Abonneer Log in

Sociale grondrechten in internationaal perspectief

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 7 (september), pagina 45 tot 47

Historische schets

De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) bestaat tachtig jaar. Na de Eerste Wereldoorlog werd het Verdrag van Versailles afgesloten waarbij men een hoofdstuk toevoegde dat voorzag in de oprichting van de IAO. Die is er gekomen op verzoek van onder meer enkele vakbondsorganisaties. Er was immers een bekommernis om arbeidsmateries op internationaal vlak te reglementeren. De IAO zou verdragen en aanbevelingen kunnen aannemen. Die verdragen en aanbevelingen zouden niet juridisch bindend en afdwingbaar zijn, maar regeringen zouden deze teksten voorleggen aan hun respectieve autoriteiten in hun land voor verder gevolg.
De Tweede Wereldoorlog heeft die mechanismen in stand gehouden. In 1944 heeft de Internationale Arbeidsconferentie van Philadelphia een Verklaring afgelegd waarbij men een nieuwe definitie gaf aan de werkzaamheden van de IAO. In 1946 werd de IAO een speciale organisatie van de Verenigde Naties. Via de IAO is er een internationaal sociaal recht tot stand gekomen. Ze is een tripartite organisatie, waarin dus zowel werkgevers, werknemers als regeringen vertegenwoordigd zijn.

Arbeidsstandaarden

De basisteksten van de IAO omhelzen het verbod op dwangarbeid, het recht op vrijheid van vakvereniging, het verbod van discriminatie bij tewerkstelling op grond van geslacht of een ander motief, het verbod van kinderarbeid en het recht op collectief overleg. Als men het heeft over sociale grondrechten of internationale arbeidsstandaarden, dan gaat het om bovengenoemde basisteksten. In het kader van overeenkomsten die staten met elkaar afsluiten omtrent internationale handel, worden deze sociale grondrechten soms als clausule opgenomen. Dan heeft men het over sociale clausules.
De prerogatieven van de IAO zijn toegespitst op internationale concurrentie, instandhouding van de vrede, sociale gerechtigheid en het bevorderen van tewerkstelling. Die internationale arbeidsstandaarden hebben een dubbele functie: enerzijds het voorkomen van een destructieve concurrentie door het beschermen van bepaalde categorieën werknemers, anderzijds het bevorderen van een constructieve competitie door het verzekeren van het recht op collectieve organisatie en werknemersparticipatie bij het nemen van beslissingen, het verbeteren van de productiviteit en de motivatie van de werknemers.

Gedragscodes

Onder druk van de openbare opinie begonnen bedrijven meer en meer rekening te houden met de impact van hun activiteiten op de arbeidsomstandigheden enerzijds en op het milieu anderzijds. Om hun imago bij te stellen heeft de privésector verschillende initiatieven genomen zoals gedragscodes, programma’s van etikettering en sociale labels. Gedragscodes bestaan reeds sedert het begin van de twintigste eeuw. Ze hebben specifiek betrekking op de sociale grondrechten en behoren tot het soft-recht, het niet-afdwingbare recht, en worden afgesloten in sectoren zoals textiel, kledij en schoeisel.
De meeste gedragscodes vermelden niet de syndicale vrijheid en het collectief overleg. De toepassing ervan kan problematisch zijn. Het gebeurt niet zelden dat een gedragscode met veel publiciteit gelanceerd wordt in het westen, maar eigenlijk ongekend of onvindbaar is in het land waar de productie gebeurt. Interne controle binnen een bedrijf is zeer twijfelachtig en de afwezigheid van normale afdwingbare procedures maakt het voor consumenten en investeerders moeilijk om zich een juist beeld te vormen.

