Log in

De actieve welvaartsstaat

Het verhaal van een sociaal-ecologische modernisering

Met de terugkeer van Frank Vandenbroucke naar de actieve Belgische politiek kwam ook het concept van de actieve welvaartsstaat op het politieke forum. De voorbije maanden deden liberalen en groenen serieuze pogingen om het project rond de actieve welvaartsstaat in hun voordeel om te buigen en er hun eigen invulling aan te geven. Sommigen zien het graag als een nieuwe weg, anderen doen het concept te gemakkelijk af als niet-ecologisch. De actieve welvaartsstaat is geen van beiden, maar de aandacht ervoor maakt wel duidelijk dat politieke partijen snakken naar een eigen invulling van sociale politiek. Voor de SP is het verhaal duidelijk en is het er een van sociaal-ecologische modernisering.

Grenzen

De welvaartsstaat zoals we die nu kennen, wordt geconfronteerd met nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen: de vergrijzing van de bevolking, de vervrouwelijking van de arbeidsmarkt, de individualisering, de omschakeling van een industriële naar een diensteneconomie en de grote participatie op de arbeidsmarkt, wat in tegenstelling tot sommige beweringen wel het geval is. De samenleving van vandaag is niet meer die van tien of twintig jaar terug. De traditionele welvaartsstaat botst op nieuwe feiten, maar betekent het dat onze welvaartsstaat faalde? Ik denk van niet.
De welvaartsstaat was in zekere zin passief. Als zich een sociaal risico voordeed, dan stonden onze instellingen klaar met hun vangnet van uitkeringen en begeleiding. Dat systeem behoedde duizenden mensen, die op de een of andere manier in de miserie geraakt waren, voor de ellende van de complete onzekerheid en de bedelstaf. Onze welvaartsstaat maakte het mogelijk dat mensen bij ons nooit afgeschreven waren en altijd een nieuwe kans kregen. Maar de traditionele welvaartsstaat heeft grenzen bereikt en het is tijd om die grenzen te hertekenen.
De sociale realiteit is veranderd en de doelstelling van de nieuwe welvaartsstaat moet anders zijn. Het gaat anno 2000 niet louter meer om inkomenszekerheid, maar zeker ook om maatschappelijke participatie. De actieve welvaartsstaat is dan ook niet enkel gericht op het vrijwaren van wat nu bestaat, maar moet er voor zorgen dat ook nieuwe uitdagingen kunnen worden aangepakt. Meer mensen actief in de samenleving betrekken, zorgen voor levenslange bijscholing- en groeimogelijkheden voor iedereen en op die manier bouwen aan betrokken en verantwoordelijke burgers, dat is de nieuwe aspiratie en de SP-invulling voor de actieve welvaartsstaat.

Kwaliteit van het leven

Omdat wij het idee actief deelnemen zo invullen, is ons concept van de actieve welvaartsstaat niet groeigericht en is ook de ecologische modernisering er een wezenlijk onderdeel van. Tot nu toe werd het concept van de actieve welvaartsstaat te eng beperkt tot sociale politiek. Frank Vandenbroucke deed dat mijns inziens doelbewust omdat hij ervan houdt dat uitdrukkingen en concepten min of meer hun precieze betekenis behouden. Nu de maatschappelijke discussie over het concept in volle beweging komt, is het belangrijk om een en ander te verduidelijken en zo on- of doelbewuste misinterpretaties te blokkeren.
Een actieve welvaartsstaat is voor de SP meer dan betaalde arbeid of een of andere vorm van vervangingsinkomen. Ik hoor binnen de VLD te vaak de actieve welvaartsstaat uitleggen als een project voor meer jobs en veel te weinig iets over de combinatie arbeid en levenskwaliteit. Meer mensen actief in de samenleving betrekken, gaat voor ons veel verder dan jobs creëren. In de SP-opvatting is de kerngedachte van een actieve welvaartsstaat de kwaliteit van het leven. De nadruk ligt op meer kansen op maatschappelijke participatie, maar dan niet zonder de kwaliteit van die arbeid (zoals aanpak van ongecontroleerde flexibiliteit en van verhoogde werkdruk en stress, bouwen aan de vierdagenweek) en van het leven buiten die arbeid (zoals gezondheidszorg, bijscholing- en vormingsmogelijkheden, het recht op kinderopvang) permanent te versterken. Het uiteindelijke doel is een samenleving waar uitsluiting en onzekerheid op een adequate manier bestreden worden en waar de kwaliteit van het leven primeert. De economische, sociale, culturele en ecologische gelijkwaardigheid is voor ons de belangrijkste test voor de kwaliteit van de samenleving.

