Abonneer Log in

Oud en nieuw links in Centraal-Europa

  • Peter Vermeersch - Hoogleraar aan Leuven International and European Studies (LINES), KU Leuven

Samenleving & Politiek, Jaargang 30, 2023, nr. 9 (november), pagina 54 tot 58

De sociaaldemocratie lijkt dood in Centraal-Europa. Maar nieuwe linkse partijen manifesteren zich in de strijd tegen de sterke antidemocratische bewegingen in de regio.

Lewica (Links) in Polen © Tomasz Molina

Wie politieke partijen in Centraal-Europa op een klassieke links-rechtsschaal probeert te positioneren, kan snel in verwarring geraken.

In alle V4-landen (Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije) zien we succesvolle partijen die centrumrechts of zelfs extreemrechts te noemen zijn maar tegelijk ook schijnbaar typisch linkse programmapunten naar voor schuiven. Voorbeelden zijn PiS in Polen, dat zich onder meer sterk heeft geprofileerd op vlak van pensioenen, of ANO in Tsjechië, de partij van de voormalige premier, zakenman en miljardair Andrej Babiš, die enkele jaren geleden opmerkelijk genoeg ijverde voor hogere lonen voor onderwijzend personeel. Ook opvallend is dat ANO in 2017 een regeringscoalitie vormde met de Communistische Partij van Bohemen en Moravië en in 2018 met de sociaaldemocraten van de ČSSD.

Tegelijk zien we partijen die sociaaldemocratisch heten te zijn maar lang niet alleen typisch linkse standpunten blijken in te nemen — of in bepaalde gevallen zelfs zo goed als geen zulke standpunten hebben. Een voorbeeld daarvan is SMER, de partij van Robert Fico in Slowakije, die zich anti-Europees en pro-Russisch opstelt en zich bovendien kant tegen migratie, LGBTQI-rechten en betere bescherming voor minderheden.

DE SUCCESFORMULE VAN VIKTOR ORBÁN

Om het beeld helderder te krijgen, is het nuttig om niet alleen de links-rechtsschaal als interpretatiekader te hanteren maar ook naar een ander spectrum te kijken, waarbij je aan de ene kant partijen hebt die bereid zijn de spelregels van de liberale democratie te volgen en aan de andere kant zij die aan die principes willen morrelen. Eenmaal aan de macht blijken politici in de laatste categorie de mediavrijheid drastisch in te perken, of voeren strategisch gemotiveerde constitutionele hervormingen door en trachten de instellingen van de rechtstaat onder hun controle te krijgen.

Om het beeld helderder te krijgen, is het nuttig om niet alleen de links-rechtsschaal als interpretatiekader te hanteren.

Je zou het de succesformule van Viktor Orbán kunnen noemen: gebruik maken van gewiekste electorale campagnes die bol staan van de retoriek over conservatieve waarden en vijandbeelden en totale soevereiniteit als wondermiddel tegen externe dreigingen van allerlei aard. De overwinning resulteert dan in een waaier van acties die de democratische instellingen stelselmatig uithollen. Op die manier wordt via verkiezingen een pad naar ondemocratisch machtsbehoud gecreëerd, een proces dat bijvoorbeeld in detail wordt geanalyseerd in How Democracies Die (2018) van Daniel Ziblatt en Steven Levitsky. Sommige politici in de andere V4-landen beschouwen dit als een te volgen model, zij het niet op altijd op exact dezelfde manier. Deze 'democractic backsliding' maakt het in elk geval voor politieke uitdagers in al deze landen bijzonder lastig. De enige manier om de democratische terugval te bestrijden, is namelijk óók via verkiezingen.

HOE STRIJDEN TEGEN ANTIDEMOCRATISCHE PARTIJEN?

De politici die een electorale strijd voeren tegen antidemocratische partijen worden met verschillende uitdagingen geconfronteerd. Sommige zijn van strategische aard. Welke samenwerking ga je aan met welke andere partijen om überhaupt een kans te maken op winst? Andere hebben te maken met inhoud en betekenis. Op welke partijstandpunten leg je de nadruk, en vooral, hoe geef je bepaalde ideologische posities weer, welke betekenis geef je eraan?

Zeker voor partijen die standpunten willen verdedigen die als 'links' worden gezien, is dat een hachelijke zaak. Zij moeten hun oude thema's terugwinnen, want die worden nu vaak geclaimd door sommige van die antidemocratische partijen (zie het voorbeeld van PiS en de pensioenen). Of ze moeten zich uitspreken over kwesties die het traditionele linkse electoraat angst inboezemt (migratie). Bovendien moeten ze zich trachten te distantiëren van een oudere generatie linkse politici, de sociaaldemocraten die in de jaren 1990 en de vroege jaren 2000 de dienst uitmaakten en de macht verloren wegens wanbeleid en corruptieschandalen, en vaak zelfgenoegzaam reageerden op de sociale onvrede die ontstond naar aanleiding van economische hervormingen en het vrijmaken van de (Europese) markt. Het succes van antidemocratische partijen kwam er onder meer wegens het failliet van sociaaldemocratische machtspartijen zoals de SLD van premier Leszek Miller in Polen of de MSZP van premier Ferenc Gyurcsány in Hongarije. Sindsdien worden politici met sociaaldemocratische signatuur vaak weggezet als verraders van het volk en slaven van de Brusselse bureaucratische elite.