Zwoegen

Nike, een van de grootste fabrikanten van sportschoenen, bevordert de sport, maakt onze vrije tijd aangenamer en verhoogt onze levensstandaard. Basketbalspeler Michael Jordan verdient jaarlijks minstens 300 miljoen frank om te figureren in een aantal reclamefilmpjes voor het sportmerk. Aan de andere kant van de wereld zwoegen kleine mensen voor enkele dollars per week om diezelfde sportschoenen verkoopsklaar te maken. Zitten wij in de middeleeuwen met enkele adellijke heren en miljoenen slaven of is dit de twintigste eeuw?
Net als Reebok, Adidas en Levi-Strauss heeft Nike maar één zorg: zoveel mogelijk winst maken, ten koste van wat dan ook. Het respect voor de mens is onbestaand. Ook wij, westerlingen, krijgen dat respect niet. Begin jaren tachtig verschoof het merk immers de productie van zijn sportschoenen van Noord-Amerika naar Zuid-Korea en Taiwan. Resultaat was dat de arbeidskosten verlaagden, winsten verhoogden en de Noord-Amerikanen hun job verloren. Enkele jaren later werd deze oefening herhaald. Nike besloot om zijn productie te verleggen naar nog exotischer plaatsen, namelijk Indonesië, Thailand en China. De vijf of tien dollar die een arbeider in Zuid-Korea en Taiwan de werkgever kost was immers te veel in vergelijking met de één of twee dollar die een Indonesische, Thaise of Chinese arbeider toegeworpen krijgt.

Infectiehaard

Nike heeft een gedragscode opgesteld waarin een aantal arbeidsvoorwaarden is gegarandeerd. Ze hebben de schijn van minimumvoorwaarden maar eigenlijk zijn het maximumvoorwaarden. Zo moeten plaatselijke fabrikanten van Nike minimumlonen garanderen aan de arbeiders, maar eigenlijk zijn het maximumlonen. Het gaat om ongeveer twee dollar per dag per arbeider. Ondertussen werd toptennisser Andrei Agassi voor een reclamespot ingehuurd tegen een jaarlijkse vergoeding van tien miljoen dollar, en dat voor tien jaar. En zo lopen er vele Nike-bedrijfjes rond, Belgische KMO’s en ondernemingen uit andere landen die ontdekt hebben dat het Verre Oosten hun winsten kan verhogen en hun arbeidskosten verlagen. Intussen is de werkgelegenheid in Vlaanderen deze maand met één procent toegenomen. Volgende maand zal ze weer met vijf of zes procent dalen. Het vormt een geheel en zolang dat niet wordt onderkend en aangepakt kan de werkgelegenheid niet verbeteren. Lapmiddeltjes kunnen misschien de wonde tijdelijk helen, maar de infectiehaard zelf wordt niet aangepakt. Minister Luc Van den Bossche gaf onlangs een krachtig signaal om geen benzine meer af te nemen bij een bedrijf dat het niet zo nauw neemt met het verbod op kinderarbeid. Het is betreurenswaardig dat bedrijfsleiders er meestal een andere mening op na houden.
Er zouden fondsen kunnen worden opgericht die voorzien in vorming van werknemers in derdewereldlanden en in een verbetering van de arbeidsomstandigheden. Als bedrijven contracten afsluiten met sport- of filmvedetten zouden ze moeten worden verplicht een maximumvergoeding te betalen waar zij hoe dan ook niet bovenuit kunnen. Of ze moeten worden verplicht om een deel van hun winsten te investeren in het lenigen van menselijke nood. Regeringsleiders én bedrijfsleiders hebben hier een belangrijke taak te vervullen. Anders heeft Vlaanderen volgende maand er weer eens zoveel werklozen bij. Ten slotte nog dit: bedrijven die de stap zetten naar Zuidoost-Azië zijn niet geïnteresseerd in de plaatselijke bevolking. Zolang ze maar vijftien uur per dag klopt en de productie niet onderbreekt. Nochtans zouden zij ook luxegoederen kunnen kopen als hun koopkracht steeg. De algemene welvaart zou dan stijgen waardoor de werkgelegenheid en de productie zou kunnen worden opgevoerd. Daarbij zouden uiteindelijk ook wij, Belgen, baat hebben.

