welke belangengroepen vooral relaties werden aangeknoopt, welke vorm die aannamen en welke inhoudelijke beïnvloeding daarvan uitging. 1

Vanuit het perspectief van de partijelite (lees: partijtopleden) onderzochten we voor 54 van de meest actieve belangengroepen en middenveldorganisaties drie centrale en met elkaar verbonden aspecten van partij-belangengroepenrelaties:

  1. De nabijheid en het bereik van de partij-belangengroepennetwerking (contactsterkte);
  2. de contactvorm of wijze waarop de contacten vooral verliepen, nl. formeel (structureel, georganiseerd) of informeel (ad hoc/niet-georganiseerd) (formalisatiegraad);
  3. de waargenomen inhoudelijke beïnvloeding (programmatische impact).

De analyses zijn gebaseerd op survey- en interviewdata die in de periode september 2014-juni 2015 werden verzameld bij 112 partijtopleden van de zes vertegenwoordigde Vlaamse partijen. Enerzijds namen 93 partijtopleden deel aan een gestructureerd interview.2 Anderzijds (in heel belangrijke mate overlappend) gaven 73 partijtopleden in een vragenlijst een antwoord op drie specifieke vragen die alle vanuit een andere optiek peilden naar de partij-belangengroepenrelatie(sterkte) 3: (1) Met welke belangengroepen of middenveldorganisaties onderhield uw partij (heel) sterke relaties in het verkiezingsjaar 2013-2014?, (2) Welke vorm namen die contacten overwegend aan? _4__ ,_ (3) Welke belangengroep(en) heeft(hebben) het meest hun stempel gedrukt op de inhoud van het verkiezingsprogramma 2014?

DE ONDERZOEKSRESULTATEN

Tabel 1 leert ons volgende zaken betreffende de nabijheid en het bereik tussen partijen en belangengroepen in het verkiezingsjaar 2013-2014 voor alle partijen samen:

  • --Er is een heel grote variatie aan belangengroepen waarmee de contacten ofwel (heel) sterk, geformaliseerd en/of impactvol waren; maar de groep van belangengroepen waarvoor de contacten door minstens twee partijtopleden sterk werden bevonden, is relatief klein.
  • --Het merendeel van de contacten is georganiseerd of structureel van aard, met andere woorden geformaliseerd.
  • --Van de gerapporteerde partij-belangengroepenrelaties gaat een belangrijke programmatische impact uit.

Een heel belangrijk aantal belangengroepen wordt slechts een keer vermeld, niet zelden op slechts een van de drie onderzochte dimensies. Voor die belangengroepen is er dus wel een belang gesignaleerd, maar dat wordt niet breed gedragen door de partij. Daarom bekijken we enkel de belangengroepen waarvoor een minimum aan congruentie bestaat, d.i. minstens voor één van de drie aspecten minstens twee vermeldingen. Op die manier identificeerden we 54 belangengroepen waarvoor de kleinst mogelijke overeenstemming over hun 'relevante betrokkenheid' bestaat.

Bij de analyse van de algehele samenhang tussen deze drie aspecten en mogelijke verschillen in samenhang voor de verschillende partijen hielden we rekening met het soort partij, nl. (traditionele of nieuwe) bestuurspartij versus klassieke oppositie- en/of programmapartij en het soort belangengroep. De groep van de traditionele belangengroepen omvat de partijeigen zuilgebonden organisaties zoals de mutualiteiten, vakbonden, werkgeversorganisaties, en in bepaalde gevallen de geledingen die verondersteld kunnen worden om structureel aan de politieke besluitvorming deel te nemen en dus 'geïncorporeerd' zijn. Daartegenover staat een veelheid aan niet-traditioneel verzuilde, niet-geïncorporeerde new politics groepen.

Wat blijkt?

Eerste vaststelling. De traditionele massa- en zuilpartijen (CD&V en sp.a) zijn samen goed voor meer dan 40% van alle (sterke) contacten, van welke aard ook (m.a.w. hoogste nabijheid en bereik). Met Open Vld erbij halen de 'oude' traditionele (bestuurs)partijen samen afgerond 54% van de (heel) sterke contacten.

Tweede vaststelling. Afgerond 56% van alle partij-belangengroepenrelaties betreft contacten met traditionele belangengroepen. De aandelen van de traditionele partijen in de (heel) sterke contacten met de traditionele belangengroepen en middenveldorganisaties zijn bovendien opvallend hoger (+11,7%) vergeleken met het aandeel voor de nieuwe belangengroepen. Dat is in mindere mate het geval voor de gematigd sterke contacten (+6,7%). De traditionele partijen vertonen niet enkel de grootste nabijheid in termen van algehele contactsterkte, de nabijheid ten aanzien van de traditionele geïncorporeerde groepen en organisaties is zodoende nog groter.

