Log in

De Verenigde Staten, het land waar de overheid niets goed kan doen

boekessay

Bijna een jaar geleden, op 8 november 2016, koos het Amerikaanse volk vastgoedmagnaat Donald Trump tot president. Sindsdien vraagt de wereld zich vertwijfeld af hoe het zover is kunnen komen. Voor wie denkt dat het vroeger beter was, bieden de boeken_ Geschiedenis van het Amerikaanse volk (van Howard Zinn) en Hillbilly Blues (van JD Vance) een doeltreffend medicijn. Hoewel verschillend van insteek - Zinn legt de nadruk op economische structuur die armoede in stand houdt, JD Vance identificeert cultuur als belangrijkste oorzaak - geloven beide auteurs dat de overheid de samenleving niet ten goede kan veranderen. Het huldeboek Obama: president van hoop en vernieuwing (van Peter Baker) _logenstraft echter de theorieën van Zinn en Vance: het maakt wel degelijk uit wie regeert.

Geschiedenis van het Amerikaanse volk

Howard Zinn
epo, Antwerpen, 2017

Hilbilly Blues

JD Vance
Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2017

Obama. President van hoop en vernieuwing

Peter Baker
Spectrum, Houten, 2017

DE GESLEPEN MECHANISME VAN DE ELITE

De in 2010 overleden marxistische professor Howard Zinn publiceerde in 1980 een activistische geschiedenis van de klassenstrijd in de Verenigde Staten met als doel 'een groter bewustzijn opwekken over de klassenconflicten, het raciale onrecht, de seksuele ongelijkheid en de arrogantie van de Verenigde Staten'. Dat klinkt als het mission statement van EPO. Deze uitgeverij herdrukte dit voorjaar dan ook een heruitgave van Zinns boek dat eindigt met het presidentschap van George W. Bush.

Hierin scheurt Zinn het gordijn van de Amerikaanse droom aan flarden en toont de verschrikking die achter die romantiek schuilgaat. Woedend hangt hij in de plaats een doek van naadloos aan elkaar gestikte getuigenissen. Die gaan over racisme en uitbuiting, maar ook over opstand en verzet. Naïevelingen die de Verenigde Staten nog steeds zien als 'glimmende stad op een heuvel' moeten dit boek lezen.

Howard Zinn laakt dat de geschiedenis vaak voorbijgaat aan binnenlandse economische tegenstellingen. Zijn verontwaardiging hierover drijft hem naar het andere uiterste. Elke gebeurtenis giet hij in dezelfde marxistische bakvorm. Weliswaar in de New Left variant, dus met aandacht voor het afzonderlijke lijden en verzet van zwarten, indianen en vrouwen tegen kapitalisme én discriminatie. De volgende ingrediënten serveert hij in elke schotel: 'De kapitalisten' spannen samen met de uitvoerende en de rechterlijke macht om achter een rookgordijn van de 'neutrale overheid' de werkende klasse te onderdrukken. 'Het systeem' jut arme blanken, zwarten en indianen tegen elkaar op om de arbeidersklasse te verdelen. Wanneer er een middenklasse ontstaat dan is dat volgens hem enkel om als buffer te dienen tussen de dominante klasse en de roerige onderste lagen. Zelfs de New Deal vindt in zijn ogen geen genade, want die had het kapitalisme van zijn ondergang gered. Na een paar honderd van de 845 bladzijden vraag je je af waarom je eigenlijk nog verder leest als werkelijk alles toch te verklaren is aan de hand van dezelfde geslepen mechanismen van dé elite.

Niet enkel de analyse ook de vorm van elk hoofdstuk is dezelfde. Eerst schetst Zinn een ellendige situatie waarna een staking of rebellie uitbreekt. Vervolgens citeert hij verschillende getuigenissen, aangevuld met enkele cijfers en gelijkgestemde historici. Tot slot, hamert hij nog even de premisse - economische belangen van het establishment bepalen alles - erin. Dat is monotoon, maar ook overzichtelijk én ik moet toegeven: het werkt wel. De cadans van ellende en opstand klinkt inspirerend, ook vandaag nog.

Geschiedenis van het Amerikaanse volk was een noodzakelijke correctie op al te nationalistische geschiedschrijving die pioniers en presidenten idealiseerde maar tegengestelde economische belangen onder de mat schoof. Het marxistisch analysekader biedt een solide fundament voor een goed begrip van de geschiedenis, maar het is ook beperkend. Economische belangen verklaren veel maar niet alles. Ook instellingen, cultuur en persoonlijkheden kunnen een rol spelen. Een meer open geest had minstens ter afwisseling één van deze elementen mee in het verhaal opgenomen.

