Log in

'Ware winst. Gemene-goed-economie als wegwijzer'

Uitgelezen

Het doet vaak deugd aan het hart nog eens een utopie te lezen. En dat is wat Christian Felber, een Oostenrijkse politicoloog, al in 2010 uitwerkte in 'Die Gemeinwohl-Ökonomie - Das Wirtschaftsmodell der Zukunft' en waarvan pas dit jaar een geactualiseerde versie in het Nederlands verscheen. Op 6 maart 2018 komt hij spreken in Gent.

Ware winst. Gemene-goed-economie als wegwijzer

Christian Felber
Jan Van Arkel, Utrecht, 2017

Christian Felber was in Oostenrijk een drijvende kracht achter Attac, in Vlaanderen voluit 'Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij'. Het boek leest als een min of meer realistisch verhaal hoe de wereld er anders en beter kan uitzien als we de huidige fundamenten van onze economie totaal wegdenken en andere formuleren. In zijn boek stippelt Felber een visie uit voor een samenleving waar altruïsme beloond wordt en economische macht voor het eerst echt bij het volk komt. Het begrip 'Gemene-goed-economie' ambieert dan ook een economie die het welzijn, het goed, van allen realiseert. En hoe die economie verder gedefinieerd wordt, wat er wel en niet in thuishoort, wordt democratisch beslist.

Elke onderneming zou worden beoordeeld volgens diverse sociale en ecologische criteria, en hun algemene classificatie zou bepalen op welk niveau van steun van de overheid of 'interventie' ze kunnen rekenen.

Die criteria meten hoe zinvol de producten zijn om basisbehoeften te voldoen, hoe de arbeidsvoorwaarden zijn, hoe het bedrijf scoort op het vlak van ecologie, opbrengstdeling, non-discriminatie, enzovoort. Alles staat uitgewerkt in een matrix die een en ander omzet in objectieve kengetallen. Die balans wordt geaudit zoals men vandaag doet met de financiële balansen. De huidige vrijblijvende 'corporate social responsibility' index zou moeten worden vervangen door een bindende 'Gemene-Goed-Balans' waar dan wel rechtsgevolgen worden aan gekoppeld.

Een bedrijf met een hoge rating kan bijvoorbeeld worden vrijgesteld van het betalen van belastingen, toegang krijgen tot goedkope leningen, recht hebben op onderzoek in samenwerking met openbare universiteiten of een preferentiële toegang krijgen tot overheidsopdrachten. Slecht gequoteerde bedrijven krijgen niets van dit alles en worden eerder bestraft met hoge belastingen, douanerechten en rente. Maar de balans is ook door iedereen consulteerbaar zodat een burger het ook kan laten meespelen in zijn eigen aankoopbeleid.

Een van de grootste cultuurschokken in het verhaal is de verschuiving van concurrentie naar samenwerking tussen bedrijven. We worden van kleins af aan opgevoed met het idee dat enkel concurrentie leidt tot innovatie, groei en vooruitgang. Er is volgens onze geschiedenis maar iets gebeurd omdat iemand beter wou zijn dan zijn buur. Felber schaft de concurrentie niet af, maar geeft veel hogere punten op zijn balans aan bedrijven die samenwerken, die kennis, personeel en geld delen, en die elkaar niet opslorpen met een vijandig overnamebod.

Ook opmerkelijk, zeg maar revolutionair, zijn de middels democratische besluitvorming begrensde inkomens- en vermogensplafonds. Zo zou het maximale inkomen kunnen worden gelimiteerd tot het tien- of twintigvoudige van het minimumloon. En zouden erfenissen kunnen worden afgetopt tot 1 miljoen euro per persoon. De rest van de erfenis wordt als 'democratische dotatie' in een generatiefonds gestopt. Grond is geen privaateigendom meer, maar kan gratis of tegen een gebruiksvergoeding ter beschikking worden gesteld voor wonen of voor bedrijven en landbouw. En verder wordt een radicale arbeidsduurvermindering bepleit, wat dan weer goed is voor de tewerkstelling. De representatieve democratie wordt vervangen door een directe en participatieve democratie waar de burgers zelf op wetten en verdragen kunnen stemmen.

