Log in

'De geschiedenis van de Belgische Senaat 1831-1995'

Uitgelezen

De geschiedenis van de Belgische Senaat 1831-1995

V. Laureys en M. Van Den Wijngaert (ed.)
Lannoo, Tielt, 1999

De grondwetsherziening van 1993 voerde een herverdeling in van de taken tussen Kamer en Senaat. Voordien was er sprake van een volstrekt bicameralisme waardoor beide kamers een identieke tekst moesten goedkeuren vooraleer de koning deze kon bekrachtigen; een werkwijze die tijdrovend en inefficiënt was. Sedert 1993 onderscheidt men drie soorten aangelegenheden: monocamerale aangelegenheden (artikel 74 GW) waar de federaal wetgevende macht wordt uitgeoefend door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Koning, volledig bicamerale aangelegenheden (artikel 77 GW) waar ook de Senaat als tak van de wetgevende macht wordt bij betrokken en gedeeltelijk bicamerale aangelegenheden (artikel 78-81 GW) waar de Senaat, indien hij dat wenst, een wetsontwerp aangenomen in de Kamer kan evoceren. Daarmee begon een nieuwe episode voor de Senaat die, in het licht van haar nieuwe taken, het nuttig achtte terug te blikken op haar geschiedenis. Hij vertrouwde de opdracht toe aan een groep vorsers die werden bijgestaan door ambtenaren van de Senaat. De auteurs zijn afkomstig van beide zijden van de taalgrens. In de inleiding merkt Jean-Pierre Nandrin op dat dit niet tot tegenstrijdige opinies heeft geleid. Wel lezen de bijdragen van de Waalse academici in het Nederlands wat minder vlot.

Het resultaat is een fraai ingebonden editie, die in de loop van 1999 verscheen bij de Tieltse uitgeverij Lannoo, gelardeerd met kleuren- en zwart-witafdrukken van foto’s en prenten. Vermeldenswaard zijn ook de bijlagen waarin alle senatoren staan vermeld. Opmerkelijk: de weergave van alle senatoren tussen 1831 en 1995 telt 68 pagina’s, de afzonderlijke weergave van de vrouwelijke senatoren beslaat slechts 3 pagina’s! Samen met de Nederlandse editie verscheen bij de Editions Racine een Franstalige versie met als titel “L’histoire du Sénat de Belgique”. Onze Duitstalige landgenoten moesten genoegen nemen met een Zusammenfassung.

De opdracht is chronologisch opgevat en volgt de gebruikelijke cesuren als “1893” (algemeen meervoudig stemrecht), “1918” (algemeen enkelvoudig stemrecht) en “1970” (begin staatshervorming) voor de begrenzing van de tijdsvakken. Weerkerende thema’s in alle periodes zijn de werking, het reglement en de samenstelling van de Senaat en zijn rol en impact op het wetgevingsproces. Benevens wordt aandacht besteed aan de Belgische prinsen (en prinses) in de Senaat en aan het gebouw van de Senaat. Daarmee vertoont het boek qua opzet heel wat gelijkenissen met het Nederlandse gedenkboek Aan deze zijde van het Binnenhof, dat werd uitgegeven ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (voor geïnteresseerden: tot voor kort verramsjt in de Nederlandse filialen van De Slegte).

Wie ooit de moeite heeft genomen een handboek politieke geschiedenis van België te doorworstelen, zal in dit document weinig nieuws ontdekken. De waarde van dit document schuilt in de ruime anekdotiek. Heel soms blijft men ook daar op zijn honger. Wanneer na de Eerste Wereldoorlog het algemeen enkelvoudig stemrecht wordt ingevoerd, geldt dit alleen voor mannen vanaf 21 jaar oud. Stemrecht voor vrouwen, wat door de katholieke rechterzijde wordt geëist, stuit op een socialistisch en liberaal veto. De patron van de socialisten, Emile Vandervelde, oordeelde dat vrouwen een gemis aan ontwikkeling hadden en, ongetwijfeld nog erger, overwegend klerikaal-conservatief waren ingesteld. Minder bekend is dat de eerste vrouwelijke senator, Marie Spaak in 1921 door de … socialisten in de Hoge Vergadering werd gebracht. Hoe deze coöptatie te rijmen valt met de weinig vrouwvriendelijke houding van de socialisten maakt het boek niet duidelijk.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 3 (maart), pagina 47