HET IS DE SCHULD VAN DE FAMILIE EN DE CULTUUR

Net als Howard Zinn schrijft JD Vance, auteur van Hillbilly Blues, over armoede maar beide hanteren een tegenovergesteld perspectief. Zinn overschouwt vanuit een vogelperspectief de gehele geschiedenis van de Amerikaanse klassenstrijd. JD Vance schrijft vanuit het kikkerperspectief van zijn jeugd. De memoires van Vance lezen vlotter en frisser dan de turf van Zinn. De toon is tragisch, maar door de kleurrijke personen, tragikomische anekdotes en ontroerende momenten leest het vlot en helder als een snel stromend bergriviertje. Af en toe houdt Vance even halt om aan de hand van onderzoek context te geven, bijvoorbeeld over de grote migratiestroom van witte mensen uit Kentucky naar Ohio waar ze 'een breed scala aan vooroordelen die witte mensen uit het noorden hadden over hoe witte mensen eruitzagen, spraken en zich gedroegen verstoorden… het verontrustende aan hillbilly's was hun rassenkenmerk.' Zo is het boek door de band genomen een geslaagde cocktail van ontroering en inzicht.

Terwijl Zinn de schuld legt bij de economische elite, zou JD Vance hem antwoorden dat hij de hand in eigen boezem moet steken. Die eigen boezem is voor Vance 'de witte arbeidersklasse die zich verbonden voelt met Appalachia.' Waar Zinn de nadruk legt op economische structuur die armoede veroorzaakt en in stand houdt, benadrukt JD Vance cultuur als belangrijkste oorzaak. 'Het gaat over een cultuur die in toenemende mate leidt tot maatschappelijk verval, in plaats van dat tegen te gaan. De problemen die ik tegenkwam in het tegelmagazijn gaan veel verder dan macro-economische stromingen of beleid: te veel jongemannen die niet bestand zijn tegen zwaar werk; goede banen waarvoor niemand op de korte of lange termijn interesse heeft.'

Die luiheid is volgens Vance onderdeel van een slechte attitude. En die attitude is op haar beurt een gevolg van een gebrekkige opvoeding waarin geweld dagelijkse kost is, rust en regelmaat ontbreken en niemand hoge verwachtingen koestert. Deze slechte opvoeding wordt generatie op generatie doorgegeven en maakt dus deel uit van een cultuur. Daarbij maakt hij de volgende terechte bedenking: 'Een belangrijke kwestie voor hillbilly's als ik: hoeveel van ons leven, goed of slecht, is het gevolg van onze eigen beslissingen, en hoeveel is de erfenis van onze cultuur, onze familie, en onze ouders die hun kinderen hebben teleurgesteld?' Een goed punt. Maar hij heeft het enkel over eigen schuld of schuld van de familie en cultuur, zonder ruimte te laten voor de overheid, laat staan de bredere economische structuren waar Zinn het over had.

De nadruk op cultuur als verklaring wringt en leidt tot enkele tegenstellingen in het boek. Zo werd woningbezit in de Verenigde Staten - net als hier - sterk gestimuleerd. Doordat de fabrieken wegtrokken, werden de huizen minder waard en raken nu zelfs niet meer verkocht. Omdat hun huis niet verkocht raakt, kunnen de huiseigenaars ook niet in een regio met betere economische opportuniteiten een ander huis kopen. Mensen komen vast te zitten in een doodlopende streek zonder werk. Dat beschrijft Vance - hij wéét dat dus - maar even later voert hij opnieuw luiheid op als oorzaak van werkloosheid. 'Je kunt door een stad lopen waar 30 procent van de jongemannen minder dan twintig uur per week werkt en niemand treffen die zich bewust is van zijn luiheid.'

Hij citeert onderzoek dat erop wijst dat de 'Amerikaanse droom' makkelijker is te verwezenlijken in Europa dan in de Verenigde Staten, maar opnieuw trekt hij daar niet de conclusie uit dat dit iets met beleid te maken heeft. Toch lijkt het mij nogal voor de hand liggend dat onderwijs, gezinsbegeleiding en kinderopvang deel van het antwoord zullen zijn, net als een sociale zekerheid die de meest precaire situaties ondervangt. Dat is niet zo volgens Vance: 'Mensen vragen me soms of we iets kunnen doen om de problemen van mijn gemeenschap 'op te lossen'. Ik weet wat ze bedoelen: een magische oplossing via verandering van publieke opinie of een innovatief overheidsprogramma. Maar deze familie-, geloofs- en culturele problemen zijn als een Rubiks kubus, en ik denk niet dat oplossingen (zoals de meeste mensen het noemen) echt bestaan.'

Waarom negeert hij het bewijs voor de capaciteit van de overheid? Persoonlijke ervaringen zijn intenser en diepgaander dan wetenschappelijk onderzoek, maar het is risicovol om die ervaringen te veralgemenen. Die fout maakt Vance wel. Daarenboven vallen die negatieve ervaringen met de overheid in vruchtbare Amerikaans conservatieve aarde waarin de overheid niets goed kan doen. Denk maar aan de beroemde uitspraak van president Reagan: 'The nine most terrifying words in the English language are: 'I am from the government and I'm here to help.' Nadat de jeugdzorg Vance in een pleeggezin dreigde te plaatsen in plaats van hem bij zijn liefhebbende grootmoeder te laten verblijven, besluit Vance daarom tragisch dat 'het overheidsbeleid wellicht ook niet in staat is andere problemen in onze gemeenschap op te lossen.'

