Log in

Aan de leiders van de sp.a

Mijn vader was dokwerker en socialist, zijn baas was katholiek. Toen ik de leerplichtige leeftijd had bereikt, heeft hij mij ingeschreven in een Rijkslagere school in Antwerpen. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Op verzoek van de baas heeft de toenmalige deken van de St.-Antoniusparochie jarenlang onze deur platgelopen om mijn vader over te halen mijn opvoeding toe te vertrouwen aan het vrij onderwijs. Omdat hij socialist was is hij daar nooit op ingegaan.

Zo ging dat destijds. Mijn klasgenoten waren Antwerpenaren, dikwijls zonen van liberale middenstanders. Maar er waren ook nogal wat leerlingen die met de ‘boerentram’ uit de Antwerpse polderdorpen kwamen, bij wijze van spreken met de klei nog aan hun klompen, met gelapte kleren, voorzien van boterhammen met spek, zonen van dagloners uit Lillo, Hoevenen, Wilmarsdonk,… En uit het Waasland kwamen de zonen van de scheepsherstellers, de communisten. Zij werden leerlingen van het Rijksonderwijs omdat hun ouders een bepaalde levensvisie hadden. Net als mijn vader moesten zij omwille van hun overtuiging dikwijls sociale tegenkanting trotseren en door hun keuze waren zij verplicht hun kinderen dagelijks naar de verre stad te zenden. Dat was toen niet altijd evident. We werden ‘markeur aan de dok’, klerk bij een maritiem bedrijf, bediende bij een groothandel, om het even wat. Belangrijk was: een fatsoenlijke broek en werk op ‘den buro.’ De meest fortuinlijken onder ons werden onderwijzer of regent. Universitaire studies waren pas voor de volgende generatie. Maar er was vooruitgang, en steun van de leiding.

Romantiek? Pathetiek? Lang vervlogen tijden?

Of hebben toen havenarbeiders, dagloners, boerenknechten, niet de toegang tot het algemeen vormend onderwijs en bijgevolg tot het hoger onderwijs voor hun kinderen afgedwongen? Dat was een logisch onderdeel van de sociale strijd. Het Rijksonderwijs heeft hun de gelegenheid geboden om hun doel te bereiken.
Later heb ik zelf in het Rijksonderwijs gewerkt, in dezelfde school waar ik mijn opleiding heb genoten. De directeur was liberaal en schrijver. De schoolbevolking bestond o.m. uit zonen en dochters van dokters en advocaten, linkse intellectuelen, dichters, schrijvers en schilders. Maar ook uit kinderen uit de Seefhoek, sociale gevallen, waarvan de ouders uit de maatschappelijke boot waren gevallen en kinderen van allochtonen uit de hele wereld. We maakten de invasie mee van the Chinese children en we hebben vluchtelingen opgevangen die na de val van Allende vanuit Chili in België waren aangeland. Dit amalgaam functioneerde toen als een goed werkend sociaal geheel. Kwaliteitsonderwijs voor iedereen: Rijksonderwijs.
Nu is deze school een concentratieschool: weg zonen en dochters van de liberale elite, van de linkse intelligentia, weg kinderen van kunstenaars en ondernemers. Met zijn allen naar het vrij onderwijs. Enkel nog Marokkanen, Tsjetsjenen, Pakistaners en Antillianen. Het nieuwe proletariaat, aan zijn lot overgelaten. Met alle gevolgen van dien.

Toch heeft mijn dochter nog gestudeerd aan het Atheneum van Antwerpen. Samen met Turken en Kongolezen. Mijn geweten liet mij geen andere keuze. En misschien is zij dankzij de zwarte klasgenoten licentiaat Afrikanistiek geworden en heeft zij nu een kaderfunctie bij een groot reclamebedrijf. Terzijde: mijn dochter volgde achtereenvolgens katholieke godsdienst, protestantse godsdienst en zedenleer (joodse godsdienst heeft zij niet gevolgd. De schuld lag niet bij de school: wij hebben geen joodse leerkracht bereid gevonden om haar les te geven). Pluralisme?
Ook liberale ministers en socialistische partijvoorzitters sturen nu hun kinderen naar een katholiek college. Omdat de Gemeenschapsschool aan de andere kant van de stad ligt… En omdat het pedagogisch project van het vrij onderwijs toch maar in de laatste regel melding maakt van een christelijke opvoeding (hoe zat dat ook weer met die jezuïeten ?)... Omdat er vrijheid van schoolkeuze is (en ook vrijheid van partijkeuze)… Nochtans is de ware reden waarom deze kinderen naar het vrij onderwijs gaan voor iedereen duidelijk. Daar hoeft geen uitleg bij. Maar het wordt nog erger: na de vlucht, de liquidatie. Een paar uur zedenleer in de colleges en de creatie van het pluralistisch onderwijs is rond. Met zijn allen naar de nonnen en de paters. Daar zijn socialisten en liberalen het over eens. Zo simpel is dat.

