Log in

Het timshel-plan: realistisch én menselijk

Hoe omgaan met vluchtelingen is een vraagstuk dat sommige progressieve partijen lijkt te verlammen. Het timshel-plan van Groen wil mensen nieuwe hoop geven: een realistisch vluchtelingenbeleid kan ook menselijk zijn. Onze Europese waarden hoeven helemaal niet op het kapblok. Wij bieden een moreel kompas dat niet van haar koers afwijkt - noch naar links, noch naar rechts

ALTERNATIEVEN VOOR HET PRIKKELDRAADBELEID

Pleidooi voor een solidair en trapsgewijs Europees mechanisme
Kathleen Van Brempt en Monica De Coninck
Het timshel-plan: realistisch én menselijk
Wouter De Vriendt

In een spiegel kijken kan vrij beklemmend zijn. Niets is verborgen, en wat open en bloot is kijkt je recht in de ogen. Maar zelfs al hou je je blik star op jezelf gericht, zien je ooghoeken wat links en recht opdoemt. Wegkijken lukt niet.

Dat geldt ook voor Europa. Wanneer Europa naar zichzelf staart, ziet het links en rechts een wereld in verandering: Trump, Poetin, China, het Midden-Oosten, klimaatverandering, migratie, enzovoort.

De vluchtelingenproblematiek is een spiegel en een moreel vraagstuk voor elk van ons. We weten dat wereldwijd 65 miljoen mensen op de vlucht zijn. We weten ook dat België een rijk land is. We weten ook dat moslimterreur bestaat.

Het hoeft niet te verwonderen dat we soms verward en onzeker zijn. En dat de sirenenzang van xenofobe populisten aantrekkelijk klinkt. Misschien is er heimwee naar een monocultureel verleden. Misschien willen we onze rijkdom niet delen, of enkel maar een klein beetje. Misschien weten we onszelf geen houding meer te geven, als we in een stad of dorp in Vlaanderen het pad van een moslim kruisen. Misschien hebben de aanslagen in Europa tóch iets veranderd, ook bij onszelf. En zijn de kloven in onze samenleving dieper geworden, hoewel we na elke aanslag meteen uitroepen dat de angst nooit zal overwinnen.

Tegelijk wordt ons wijsgemaakt dat wie voor meer menselijkheid pleit, pro open grenzen is. Dat we koste wat kost een aanzuigeffect moeten vermijden. En dat nietserger is dan een 'Gutmensch' zijn: een naïeveling die louter emotioneel reageert en… goed wil doen. Het vluchtelingendebat wordt zo niet enkel gekenmerkt door een diepmenselijke tragedie, maar ook door een verscheurende ideeënstrijd die op de kap van vluchtelingen uitgevochten wordt.

Met het vluchtelingenthema win of verlies je verkiezingen. Die angst voor de kiezer verlamt ook progressieve partijen. Toenmalig PvdA-leider Diederik Samsom pleitte begin 2016 voor de push-back van vluchtelingen naar Turkije. Sp.a-voorzitter John Crombez verdedigde dat plan, tot ontzetting van ngo's en veel van zijn partijleden. Door mee te gaan met rechts, wordt het draagvlak voor de opvang van oorlogsvluchtelingen in Europa niet groter. Groen doet wat elke progressieve partij hoort te doen en zet de hakken in het zand. Omdat de mensenrechten, en onze normen en waarden op het spel staan. Er worden belangrijke rode lijnen overschreden. Wij willen duidelijk maken dat het anders kan: een realistisch vluchtelingenbeleid kan ook menselijk zijn.

Dat is het timshel-plan van Groen. Een bij uitstek humanistisch en mobiliserend plan dat niet alleen aan politici appelleert, maar aan elke mens. Het Hebreeuwse woord 'timshel' betekent 'jij kan' en wordt door de filosofe Alicja Gescinska als concept uiteengezet. Een mens heeft 1.001 mogelijkheden, heeft de kracht van de emotie en de gave van het verstand. Als Europa uitgedaagd wordt door xenofoob populisme, is elke mens in staat om zich niet te laten verleiden maar om weldoordacht positie in te nemen.

Om de mist van de desinformatie en de ideeënstrijd te doen optrekken, is het nodig om eerst vijf mythes van het vluchtelingendebat te ontkrachten. Daarna kom ik tot tien pijlers van een nieuw moreel kompas. Ten slotte is het aan elke lezer om de afweging te maken. Of het Belgische en Europese beleid voortaan door deze tien pijlers wordt gestut, is een vraag voor het democratische proces dat verkiezingen heet.