HET MAAKT WEL DEGELIJK UIT WIE REGEERT

Howard Zinn en JD Vance geloven dus beiden niet dat de overheid de samenleving ten goede kan veranderen. Zinn denkt dat de overheid in handen is van de economische elite die enkel voor zichzelf zorgt en volgens Vance is de overheid simpelweg machteloos.

President Obama bewees echter het tegendeel. Over zijn presidentschap schreef New York Times-journalist Peter Baker een huldeboek getiteld Obama: president van hoop en vernieuwing. Dit mooi uitgegeven boek in groot formaat vol met knappe foto's waarop Obama als een sympathieke, maar daadkrachtige staatsman wordt afgebeeld, is meer dan een salontafelboek. Het is geen biografie, maar wel een relaas van zijn presidentschap met vooral de focus op de persoon Obama. Baker gaat in op de verschillende beleidsinitiatieven zonder te veel in detail te treden. In aparte kaderstukken worden specifieke relaties uitgediept, zoals die tussen president Obama en het hooggerechtshof. Minpunten van het boek zijn de belabberde vertaling (o.a. barkeeper, chapiter, overijld,…) en de voortdurende sluikreclame voor de New York Times.

Het beleid van Obama logenstraft de theorie van Zinn dat de economische elite de uitvoerende macht in handen heeft en enkel haar belangen laat dienen. Als de elite en zeker de financiële wereld zo almachtig zijn waarom slaagde president Obama er dan in om de Dodd-Frank wetgeving in te voeren die deze financiële wereld strenger reguleert? Als het establishment alles bepaalt, waarom verhoogde president Obama dan de belastingen voor zij die meer dan 400.000 dollar per jaar verdienen?

De beleidsdaden van Obama tonen ook het ongelijk van Vance. Door het invoeren van Obamacare verbeterde hij concreet het leven van 20 miljoen mensen door hen de mogelijkheid te geven om een ziekteverzekering aan te schaffen. President Obama redde ook de auto-industrie en daarmee vele jobs in de rust belt.

Vooruitgang is dus mogelijk maar gaat meestal niet in galop maar wel stapvoets, onder andere omdat een nieuwe regering vaak een deel van de oude garde overneemt. Zo benadrukt Baker dat de breuk met het Bush-tijdperk, met name op gebied van defensie, beperkt was. President Bush had al beslist tot terugtrekking uit Irak en waterboarding verboden. Op zijn beurt behield president Obama minister van Defensie Robert Gates en aanvaardde de Patriot Act. Dankzij zijn kordate aanpak van de crisis kwamen de Verenigde Staten sneller dan de Europese Unie uit de crisis, maar deze groei kwam vooral de rijksten ten goede.

En toch. Toch sloot Obama een akkoord met Iran dat verdere nucleaire escalatie wist te voorkomen en hernieuwde hij de contacten met Cuba. Ook slaagde Obama erin China bij de strijd tegen de opwarming van de aarde te betrekken. Hij voerde een 'Clean Power Plan' in met de bedoeling om de CO2-uitstoot te beperken en verbood nieuwe kolenwinning op federale gronden. Zoals gezegd breidde Obama de gezondheidszorg uit en reguleerde hij Wall Street. En dat tegen een vijandig Huis van Afgevaardigden en Senaat in. In 2010 werd het Huis van Afgevaardigden namelijk al opnieuw gedomineerd door de Republikeinen. In 2014 vergrootten de Republikeinen verder hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en verloren de Democraten hun meerderheid in de Senaat. Dat Huis van Afgevaardigden hield initiatieven tegen zoals Obama's verhoging van het minimumloon, het sluiten van Guantánamo en bescherming van vijf miljoen illegale immigranten.

Aanvankelijk wilde ik het gebrek aan kritiek in dit huldeboek laken, maar in deze cynische tijden is het wenselijk de aandacht te vestigen op wat sommige politici wel goed doen. Nee, niet alles werd anders, maar op verschillende terreinen boekte president Obama vooruitgang. En dat verdient hulde. President Trump zet het contrast elke dag in de verf. Howard Zinn had geen beter voorbeeld kunnen bedenken van een president die beleid voor de rijken verbergt achter chauvinisme en racisme. Bakers boek vormt een welkome opfrisser van hoe verschillend president Obama problemen aanpakte.

Kortom, zowel economische structuur als cultuur vormen een deel van de verklaring voor de loop van de geschiedenis, maar ook voorname personen zoals president Obama kunnen een steen in de rivier verplaatsen. Het maakt wel degelijk uit wie regeert. Wie dat niet vindt, let niet goed op of wil het niet zien.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 8 (oktober), pagina 75 tot 79