Log in

Energie voor morgen en overmorgen

In de aanloop naar het energiepact dat er in december 2017 komt, wordt veel informatie verspreid - meestal professioneel maar soms onvolledig en daardoor misleidend. In deze bijdrage bekijken we hoe onze energie van morgen en overmorgen er kan uitzien. Als iedereen zijn eigen gedrag aanpast zal de totale vraag naar energie en de CO 2 -uitstoot sterk dalen. Maar dat alleen zal natuurlijk niet volstaan. Naast een maximale uitrol van zonnepanelen en windmolens, moeten ook dringend nieuwe gascentrales worden gebouwd. Zonder al deze acties wordt het moeilijk om de kerncentrales in 2025 te sluiten of de CO 2 -doelstelling van 2030 te halen. Overheid, bedrijven en burgers moeten dringend actie nemen: (P)ACT NOW.

In december 2017 willen de vier ministers van Energie, in uitvoering van de regeerakkoorden van 2014, uitpakken met een langverwacht interfederaal energiepact. Er is al een lange voorbereidende weg afgelegd met veel studies en uitgebreid overleg met alle stakeholders. Op dit eigenste moment loopt er een grootschalige volksbevraging: www.energiepact2050.be. Alle media worden intussen overspoeld met lijvige studies en standpunten over energie van de stakeholders, gaande van Bond Beter Leefmilieu, universiteiten, studiediensten en -bureaus, onderzoeksinstellingen, bedrijvenfederaties en -koepels, sociale partners en overheden, tot het Nucleair Forum. Niet echt verrassend, maar wel ergerlijk, want er zit een rode draad in het geheel.

De ene groep gelooft dat de energietransitie vanzelf in orde komt mits een krachtdadig beleid. Ze gelooft in hernieuwbare energie, zegt dat het niet veel zal kosten en dat we snel zonder CO₂ kunnen. Deze groep beperkt zich echter meestal tot elektriciteit en huis-tuin-en-keukenverbruik, maakt niet altijd het verschil tussen energie en vermogen, en beschouwt leveringszekerheid als een ondergeschikt probleem.

En dan is er de andere groep. Die gelooft niet in een gemakkelijke energietransitie, zegt wel dat er veel moet gebeuren in het kader van de transitie tegen 2050, maar beweert vooral dat hernieuwbare energie bouwen of kerncentrales sluiten veel geld zullen kosten, dat energie dus heel duur zal worden, dat er nog veel studie nodig is en dat het licht dreigt uit te gaan.

Soms heb ik de indruk dat de 'believers' investeerders zijn die denken veel geld te zullen verdienen aan de energietransitie en dat de 'non-believers' verbruikers zijn die denken veel te zullen moeten betalen. Daarnaast heb je partijen als het Planbureau, FOD Economie VITO, EnergyVille en Itinera die genuanceerde studies maken op basis van scenario's. Maar deze studies zijn ingewikkeld en daardoor soms minder leesbaar. Iedereen haalt er selectief de paragraaf of quote uit die het best past bij zijn of haar standpunt.

HET GAAT OVER MEER DAN KERNENERGIE ALLEEN

België verbruikt iets meer dan 600.000.000.000 kWh energie. Daarvan is de helft olie, een kwart aardgas en een zesde elektriciteit (waarvan de helft kernenergie). De laatste 10% betreft vooral steenkool, afval, warmte en biomassa. Enkel over elektriciteit of kernenergie praten, heeft dus weinig zin. Niet op het vlak van energie of het energiepact, en nog minder op het vlak van CO2. Ter vergelijking: een gemiddeld gezin verbruikt ongeveer 3.500 kWh elektriciteit en 20.000 kWh aardgas.