Derde vaststelling. Wat de contactvorm betreft, is een absolute meerderheid van alle contacten en relaties over alle partijen heen structureel of georganiseerd (de formalisatiegraad is afgerond 81%). De formalisatiegraad voor de traditionele belangengroepen is 75%. Het zijn vooral de traditionele bestuurspartijen - inclusief N-VA als nieuwe bestuurspartij - die deze structurele relaties onderhielden.Sp.a onderhield met de (traditionele) belangengroepen het vaakst structurele relaties. CD&V en N-VA onderscheiden zich van de andere bestuurspartijen en van de andere nieuwe partijen door een relatief hoog aandeel structurele en niet-georganiseerde of toevallige contacten met middenveldorganisaties, in casu ook met de traditionele belangengroepen.5 Open Vld onderhoudt vooral georganiseerde contacten met de traditionele belangengroepen. Groen onderhield helemaal geen structurele en georganiseerde (sterke) contacten; en Vlaams Belang vooral georganiseerde contacten maar niet met de traditionele belangengroepen.

Vierde vaststelling. De gerapporteerde inhoudelijke beïnvloeding is in het algemeen heel groot (afgerond 91%) en iets groter voor de traditioneel geïncorporeerde belangengroepen (93,3%). Inhoudelijke of programmatische beïnvloeding werd vooral gerapporteerd door de traditionele (bestuurs)partijen (afgerond 78%). Voor Groen vertaalt die nabijheid zich echter niet in meer structurele relaties of een hoge impact. Bij Vlaams Belang werd amper gematigde impact gerapporteerd van de traditionele belangengroepen.

Tabel 1. Overzicht van de contacten tussen de partijen en het georganiseerde middenveld.

Op basis van bovenstaande vaststellingen kunnen we concluderen dat er sprake is van:

  1. een algemene samenhang tussen contactsterkte, formalisatiegraad en ervaren inhoudelijke beïnvloeding;
  2. duidelijke verschillen tussen de traditionele beleidspartijen en de programmapartijen, waarbij de samenhang voor de bestuurspartijen sterker is.

Bovendien zijn er aanwijzingen dat de samenhang in het algemeen sterker is voor de (traditionele) bestuurspartijen én de traditionele geïncorporeerde belangengroepen en middenveldorganisaties, in tegenstelling tot de programmapartijen Groen en Vlaams Belang waar de relatie met traditionele geïncorporeerde belangengroepen de samenhang voor een belangrijk gedeelte 'verzwakt'.6 Tabel 2 visualiseert deze samenhang in een drie-dimensionele ruimte (x-as = contactsterkte; y-as = formalisatiegraad; z-as = impact)

Tabel 2. De samenhang tussen contactsterkte, formalisatiegraad en impact.

Noten

  1. Deze bijdrage is een gevulgariseerde en ingekorte versie van: Schamp, T. (2017). Beter een goede buur dan een verre vriend? Een verkennende analyse van de samenhang tussen sterkte, vorm en beïnvloeding van de partij-belangengroepenrelaties in Vlaanderen (verkiezingsjaar 2013-2014), paper ingediend voor het Politicologenetmaal, Leiden, 1-2 juni, 43 p.
  2. Aantal deelnemers per partij (aan het interview): Vlaams Belang (13), N-VA (17), Groen (11), CD&V (22), sp.a (15) en Open Vld (15).
  3. Aantal deelnemers voor deze specifieke vraag uit de survey per partij: Vlaams Belang (12), N-VA (12), Groen (9), CD&V (17), sp.a (15) en Open Vld (14).
  4. Antwoordmogelijkheden: overwegend ad hoc (niet georganiseerd), overwegend georganiseerd (niet toevallig) of overwegend structureel.
  5. Dat CD&V even vaak structurele als ad hoc contacten met de traditionele belangengroepen onderhoudt, kan wellicht verklaard worden doordat de contacten met de partijeigen geledingen en de standen een belangrijk aandeel vertegenwoordigen en dat die contacten minder formeel verlopen.
  6. Details van de correlatiecoëfficiënten op te vragen bij de auteur, maar in globo komt het hier op neer dat de samenhang voor de bestuurspartijen, inclusief voor de nieuwe bestuurspartij N-VA, en de traditioneel geïncorporeerde belangengroepen (vakbonden, mutualiteiten, werkgeversorganisaties, enzovoort) hoger zijn dan de samenhang voor alle belangengroepen samen. En vice versa voor de programmapartijen en de traditioneel geïncorporeerde groepen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 8 (oktober), pagina 60 tot 67