Ik kom uit een rood nest. Ik ben een product van het Gemeenschapsonderwijs, als kind en als jonge volwassene was ik betrokken bij de socialistische jeugdbeweging. Dat heeft zijn sporen nagelaten: samen met vele van mijn deelgenoten, heb ik er een soort geweten aan overgehouden en het geloof in bepaalde idealen. Dat is niet zo erg als kanker, maar toch knap hinderlijk. Want het bezit van een geweten en het geloof in idealen wordt in onze cynische, materialistische en pragmatische samenleving ervaren als ietwat pathetisch. De socialistische gedachte die mijn ouders heeft gedreven om achtereenvolgens de 45-urenweek, betaalde vakantie, een douche in huis, de 40-urenweek, een televisietoestel, mijn recht op hogere studies en een kleine wagen te verwerven was een begeesterde gedachte, die gedragen werd door leiders die aan den lijve hadden ondervonden hoe noodzakelijk de beweging was voor de eigen ontvoogding en die van de kameraden. Leiders die deze idee konden uitdragen omdat zij daar zelf evenzeer als de basis in geloofden. Metterdaad hebben zij dat bewezen. En ze hebben zeker ook fouten gemaakt: met name de intellectuele ontvoogding van de arbeidende klasse werd op de lange baan geschoven, met o.m. de Big-Brothermaatschappij als gevolg.
Echte socialistische politiek is tegendraads en wordt gevoerd vanuit een gevoel van verontwaardiging. Politiek met kloten, zo zei mijn vader. Vandaag wordt politiek bedreven vanuit een bevoorrechte positie, er wel voor zorgend dat aan de eigen privilegies niet wordt geraakt. De politicus van vandaag zorgt in de eerste plaats voor zichzelf. Door zijn functie behoort hij als het ware tot de nieuwe aristocratie, inclusief een aantal voorrechten die vroeger aan de adel waren voorbehouden. Zelfs in zoverre dat de functie van minister zo zoetjesaan een erfrecht dreigt te worden. Eén en ander leidt dan tot verordeningen en decreten over flippos en reflecterende nummerplaten, de flegmatieke vaststelling van het feit dat ditmaal toch maar 14.500 dioxinekippen werden geconsumeerd, het inspecteren van vuilniszakken door een stel primitieven met een pet op (waardoor analfabeten, Nederlands onkundigen, blinden en dementerende bejaarden bedacht worden met een fikse boete), de installatie van 300 flitspalen (dat het feit dat Nederland minder verkeersdoden telt ook wel eens aan de verkeersaccommodatie zou kunnen liggen wordt ontkend en genegeerd), het doorschuiven van de keuze van de juiste medicatie naar de patiënt (omdat anders de hh. dokters het snoepreisje zouden kunnen missen dat hen door de farmaceutische industrie wordt aangeboden), de verloochening van het enige echte pluralistisch onderwijs, en zo meer. Natuurlijk ligt de schuld niet enkel bij de socialisten.

Efficiënt is het wel, het huidige machtssysteem. Kijk maar naar de wijze waarop de groenen, die aanvankelijk toch niet konden worden verdacht van enig gebrek aan idealisme, in een mum van tijd en door deelname aan de macht zijn verworden tot inners van milieubelastingen, heffers van ecotaksen en verordenaars van bioboetes. En kijk hoe machteloos hun ministers een groen beleid trachten te voeren. Opgeslorpt en monddood gemaakt door de nieuwe adel. Dat is pas pathetisch. In ons landje lopen nog heel wat verontwaardigde mensen rond. De politieke vagebonden, de tegendraadsen, die zich nergens meer in vinden. Met hun geweten en hun idealen overleven zij wel, zij het een beetje eenzaam. Onder de weduwen, de minimumloners, de chronische zieken, de bewoners van sociale woningen, de wegens economische reorganisatie afgedankten, de éénverdieners, de niet-gediplomeerden, de mindervaliden, de bejaarden, de daklozen, …, heerst ook nogal wat verontwaardiging. En één partij heeft dat goed begrepen. Zij spelen het spel handig (opgeleid door de jezuïeten?). Het politiek establishment kan geen weerwerk bieden. De zuurtegraad stijgt (sic). En de verontwaardigde, verwaarloosde, verbitterde sukkelaars maken onderling ruzie.
Tot nader order geen sp.a voor mij, liever een pintje. Of beter nog, een bak Trappist, een van de betere voortbrengselen van de katholieke cultuur. Als troost en om te vergeten.
Toch is er nog hoop. In Milaan, Oslo, Brussel, Porto Alegre en New York verzamelt zich het proletariaat aller landen. Fris van de lever, in het rood en in het groen, de tulband, de fez of de pet op het hoofd, in boernoe of sarong verkondigen zij hun mondiale visie. Dat is nieuw, misschien het begin van een nieuwe revolutie. En wat er gebeurt met de adelstand tijdens revoluties kan men leren uit de geschiedenis.
Vanuit mijn tegen wil en dank geliefde, bruine, vuile stad,

Met vriendelijke groet,

Piet Truyman

sociaaldemocratie - sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 6 (juni), pagina 63 tot 65