Olie en aardgas zijn vandaag veruit de grootste bron om gebouwen te verwarmen en voertuigen te laten rijden. Met warmtepompen in nieuwe en gerenoveerde gebouwen en elektrische batterijen in nieuwe voertuigen zal het energieverbruik de volgende tientallen jaren sterk dalen, en zal elektriciteit het grootste deel van olie en aardgas vervangen. Hierdoor zal het totaal verbruik van elektriciteit in België tegen 2050 met 20% stijgen. De sluiting van de kerncentrales en het bijkomend verbruik van elektriciteit kunnen worden opgevangen door al de bestaande en nog te bouwen gasgestookte centrales, en door hernieuwbare energie. Warmtenetten, biomassa en geothermie: het zijn interessante maar kleine deeloplossingen. Ten opzichte van de totale energiebehoefte gaat het over enkele procenten: beperkt, maar welkom. Alle beetjes helpen. Als we al het verbruik van aardgas voor de productie van elektriciteit 'morgen' volledig door hernieuwbare energie willen vervangen, zijn er bijkomend tien keer meer zonnepanelen en windmolens op land en in zee nodig dan er vandaag al staan of gepland zijn. Dit is niet onmogelijk, maar wel uitdagend.

In dit kader moet rekening worden gehouden met de timing van de sluiting van de kerncentrales. De kans is zeer groot dat Doel 3 en Tihange 2 sluiten in 2022 en 2023. De kans is ook zeer groot dat Doel 1 en 2 sluiten in 2025. Omwille van de leveringszekerheid kan worden getwijfeld aan de haalbaarheid van vervroegde sluiting van Tihange 1 in 2025, en zeker aan de haalbaarheid van de sluiting van Doel 4 en Tihange 3 in 2025. Indien er tegen 2025 voldoende nieuwe gascentrales en extra offshore windparken gebouwd zouden worden, kunnen kerncentrales sneller worden gesloten. Maar op het gebied van investeringen in dergelijke infrastructuur is 2025 al heel dichtbij, quasi onmogelijk, zeker als het vergunningstraject nog moet starten.

Daarnaast blijft de industrie en het langeafstandtransport 'morgen' nog steeds een grote hoeveelheid aardgas verbruiken, onder andere ter vervanging van diesel en benzine. Als we ook al dit aardgas willen vervangen door waterstof, als al deze waterstof op basis van elektrolyse van water wordt geproduceerd en als deze elektriciteit hernieuwbaar moet zijn, dan moet er niet nog tien keer maar nog dertig keer meer zonnepanelen en windmolens gebouwd worden. Daarvoor is te weinig plaats in België en op de Belgische Noordzee. Aardgas zal dus nog niet te snel vervangen worden door waterstof (of door methanol of andere groene brandstoffen geproduceerd op basis van hernieuwbare energie).

NIEUWE TESLA EN OUD GAS ZIJN NODIG

Als op je smartphone of elektrische auto 'out of battery' verschijnt, wil je zo snel mogelijk ergens opladen. Iedere burger en elk bedrijf gaat ervan uit dat er altijd en bijna overal energie ter beschikking is: de leveringszekerheid. Vandaag kunnen enorme voorraden olie en aardgas opgeslagen worden, en slechts relatief beperkte hoeveelheden elektriciteit. Wie bezig is met elektriciteit vindt de pompcentrale van Coo ('Engie Electrabel', 2 grote oppervlaktes water en een groot hoogteverschil) zeer groot (4.000.000 kWh of 100.000 elektrische wagens), maar de opslag van aardgas in Loenhout ('Fluxys') is 2.000 (tweeduizend!) keer groter en de strategische opslag van aardolie door de overheid ('Apetra') nog tien keer groter. Wind- en zonne-energie hebben veel voordelen, maar één belangrijke beperking: soms is er te veel energie en soms is er voor een langere periode te weinig energie. De Duitsers noemen dit 'Dunkelflaute'. Zo was er in december 2016 in Duitsland gedurende vijf dagen weinig wind en zon, en werd de elektriciteit vooral geproduceerd met steenkool, aardgas, kernenergie en grote pompcentrales van het type van Coo in de Alpen. Om het verbruik van elektriciteit in België in de winter gedurende vijf dagen volledig op te vangen zijn er 300 centrales van het type van Coo nodig. Daarvoor is in de Ardennen onvoldoende plaats en op de zee onvoldoende hoogte. Een groot aantal gascentrales lijkt dus onvermijdelijk.