5 MYTHES IN HET VLUCHTELINGENBELEID

Mythe 1: 'we worden overspoeld'

Sommigen zeggen dat we overspoeld worden.

In de regio rond Syrië zijn er maar liefst 5 miljoen vluchtelingen. Wereldwijd zijn 65 miljoen mensen ontheemd en op de vlucht. In tegenstelling tot de indruk die wordt gewekt, wordt 95% van alle vluchtelingen in eigen regio opgevangen. Europa biedt slechts een fractie van alle vluchtelingen onderdak.

Tijdens de piek van de vluchtelingeninstroom in België, in 2015 en 2016, heeft ons land 26.000 mensen als vluchteling erkend of subsidiaire bescherming toegekend. Dat is 0,25% van onze bevolking.

In 2015 heeft de EU 1,25 miljoen asielzoekers opgevangen, wat evenzeer neerkomt op 0,25% van de totale bevolking. In België lag dat aantal op 44.660 asielzoekers in België, of 0,38% van onze bevolking. Nu zitten we in ons land aan 22.840 plaatsen in de asielopvang, met een bezetting van 76%.1

België wordt met andere woorden helemaal niet overspoeld.

We zijn onzeker, we hebben angst. Dat is begrijpelijk. Maar dat politici doelbewust de cijfers negeren en zich opwerpen als grote beschermers tegen 'de horden vluchtelingen', zegt veel over hun beroepsernst.

Mythe 2: 'ons land doet wat het kan'

De tweede mythe is dat België doet wat het kan. Dat klopt niet. In realiteit doen we zo weinig mogelijk. We doen waartoe we wettelijk verplicht zijn: een vluchteling die langs één van de dodenroutes komt aangestrompeld, mag asiel aanvragen.

Doet België ook méér dan wat het internationaal recht ons opdraagt? Amper. Sinds 2013 hebben we 2.335 mensen hervestigd.2 Een erg laag aantal. Deze 'resettlement' gebeurt meestal in samenwerking met de Verenigde Naties en haalt kwetsbare mensen uit vluchtelingenkampen rechtstreeks met een luchtbrug naar ons land.

Relocatie dan. Eind september 2015 besliste de Europese Raad 160.000 asielzoekers uit overvolle opvangkampen in Griekenland en Italië te spreiden over alle lidstaten. België heeft op die manier 1.059 asielzoekers opgenomen. In totaal werden uiteindelijk iets meer dan 31.000 asielzoekers uit Griekenland en Italië verspreid over de EU. Vandaag zitten in die grenslanden nog steeds mensen vast in mensonwaardige omstandigheden.

Tot slot, de humanitaire visums. Staatssecretaris Theo Francken kan een humanitair visum uitreiken aan vluchtelingen uit conflictzones die zich aanbieden in één van onze ambassades of consulaten in het buitenland. Dit kwam uitgebreid in het nieuws in het najaar van 2016, naar aanleiding van het Syrische gezin uit Aleppo dat een humanitair visum voor ons land aanvroeg, maar geweigerd werd.

Deze legale en veilige migratieroutes moeten we veel meer ontwikkelen, rekening houdende met de draagkracht van ons land en de noden in de wereld. Dan pas zou België doen wat het kan, in plaats van wat het moet.

Mythe 3: 'we zijn hard voor de misbruiken, maar zacht voor de kwetsbaren'

Theo Francken zelf hamert er regelmatig op. Helaas valt er van die zachtmoedigheid niet veel te bespeuren. Denken we bijvoorbeeld aan de strenge toepassing van de medische regularisatieprocedure (9ter). Zowel de Raad van State (in 2013) als later de Federale Ombudsman (in september 2017) spaarden hun kritiek niet. Zwaar zieken toch per se willen terugsturen, is niet zoals het hoort.

Hetzelfde geldt voor migranten uit Soedan. Soedan is een land in oorlog, waarvan gemiddeld 60% van de asielzoekers in ons land een beschermingsstatus krijgt. Een rapport van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) legde de vinger op de wonde. In het najaar 2017 werden negen Soedanezen die geen asiel hadden aangevraagd gedwongen teruggestuurd zonder dat grondig onderzocht werd of ze risico lopen op foltering of een andere mensonterende behandeling.

