Log in

'Het anarchisme'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 5 (mei), pagina 45

Het anarchisme

Henri Arvon
Uitgeverij Voltaire, ‘s Hertogenbosch, 2000

Wie Arvons publicatie over de historiek van het anarchisme doorneemt, kan niet om de vaststelling heen dat het anarchisme als beweging in de geschiedenis van de nieuwste tijd een marginale aangelegenheid is. Uiteraard vormt Arvons publicatie slechts een inleiding. Het staat de geïnteresseerde lezer steeds vrij de werken van belangrijke anarchistische auteurs als Goldwin, Stirner, Proudhon, Bakoenin of Tolstoj te lezen. Toch blijft deze inleiding ook dan nog erg beknopt. Minus titelpagina’s, inhoudsopgave en namenregister telt Arvons bijdrage een honderdtal pagina’s, gedrukt op het formaat van de gekende Rainbow-pocketserie. Het geheel wordt afgerond met een synthese van het anarchisme in België en Nederland, van de hand van Bert Altena. Op één verwijzing naar de Brusselse dokter César De Paepe na, had Arvon immers in zijn oorspronkelijke publicatie, die uit 1953 dateert, geen oog voor de anarchistische traditie in de lage landen. De uitbreiding is dus goedbedoeld, maar creëert een onevenwichtig geheel. Arvon eindigt zijn geschiedenis van het anarchisme immers met de Spaanse opstand van 1936, Altenas synthese daarentegen loopt tot de jaren zeventig van de vorige eeuw zodat ook bewegingen als de provo’s of de dolle mina’s worden ‘besproken’, ‘ingeleid’ feitelijk.

Daardoor ontstaat de indruk dat er buiten de lage landen de laatste vijftig jaar geen anarchistische bewegingen meer zijn opgericht of originele anarchistische denkers zijn opgestaan. Nergens wordt de keuze om de geschiedenis te laten eindigen voor het begin van de tweede wereldoorlog gemotiveerd. Is het bloedige optreden van de Rote Armee Fraktion echter geen voorbeeld van de ‘propaganda door de daad’ of het anarchistisch terrorisme? Kende Mei 68 geen anarchistische tendensen? En wat met de punkbeweging? Sid Vicious van de Sex Pistols pleitte toch (in de gelijknamige song) voor ‘Anarchy in the UK’? En recenter nog: de antiglobalistische beweging?

Heel even wordt in de inleiding nochtans verwezen naar moderne anarchistische strekkingen, zoals naar de Amerikaanse beweging van de libertarians. In de tekst zelf ontbreekt echter elk spoor naar deze (of een andere contemporaine) beweging. Is deze inleiding trouwens van Arvons hand? Wellicht niet. Maar van wie wel? De lezer blijft, kortom, wel met heel wat vragen zitten. Zo is het eveneens onduidelijk of Arvon sedert de oorspronkelijke publicatie in 1953 nog wijzigingen aan zijn geschiedenis heeft aangebracht. En terwijl Altena zich nog de moeite getroost de lezer een bijkomende literatuurlijstje aan te bieden, blijft Arvon, of een factotum van de uitgever, ook daar in gebreke. De afwezigheid van een voetnotenapparaat is misschien nog te verantwoorden vanuit commercieel oogpunt, de afwezigheid van een wetenschappelijke literatuurlijst niet.

‘Het anarchisme’ ging in Frankrijk 90.000 maal over de toonbank. Arvon schrijft in het hoofdstuk dat hij wijdt aan het anarchistisch terrorisme dat deze vorm van anarchisme meer ‘bewonderd wordt dan gevreesd’, een bewondering die volgens de auteur vermoedelijk voorkomt uit ‘de romantiek van de rebellie die in elk van ons sluimert’. Wellicht is het deze romantiek die menig lezer tot kopen heeft aangezet en de uitgever tot (her)drukken.

Ondanks alle beperkingen en tekortkomingen is Arvons geschiedenis aangename literatuur hoewel ik aanvankelijk wat moeilijkheden had om in het ritme van het boek te geraken. Toen het eerste hoofdstuk eenmaal was doorgeworsteld, ging het anarchisme as a matter of speaking er in als gesneden koek. Een geüpdate versie, met aandacht voor huidige stromingen, is echter welgekomen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 5 (mei), pagina 45