Voor korte periodes van te veel of te weinig wind en zon is ' demand side management' de beste oplossing: dit kan gaan van het wel of niet laden van elektrische auto's of verwarmen van sanitair warm water, het kortstondig aanpassen van productieprocessen in de industrie of in de toekomst het produceren van waterstof. Voor een tekort van langere duur lijken een groot aantal gasgestookte centrales voor België de beste oplossing. Opslag en beschikbaarheid van aardgas en in de toekomst van waterstof zijn daarvoor essentieel. Elektrische verbindingen met het buitenland zijn ideaal voor uitwisselingen op korte termijn, maar het weerbericht stopt niet aan de grens: als er in België gedurende vijf dagen weinig tot geen wind en zon is, is de kans groot dat er in de buurlanden ook weinig wind en zon is. Het is onduidelijk of en hoe België leveringszekerheid wil halen uit de buurlanden: in Nederland gaan alle steenkoolcentrales dicht tegen 2030, in Duitsland sluiten alle kerncentrales tegen 2022 en Frankrijk wil de productie van kerncentrales tegen 2025 met 25% verminderen.

Om de bestaande gascentrales open te houden of om nieuwe gascentrales te bouwen, heeft een investeerder - naast een vergunning en een netaansluiting - vooral een rendabele business case nodig. En die is er vandaag niet in België. Om de oudste onrendabele centrales toch beschikbaar te houden in de winter is een systeem van 'strategische reserve' ingevoerd: ELIA vergoedt deze uitbaters om hun centrale startklaar te houden. Om nieuwe centrales te bouwen is een vergelijkbaar systeem van capaciteitsvergoedingen nodig, maar daar is in België en in Europa nog geen voldoende juridisch kader voor. Hopelijk brengt het energiepact nieuwe inzichten en oplossingen. Zonder voldoende nieuwe gascentrales wordt het moeilijk om de kerncentrales te sluiten.

NIETS BESLISSEN KOST OOK GELD

Het ganse energiesysteem, zeker in het kader van een transitie, vereist een indrukwekkende infrastructuur. De bouw van nieuwe infrastructuur kost veel geld en veel tijd (vraag eens een vergunning aan voor een hoogspanningsleiding of voor een windmolen). Maar dat infrastructuur geld kost, is niets nieuws in onze maatschappij: ook wegen, scholen, huizen, treinen… worden ouder en moeten worden hersteld, gerenoveerd of uiteindelijk vervangen. Het bestaande energiesysteem voor de productie, levering en opslag van olie, aardgas en elektriciteit kost vandaag veel geld, en zal veel geld blijven kosten. De vooruitgang van technologie maakt een aantal systemen (batterijen, zonnepanelen) goedkoper en laat vooral toe om minder te verbruiken (huis, auto). De aankondiging in de kranten dat een bepaalde keuze volgens het Federaal Planbureau 32 miljard euro zou kosten van nu tot 2050, is dus zinloos als de andere opties niet vermeld worden. Misschien is die 32 miljard euro een koopje, misschien is het schandalig duur. In elk geval is de eindevaluatie niet enkel de kostprijs op zichzelf maar de invloed op welvaart, inclusief werkgelegenheid, handelsbalans, gezondheid, milieu- en klimaat, enzovoort: natuurlijk mag het een tikje duurder zijn in ruil voor extra 'welvaart'.

