Log in

Niet alleen het sociale is evident voor de SP

Het ecologische en het Vlaamse project zijn al even belangrijk

Het politieke landschap in Vlaanderen is ontegensprekelijk in beweging. Patrick Janssens moderniseert de SP. ID21 stelt zich open en progressief op. Bert Anciaux en Patrick Vankrunkelsven gedragen zich als moderne Vlaamse sociaaldemocraten en een groep jonge VU’ers presenteert een ‘positief’ manifest. De CVP bezint zich. Mijn ideeën over een vooruitstrevende koepelformatie worden gedeeld en hopelijk ook ingevuld door een aantal SP-jongeren,…. Het zijn allemaal elementen die mij hoopvol stemmen. Veel van de standpunten die nu ter ‘linkerzijde’ worden vertolkt sluiten immers naadloos aan bij mijn vroegere publicaties (Het Sienjaal en In Goede Staat) en bij het SP-Toekomstcongres.

‘Vernieuwing’ alom

Maar het is jammer dat bij deze vernieuwingsprojecten al te dikwijls met de rem op werd gereden. Niet zozeer in woorden maar vooral in de praktijk. Vaak bleek het water te diep en wilden noch konden politieke partijen hun partij-eigen structuren opgeven. Zelfs al zijn die structuren voorbijgestreefd en dringend aan herijking toe. Men is naarstig op zoek naar een duidelijke positie over de nieuwe maatschappelijke breuklijnen, maar vergeet daarbij grensoverschrijdend en modern na te denken over de concretisering van deze nieuwe boodschap. Na het Toekomstcongres bijvoorbeeld is er niemand die de SP vereenzelvigt met de nieuwe rode en groene breuklijnen in onze samenleving. Nog steeds heeft de SP een te laag én groen én Vlaams én cultureel gehalte. Zo zit dat ook bij andere partijen maar de kritische analyse van hun eigen profiel laat ik liever aan henzelf over. De inhoud wijzigt, maar de perceptie blijft. Het blijven gemiste kansen, zeker in de huidige situatie, waar de steeds grotere versnippering van progressieven weinig weerwerk kan bieden tegen het groter wordende extreemrechtse blok.
Breeddenkende politici moeten hiervoor oog hebben. We moeten steeds opnieuw oplossingen en ideeën aanreiken die beantwoorden aan wat nu en morgen in de samenleving leeft. We zullen met zo’n project vanuit de behoeften en problemen van mensen zelf moeten vertrekken. De socioloog Oskar Negt leerde ons dat reeds in de jaren zeventig. En de hedendaagse econoom Michael Porter (The Competitive Advantage of Nations) geeft aan dat ook voor een modern economisch beleid moet vertrokken worden vanuit de eigen ervaringen en situaties in de regio. Worden we ziek van de lucht die we inademen, van het water dat we drinken, van het vlees dat we eten…? Het zijn de problemen van de burger. En die problemen zijn internationaal en Vlaams, sociaal, economisch en ecologisch. Dat globale denken moet het uitgangspunt zijn voor een nieuwe, geduldig groeiende politieke strekking.