Sociale milieustrijd

Milieu, natuur en mobiliteit zijn essentiële onderdelen van de samenleving die de SP verdedigt. De kwaliteit van lucht, water en bodem, de toestand van natuur en landschap, de kwaliteit van ons voedsel en de verkeersonveiligheid bepalen in belangrijke mate de kwaliteit van ons leven. Aandacht voor natuurbehoud, mobiliteit en een gezonde leefomgeving sluiten dan ook onmiddellijk aan bij ons denken rond solidariteit, rechtvaardigheid en gelijkheid. Een goede leefomgeving mag geen privilege zijn van hen die het zich kunnen permitteren om ver van een afvalverbrandingsoven of verkeersknooppunt te wonen.
Kwaliteitsvolle natuur is voor de sociaaldemocratie niet het recht van wie over voldoende middelen beschikt om een huisje in de Provence te kopen, elk vakantie in een hotel van een Parc Naturel door te brengen of op het platteland een hoeve aan te kopen om die in te richten als een buitenverblijf. Net zoals ieder mens recht heeft op een rechtvaardig loon, onderwijs, gezondheidszorg en een adequate sociale bescherming, zo heeft ieder mens recht op een gezond leefmilieu, gezond voedsel, voldoende natuur en een duurzame en veilige basismobiliteit.

Kritiek

Vanuit groene kringen werd het concept van de actieve welvaartsstaat meermaals bekritiseerd wegens de afwezigheid van een ecologische inhoud. Die kritiek is onterecht en ook wat verwonderlijk. De ecologische problemen zijn voor ons geen losstaande feiten. Zoals hierboven aangegeven, gaan wij ervan uit dat milieuproblemen een belangrijke vorm zijn van onzekerheid en zelfs van ongelijkheid. Als bijvoorbeeld het aantal astma- en hooikoortspatiënten stijgt, er streken zijn waar meer longkankers en leukemiegevallen voorkomen dan elders of problemen optreden met het ozongehalte, dan is dat een sociaal probleem. Het tast de gezondheid aan en grijpt fundamenteel in op de kwaliteit van het leven.
De SP-opvatting over de actieve welvaartsstaat hangt ontegensprekelijk samen met de ontwikkeling van een milieuvriendelijke economie. Maar de ecologische modernisering kan ook niet zonder een degelijke sociale politiek, zonder een actieve participatie van de burgers. Want een samenleving die niet mondig is, verbrokkeld en grote groepen mensen uitsluit, is sociaal kwetsbaar en ecologisch zwak. De actieve welvaartsstaat moet ervoor zorgen dat mensen zich (sociaal) zeker voelen en voor verandering durven kiezen.
Die zekerheid kan er enkel komen door de sociale en ecologische modernisering te combineren. Men kan een gelijkaardig verhaal ophangen rond mobiliteit. De menselijke tol van het wegverkeer (vorig jaar 1.800 dodelijke slachtoffers en tienduizenden gewonden) is onaanvaardbaar groot. Door activering van de mensen wordt het probleem van de verkeersarmoede groter. De oplossing van die verkeersarmoede veronderstelt een gericht mobiliteitsplan en werken aan meer en beter openbaar vervoer. Ook een duurzaam mobiliteitsbeleid zal bestaan uit een combinatie van sociale en ecologische maatregelen of zal in de praktijk niet levensvatbaar zijn.