Hoeveel gaat dit kosten? Je kan heel lang rekenen met ingewikkelde modellen en tientallen hypothesen en onbekenden. De energievoorziening zal altijd veel geld kosten, maar des te meer als evidente beslissingen uitgesteld, niet genomen of nog meer als er foute keuzes gemaakt worden. Tal van keuzes met een langetermijnimpact worden vandaag gemaakt vanuit een kortetermijnvisie. Kunnen nieuwe wagens op diesel of benzine nog in een stad? Kunnen nog mazoutketels geplaatst worden? Waarom duurt de bouw van windmolens zo lang? Waarom wordt de energiefactuur (tarieven, heffingen, taksen, vrijstellingen) niet hervormd ? Waarom duurt het zo lang om tot een energiepact te komen? Zijn bepaalde subsidie- en steunmechanismen niet achterhaald? Wat met loonwagens en rekeningrijden? Wat met openbaar vervoer en betonstop? Het zijn vragen die een antwoord op lange termijn vereisen.

Vanuit het standpunt van de verbruiker is de factuur natuurlijk veel hoger en ingewikkelder: de kost van energie wordt nog verhoogd door allerlei taksen, heffingen, bijdragen, 'openbare dienstverplichtingen' als sociale of milieukosten en ten slotte BTW. Voor een deel van de bevolking leidt dit tot energiearmoede en voor sommige bedrijven kan de kost van energie een concurrentieel nadeel worden. Tenslotte is energie net geen 10% van de consumptie-index: 5,7% voor huisvesting en 3,8% voor vervoer, hetgeen de besluitvorming soms nog moeilijker maakt. Het beleid moet dus niet enkel via vergunningen en subsidies de keuzes sturen wie welke technologie waar mag bouwen/gebruiken, het beleid moet ook bepalen wie hoeveel gaat betalen: de verbruiker (via de factuur), de burger en bedrijven (via de belastingen) of onze kinderen (via staatsschuld). Hier zijn geen mirakeloplossingen, energie is niet goedkoop. Zonder een langetermijnvisie en transparantie over de kosten zal iedereen overtuigd zijn en blijven klagen dat hij te veel betaalt. In alle gevallen zullen de meeste belangengroepen hun kortetermijnbelangen verdedigen boven het maatschappelijk belang en duurzaamheid. De juiste toewijzing of vrijstelling van kosten en taksen aan bepaalde energiedragers en doelgroepen heeft een grote en positieve invloed op het gedrag van investeerders en verbruikers van energie.

De vooruitgang van hernieuwbare energie als wind en zon blijft indrukwekkend: steeds meer opbrengsten voor steeds minder geld. Het is evident dat verder onderzoek en ontwikkeling van bestaande technieken een belangrijk deel van de oplossing zal zijn: hetzij in verband met biomassa, geothermie, concentrated solar power, kernfusie, blauwe energie… of ruimer gezien met alle vormen van energieconversie, -opslag en -verbruik in combinatie met verdere digitalisering. Innovatieve technologie zal nodig zijn om de transitie naar een wereld zonder steenkool, nucleair, olie en aardgas te versnellen en betaalbaar te houden. Onderzoek, ontwikkeling en innovatie zijn nogal onvoorspelbaar. De kans is groot dat in 2030 andere en betere keuzes gemaakt kunnen worden waar we nu niet aan denken.

DE ECOLOGISCHE VOETAFDRUK

Erg belangrijker is onderzoek naar het gedrag en de ecologische voetafdruk van individuele verbruikers. Dit is de belangrijkste sleutel om een duurzaam kader te realiseren: wat met het verbruik van vlees, de betonstop, de deel- en circulaire economie?