Politici met sociaaldemocratische signatuur worden vaak weggezet als verraders van het volk en slaven van de Brusselse bureaucratische elite.

In alle V4-landen zijn er de afgelopen jaren pogingen geweest om via allerlei samenwerkingsverbanden de oppositiekrachten te bundelen om zo de antidemocratische partijen van de macht te houden. Met wisselend succes. In Tsjechië slaagde in 2021 een grote centrumrechtse coalitie erin ANO te verslaan, en dat ondanks de goed gefinancierde campagne (Babiš is eigenaar van twee populaire kranten en een radiostation). In de recentste verkiezingen in Hongarije en Slowakije bleek de vorming van zo'n grote oppositiecoalitie niet het gewenste resultaat op te leveren. De verkiezingen in Polen waren dan weer wel een overwinning voor de opponenten van de antidemocratische regeringspartij PiS.

Het aandeel van 'links' in deze inspanningen is meestal klein. De linkse partijen, inclusief de erfgenamen van de grote sociaaldemocratische machtspartijen, halen apart nergens hoge percentages — behalve dan in Slowakije, maar zoals eerder vermeld kun je je afvragen in hoeverre in het geval van SMER de linkse vlag de lading dekt. Maar als je wat dieper op die resultaten ingaat, en kijkt naar de inspanningen van sommige partijen om linkse ideologische posities een nieuwe betekenis te geven, daar een nieuw narratief rond op te bouwen, dan moet je het beeld van een mislukking toch enigszins bijstellen. Onder de oppervlakte van de tegenvallende verkiezingsresultaten zijn vaak nog andere tendensen te zien.

NIEUW LINKS IN POLEN

Een en ander valt te illustreren aan de hand de rol van de partij Lewica (Links) in de recentste parlementsverkiezingen in Polen.

Eerst even het bredere plaatje. PiS bleef na de verkiezingen van 15 oktober weliswaar de grootste partij, maar toch betekende dit een overwinning voor de oppositiepartijen. PiS droomde van een absolute meerderheid in het parlement, maar dat lukte niet (de partij haalde 35,4% van de stemmen, in 2019 was dat nog 43,6%). Er bleek ook niet meteen een coalitiepartner voorhanden: het extreemrechtse Konfederacja verklaarde niet te willen samenwerken met PiS en haalde ook een vrij beperkt aandeel van de stemmen (7,2%). In het liberale oppositiekamp hadden drie afzonderlijke lijsten beloofd om na de verkiezingen samen een regeringscoalitie op de been te brengen: (1) de pro-Europese neoliberale Koalicja Obywatelska (KO) van Donald Tusk, (2) het nieuw opgerichte Trzecia Droga (Derde weg), een centrumlijst bestaande uit onder meer het christendemocratische Polska 2050 en de boerenpartij PSL, en (3) Lewica (Links), de kleine erfgenaam van de ooit grote sociaaldemocratische partij SLD.

KO behaalde uiteindelijk 30,7% van de stemmen (in vergelijking met 27,4% in 2019). Tusk was in de verhitte campagne tegen PiS af en toe zelf erg ver naar rechts uitgeschoten — het sterkste staaltje is wellicht het opnemen op de KO-lijst van de in het buitenland verblijvende Roman Giertych, een politicus die voor de extreem conservatieve Liga van Poolse Gezinnen (LPR) in 2006 nog lid was van een erg instabiele coalitieregering met PiS en in recente jaren op ramkoers was geraakt met Jarosław Kaczyński. Dat ondanks dit soort tactische manoeuvres de drie oppositiepartijen in het totaal toch voldoende stemmen haalden, was niet alleen te danken aan de historisch hoge opkomst en de sterke afkeer voor PiS bij een groot deel van het electoraat. Het was ook het gevolg van het feit dat kiezers die wel voor de oppositie wilden stemmen maar niet voor Tusk toch een kans kregen om op één van de twee andere partijen te stemmen. Vooral het succes van Trzecia Droga (14,4%) heeft hier het verschil gemaakt. Die verkiezingslijst moest als alliantie van verschillende partijen een kiesdrempel van 8% halen en deed dat dus ruim. Mocht dat niet gelukt zijn, raakten de drie oppositiepartijen niet aan een meerderheid.