Nog een voorbeeld. In de zomer van 2017 kwamen veel migranten toe in het Maximiliaanpark. De regering weigerde om opvang te organiseren. Nochtans had dat de overlast in Brussel beperkt en de overheid toegelaten om correcte juridische informatie over de asielprocedures te verstrekken. Toen ik zelf ter plaatse ging en met hulpverleners sprak, bevestigden ze mij dat er ook kinderen op de vlucht zonder ouders (Niet-Begeleide Minderjarige Vreemdelingen of NBMV) in het park verbleven. Dat is een bijzonder kwetsbare categorie die zo snel mogelijk de nodige bescherming moet krijgen. De wetgeving voorziet dat. Waarom is dat toen niet gebeurd?

Mythe 4: 'hoe meer reddingsacties op zee, hoe meer mensen proberen over te steken'

Reddingsacties in de Middellandse Zee zouden een aanzuigeffect creëren. Cijfers bewijzen het tegendeel. Eind 2013 waren er met de Italiaanse operatie 'Mare Nostrum' veel meer reddingsacties dan nu. De Europese reddingsoperaties werden sterk gelimiteerd. Toch zijn er nu méér doden op zee dan vroeger. Dat bewijst vooral dat wie nood heeft aan bescherming, zal vluchten. Hoe groot de risico's ook zijn.

De reden dat er nu minder vluchtelingen proberen over te steken, is dat de EU samenwerkt met de Libische kustwacht. In de praktijk zijn dat Libische milities die manu militari vluchtelingen onderscheppen en naar detentiekampen brengen. Organisaties als Artsen Zonder Grenzen, Amnesty International en de Verenigde Naties hebben de verschrikkelijke omstandigheden in die kampen uitvoerig gedocumenteerd. Geweld tegen onschuldige vluchtelingen, seksuele uitbuiting, verkrachting en mishandeling tegen mannen, vrouwen en kinderen is er schering en inslag. Toch kijkt de EU de andere kant op. Nooit zullen we kunnen zeggen dat we dit niet wisten.

Mythe 5: 'het beleid-Francken verschilt niet zoveel van de voorgangers'

Een exhaustieve vergelijking zou ons te ver leiden.

Maar om de mythe te ontkrachten volstaat het een opsomming te geven van de meest opmerkelijke beleidsmaatregelen van de regering-Michel: strenger beleid inzake humanitaire regularisaties 9bis, mogelijkheid tot uitwijzen van niet-Belgen die hier geboren en getogen zijn (tot de leeftijd van 12 jaar) op basis van vermoedens van misdrijf, de verankering van de preregistratie voor de asielaanvraag, uitbreiding van detentiemogelijkheden, minder verweermogelijkheden voor advocaten van asielzoekers, het opsluiten van kinderen in family units met het oog op gedwongen terugkeer, het mee afsluiten van de Europese migratiedeals met Turkije en de Libische kustwacht, het ingediende wetsontwerp dat huiszoekingen toelaat in woningen waarin vreemdelingen met een uitwijzingsbevel opvangen worden, het uitnodigen van Soedanese ambtenaren naar de kantoren van DVZ om Soedanese migranten te identificeren.

De impact van bijna vier jaar Theo Francken op het departement Asiel en Migratie gaat over véél meer dan communicatiestijl alleen.

10 PIJLERS VAN EEN PROGRESSIEF ALTERNATIEF

Hoe kunnen progressieven omgaan met de vluchtelingenproblematiek? We reiken een moreel kompas aan dat nieuwe hoop biedt en conform is aan onze waarden en internationale verdragen. Het geeft een realistisch en menselijk alternatief voor het huidige regeringsbeleid.

1. Werken aan oorzaken van migratie

Oorlog, armoede, vervolging en klimaatopwarming zijn enkele verklaringen waarom mensen migreren. Een regering met visie op lange termijn is erg voorzichtig met militaire operaties in ontwrichte gebieden, streeft naar eerlijke handelsverhoudingen, minder armoede, en een koolstofarme economie. Een besparing van meer dan 1 miljard euro op ontwikkelingssamenwerking, zoals beslist door de huidige regering-Michel, is een voorbeeld van hoe het niet moet. Uiteraard is dit multi-level georganiseerd, maar dan nog kan een regering in de EU op zijn minst de juiste beleidskeuzes zelf maken en op andere niveaus verdedigen.

2. Opvang in eigen regio

Nu al wordt 95% van alle ontheemden in de eigen regio opgevangen. En dat verdient de voorkeur, zeker in het geval van oorlogssituaties. Veilige en menselijke opvang in de eigen regio biedt bescherming tegen geweld en ontbering. Waar de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR geen vluchtelingenkampen heeft gebouwd, zou de EU met een eigen extraterritoriaal programma kunnen inspringen. Laat de EU haar economische macht in de weegschaal leggen, veel meer dan nu gebeurt. Handelsverdragen en partnerschappen zijn hefbomen waarmee de medewerking van niet-EU-landen inzake asiel en migratie kan worden afgedwongen, bijvoorbeeld op het vlak van meer veilige en menselijke opvang in de eigen regio.