Als de individuele gebruiker haar 'behoeften' vermindert, zijn enorme veranderingen mogelijk. Een voorbeeld: ik eet 10% minder vlees (of ik rijd 10% meer met openbaar vervoer, of ik woon 10% compacter, of ik rijd 10% trager op de autostrade, of ik recycleer 10% meer): minder vlees betekent minder koeien, minder veevoeder en minder kunstmest. Dus minder aardgas of waterstof. Maar ook minder transporten, minder slachthuizen, minder vrachtwagens, minder schroot, minder ijzererts, minder energie, enzovoort. Een vergelijkbare evolutie met veel indirecte gevolgen is 'de betonstop': maatschappelijk zijn er duidelijke voordelen naar ruimte, mobiliteit, energie, materialen, gemeenschappelijke infrastructuur. Op gebied van duurzaamheid zijn de gevolgen duidelijk. Op economisch vlak is het echter het omgekeerde van groei, wat bij bepaalde belangengroepen leidt tot een duidelijke weerstand. Niet iedereen zal dus gelukkig zijn met deze fundamentele aanpak van duurzaamheid: veel business- en beleidsplannen zijn immers gebaseerd op economische groei. Krimp heeft meestal nefaste financiële gevolgen voor investeerders en overheden. Beleids- en opiniemakers hopen daarom liever op een technologische oplossing en doorbraak (=groei), dan de verbruiker/burger/kiezer te wijzen op haar eigen individuele verantwoordelijkheid (= minder verbruiken en krimp).

Dan is er de kwestie van de CO** 2 ***-uitstoot*. Door al de bovenstaande elementen (behalve het sluiten van de kerncentrales) zal die sterk dalen, maar niet volledig: zeker tot 2035 en mogelijk tot 2050 zal aardgas een deel van de energiemix uitmaken en voor een beperkte CO2-uitstoot zorgen. Tenzij door onderzoek en ontwikkeling een betere oplossing gevonden wordt.

GOUVERNER C'EST PRÉVOIR

Het energiebeleid mag niet herleid worden tot kortetermijndenken als de discussies over het aantal windmolens in Vlaanderen tegen 2020 of welke kerncentrale wanneer gesloten zou worden. Zonder een duidelijke en coherente langetermijnvisie op alle energiedragers en alle verbruikers zal de energietransitie niet verlopen zoals vandaag aangekondigd wordt en zijn de doelstellingen voor 2030 en 2050 niet haalbaar. Velen gaan er bijvoorbeeld van uit dat aardgas hoogstens een overgangsverschijnsel is en dat alles snel en eenvoudig opgelost geraakt met elektriciteit van hernieuwbare bronnen en met waterstof. Maar de stap om volledig om te schakelen naar een energieverbruik zonder olie, zonder nucleair en vooral zonder aardgas is zeer uitdagend. Waarschijnlijk is het beter om aardgas (inclusief opslag en gasgestookte centrales) nog tientallen jaren te gebruiken als grootschalige pasmunt of smeermiddel om het hele energiesysteem vlot te laten werken.

Het energiebeleid mag zich ook niet beperken tot de aanbodzijde (kerncentrales, aardgas, hernieuwbare energie). Langs de kant van de verbruiker zijn veruit de grootste en gemakkelijkste resultaten te halen, zowel door technologie (bouwschil, isolatie, elektrische auto) als door gedrag: minder verbruiken, deel- en circulaire economie. Het aanpassen van het gedrag kost minder geld, maar minstens evenveel tijd als het bouwen van windmolens.

Duurzaamheid is een plicht. Een globale en langetermijnvisie op energie zijn nodig om er sneller, goedkoper en veiliger te geraken. Uitstel van beslissingen, en zeker foute beslissingen, zijn geen optie. Ze zullen ons later veel geld kosten. Duurzaamheid is een taak van de overheid (artikel 7 bis van de Grondwet), maar nog veel meer een taak van de individuele verbruiker. Met een knipoog naar JF Kennedy: 'Beste burger, vraag niet wat de overheid kan doen voor uw klimaat, maar wat je zelf kan doen voor het klimaat van onze planeet.

Het belangrijkste is dat we vandaag beslissen en in actie schieten. Act Now! Maar eigenlijk hoop ik vooral op een goed en degelijk P ACT NOW in december 2017.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 9 (november), pagina 74 tot 79