Een volwaardig project

Om dat te realiseren moeten we politiek Vlaanderen herverkavelen tot een volwaardig project voor Vlaanderen en zijn inwoners en daarmee naar de kiezer trekken. In De Morgen van 9 maart jl. stelt Jos Geysels dat hij geen supporter is van het politieke tweestromenland, omdat twee stromen in de politiek tot één stroom in het beleid leiden. Er kunnen in een herverkavelingsproject inderdaad perfect meerdere stromingen zijn. Maar er moet over gewaakt worden dat als de doelstellingen van alle stromingen te dicht bij elkaar liggen, dit niet uitsluitend een negatieve en fatalistische concurrentiedrang in de hand werkt. Het inhoudelijke politieke debat mag bovendien niet degraderen tot schermutselingen met hoge amusementswaarde. Weifelend drummen rond dezelfde positie werkt anti-politiek.
Eens moet alleszins een totaal nieuwe structuur ontstaan, los van de bestaande partijen. Een beweging, een project, dat mensen bindt vanuit een groot ideaal. Een fris project dat zonder omwegen modern, progressief, en dus automatisch sociaal, ecologisch en cultureel is. Een beweging dat vanuit de Vlaamse en internationale context vertrekt. Nog niet zo lang geleden had menig vooraanstaand SP- en VU-‘leider’ een zure oprisping gekregen bij het lezen van deze woorden. Vlaams en sociaal was in hun ogen een zure cocktail met een wrange nasmaak. Ik hoop inderdaad dat dergelijke oprispingen verdwijnen. In Vlaanderen is er immers geen nood aan fundamentalisten die vanuit hun enge visie oubollige standpunten verkondigen. Zo staat de SP niet voor Belgisch nationalisme, evenmin zoals de VU veralgemeend mag worden met rechts-conservatisme. Zo mag en kan een hedendaagse SP niet staan voor anti-christelijk of voor anti-groen. De SP moet weten dat wij morgen vanuit een mondiale en steeds meer vanuit een regionale context een beleid van duurzame ontwikkeling zullen moeten maken onder het motto: think globally, act locally.
Dat samenbrengen van internationalisme en regionalisme moet een meerwaarde creëren voor zo’n nieuw politiek project. Alvin Toffler waarschuwt dat we anders ‘in de komende decennia een gigantische machtsstrijd zullen meemaken tussen mondiale en nationale (regionale) structuren over de nieuwe regelende instituten.’ Voordat er een modern project op de rails gezet wordt, is het goed te waarschuwen voor een internationale evolutie naar een kennismaatschappij. In zo’n maatschappij is er enerzijds de techno-bureaucratische macht die in samenspel met de alom aanwezige mondiale ondernemingen overal alles dicteert en anderzijds een exponentiële groei van de dualiteit in de samenleving met onaanvaardbare kansarmoede en verpaupering tot gevolg. Jan Tinbergen, Nobelprijswinnaar voor economie, wees er steeds op dat ‘kennis de vierde productiefactor van de economie en de welvaart zou worden.’ Is dat ook zo voor welzijn, milieu of gezondheid? Ja, ik geloof in die vooruitgang, in een sociaal gecorrigeerde kennismaatschappij. Ik geloof dat kennis de meest democratische vorm van macht is. Maar deze zal steeds gestuurd en ingebed moeten zijn in een sociaal maatschappelijk kader. Juist deze benadering maakt onze uniciteit uit.

Het belang van de culturele dimensie

Het herwaarderen van de culturele dimensie van het hedendaags politieke denken houdt meer in dan de noodzaak om het onderwijs dringend meer centraal te stellen. Het is ook omdat - zoals Hendrik de Man al ontdekt had in de Psychologie van het Socialisme, ‘de chronische ontevredenheid van de burgers, dat minderwaardigheidscomplex, veel meer is dan loonvoorwaarden of meerwaarden, maar een echt cultuurvraagstuk’. Het element cultuur moet in het radicaal modern project van een nieuwe koepel of samenwerkingsverband dan ook een centraal belang hebben. Dat zal ook helpen om de verrechtsing een halt toe te roepen.
We hebben vandaag nood aan een doordachte fundering, waarbij eveneens wordt nagedacht over aspecten zoals gelijkwaardigheid, respect voor iedereen, over de ecologische modernisering van de samenleving, het recht op cultuur voor eenieder, enzovoort….
Meer dan ooit blijkt dat daarvoor partijoverschrijdend gedacht èn gewerkt moet worden. Voorwaarde daarvoor is dat alle vooroordelen en alle conservatieve reflexen overboord gegooid worden. Een moeilijke, maar noodzakelijke oefening. Zo zijn er reeds velen die sociaal en Vlaams gelijkschakelen, die ook rood en groen koppelen. Het is misschien een nieuwe kans, onder meer voortbouwend op Het Sienjaal, In Goede Staat, het SP-Toekomstcongres, de open brief van Patrick Janssens, de ACW-congresbesluiten, de discussies binnen VU-ID, het positief manifest van Sven Gatz, het discours van de Open Trefdag van Agalev, om in Vlaanderen een brede vooruitstrevende politieke koepel op touw te zetten. Die koepel hoeft niet op los zand gebouwd te worden. Er bestaan hiervoor grondige funderingen in de politieke geschiedenis van Vlaanderen en in de huidige maatschappelijke ontwikkelingen.
De naoorlogse (B)SP heeft onder het mom van ‘Vlaams = zwart’ de indruk gewekt dat de SP een Belgische partij was terwijl ze in Vlaanderen werd verkozen. Een dergelijke kortzichtigheid, die door heel wat militanten overgenomen werd, heeft er mee toe geleid dat progressieve krachten nooit konden worden gebundeld. De Vlaamse strijd heeft in progressieve middens ook vaak een verkeerde invulling gekregen. Al te vaak wordt die overschaduwd door een zwarte periode en door het feit dat leden van een ultra-rechtse minderheid beweren dat zij de échte vertegenwoordigers van Vlaanderen zouden zijn.