3. Hervestiging en humanitaire visa

Een Europa waarop we trots kunnen zijn, kijkt bij oorlog niet de andere kant op. Zij organiseert corridors en luchtbruggen om mensen in veiligheid te brengen. Naar opvang in eigen regio, maar ook naar veilig gebied in Europa. In crisisjaren die we momenteel in Syrië en Irak beleven, zou Europa in staat moeten zijn om 0,5% van het eigen bevolkingsaantal op te vangen. Deels in een tijdelijke constructie, met de afspraak dat na afloop van de oorlog de mensen terugkeren. En met een verdeelsleutel binnen de EU, gebaseerd op de draagkracht van elk land uitgedrukt in bruto nationaal inkomen, bevolkingsdichtheid en werkloosheidsgraad. Concreet zou dit voor België kunnen betekenen dat wij per oorlogsjaar 50.000 Syriërs een veilige opvang bieden.

4. Het recht op asiel is een heilig principe

Migranten die in ons land aankomen, zitten vaak in de greep van mensensmokkelaars, wantrouwen de overheid en hebben weinig informatie over hun rechten en plichten. Een overheid die met veel empathie optreedt, vertrouwen wekt, correcte informatie geeft en asielaanvragen aanmoedigt is dan essentieel. Op die manier zetten we mensen op de radar.

Op plaatsen met veel migranten (kust, havengebied) overwegen we gedecentraliseerde kantoren van DVZ, gecombineerd met hulpverlening.

Wie dan nog weigert om asiel aan te vragen, moet na toetsing van art. 3 EVRM terugkeren naar het land van herkomst. Van vrije doorgang naar landen zoals het Verenigd Koninkrijk of andere kan geen sprake zijn.

Ook de Europese Unie dient de Vluchtelingenconventie te respecteren. De Europese buitengrenzen en vluchtelingenroutes worden niet gesloten, maar ook niet wagenwijd opengezet. Ze staan op een kier, waarbij we controleren wie zich aan de grens aandient. In deze hotspots (bijvoorbeeld aan de Griekse of Bulgaarse grenzen met Turkije) kunnen mensen asiel aanvragen en worden ze op een menselijke manier behandeld, in afwachting van het resultaat.

5. Permanent spreidingsmechanisme in de EU

In tijden van hoge instroom is de Europese Dublin Verordening3 niet uitvoerbaar. De druk op Europese grenslanden zoals Griekenland of Italië is dan te groot. Wij zien dat vandaag gebeuren. Het aantal asielprocedures is niet langer beheersbaar en de opvangcondities verslechteren. Zeggen dat Dublin onaantastbaar is en tegelijk blind blijven voor de problemen in de grenslanden, is schizofreen.

Wij willen een permanent spreidingsmechanisme binnen de EU. De lidstaat waar de asielzoeker aankomt is verantwoordelijk voor de vingerafdrukken en registratie. Op basis van een billijke spreiding wordt de asielzoeker een lidstaat toegewezen voor het volgen van de asielprocedure. Deze asielprocedure is in de hele EU uniform en wordt uitgevoerd door een versterkt EASO-agentschap (het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken).

6. Openhouden van routes naar landen waar je asiel kan aanvragen

Het recht op asiel als heilig principe staat haaks op het afsluiten van migratiedeals met landen zoals Turkije of Libië, die de Vluchtelingenconventie niet ten volle onderschrijven en migranten niet gelijkwaardig behandelen.

We evolueren stilaan naar een beleid waarin het voor een vluchteling niet meer mogelijk is om zich als asielzoeker aan te dienen. Je zal maar een oorlogsvluchteling uit Eritrea zijn, met quasi zekere kans op erkenning, die op de vlucht slaat en terechtkomt in een Libisch detentiekamp. Vruchteloos op zoek naar een kantoor om ergens asiel aan te vragen. Het fort Europa sluit oorlogsvluchtelingen buiten. Dat is de wrede consequentie van het huidige beleid.

Om dit te vermijden, kan een Balkan-landroute worden geopend richting één van de hotspots op de EU-grens. Zo blijft het recht op asiel gevrijwaard. We onderzoeken ook de mogelijkheid om langs de Noord-Afrikaanse kust asielcentra in Europees beheer op te richten.