Groene poot

Onder de actieve welvaartsstaat moet daarom een sterke groene poot staan en onder de ecologische modernisering een sterke sociale poot. Zonder deze twee sterke poten valt het systeem in elkaar. Dat is de reden waarom de SP in de resoluties van het Toekomstcongres in mei 1998 een ambitieus rood-groen maatschappelijk project uittekende. Het milieuluik van dat toekomstcongres heeft vier uitgangspunten:
1) Sociale rechtvaardigheid, meer democratie en een overheid die de bakens uitzet en de spelregels bepaalt. Dat zijn de basisvoorwaarden voor een consequent milieubeleid dat de bron is van welvaart, gezondheid en werk.
2) Schoon en slim produceren, om de verspilling van grondstoffen en de vervuiling aan de bron tegen te gaan.
3) De consument moet slimmer en groener worden. We kunnen op afval, energie en water besparen en toch comfortabel leven: het spaart het milieu en later ook onze portemonnee.
4) Eerder dan wat schaamgroen hebben we meer echte natuur nodig als investering in de milieukwaliteit en in de rust en de leefbaarheid van stad en platteland.

Milieucontract

Vanuit dat rood-groen toekomstproject hebben we in het SP-milieucontract (milieuherstel: een wezenlijk onderdeel van sociale rechtvaardigheid) een reeks scherpe doelstellingen voorop gesteld: 14.000 ha nieuwe natuur, 1.000 extra jobs voor natuurbeheer en natuurherstel, afbouw van kernenergie en ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen, een inhaalbeweging voor de biologische landbouw en de ontmoediging van het pesticidengebruik, rationeel waterverbruik, afvalpreventie en verdere uitbouw van recyclage. Stuk voor stuk zijn dat onze prioriteiten voor de periode 2000-2004.
Grote delen van het SP-milieucontract werden vertaald in het Vlaams en Federaal regeerakkoord. Het is de permanente opdracht van onze parlementairen en ministers om deze ambitieuze doelstellingen om te zetten in de praktijk. Samen met onze duidelijke keuzes voor gratis openbaar vervoer, het project rond basismobiliteit, de aanpak van de elektriciteitssector en de uitbouw van duurzame energie toont dat aan dat ons rood-groen project wel degelijk levensvatbaar én nodig is.

Slechte algemene milieutoestand

Een hele reeks Europese en internationale rapporten wijst erop dat de milieukwaliteit en de situatie van de natuur op mondiaal vlak zeer alarmerend blijven. Onheilsvoorspellingen van tien of twintig jaar geleden blijken nu waarheden te worden. Zo hoeven believers en non-believers van de gevolgen van het broeikaseffect niet veel meer te discussiëren: de praktijk wijst uit dat de gevolgen er zijn. Maar ook het Vlaams Natuurrapport, de jaarverslagen van de Vlaamse Milieumaatschappij en het Federaal Rapport Duurzame Ontwikkeling van het Planbureau drukken ons met de neus op de realiteit dat het ook in ons land nog verre van goed gaat met het leefmilieu.
De toetsing die het Planbureau maakt tussen duurzame ontwikkeling en belangrijke beleidsdomeinen als armoedebestrijding, sociale uitsluiting, de bescherming van de atmosfeer, de zee en de consumptiepatronen is hard. Het Planbureau is duidelijk in zijn evaluatie van het federaal duurzaamheidbeleid sinds 1992: ,,alhoewel België zich akkoord verklaarde met Agenda 21 in Rio werden de jongste jaren van besluitvorming gekenmerkt door een gebrek aan integratie van het sociale, economische en ecologisch beleid en was er een gebrek aan langetermijnvisie: er wordt in beleidsmiddens te weinig rekening gehouden met de onzekerheden in verband met de effecten op langere termijn van het gangbare ontwikkelingsmodel’’.

Duurzame ontwikkeling

Een instrument voor de sociaal-ecologische modernisering biedt duurzame ontwikkeling. Het komt er op aan die lokaal te vertalen. Alle democratische partijen onderschrijven in meer of mindere mate het principe van duurzame ontwikkeling, dat is de voorziening in eenieders behoeften, zonder daarmee de kansen van de komende generaties in de weg te staan. De komende jaren kunnen ze ook in de steden en gemeenten van ons land bewijzen in hoeverre ze dat ook menen. Een erg bruikbaar instrument hierbij is het werken met het Project Lokale Agenda 21. De VN vertaalde het begrip duurzame ontwikkeling in een lijvig actieplan Agenda 21, waarin staat beschreven hoe de wereld de uitdagingen van de toekomst kan tegemoet treden op een ecologisch verantwoorde, sociaal rechtvaardige en economisch haalbare manier.
Agenda 21 toont scherp aan dat de noord-zuidproblematiek en de sociale gevolgen van milieuvervuiling niet los gezien kunnen worden van de (mondiale) milieuproblematiek. Wetende hoe groot de rol en de mogelijkheden van de lokale besturen zijn, zou het een goede zaak zijn mocht er in iedere stad en gemeente een Project Lokale Agenda 21 opgestart worden. Leuven en Hasselt zijn aan het bewijzen dat het kan. Een dergelijke lokale invulling van duurzame ontwikkeling moet naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen in alle lokale programma’s en in alle (coalitie)besprekingen ingebracht worden.