Maar wat te denken van het aandeel van Lewica (Links) in deze inspanning? De partij haalde 8,6% van de stemmen. Dat is laag, en moet ook voor de partijleden zelf teleurstellend zijn geweest. Vier jaar eerder haalde de partij nog 12,6 %. Maar het cijfer zelf vertelt niet alles. Het valt om te beginnen te vermoeden dat een deel van de aanhang van Lewica deze keer voor KO heeft gestemd, in het licht van het belang van het bestrijden van PiS. Die kiezers kan het in een andere context wellicht terugwinnen. Bovendien krijg je een ander beeld als je de resultaten per leeftijd uitsplitst. Volgens de cijfers van de exitpoll stemden 17,7% van de kiezers jonger dan 30 jaar voor Lewica en de partij is in die leeftijdscategorie de tweede grootste na KO. Het bereikte een iets hoger aandeel dan Trzecia Droga (16,6%). In diezelfde leeftijdscategorie is PiS de slechts scorende partij (14,9%).

Hier valt natuurlijk niet enorm veel uit af te leiden, maar het laat wel enigszins zien waar het potentieel kiespubliek voor Pools links zich op dit moment voornamelijk bevindt: bij nieuwe en jonge kiezers.

Het potentieel kiespubliek voor Pools links bevindt zich op dit moment voornamelijk bij nieuwe en jonge kiezers.

Aan de campagne van Lewica was ook te merken dat er hard werd gewerkt aan de opbouw van zo'n nieuw en jong imago, een beeld dat niet meer moet herinneren aan dat van de oude sociaaldemocraten. Lewica is naar eigen zeggen 'nieuw links'. Niet alleen zoekt het actief de kiezers op die jong, vrouwelijk, feministisch, homovriendelijk en stedelijk zijn, de politici op de lijsten zijn dat veelal ook. Er zijn nog wel enkele figuren uit de hoogdagen van SLD die in de partij graag voor het voetlicht brengt (niet in het minst de voorzitter Włodzimierz Czarzasty), of die de partij trouw steunen (Aleksander Kwaśniewski). Maar er zijn vooral ook prominente jongere stemmen, zoals die van Robert Biendroń.

De thema's die de partij in de kijker zet, blijken ook vooral bij jongeren uit de stedelijke middenklasse te moeten aanslaan: LGBTQI-rechten, ontkerkelijking, Europese samenwerking, klimaat en correcties op de huizenmarkt. Een slogan luidde: je hebt recht op een eigen slaapkamer én je mag daar slapen met wie je wil.

Op de manifestatie van Lewica in het centrum van Warschau op de vrijdag voor de verkiezingen waren vooral regenboogvlaggen en EU-vaandels te zien, en vrijwilligers deelden er pączki uit, gefrituurde deegbollen gevuld met aardbeienjam. Rood en zoet, symbolen voor een sociaaldemocratie nieuwe stijl. Het campagnelied dat door de luidsprekers schalde was een glad popliedje. Het refrein: 'Mijn hart klopt links.'

Voor het daar aanwezige publiek was het duidelijk dat de transformatie van de partij al een feit was. Ook de plek leek dat op een of andere manier te symboliseren: aan de voet van het Paleis van de Cultuur en de Wetenschappen, in de schaduw van de communistische architectuur van de oude macht. Maar de oude macht is er niet meer. Vandaag is het een van de meer bruisende delen van Warschau, met bioscoopzalen en verschillende culturele cafés, met allerhande streetfood, een gloednieuw museum voor moderne kunst in aanbouw, en fietspaden waarop steeds vaker pendelaars voorbijsnellen.

JONGE, STEDELIJKE KIEZERS

Wellicht zullen we pogingen om linkse politieke stemmen een jong imago te geven in de toekomst vaker te zien krijgen, vermoedelijk ook in andere Centraal-Europese landen. Een terugkeer van de sociaaldemocraten als machtspartij zit er niet in. Maar er lijkt alvast een groeiende aanhang onder jonge, stedelijke kiezers mogelijk voor nieuwe of vernieuwde partijen die een linkse(re) agenda hebben en zich vooral profileren op ethische thema's en een betere verhouding tot de EU, en dat dan in de tweede plaats pas koppelen aan een sociaaleconomische agenda. Zij blijven vermoedelijk voorlopig vrij klein, maar ze zullen ook in de toekomst een cruciale rol blijven spelen in de electorale strijd tegen de nog steeds erg sterke antidemocratische bewegingen in de regio.

Samenleving & Politiek, Jaargang 30, 2023, nr. 9 (november), pagina 54 tot 58

LINKS IN EUROPA

Zeitenwende in Duitsland: quo vadis, links?
Gunther Martens
Oud en nieuw links in Centraal-Europa
Peter Vermeersch
Hoe de Slowaakse SMER en Hlas uit S&D vlogen
Nassreddin Taibi
Griekenland, land zonder linkse oppositie
Bruno Tersago

Abonneer je op Samenleving & Politiek

abo
 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
MEEST GEKOZEN

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*

Het magazine verschijnt 10 keer per jaar; niet in juli en augustus.
Proefnummer? Factuur? Contacteer ons via info@sampol.be of op 09 267 35 31.
Het abonnementsgeld gaat jaarlijks automatisch van je rekening. Het abonnement kan je op elk moment opzeggen. Lees de Algemene voorwaarden.

Je betaalt liever via overschrijving?

Abonneren kan ook uit het buitenland.

*Ontdek onze SamPol draagtas.