7. Geen open grenzen

Afgezien van legale kanalen voor arbeidsmigratie, blijven we het onderscheid maken tussen vluchtelingen en andere migranten. Er is van buiten de EU geen vrij verkeer van personen in de Europese lidstaten. Enkel op basis van welbepaalde gronden kan een verblijfsrecht worden toegekend (gezinshereniging, vluchtelingenstatus, arbeid).

Wie geen wettige verblijfspapieren heeft, moet terug naar het land van herkomst.

8. Zoveel mogelijk terugkeer-akkoorden afsluiten

Het is onlogisch dat sommige landen niet bereid zijn om landgenoten terug te nemen indien zij onwettig op het grondgebied van een ander land verblijven. In een relatie van wederzijds respect dient elk land zich te onderwerpen aan de internationale rechtsorde en mee te werken aan duidelijke regels inzake asiel en migratie.

Ook hier moet Europa haar economische macht uitspelen. Handelsakkoorden en andere partnerschappen zijn pasmunt voor readmissie-akkoorden.

9. Terugkeer als sluitstuk

Als de asielprocedure op een negatief antwoord uitdraait en als de beroepsmogelijkheden uitgeput zijn, of als de betrokkene (meerderjarige) geen asiel wil aanvragen, is terugkeer de enige optie.

Groen wil in de eerste plaats de vrijwillige terugkeer uitbouwen. In 2017 keerden 3.827 personen vrijwillig terug. In het recordjaar 2012 waren het nog 5.656 personen. Dat kan dus beter.

In het uitwijzingsbeleid zijn er een reeks rode lijnen die we nooit mogen overschrijden:

  • toetsing van art.3 EVRM en het non-refoulementbeginsel is elementair;
  • huiszoekingen bij mensen die onderdak bieden aan mensen met een uitwijzingsbevel gaan veel te ver;
  • de regie van het asiel- en terugkeerbeleid houden we strak in eigen handen. Ambtenaren van dictaturen worden niet in onze kantoren uitgenodigd. België toetst daarentegen zélf informatie af bij de ambassades. Als iemand bijvoorbeeld beweert Soedanees te zijn, of er zijn gegronde redenen om dat te denken, stapt België zelf naar de Soedanese ambassade. Als deze de Soedanese nationaliteit ontkent, wordt verder gezocht naar de nationaliteit van de betrokkene. Als de Soedanese nationaliteit wordt bevestigd, toetst België met eigen middelen en informatiebronnen art.3 EVRM en het non-refoulementbeginsel.

Als deze extreme voorzichtigheid ertoe leidt dat minder uitwijzingen mogelijk zijn, dan is dat zo. Het voorzorgsprincipe staat hier voorop.

10. Belangen van het kind primeren

Zoals gezegd is terugkeer deel van een consequent asiel- en migratiebeleid. Maar de belangen van het kind primeren altijd. Zo willen wij steeds oordelen, case by case, of het bijvoorbeeld niet opportuun kan zijn om het kind zijn opleiding te laten afmaken. Op die manier stuur je jongeren beter gewapend naar het land van herkomst. Kinderen terugsturen in het midden van het schooljaar is voor ons sowieso uit den boze.

Kinderen worden bovendien nooit opgesloten met het oog op terugkeer. Ook hier speelt het hoger belang van het kind. De regering-Michel is dat vanaf dit jaar toch van plan, in zogenaamde 'family units' in Zaventem.

En als kinderen zonder ouders opgemerkt worden in een groep van transitmigranten, mag niet worden geaarzeld om hen uit de groep te plukken en de bescherming te geven waar zij recht op hebben. De toewijzing van een voogd is dan primordiaal.

UITSMIJTER

In de storm van polarisatie rond het vluchtelingenthema is een moreel kompas voor progressieven onontbeerlijk. Dit timshel-plan is een evenwichtig manifest. Het is een uitdaging aan eenieder van ons en een mogelijke grondslag voor een ander beleid. Maar dit is niet te nemen of te laten. Groen wil op een positieve manier de dialoog aangaan en mensen verbinden. Dit is een uitgestoken hand.

Noten
1. Bron: Fedasil, cijfers 25/01/2018.
2. Bron: https://www.fedasil.be/nl/hervestiging, cijfers februari 2018.
3. De Europese Dublin Verordening bepaalt welk land verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van mensen op de vlucht. Volgens die regelgeving moet het land waarin de asielzoekers voor het eerst de EU binnenkomt, de asielaanvraag behandelen en opvang voorzien.

Samenleving en politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 4 tot 10