Sociaal label

Het sociale label dat door een bedrijf op het product of op de verpakking geplaatst wordt, is een ander middel om informatie te verstrekken aan de consumenten en aan potentiële commerciële partners. Vele labels worden beheerd door consumentengroeperingen, gouvernementele organisaties, vakbonden, verenigingen van bedrijven of andere organisaties. Sommige labels hebben betrekking op specifieke goederen zoals handgeknoopte tapijten, voetballen of geknipte bloemen. Andere zijn meer algemeen en omhelzen verschillende producten in de kledingindustrie of in de landbouw. Dergelijke etiketteringsprogramma’s hebben gevolgen die zowel positief als negatief kunnen zijn. Ze kunnen leiden tot een verbetering van de arbeidsvoorwaarden of tot een groter respect voor de arbeidswetgeving. Ze kunnen echter ook de financiële lasten van de bedrijven die aan dergelijke programma’s deelnemen, doen toenemen en jobs bedreigen.

Toekomstmogelijkheden

Bij gebrek aan een internationaal kader is de markt er zelf niet in geslaagd uniforme regels te ontwikkelen die leiden tot meer voordelen. In sommige ontwikkelde landen is er een soort beweging van ethisch investeren op gang gekomen. Enerzijds kunnen beleggingsfondsen zich baseren op de sociale performantie van het bedrijf. Anderzijds zijn er initiatieven van aandeelhouders die de politiek van het bedrijf beïnvloeden.
Een echt wettelijk kader ontbreekt echter, zoals een document van de Raad van Beheer van de IAO zelf vaststelt. De Raad van Beheer besliste om twee maatregelen te nemen om het respect van de sociale grondrechten op te volgen. Vooreerst komt er een jaarlijks onderzoek bij de landen die de verdragen met betrekking tot sociale grondrechten niet hebben geratificeerd. Ten slotte wordt een jaarlijks globaal rapport gemaakt dat bij beurtrol de sociale grondrechten van alle landen behandeld, los van het feit of deze landen de verdragen hebben geratificeerd die op deze rechten betrekking hebben. De Internationale Arbeidsorganisatie vervult een belangrijke voortrekkersrol.
Daarnaast zijn er nog drie mogelijke controleprocedures binnen de IAO voor het oplossen van geschillen op basis van een klacht of een bezwaarschrift. Ten eerste is er een comité van syndicale vrijheid. Dit comité behandelt schendingen van de syndicale vrijheid en de klachten worden aangebracht door professionele organisaties. Het zou zeker niet oninteressant zijn dat aan de werking van dit comité meer publiciteit gegeven wordt. Ten tweede is er een procedure van indiening van een bezwaarschrift. Deze procedure heeft tot doel een lidstaat op de vingers te tikken wanneer een verdrag waartoe men is toegetreden niet voldoende is uitgevoerd. Ten derde is er een klachtenprocedure die ofwel door de Raad van Beheer automatisch kan opgestart worden ofwel na klacht van een afgevaardigde bij de Conferentie. De Raad van Beheer heeft daarna de mogelijkheid om een ad-hoc-onderzoekscommissie op te richten.
Vakbonden vervullen op internationaal vlak ook een belangrijke rol. ABVV en ACV hebben reeds beseft dat eenheid van de werknemers de slagkracht van de vakbond verhoogt in Europees verband. Een degelijke Europese vakbeweging moet echter ook kunnen aantonen internationaal actief te zijn. Syndicaten hebben als taak globale alternatieven en tegenstrategieën uit te werken.

Besluit

Sociale grondrechten vormen de hoeksteen van een moderne, democratische staat. De Internationale Arbeidsorganisatie werd opgericht met als doel deze rechten te doen eerbiedigen, altijd en overal. Jammer genoeg ontbreekt het de IAO aan voldoende slagkracht. Bedrijven respecteren onvoldoende deze rechten zodat regeringsleiders de taak krijgen om in dit domein op te treden. Daarnaast zijn er in het Europees beleid nog vele lacunes, onder andere op sociaal vlak. Als de Europese instanties (Europese Commissie, Europees Parlement) meer middelen krijgen, kan Europa een politiek voeren die meer zichtbaar is en dichter bij de burger komt te staan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 7 (september), pagina 45 tot 47