Milieukwaliteit en BNP

De realiteit van iedere dag bewijst dat de milieuproblematiek onze samenleving bijzonder veel kost. Maar milieukosten worden nog altijd niet opgenomen in de berekening van de welvaartscijfers. De kosten van de aanpak van de watervervuiling, de extra kost voor de gezondheidszorg, de schade aan monumenten en het milieu door verzuring, dat allemaal in rekening brengen, zou een correcter beeld geven van de welvaart in de samenleving. Een slecht milieu heeft zijn weerslag op ieders portemonnee, op ieders gezondheid en op ieders leefkwaliteit. Het incalculeren van de milieukost is een indicator voor het herstel van het milieu en voor de volksgezondheid. Duurzame ontwikkeling betekent hier concreet: het inbouwen van de milieukost in de berekening van het Bruto Binnenlands Product. Het sociale van de milieustrijd wordt zo zichtbaar en zal op die manier ook een bepalende factor zijn bij het plannen van een economisch beleid.

Armere zuiden

Er is iets aan het veranderen in de mentaliteit van het armere zuiden tegenover het rijke noorden. De arme landen willen niet langer behandeld worden als bedelaars die moeten knielen voor de kruimels die van de tafel van het noorden vallen. Op de Cubaanse top van de arme landen in april jongstleden werd deze trendbreuk nogmaals duidelijk. In de slotverklaring stond: ,,als het westen ons niet laat delen in zijn macht en rijkdom, komen we het halen’’. Deze ene zin balt samen waar het armere zuiden om schreeuwt: men is de betutteling, de halve maatregelen en het uitmelken door het westen beu. Men wil structurele maatregelen: kwijtschelding van de moordende schuldenlast, regels voor eerlijke handel waarbij de soevereiniteit van volkeren en de milieu- en sociale regels gerespecteerd worden, een andere invulling van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en zo meer. Deze solidariteit met het zuiden is een belangrijk onderdeel van de sociaal-ecologische modernisering en moet ook terug een centraal strijdpunt worden voor de sociaaldemocratie.

Overheid en burgerzin

Ik hoor politici vaak grommen dat de burger altijd wel klaar staat om te klagen, maar meestal zo stil is al er positieve zaken gebeuren. Het is een feit dat het vooral afkeuring en protest zijn die de media halen. We kunnen ons echter ook de vraag stellen of onze overheid wel voldoende actief burgerschap stimuleert. Ik denk dat het antwoord in veel gevallen neen is, en dat is jammer. Voor de burgers én de politiek. In welke mate de burger het beleid draagt, hangt voor een groot stuk af van de geloofwaardigheid en de consequente houding van de overheid (waarom zou de burger zich de moeite troosten voor het milieu als de overheid zelf niet milieuvriendelijk handelt). In die zin zullen we wellicht nog een aantal jaren de gevolgen ondervinden van het scheefgelopen beleid van de voorbije decennia: wie de juiste weg kende, vond altijd wel een achterpoortje.
Dat foute beleid is zeker de reden waarom nogal wat mensen wat moeite hadden met bijvoorbeeld het afbraakbeleid van de Ministers van Ruimtelijke Ordening sinds 1995. Een beleid dat nochtans rechtlijnig en eerlijk is (wie geen vergunning aanvraagt, in een foute zone bouwt en op die manier ook sociaal en financieel de wet omzeilt), wordt na een jarenlang gedogen en veel foefelen als een onrechtvaardigheid gezien. Recht werd zo onrecht, maar de weg om er terug recht van te maken is lang en heel onherbergzaam, hoezeer de mensen ook roepen naar een zuivere politiek. Maar wat ook het verleden was: bij het nemen van beleidsmaatregelen is men de burger in principe - dat is essentieel aan een democratie - verantwoording verschuldigd. De vraag is: hoe organiseer je een dergelijk overleg en is overleg - los van het principe - wel zinvol voor het uiteindelijke maatschappelijke resultaat?

