Log in

'Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 6 (juni), pagina 46 tot 47

Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen

K. Dobbelaere, M. Elchardus, J. Kerkhofs, L.Voyé & B. Bawin-Legros
Lannoo/Koning Boudewijn Stichting, Tielt, 2001

Het is ondertussen sedert 1981 een goede traditie geworden dat we op geregelde tijdstippen, dankzij de European Value Systems Study Group, geïnformeerd raken over de evoluties die zich voordoen in de normatieve overtuigingen van de West-Europeanen en, meer in het bijzonder, van de Belgen. In vragen over wat zij denken over arbeid en vrije tijd, gezin en seksualiteit, politiek, godsdienst en ethiek wordt naar indicatoren gezocht voor meer algemene waardepatronen. Verloren zekerheid is hiervan de meest recente in rij. Het bevat een schat aan informatie en niet alleen op het vlak van de gerapporteerde gegevens over verschuivingen in opvattingen, maar ook op het vlak van de gehanteerde interpretatiekaders. Een aantal trends uit de vorige studies worden hier bevestigd: een verder schrijdende secularisering en individualisering, een groeiende nadruk op de situatie-ethiek, een toenemende nadruk op de waarde van fysieke zelfbeschikking, het belang van beroepservaring voor verschillen in opvattingen tussen buitenhuiswerkende vrouwen en huisvrouwen.

Dat het gezin voor de Belgen het meest als belangrijk tot zeer belangrijk wordt geacht, wordt in dit onderzoek nog maar eens bevestigd. Niet minder dan 96% van de ondervraagden onderschrijft dit primaire belang, op de voet gevolgd door arbeid (90%), vrienden (89%) en vrije tijd (87%) en zeer ver verwijderd van godsdienst (45%) en politiek (31%). De onmiddellijke omgeving van gezin en peer-group speelt een sleutelrol in het leven van onze landgenoten, die daardoor te kennen geven waarden als geborgenheid, respect, trouw, empathie, zelfontplooiing en interpersoonlijke communicatie hoog in het vaandel te dragen. Dat ook arbeid een zeer hoge score haalt, hoeft niet te verwonderen in een wereld waarin werkgelegenheid precair is geworden, terwijl hij om intrinsieke en instrumentele redenen zo cruciaal is voor een optimale integratie in onze cultuur.

Hoewel niet erg groot, zijn er toch enkele verschillen vaststelbaar tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel: in Wallonië vindt men gezin en arbeid iets belangrijker en vrije tijd en vrienden iets onbelangrijker dan in Vlaanderen. Brusselaars vallen dan weer op door het grotere belang dat zij hechten aan godsdienst en aan politiek. Dat eerste heeft alles te maken met het grote aantal allochtone bewoners van onze hoofdstad, dat tweede wellicht met de grotere nabijheid van de politieke instellingen. Interessant is ook dat wanneer men de normatieve opvattingen van de Belgen vergelijkt met die van andere Europeanen, zij nog het meest overeenstemmen met die van de Fransen. Nederlanders en Duitsers vinden politiek belangrijker dan godsdienst, Nederlanders vinden vrienden en vrije tijd belangrijker dan het gezin, en arbeid en vrije tijd scoren in Duitsland zo’n tien procent lager dan in België.
Wat het vertrouwen in de instellingen betreft, scoren vooral ons onderwijsstelsel (79%) en het sociale zekerheidsstelsel (67%) hoog, terwijl het vertrouwen in pers (37%), vakbonden (35%), parlement (34%), de kerk (39%), het gerecht (34%) en de Europese instellingen (43%) sterk tanende is. Duidelijk is dat voor de Belgen de privésfeer sterk primeert boven de publieke sfeer.

Verloren zekerheid bevat zeven studies die de gegevens uit het Europees waardeonderzoek in ruimere interpretatiekaders situeren.
Een eerste studie onderzoekt en problematiseert de sociale identiteiten van de Belgen, de groeperingen en sociale categorieën waarmee men zich het meest verbonden voelt. Kennelijk voelen de Belgen zich weinig betrokken bij de diverse geopolitieke identiteiten (Vlaanderen, België, Europa) en vinden ze gezin, vrienden, levensbeschouwelijke groepen en het verenigingsleven belangrijker voor hun ‘wij-gevoel’. De percentages die verbanden als België, de eigen gemeente, de hele wereld, Europa of Vlaanderen of Wallonië als het meest betekenisvol aanduiden zijn verwaarloosbaar. In een tweede hoofdstuk worden de veranderingen in (opvattingen over) het gezinsleven onderzocht en die staan bol van de paradoxen. Het gezin blijft, zoals gezegd, bijzonder hoog scoren, maar dat verhindert niet dat het in heel wat vormen die dikwijls van korte duur zijn, wordt uitgesplitst. Het huwelijk verliest geleidelijk zijn waarde als instituut, maar tegelijk willen samenwoners hun relatiemodel institutionaliseren. Men vindt trouw hoogst belangrijk, maar tegelijk lijken langdurige relaties toch niet zo noodzakelijk om gelukkig te zijn.

In een derde hoofdstuk komt de arbeid en in het vierde de godsdienst aan bod. Het vijfde hoofdstuk handelt over ethische opvattingen en nuanceert de vroeger gehanteerde ‘permissiviteitsindex’ door onderscheid te maken tussen opvattingen die betrekking hebben op fysieke zelfbeschikking (abortus, euthanasie, seksuele voorkeur, echtscheiding, zelfdoding) - en waarbij merkelijk van een toenemende tolerantie sprake is - en opvattingen die betrekking hebben op burgerzin (belasting- en sociale fraude, joyriding, gratis rijden met het openbaar vervoer, afval weggooien in het openbaar etc.) en waarbij, in tegenstelling tot de trend naar toenemende permissiviteit die in 1981 werd vastgesteld, thans eerder sprake is van een ‘terugkeer van het fatsoen’. Ook het zesde hoofdstuk gaat nader in op de ethische opstelling van de Belgen, met name de verdere ontwikkeling van de waarde die aan zelfbeschikking wordt gehecht. In een laatste hoofdstuk worden de trends in de waardeoriëntaties en levensstijlen onder de loep genomen.

Het is onbegonnen werk om de enorme rijkdom aan onderzoeks- en interpretatiemateriaal in het bestek van een boekbespreking recht te doen. Verloren Zekerheid is een bijzonder interessant boek dat zonder enige twijfel verplichte lectuur is voor ethici en sociologen, maar wellicht ook voor beleidsmakers die verder willen kijken dan wat uit verkiezingsresultaten valt af te leiden. Het levert ons immers een zicht op onderliggende waardepatronen en processen in een samenleving die mede aan de oorsprong liggen van gedragsveranderingen en wijzigende samenlevingsverbanden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 6 (juni), pagina 46 tot 47