Log in

'De wereld na 11 september'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 8 (oktober), pagina 59 tot 60

De wereld na 11 september

Rik Coolsaet
Academia Press, Gent, 2002

Rik Coolsaet vraagt zich in een essay van een zeventigtal bladzijden af wat het historisch karakter van 11 september kan geweest zijn. Een historische gebeurtenis wijzigt onze manier van denken en dus ook de geschiedenis. Zijn antwoord is voorzichtig. Hij beseft dat de gebeurtenissen nog te kort achter ons liggen om er reeds definitieve uitspraken over te doen. Maar hij twijfelt eraan of nine-eleven wel echt zo fundamenteel was. Het komt erop aan mythe en realiteit van elkaar te onderscheiden.

Het belangrijkste geopolitieke kenmerk van 11 september was de herschikking van de wereld na de koude oorlog rond de Verenigde Staten. Daar hoort een wijziging bij in de positie van Rusland, China en Europa. Rusland werd opnieuw erkend als een wereldmogendheid en werd volwaardig lid van de G8. Dat gebeurde niet met China, maar op zijn minst werd China minder de grote potentiële bedreiging. Aan het streven van Europa om in de wereldpolitiek een autonome plaats te verwerven werd abrupt een einde gesteld. De VS zelf namen de gelegenheid te baat om zich beter te bewapenen, maar schakelden vooral over op een visie van preventie tegen alles wat een bedreiging kan zijn. Niet alleen maar afschrikken, maar preventief optreden. Daarin ligt het eigenlijk nieuwe in de houding van de VS. Voor het overige gaat de inspiratie voor de defensiepolitiek gewoon terug op Reagan.

Wat was het effect van 11 september op de Amerikaanse samenleving? In elk geval is het onveiligheidsgevoel sterk toegenomen. Vraag is evenwel of het vandaag intenser is dan bij bijvoorbeeld de Cuba-crisis. Er zou een verbetering waar te nemen zijn in de relatie tussen zwart en blank, maar niemand weet of dat ook zo zal blijven. Overigens is de spanning met de Moslims dan weer erg toegenomen. Momenteel is de eensgezindheid rond de president vrij groot, maar ook dat kan heel tijdelijk zijn. Dat soort veranderingen berust op impressies. Als men kijkt naar wat echt veranderd is komt men bij: de federale macht werd versterkt, onder meer met de oprichting van een nieuw ministerie van buitenlandse veiligheid; de burgerrechten zijn een stukje teruggeschroefd; de uitgaven voor defensie leggen een zeer zware hypotheek op het overheidsbudget.

Heeft 11 september de wereld veranderd? In elk geval moet men beseffen dat het Al-Qaeda-terrorisme niet nieuw is. Terrorisme is van alle tijden en komt dikwijls op wanneer grote groepen mensen het gevoel krijgen gemarginaliseerd te worden. Het kan heel vlug verdwijnen, voor een stuk als gevolg van preventie en repressie, maar vooral omdat de omstandigheden zich wijzigingen. De oorlog in Afghanistan heeft de basis voor het mondiaal optreden van Al-Qaeda weggenomen. De campagne om communicatie, geldstromen en bewegingsvrijheid van terreurgroepen aan te pakken heeft resultaat opgeleverd. Het is daarom niet zeker of nog gesproken kan worden van een centraal gestuurd Al-Qaeda-netwerk. Waarschijnlijk is het uit elkaar gevallen. In die zin is vrij succesvol tegen het terrorisme van 11 september opgetreden. Iets anders is de vraag of daarmee de wortels van het probleem worden aangepakt. Coolsaet onderschrijft de stelling dat die te maken hebben met de crisis van overbevolking en onderontwikkeling. Eigenlijk heeft 11 september niets te maken met de Islam, maar met de impasse in vele Arabische samenlevingen. De VS zijn voor hen symbool voor de arrogantie van de macht. Al-Qaeda is in de Islamwereld een marginale organisatie, maar dreigt wel heel velen mee te sleuren.

Het is natuurlijk niet toevallig dat de VS verbonden worden met de arrogantie van de macht. Zij treden op als een imperium: ‘Net als de vroegere imperia ervaren de Verenigde Staten thans een viscerale angst voor de veiligheid van zijn inwoners precies door de afwezigheid van geografische limieten’ (63). Als zodanig is het gevaar niet denkbeeldig dat ze in steeds meer conflicten zullen verwikkeld worden. Irak is in dat opzicht een proefterrein. Er spelen voor de VS heel wat louter ideologische motieven mee: men maakt zich sterk dat een oorlog in Irak opnieuw in hoofdzaak vanuit de lucht kan gevoerd worden, met een minimaal aantal slachtoffers in eigen rang. Dat zou in het geval van Irak wel eens anders kunnen uitdraaien. Verder wordt gedaan alsof Irak op zijn minst bijna over massavernietigingswapens beschikt. Er zijn echter geen indicaties voor. De VS gaan er tenslotte van uit dat zij alleen kunnen beslissen. De vraag is alleen maar hoe lang ze dat alleen kunnen volhouden. Valt niet te vrezen voor een imperial overstretch? Er zijn nu eenmaal economische limieten, maar ook de steun van de eigen bevolking kan niet onbegrensd zijn. Opiniepeilingen tonen nu al dat die bevolking niet ongenuanceerd voor een militaire operatie is. En ook de steun van de bondgenoten van de VS is niet onbeperkt. In Europa is men bijvoorbeeld meer geneigd om naar de grondoorzaken van het terrorisme te gaan, wat onder meer een oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict veronderstelt.

Men kan het essay als volgt samenvatten: (1) het historisch belang van de gebeurtenissen van 11 september mag niet overdreven worden; (2) de directe aanleiding - het Al-Qaeda-terrorisme - is op dit ogenblik geen acuut gevaar, ook al werd het probleem niet bij de wortel aangepakt; (3) in de houding van de VS is de grootste vernieuwing de overstap naar een preventieve strategie; (4) dat past in een - versterkt - ‘imperiaal gedrag’; (5) dat houdt een aantal risico’s op ontsporing in. Hoewel op die manier een beetje te schematisch samengevat, geloof ik dat dit een zeer juiste - en in het geval van Coolsaet in elk geval zeer gefundeerde - visie is. Hoewel hij het thema aanraakt, heeft hij misschien te weinig aandacht voor de olie- en binnenlandse belangen van de VS. Maar het enige waar ik mij verschrikkelijk over verwonder en zelfs erger is dat hij op geen moment de vraag stelt naar de rol van Groot-Brittannië. Waarom wil Tony Blair in hemelsnaam de VS volgen in zijn irrationele en gevaarlijke kruistocht?

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 8 (oktober), pagina 59 tot 60