Burger betrekken

Ik geloof sterk dat er meerwaarde komt uit de betrokkenheid van de burger. De overheid moet enkel bereid zijn om dit overleg niet uit de weg te gaan. Dat er negatieve reacties zullen zijn, dat men er niet vanaf komt met een infovergadering staat vast. Maatschappelijke veranderingen ontstaan niet zomaar. Er gaat een proces aan vooraf van veel discussie en actie en reactie. In de geschiedenis is er - voor zover mijn kennis gaat - nooit één voorbeeld geweest waar sociale rechten en maatschappelijke verbeteringen zomaar uit te lucht kwamen vallen. De burger betrekken is geen wondermiddel, maar het helpt het draagvlak te vergroten en om misverstanden en polarisatie te voorkomen of toch te milderen. Uiteindelijk kan de politiek hiermee enkel winnen.
Een actieve welvaartsstaat kan de ecologische uitdagingen niet uit de weg gaan, maar de ecologische modernisering kan ook niet zonder betrokken en actieve burgers. Milieu is immers een openbaar goed en iedereen moet daar rond zijn bijdrage leveren. Een duurzame samenleving kan niet zonder voldoende burgerzin. Of om het anders te formuleren: een samenleving zonder verantwoord burgerschap glijdt af tot een steriel systeem dat geen vat meer heeft op problemen en ontwikkelingen. Maar zeggen dat actief burgerschap een belangrijke voorwaarde is voor de ecologische modernisering, betekent niet dat de verantwoordelijkheid van de overheid kleiner wordt. De overheid moet duidelijke lijnen trekken van wat kan en wat niet, zorgen voor een adequate wetgeving, financiële middelen en menskracht om dat beleid ook effectief uit te voeren. De overheid moet het voortouw blijven nemen, maar er daarbij wel voor zorgen dat de bevolking op korte afstand volgt.

Besluit

De actieve welvaartsstaat houdt rekening met de ecologische en andere uitdagingen van deze tijd. Men kan geen duurzame economische samenleving bouwen op een ecologische puinhoop en geen actieve welvaartsstaat zonder de ecologische uitdagingen aan te pakken. Dat is de uitdaging voor de komende jaren. Wie een van beiden uit de weg gaat, begeeft zich in een woestijn zonder grenzen. De actieve welvaartsstaat is geen eng concept voor enkel meer jobs of tegengesteld aan de ecologische modernisering. In de actieve welvaartsstaat primeert de kwaliteit van het leven. Een sociaal én een ecologisch modernisme zijn daarin onlosmakelijk met elkaar verweven. Ons idee over de actieve welvaartsstaat is meer dan een gevoel, meer dan een emotie. Het is een keuze voor actief burgerschap als bindmiddel voor een duurzame en verdraagzame samenleving.

Bibliografie
-
Vandenbroucke, F., De actieve welvaartsstaat: een Europese ambitie. Amsterdam: Den Uyl-lezing 13 december 1999.
- Solidariteit als cement van onze samenleving, mei 1998. Goedgekeurde resoluties van het SP-Toekomstcongres van 16 en 17 mei 1998.
- Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling (VODO), Draaiboek Lokale Agenda 21. Draaiboek 1997.
- De Batselier, N., Tobback, B., Bossu, P., Milieuherstel: een wezenlijk onderdeel van sociale rechtvaardigheid. Brussel: 1999, 29 blz.
- Holemans, D., Ecologie en Burgerschap. Antwerpen: Uitgeverij Pelckmans-Stichting Leefmilieu 1999.
- Bossu, P., ,,Wie draagt het milieubeleid? - Is er een maatschappelijk draagvlak voor een milieubeleid?’’. Stichting Leefmilieu: leefmilieu, jg. 19, maart/april 1996, blz. 53-56.
- Bossu, P., ,,Naar de eeuw van het milieuherstel? - Aan de vooravond van een nieuw millennium’’. Stichting Leefmilieu: leefmilieu, jg. 22, januari/februari 1999, blz. 27-32.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 5 (mei), pagina 41 tot 46