In het geheel schetst Felber een economie waar bedrijven de ganse samenleving vooruit helpen, in plaats van zoals nu met alle mogelijke middelen het winstbejag van een paar te dienen. Felber noemt dit geen utopie maar verwijst naar de bedrijven die altijd al andere doelen hebben nagestreefd dan louter financiële winst. Coöperatieven hebben altijd al een sterke plaats ingenomen, er zouden meer mensen werken dan in alle multinationals samen. En er worden een reeks voorbeelden gegeven, ook onze eigen Triodos wordt besproken.

Het boek eindigt met een gedetailleerde beschrijving van de Gemene Goed-beweging wereldwijd. Op de website www.ecogood.org vind je onder andere een lijst van de bedrijven die reeds een Gemene Goed Balans opstelden, of al aansloten bij de beweging. De beweging startte in 2013 in Nederland, een Belgische groep wordt aangekondigd. Over het algemeen is de beweging nu nog het sterkst in de Duitstalige landen in Europa. Met haar 9.089 leden (zoals de teller aanduidt bij het afsluiten van dit artikel) is het bereik van de beweging nog redelijk beperkt. In academische kringen heeft het boek van Felber al vrij veel in beweging gebracht. Met vaak gedegen kritieken op elementen, maar respect voor de basisideeën. Op MO* na heeft de Vlaamse pers de beweging of het boek nog niet opgemerkt.

Op politiek en economisch vlak beweegt de Gemene-goed-Economie nog steeds in de marge, maar het heeft al aangetoond dat er een mogelijkheid is om samen een partnerschap van ondernemingen, consumenten en gemeenschappen aan te gaan. Zelfs banken traden al toe tot de beweging. Het boek besteedt totaal geen aandacht aan al het verzet dat deze visie ongetwijfeld zal teweegbrengen. Alles wordt verwacht van een beweging van onderuit die de instituties zal overtuigen om drastische ingrepen te doen in het bestaande kapitalistische systeem. Zoals we elke dag merken, is een suggestie om een cent meer belastingen te laten betalen door de vermogenden voldoende om honderd broodschrijvers aan het werk te zetten om dit als het einde van alle welvaart te voorspellen. Een 'reductio at economisch kerkhofum', zoals Sacha Dierickx van Minerva het onlangs nog mooi omschreef in De Morgen. En vaak met nog stevige dreigementen inzake kapitaalvlucht er bovenop. Waar ik me vaak afvraag wat het drama is als iemand die geen belastingen betaalt met zijn vermogen ergens anders geen belastingen gaat betalen. En het zijn niet enkel de kapitalisten die hun huidige rol verliezen: door het op z'n kop zetten van gans het systeem zullen ook vakbonden en politieke partijen zich ondersteboven moeten keren. Je dreigt een merkwaardige coalitie te krijgen om alles toch maar te houden zoals het is.

Het boek is voor iedereen met een economische en politieke belangstelling zeker iets om te lezen en verder te volgen. Ik durf het niet als utopie of realisme te klasseren. Je ziet vaak wel de voortekenen dat het huidige systeem zijn limieten bereikt heeft. Wie Homo Deus van Yuval Noah Harari al gelezen heeft, is er ook niet vrolijker op geworden. En ik vraag me soms af wie bij het verschijnen van Das Kapital al had voorspeld wat dat boek teweeggebracht heeft. Het zijn zeker geen vergelijkbare boeken, en het zal moeten blijken of de Gemene-goed-economie een kans heeft zonder gewelddadige revolutie of een wereldoorlog.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 8 (oktober), pagina 80 tot 82