Pragmatisme

Ik hoop ten stelligste dat die tijd voorbij is. Wanneer politici tot het inzicht komen dat het beter is bepaalde aangelegenheden te regionaliseren, moet dat dan ook effectief gebeuren vanuit de pragmatische visie van goed bestuur. Ik denk dan concreet aan de mobiliteit en de verkeersveiligheid en aan de afschaffing van het kijk- en luistergeld. Dat geldt overigens ook voor ontwikkelingssamenwerking. Dat heeft alles te maken met een goed beleid zoals het vervat is in het Vlaams Regeerakkoord en niet met de idee van het streven naar een onafhankelijke Vlaamse staat. Elke statentheorie - Belgisch of Vlaams - is trouwens typisch 19de-eeuws. Laat ons in Vlaanderen inventief zijn en een uniek experiment op gang brengen waar sociale, ecologische, culturele en internationale elementen even belangrijk zijn.
Links moet op een hedendaagse manier worden ingevuld. Zo moeten we steeds meer aandacht besteden aan onthaasting en herwaardering van onze vrije tijd. Meer dan ooit moeten we arbeid, gezin en individu positief met elkaar verbinden, zowel voor man als vrouw en voor elk niveau. Dat geldt ook voor milieu en economie of ecologie en gezondheid en currency-economie of de regionale en de internationale context. Op die manier moeten we structurele ongelijkheden maatschappelijk wegwerken.

Naar een koepelpartij?

Moet er dan zo’n nieuwe structuur - ik noemde het al in oktober 2000 een koepelpartij - komen? Voor mij kan dat. Maar dat kan nooit opgelegd worden. Dit vereist dat elke partij die daarvan deel wil uitmaken inhoudelijk aan zichzelf schaaft en werkt, zijn werking en mentaliteit wijzigt, maar toch binnen die koepel zijn eigenheid behoudt. Dat schaven en bijsturen geldt als opdracht voor alle partijen. Dat men dat enge kortetermijndenken even opzij zet. Minimaal moet ook de houding weg van come and join us. Je vindt bij Patrick Janssens veel van deze opties terug in zijn open brief, hij vult gelijke kansen heel modern in en hij past voor het eerst inhoud en structuren aan elkaar aan. Maar ik betreur dat de ecologische, culturele en regionale-internationale invalshoeken onderbelicht blijven.

Wij mogen onze kop niet in het zand steken. Het is tijd voor vormen van samenwerking: van occasioneel tot louter dossiermatig of zelfs tot samen naar verkiezingen. Het is tijd om een koepel uit te kienen die kansen biedt voor de toekomst. In veel politieke debatten liggen de scheidingslijnen immers vaak fundamenteel anders dan bij de partijen tot de welke men (nu nog) behoort. De tijd van het eigen grote gelijk moet nu toch voor iedereen voorbij zijn.
Laat ons waakzaam zijn voor enggeestig nationalisme, voor bekrompen, verstarde en benepen ideologieën. De kunstmatig opgeklopte aversie ten aanzien van het socialisme en tegenover alles waar het woord Vlaams in voor komt en de afkeer tegen groene kneuters of tegen biefstuksocialisten heeft een aantal doorbraken in de weg gestaan. We moeten erop toezien dat deze enggeestigheid de huidige positieve bewegingen niet hypothekeert. Immers, de ethiek van de politiek begint daar waar het eigen belang ophoudt.
Openheid, verdraagzaamheid, democratie en geloof in maatschappelijke vooruitgang zijn voor mij sleutelbegrippen. Dat vergt veel inzet. Maar zoals Aldous Huxley reeds stelde: ‘zonder de menselijke hartstochten en zonder de menselijke gedrevenheid zou er niets gebeuren in de wereld.’

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 6 (juni), pagina 4 tot 7